Ga direct naar de content

Nobelprijs Economie 1995: Robert E. Lucas

Geplaatst als type:
Gepubliceerd om: september 27 1995

akontwikkeling

Nobelprijs Economie 1995:
Robert E. Lucas
Economische agenten beslissen op basis van rationele verwachtingen.
Pogingen van de overheid om duurzaam bet evenwichtsniveau van de
produktie en de werkgelegenheid te verhogen, zijn mede daardoor ineffectief. Voor dit inzicht heeft Robert E. Lucas de Nobelprijs ontvangen.
De Nobelprijs voor de economic
1995 is toegekend aan de Amerikaanse econoom Robert E. Lucas, hoogleraar aan de universiteit van Chicago.
Binnen het evenwichtsraamwerk, dat
Lucas hanteert, heeft met name het
gebruik van rationele verwachtingen
en de daaruit voortvloeiende kritiek
op traditionele (Keynesiaanse) modellen hem de prijs opgeleverd.
Lucas is de geestelijke vader van
de zogenaamde nieuw-klassieke
school. De nieuw-klassieke school
veronderstelt dat markten altijd door
prijsaanpassingen geruimd worden,
economische agenten optimale beslissingen nemen en daarbij gebruik maken van rationele verwachtingen. De
consequentie van deze veronderstellingen is dat actief overheidsbeleid
ineffectief is in die zin dat de evenwichtswaarden ven de produktie en
de werkgelegenheid niet be’invloed
worden. Zo zal in de visie van Lucas
monetair beleid in de regel ook op
de korte termijn slechts tot veranderingen van het prijspeil leiden.

Rationele verwachtingen
Lucas studeerde geschiedenis aan de
universiteit van Chicago. Hij was de
mening toegedaan dat economische
ontwikkelingen een centrale rol spelen in de geschiedenis en besloot te
promoveren in de economische
wetenschap. Lucas heeft wel eens
beweerd dat hij verreweg het meest
geleerd heeft van Milton Friedman.
Friedman zorgde tijdens de hoogtijdagen van het Keynesiaanse denken,
voor een hernieuwde aandacht bij de
professie voor de inzichten van klassieke (monetaire) economen als Irving Fisher. Volgens Friedman zijn
recessies terug te brengen tot de pogingen van de overheid om met monetair beleid fine-tuning van de eco-

nomic na te streven. Hij pleitte voor
vaste beleidsregels en zag af van het
anti-cyclische beleid, dat door de Keynesiaanse school gepropageerd werd.
Op het gebied van de macro-economic bouwt het werk van Lucas voort
op de monetaristische inzichten van
Friedman. Lucas gaat evenwel op een
aantal punten verder. Friedman hanteerde in essentie nog de methodologie, die vooraanstaande Keynesianen
als Solow en Samuelson in de jaren
vijftig en zestig ook hanteerden. Het
verschil tussen deze Keynesianen en
Friedman is in theoretisch opzicht
dan ook slechts gradueel. Het analytische werk van Lucas daarentegen
wijkt op twee punten fundamenteel
af van dat van Friedman. Daar waar
Friedman nog beweerde dat monetair
beleid op de korte termijn produktie
en werkgelegenheid positief kan
bei’nvloeden, kwam Lucas door het
opnemen van rationele verwachtingen tot de conclusie dat monetair beleid volstrekt ineffectief is. Door de
keuzetheorie toe te passen op de vorming van verwachtingen ontstond als
het ware een nieuwe, van de monetaristen afwijkende, macro-economische theorie, waarin slechts toevallige, dat is niet te voorspellen, schokken in de geldhoeveelheid tijdelijk
enige reele effecten kunnen hebben.
De hypothese van rationele verwachtingen houdt in dat economische agenten bij het bepalen van verwachtingen optimaal gebruik maken
van alle beschikbare informatie. In
concrete komt dit erop neer dat elk
individu het onderliggende economische model kent en dat systematische
voorspelfouten zijn uitgesloten. Individuele agenten wordt dus een enorme hoeveelheid kennis toegedicht.
Het tweede belangrijke verschil
met Friedman is dat de aandacht voor
de wiskundige economic en stochas-

tiek veel uitgebreider is dan in het
werk van Friedman. De goede lezer
ziet dat Lucas geniet van het gebruik
van wiskunde en statistiek. Is Friedman een echte ‘debater’, Lucas mijdt
het echte politieke debat en voert de
strijd op papier met wiskundige modellen. Door het intensievere gebruik
van wiskunde en statistiek werd het
Keynesiaanse kamp gedwongen hetzelfde instrumentarium te gaan hanteren. Lucas zorgde zo voor nieuwe
spelregels in het onderzoek in de economische wetenschappen.

Arbeidsaanbod en
investeringen
In het werk van Lucas kan een driedeling gemaakt worden. In de eerste
fase, tot ongeveer 1972, is sprake van
veel aandacht voor de interactie tussen de vraag naar arbeid, reele lonen
en de ontwikkeling van de produktiviteit. Men kan deze periode als een
voorbode zien van zijn latere werk,
hoewel het gebruik van rationele verwachtingen in deze fase nog ontbreekt. Samen met Rapping doet Lucas vingeroefeningen in het gebruik
van techniek. In hun beroemde artikel “Real wages, employment and inflation” hanteren zij nog adaptieve
verwachtingen1. Naar later blijkt bewust, omdat men toendertijd wel op
de hoogte was van rationele verwachtingen, maar er in het algemeen nog
niet veel in zag. Lucas bestudeert onderwerpen waar hij in het verloop
van zijn loopbaan weer op terug zal
komen: arbeidsaanbod en investeringsvraag.

Conjunctuurtheorie:
nieuw-klassieke school
Tussen 1972 en 1980 is sprake van de
ontwikkeling van de belangrijkste
denkbeelden van de nieuw-klassieke
school. De Nobelprijs heeft Lucas te
danken aan het werk uit deze periode. In 1972 en 1973 introduceert hij
het gebruik van rationele verwachtingen in macro-economische modellen
in een tweetal artikelen . Lucas tracht
1. R.E. Lucas en LA. Rapping, Real wages,
employment, and inflation, Journal of Political Economy, jg. 77, 1969, biz. 721-754.
2. R.E. Lucas, Expectations and the neutrality of money, Journal of Economic Theory, jg. 4, 1972, biz. 103-124. R.E. Lucas,
Some international evidence on outputinflation trade-offs, American Economic

Review, jg. 63, 1973, biz. 326-334.

de conjunctuur, gebruik makend van
het evenwichtsconcept, te modelleren, iets wat daarvoor louter in een
niet-evenwichtscontext gedaan werd.
Van dit laatste heeft hij ooit eens beweerd dat de tijd die wordt gestoken
in niet-evenwichtsdenken verloren
tijd is. Hier komt de ideoloog in Lucas toch naar voren, hetgeen ook
blijkt uit een interview waarin hij beweert “The general theory” van Keynes niet te kunnen begrijpen en meer
te zien in de vooroorlogse, door Keynes juist verguisde, conjunctuurtheorie van Hayek. Lucas gebruikt microeconomische of keuzetheorie om
op deze manier macro-economische
verschijnselen te onderbouwen. Het
concept van rationele verwachtingen
heeft hij overigens, anders dan het
Nobelprijscomite doet voorkomen,
niet zelf ontwikkeld maar geleend
van John Muth, die dat in 1961 in een
micro-economische context reeds
beschreven had.
Het werk van Muth was in de jaren
zestig ruim bekend in Chicago. Men
had evenwel nog geen idee welke
met name econometrische consequenties het gebruik van rationele
verwachtingen heeft. Dit aspect is
door Lucas nader uitgewerkt. Gebruikmakend van rationele verwachtingen laat Lucas dus zien dat louter
onverwachte monetaire schokken
zorg dragen voor het in gang zetten
van een conjuncturele beweging, als
men ervan uitgaat dat markten onmiddellijk ruimen. Ondanks dat subjecten hun verwachtingen zodanig vormen, dat er geen systematische
voorspelfouten kunnen optreden,
kan de additionele, later fel bekritiseerde, veronderstelling dat niet elke
economische agent over alle informatie beschikt, er alsnog voor zorgen
dat monetaire schokken reele consequenties hebben. Zonder deze veronderstelling zou Lucas niet in staat zijn
de conjunctuur te beschrijven.
Onvolledige informatie impliceert
in de analyse van Lucas dat ondernemers wel de prijs op de eigen markt
kennen, maar geen volstrekte zekerheid hebben over de prijsontwikkeling op de overige markten in de economic. Hierdoor wordt het mogelijk
dat nominale prijsveranderingen, veroorzaakt door veranderingen in de
geldhoeveelheid, voor relatieve prijsveranderingen worden aangezien
(het zogenaamde ‘signal extraction’probleem). In het oorspronkelijke
model van Lucas kan een schok

ESB 18-10-1995

slechts een periode effect hebben,
omdat in de volgende periode alle
agenten weer over de volledige informatie kunen beschikken. Aanpassingskosten in de produktiesfeer, zoals installatie- en omstelkosten,
kunnen er evenwel voor zorgen dat
de initiele impulsen een langere uitwerking hebben op de produktie en
de werkgelegenheid. Hiermee slaagt
Lucas erin zijn in oorsprong statische
model tot een dynamisch conjunctuurmodel uit te bouwen3. Uiteindelijk leidt dit alles tot het inzicht dat
hooguit door toevallige monetaire
(beleid)schokken op de korte termijn
de prijzen positief gecorreleerd zijn
met de produktie, wat in de literatuur
bekend is komen te staan als de aanbodvergelijking van Lucas, maar dat
normaal gesproken er geen verband
tussen deze twee grootheden bestaat.
De Phillips-curve is aldus volgens Lucas niet alleen op lange, maar ook op
korte termijn een verticale rechte.
De genoemde publikaties in de eerste helft van de jaren zeventig leidden tot een echte schok in het rustige
wereldje van de macro-economen.
Criticasters van de introductie door
Lucas van het concept van evenwichtswerkloosheid merkten schamper op dat Lucas kennelijk de mening
was toegedaan dat de Grote Depressie in de VS een gevolg was van het
feit dat de arbeiders massaal hadden
besloten om op vakantie te gaan.
De reactie vanuit het Keynesiaanse
kamp was aanvankelijk uiterst defensief. Een gevestigde Keynesiaan als
Robert Solow merkte tegenover Klamer over Lucas en de rationele verwachtingen op dat het hem deed denken aan het voeren van een discussie
over de gevechtstactiek bij Austerlitz
met iemand die voorgeeft Napoleon
te zijn . Een dergelijk debat moet
men eigenlijk vermijden, omdat de
basisassumptie (ik heb met Napoleon
te doen) niet klopt. Vertaald naar Lucas en de nieuw-klassieke economic
beweerde Solow aldus dat men zich
niet moest laten verleiden in te stemmen met de belangrijkste veronderstelling van de nieuw-klassieke
economic: de rationele-verwachtingenhypothese.
Leerlingen van Solow, zoals Alan
Blinder, bleken overigens in de jaren

tachtig wel bereid de strijd met Lucas
aan te gaan. De zogenaamde nieuwKeynesiaanse school vormt in wezen
een poging Keynesiaanse uitkomsten
te bereiken met behulp van model-

Robert E. Lucas

len, waarin rationele verwachtingen
opgenomen zijn. De aanvankelijke
gedachte dat het hanteren van rationele verwachtingen tot de beleidsineffectiviteitsconclusie leidt is dan ook
niet juist. Later is onder invloed van
deze nieuw-Keynesianenen gebleken
dat rationele verwachtingen wel het
aanpassingsproces in de economic
versnellen, doch dat de veronderstelling van marktruiming de echte oorzaak van de beleidsineffectiviteit is.

Lucas-kritiek
Lucas nam niet alleen gevestigde econornen onder vuur, maar bestookte

ook het kamp van de econometristen. In een artikel uit 1976 toont hij
aan dat indien economische subjecten rationele verwachtingen hanteren, toekomstige beleidswijzigingen
invloed hebben op het huidige gedrag . Stel dat de overheid bij voorbeeld besluit om volgend jaar de geldhoeveelheid te verkleinen ten einde
een inflatiereductie te bewerkstelligen. Indien economische agenten
deze aankondiging nu reeds aangrijpen om tot een meer gematigde loonen prijsontwikkeling te komen, zal
niet alleen volgend jaar de inflatie afnemen, maar tot op zekere hoogte
ook al in dit jaar. Subjecten anticiperen in hun gedrag op economisch beleid. In een econometrisch model,

3. R.E. Lucas, An equilibrium model of
business cycles, Journal of Political Economy, jg. 83, 1975, biz. 1113-1144.
4. R.E. Lucas, Econometric policy evaluation: a critique, in: K. Brunner en A.H.

Meltzer (red.), The Phillips-curve and labour markets, Carnegie-Rochester Conference Series on Public Policy, 1976, deel
1, biz. 19-46.

waarin verwachtingen niet rationed
zijn, wordt dit effect veronachtzaamd,
waardoor het feitelijke beleid in dit
voorbeeld te krap zal zijn. Men kan
met andere woorden modellen, die
geen rationale verwachtingen hante-

Reele conjunctuurmodellen
Na het initiele succes van de monetaire nieuw-klassieke conjunctuurtheorie, waarin conjunctuurbewegingen
hoofdzakelijk uit onverwachte mone-

taire beleid in de industrielanden. In
de discussie over de Europese monetaire eenwording en de doelstelling
van de Europese Centrale Bank klinken de ideeen van Lucas duidelijk
door.

evenwel dat het opnemen van ratio-

taire aanbodschokken verklaard worden, nam na toenemende kritiek de
invloed van deze modellen aan het
einde van de jaren zeventig snel af.
Waarom zouden nu vooral monetaire
veranderingen niet verwacht worden,
als men bedenkt dat de publiciteit op
het monetair-financiele vlak enorm
goed verzorgd is? De nieuw-klassieke

nele verwachtingen op zich weinig

school richt zich dan ook sinds 1980

nieuws toevoegde aan de modellen.
Ook hier geldt dat de keuze voor het

op zg. reele-conjunctuurmodellen,
waarin de veronderstellingen van im-

al dan niet veronderstellen van markt-

perfecte informatie en zelfs van een

bij voorbeeld scholing te stimuleren,

ruiming veel belangrijker bleek te
zijn. In sommige gevallen leidde de
veronderstelling van rationele verwachtingen zelfs tot problemen. Imhanteren, dan moet een uitspraak gedaan worden over de uiteindelijke
evenwichtscondities van de door het
model beschouwde economic. Dit
leidt bij voorbeeld tot de vraag tot
welke waarden de variabelen en de
verwachtingen moeten convergeren.

geldgebruikende economic zijn losgelaten. Het is in dit verband ironisch te
noemen dat het werk van nieuw-Keynesianen uit de jaren tachtig veel
dichter bij het oorspronkelijke werk
van Lucas staat. In een aantal moderne Keynesiaanse studies wordt zelfs
expliciet de aanbodvergelijking van
Lucas ge’incorporeerd. Men kan zich
evenwel afvragen of de keuzetheoretische onderbouwing van de macroeconomie, zoals die door Lucas voor-

Het blijkt vaak dat de keuze van de

gestaan wordt, het vak op theoretisch

deze condities sterk bepalend is voor
de uitkomsten. Ook kan het voorkomen dat in het pad naar de evenwichtssituatie toe, sommige variabelen onrealistisch grote sprongen
moeten maken. Voor een wisselkoers

gebied nu wel zoveel verder geholpen heeft. In toenemende mate
wordt erkend dat men op macro-economisch niveau veel meer naar veranderende institutes zou moeten kijken
om het ‘groeps’-gedrag beter te kunnen verklaren, in plaats van vast te
houden aan de ‘representatieve
agent’ die op macro-niveau alle beslissingen neemt.
In de traditie van Lucas zijn de
reele-conjunctuurmodellen sterk
wiskundig van aard, niet van ‘vrije
markt’-ideologie gespeend en nog
extremer in de beleidsconclusies. In
tegenstelling tot de eerste klassieke
modellen van Lucas ontstaat de conjunctuur niet door monetaire schokken, maar uitsluitend door reele
schokken, zoals veranderingen van

lijkt Lucas meer op zoek naar marktverklaringen van groei .
Ook al is zijn onderzoek na 1980
waarschijnlijk minder baanbrekend
dan dat uit de jaren zeventig, het
blijft onmiskenbaar dat Robert Lucas
een krachtig stempel op de ontwikkeling van de macro-economische theorie gezet heeft. Hoewel Lucas een
econoom is waarmee men het hartstochtelijk oneens kan zijn, is de
Nobelprijs een terechte beloning
voor een imponerend oeuvre. Lucas
heeft wereldwijd economen overtuigd van het belang van het correct,
dat wil zeggen in overeenstemming
met de micro-economic, behandelen
van verwachtingen. Het is in dat opzicht enigzins vreemd dat de geluksvogel in een eerste reactie op het winnen van de prijs toegaf Verrast’ te
zijn. Als men er conform de hypothese van de rationele verwachtingen,
van uitgaat dat Lucas het ware toekenningsmodel (inclusief de stemverhouding) kende en alle informatie
goed benut zou hebben, ligt zo’n
reactie voor de belangrijkste propagandist van rationele verwachtingen
niet direct voor de hand. Deze laatste
opmerking bevat ons inziens een seri-

ren, niet gebruiken voor het analyse-

ren van macro-economisch beleid.

Deze conclusie, die bekend staat
als de Lucas-kritiek, kwam nogal
hard aan in de hoek van de traditionele (meestal Keynesiaanse) modelbouw. Na verloop van tijd bleek

mers, wil men deze veronderstelling

kan men zich hierbij nog iets voorstel-

len, maar een nominale loonvoet is
bij uitstek slechts beperkt aanpasbaar. En ten slotte is gebleken dat
de modellen, die gevoed zijn met de
informatie omtrent een klasse van
beleidsmaatregelen, beleidswijzigingen die in die klasse vallen met aanhoudende betrouwbaarheid kunnen
analyseren. Als de beleidsmaatregel
niet al te ingrijpend is, zijn zelfs de
oude econometrische modellen mogelijk nog nuttig. Slechts bij ingrijpende structurele wijzigingen in de economic, zoals de overgang van plannaar marktseconomie, zijn de traditio-

nele modellen onbruikbaar.
Toch is het onmiskenbaar dat de
Lucas-kritiek invloed op modelbouwers gehad heeft. Men is bescheidener geworden in gebruik en toepassing van grote macro-econometrische
modellen, daar waar men zonder de
Lucas-kritiek wellicht nog de pretentie had gehad de toekomst tot achter
de komma te kunnen voorspellen.

smaak en in technologic. Monetaire

bewegingen volgen nu de reele ontwikkeling en hebben geen enkele
zelfstandige invloed. De ontwikkeling van de reele-conjunctuurmodellen lijkt evenwel louter een vingeroefening voor onderzoekers in de VS
te zijn. Beleidsmakers lijken zich weinig aan te trekken van de conclusies.
Dit is een belangrijk verschil met het
monetaire werk van Lucas, waarvoor
geldt dat het de toon heeft gezet voor
de vormgeving van het huidige mone-

Slot
Lucas heeft zich sinds 1980 hoofdzakelijk op de groeitheorie gericht.
Samen met Paul Romer kan Lucas
gezien worden als de geestelijke
vader van de nieuwe of endogene
groeitheorie. Waar Romer het vooral
zoekt in de mogelijkheden voor over-

heden om groei te beinvloeden door

euze ondertoon. De rationele-ver-

wachtingenhypothese biedt geen
theorie over de vorming van verwachtingen. Individuen zijn alwetend. Diegene die met het werk van Lucas als
ijkpunt tot theorievorming op dit
terrein komt, wacht in de toekomst
ongetwijfeld een Nobelprijs.
Harry Garretsen en Elmer Sterken
De auteurs zijn resp. werkzaam bij de
Nederlandsche Bank en de RU Groningen.

5. R.E. Lucas, Making a miracle, Econome-

trica, jg. 61, 1993, biz. 251-272.

Auteurs