Ga direct naar de content

Offensieve en defensieve geo-economische macht

Geplaatst als type:
Gepubliceerd om: februari 13 2026

Een land ontleent geo-economische macht aan een sterke economie, waarmee het invloed kan uitoefenen op andere landen. Hoe kan beleid gevoerd worden om de positie in het geopolitieke speelveld te versterken?

De onzichtbare hand maakt plaats voor de gebalde vuist

Wie de geopolitiek als een spel ziet, kan er een aantal klassieke speltheoretische eigenschappen aan toeschrijven. Het is een herhaald spel (repeated game): landen hebben langdurige relaties, en acties in het heden kunnen gevolgen hebben voor toekomstige relaties. Het spel is in beginsel positive sum: samenwerking brengt economische baten voort en (militair) conflict vermindert de totale welvaart. En – voor geo-economisch beleid cruciaal – deelnemers hebben enige controle over hun pay-offs. Door beleidskeuzes kunnen landen beïnvloeden hoe zowel conflictsituaties als samenwerking uitpakken voor zichzelf, als voor andere spelers. Dit beïnvloedt vervolgens de onderhandelingsdynamiek tussen de verschillende spelers.

Offensief en defensief beleid

Landen kunnen hun geopolitieke positie versterken door offensief en defensief beleid te voeren. Offensief beleid is erop gericht de kosten van conflict voor andere landen te verhogen. Redenerend vanuit Nederland of Europa behelst dit bijvoorbeeld het ontwikkelen of behouden van economische activiteiten die andere landen afhankelijk van Nederland of Europa maken. Doordat dit de kosten van conflict voor andere landen verhoogt wordt het aantrekkelijker voor deze landen om goede relaties met Nederland of Europa te onderhouden.

Defensief beleid is er daarentegen op gericht om de kosten van conflict voor een land zelf te verlagen. Het voorkomen, verminderen of wegnemen van afhankelijkheden maakt hier onderdeel van uit. Het kan gaan om het opbouwen van eigen productiecapaciteit, maar ook minder ingrijpende alternatieven als diversificatie en voorraadvorming. Ook dit versterkt de onderhandelingspositie van een land, zij het op een andere manier.

Het onderscheid tussen offensief en defensief is een aanvulling op de inmiddels gangbare classificatie van promote en protect binnen economische veiligheidsbeleid (Clingendael, 2025). Promote-beleid stimuleert economische activiteit om eigen capaciteit op te bouwen in sectoren die bijdragen aan economische veiligheid; protectbeleid behelst het verhinderen van economische activiteiten wanneer deze activiteiten andere actoren de mogelijkheid om onze economische of nationale veiligheid onder druk te zetten.

Het onderscheid tussen offensief en defensief draait om het doel van beleid; protect en promote om het middel. Zie onderstaande figuur voor het resulterende kwadrant.

Huidig beleid

Defensief beleid, vooral in de vorm van het afbouwen van risicovolle strategische afhankelijkheden, is tot nog toe de focus geweest van discussies rondom strategische autonomie. Dit beleid is al enkele jaren in ontwikkeling. Zo is de kabinetsaanpak risicovolle strategische afhankelijkheden uitgerold om op nationaal niveau risicoanalyses te doen en handelingsopties in kaart te brengen (Rijksoverheid, 2024). Op Europees niveau worden in het kader van de Europese Economische Veiligheidsstrategie vergelijkbare analyses gedaan. En ook in concretere casussen, zoals mogelijke steun voor de energie-intensieve industrie, is voorkomen of afbouwen van afhankelijkheden een relevante overweging.

Offensief beleid – het opbouwen van strategische posities zodat conflicten voor andere partijen pijnlijker worden – is veel minder ver gevorderd. Er zijn echter juist redenen om te denken dat offensief beleid voor Nederland en Europa aantrekkelijker is dan defensief beleid. Het open karakter van de Nederlandse en Europese economie zorgen er immers voor dat de kosten van autarkie relatief hoog zijn. Ook zijn afhankelijkheden dusdanig talrijk dat het wegnemen van een enkele afhankelijkheid geo-economische machtsverhoudingen maar beperkt zal beïnvloeden.

Meer offensief beleid nodig

Offensief beleid zal in veel gevallen doelmatiger zijn dan defensief beleid. Eén nichepositie binnen een cruciale waardeketen van de toekomst kan de verhoudingen al betekenisvol veranderen, terwijl een defensieve inzet vereist dat de gehele keten in eigen of bevriende handen is.

Offensief beleid sluit daarnaast beter aan bij een op samenwerking gericht buitenlandbeleid: door de kosten van conflict te verhogen wordt een evenwicht van samenwerking aantrekkelijker en dus aannemelijker, zonder dat daarbij de economie naar autarkie hoeft te bewegen.

Nederland en Europa hebben bovendien de bouwstenen in huis die geo-economisch waardevolle offensieve posities kunnen voortbrengen, zoals een goed geschoolde beroepsbevolking, goede posities in fundamenteel onderzoek bij hoogtechnologische sectoren en bestaande ecosystemen (TNO, 2025).

De gedachte dat offensief beleid van grote waarde kan zijn is niet nieuw, al loopt de terminologie die wordt gehanteerd uiteen. In Japan is één van de pijlers van economisch veiligheidsbeleid de inzet op ‘strategische onmisbaarheid’ (Clingendael, 2025); het rapport-Wennink benadrukt het belang van ‘strategische relevantie’ (Wennink, 2025); het streven naar ‘wederzijdse afhankelijkheden’ is staand kabinetsbeleid (Rijksoverheid, 2025). De onderliggende gedachte is steeds dat een alternatief voor het (kostbare) afbouwen van de eigen afhankelijkheden is om op enige manier onmisbaar te zijn.

Niet ten koste van defensief beleid

Hoewel een accentverschuiving naar offensief beleid dus in de rede lijkt te liggen, blijft een inzet op defensief beleid evengoed nodig. Defensief beleid heeft ook voordelen, zoals de grotere zekerheid dat het je positie daadwerkelijk versterkt. Het aanwenden van alternatieve bronnen voor kritieke aardmetalen vermindert direct de afhankelijkheid die Nederland heeft; de effectiviteit van offensief beleid is daarentegen uiteindelijk afhankelijk van de afwegingen van andere actoren. Bovendien bestaat aan zowel de defensieve als de offensieve kant laaghangend fruit om de geo-economische macht van Nederland te vergroten. Waar mitigatie van risicovolle strategische afhankelijkheden tegen relatief beperkte kosten mogelijk is, blijft het belangrijk om dit te doen.

Literatuur

Clingendael (2025) Verkenning Toolkit Economische Veiligheid. Clingendael Rapport, 27 maart.

Rijksoverheid (2024) Voortgang kabinetsaanpak risicovolle strategische afhankelijkheden. Kamerstuk 30 821, nr. 244, 31 oktober.

Rijksoverheid (2025) Memorie van toelichting bij de Rijksbegroting 2025: Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp (hoofdstuk XVII), onderdeel 2.1 Beleidsprioriteiten. Te vinden op www.rijksfinancien.nl

TNO (2025) Nederlandse control points via High-Tech Megaclusters. Visiepaper, 1 juli

Wennink, P. (2025) De route naar toekomstige welvaart – Rapport Wennink. Adviesrapport, 12 december.

Auteurs

Categorieën

Plaats een reactie