Ga direct naar de content

Nieuw kabinet kan transitie versnellen door energiemarkt te hervormen

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: januari 22 2026

Om de opwarming van de aarde te beperken, moeten fossiele brandstoffen zo snel mogelijk worden vervangen door hernieuwbare energiebronnen (IPCC, 2023). In het geval van Europa is die transitie bovendien een kwestie van welbegrepen eigen belang. Onze sterke afhankelijkheid van import van fossiele energie maakt ons geopolitiek en economisch kwetsbaar (Draghi, 2024), zoals we zagen rond de Russische inval in Oekraïne.

Een kleine vier jaar na die inval zijn de energieprijzen in Europa nog altijd relatief hoog én volatiel, laat Derck Koolen in dit dossier zien. Dat schaadt de wereldwijde concurrentiepositie van Europese en Nederlandse bedrijven (Wennink, 2025). De overstap naar hernieuwbare bronnen kan de Europese energieprijzen verlagen en zo de concurrentiepositie verbeteren (Scheepers en Van der Linden, 2025).

De energietransitie vergt echter een historische omwenteling van de Europese economie, en dat geldt in het bijzonder voor die van Nederland. Vanwege de Groningse gaswinning hebben Nederlandse beleidsmakers sterk ingezet op het benutten van die fossiele brandstof, zo laat Jan Luiten van Zanden zien. Mede daardoor kennen we een relatief energie-intensieve economische structuur (Schellekens en Fernandez, 2024), die we nu zullen moeten verduurzamen of afbreken.

Vergroten aanbod bijzonder succesvol

Die historische omwenteling begint met het vergroten van het aanbod van hernieuwbare energie. En wat dat betreft zijn we goed op weg. Na een lange aanloop­periode hebben zonne- en windenergie alle verwachtingen ovetroffen (Frederik, 2023). Sinds het Akkoord van Parijs uit 2015 is het aandeel van deze hernieuwbare bronnen in de Nederlandse energievoorziening ruim verzesvoudigd, laten Paul Koutstaal en Pieter Boot zien. Hierdoor hebben we kolen nauwelijks meer nodig – en dat scheelt nogal wat aan CO2-uitstoot.

De kosten van zonnepanelen zijn zodanig ver gedaald dat ze ook na afschaffing van de salderings­regeling nog renderen, rekenen Carlotta Masciandaro en Machiel Mulder voor.

En volgens Arjen Veenstra en Machiel Mulder maakt de kostendaling van wind en zon ook investeren in kernenergie minder aantrekkelijk – in theorie kan dat een goede aanvulling zijn op zon en wind (Mulder en Veenstra, 2023), maar over het geheel genomen lijkt kernenergie de maatschappij meer geld te kosten dan verder inzetten op zon en wind.

Rest energiesysteem blijft achter

Het vergroten van het aanbod van duurzame energie is dus bijzonder succesvol geweest, maar dat zorgt ook voor nieuwe problemen. De rest van het energiesysteem heeft de groei van het aanbod namelijk niet kunnen bijbenen.

Zo is de energievraag nog niet afgestemd op de wisselende beschikbaarheid van zon en wind. Er zijn daardoor steeds meer momenten waarop het aanbod veel groter is dan de vraag, met negatieve stroomprijzen als gevolg, terwijl de vraag en energieprijs op andere momenten wel hoog zijn (Gerlagh, 2023a).

Verder kan het elektriciteitsnetwerk niet goed voldoen aan de toenemende vraag naar transport (Hensgens et al., 2023). Hierdoor wachten inmiddels 14.000 bedrijven op de (zwaardere) stroomaansluiting die ze veelal nodig hebben om van aardgas en andere fossiele brandstoffen af te kunnen stappen (Rijksoverheid, 2025a).

En naast de netcongestie speelt op de achtergrond tevens nog een ander probleem op het elektriciteitsnetwerk: de netbeheerders hebben, mede door het steeds wisselende aanbod van wind en zon, meer moeite om vraag en aanbod realtime in balans te houden, waardoor het risico op een black-out toeneemt. Reyer Gerlagh laat in dit dossier zien dat de toename van wind en zon maar een deel van het verhaal is: het gebruik van algoritmen door netbeheerders lijkt ook een rol te spelen. En Yashar Ghiassi-Farrokhfal en Ronald Huisman bespreken hoe zon en wind meer kunnen bijdragen aan het balanceren van het net.

Tot slot loopt ook de regelgeving achter op de snel veranderde transitie, stellen Leonie Reins en Ronald Huisman. Zij pleiten voor adaptieve wetgeving die meer leunt op principes dan op sterk prescriptieve regels.

Netverzwaring gaat (te) langzaam

De achterstand van de rest van het energiesysteem begint nu op zijn beurt ook zijn tol te eisen voor de tot dusver zeer succesvolle aanbodontwikkeling: afgelopen zomer schroefde minister Hermans de wind-op-zee-ambities terug vanwege de gebrekkige businesscase, die mede het gevolg is van de tegenvallende elektriciteitsvraag (Rijksoverheid, 2025b). Zo dreigt de energietransitie te verzanden.

De verzwaring van het elektriciteitsnet, waardoor de elektriciteitsvraag van bedrijven weer gefaciliteerd kan worden, staat dus begrijpelijkerwijs hoog op de Haagse beleidsagenda (Rijksoverheid, 2025c). Die investeringen kosten tot 2040 honderden miljarden en zullen de nettarieven voor huishoudens verhogen.

Toch lijken de kosten van netverzwaring niet het grootste probleem. Berend Hopman en Peter Mulder rekenen voor dat het aandeel dat huishoudens van hun inkomen aan energie uitgeven als gevolg van de hogere nettarieven oploopt met maximaal twee procentpunt. Dat is beperkt, vergeleken met de zes procent energiekosten die met name lage inkomens nu al hebben als ze in een slecht geïsoleerd huis wonen.

De grotere beperking bij de netverzwaring is de arbeid die ervoor nodig is: het vergt veelal juist die arbeidskrachten waaraan we toch al een tekort hebben (Weterings et al., 2023). En ook de inpassing in de fysieke ruimte is in ons relatief dichtbevolkte land niet altijd eenvoudig (Tiekstra, 2025). Door de praktische beperkingen zal de netverzwaring niet een-twee-drie gerealiseerd zijn, hoezeer de overheid ook inzet op versnelling.

Zet in op ontlasting net

Omdat het elektriciteitsnet nog wel even de remmende factor zal blijven, zullen we de transitie zo veel mogelijk om de huidige schaarse netcapaciteit heen moeten realiseren (Florusse, 2023). Dat kan bijvoorbeeld door energie op te slaan op de momenten dat het aanbod groter is dan de vraag; met name als die opslag dicht bij de energiebron plaatsvindt, zal dat het net ontlasten (­Gerlagh, 2023b; Gerlagh en Schoot Uiterkamp, 2024). Arjen Veenstra en Machiel Mulder verkennen in dit dossier hoeveel batterijen er rendabel geëxploiteerd kunnen worden. En Diederik Samsom betoogt dat we nu ook echt werk moeten gaan maken van opslag via waterstof.

Ook het beperken van de elektriciteitsvraag tijdens de piekuren kan helpen om de druk op het net te verlichten. Reyer Gerlagh stelt dat we hiertoe veel meer gebruik moeten maken van prijsprikkels. Zo laten Peter Dijkstra, Dávid Kopányi, Floris van Montfoort en Machiel Mulder in een veldexperiment zien dat capaciteits- en tijdsafhankelijke nettarieven het piekgebruik kunnen beperken.

En het inrichten van meer decentrale energiesystemen – waarin huishoudens en bedrijven zo veel mogelijk lokaal opgewekte energie gebruiken en het gebruiksmoment op elkaar afstemmen – kan het elektriciteitsnetwerk eveneens ontlasten, betogen Annelies Huygen, ­Bernard ter Haar en Jacob Janssen. Dat beperkt immers de behoefte aan transport over grotere afstanden (Rooijers, 2025). En het verlaagt bovendien de kwetsbaarheid van het nieuwe energiesysteem, waar Coby van der Linde voor waarschuwt.

Dergelijke lokale energiesystemen kunnen volgens Derk Loorbach echter enkel een verschil maken als politici zich er hard voor maken: ze staan op gespannen voet met de centrale logica van het huidige op fossiele brandstoffen geschoeide energiesysteem en lopen daardoor snel vast op de bestaande regels en procedures.

Houd transitie in beweging

Een nieuw kabinet doet er dus verstandig aan om niet op de handen te zitten in afwachting van de netverzwaring: door het energiesysteem te hervormen kan de huidige schaarse netwerkcapaciteit effectiever worden benut zodat het aandeel van hernieuwbare bronnen in de energievoorziening kan blijven toenemen.

Om de transitie in beweging te houden, zullen dan ook het aanbod en de vraag weer moeten toenemen. Laurens de Vries, Kenneth Bruninx en Yulia Sergeeva bespreken hoe de businesscase voor wind op zee kan worden vlot getrokken. En Camiel Schuijren en Floris Swets betogen dat we af moeten van het beleid gericht op generieke elektriciteitsbesparing: dat past niet meer bij de situatie waarin we de elektriciteitsvraag juist willen stimuleren tijdens de momenten van overvloedige duurzame energie.

Politiek moet prioriteren

Maar in het licht van de huidige schaarsten zal een nieuw kabinet ook moeilijke keuzes moeten maken (Kleinknecht, 2024). Zolang er bedrijven wachten op een stroomaansluiting, is het wenselijk om de duurzame energie die wel beschikbaar is maatschappelijk zo effectief mogelijk in te zetten. Martijn Blom, Ward van Santen en Bettina Kampman bespreken hoe we ervoor kunnen zorgen dat de energie het eerst terechtkomt bij bedrijven die het meest bijdragen aan de verduurzaming en het Nederlandse verdienvermogen.

En zolang de transitie kampt met een tekort aan arbeidskrachten, doen we er ook goed aan te kiezen waar we de wel beschikbare capaciteit inzetten (­Weterings et al., 2023). Hier biedt de analyse van Emile Cammeraat, Nihal Chehber, Tobias Hlobil, Özge Özdemir, Lucas Smits, Adriaan Soetevent en Casper Vedder perspectief. Zij laten zien dat de benodigde investeringen in het Europese hoogspanningsnet afhangen van de toekomstige beschikbaarheid en kosten van kernenergie: naarmate kernenergie straks ruimer voorradig en goedkoper is, kan de netwerkcapaciteit beperkter blijven en vice versa. Een scherper inzicht in hoe die afruil voor Nederland uitpakt, kan helpen om de schaarse arbeidskrachten gerichter in te zetten: mogelijk zijn de investeringen in kernenergie en in netwerkcapaciteit deels substituten en is het efficiënter om op een van beide te focussen.

Hoe de energietransitie – en daarmee de Nederlandse economie – zich verder ontwikkelt, hangt al met al sterk af van de keuzes die een nieuw kabinet maakt. Terwijl de overheid zich lang gericht heeft op het stimuleren van het aanbod van het hernieuwbare energie, vergt het op stoom houden van de energietransitie nu ook een hervorming van de energiemarkt en -vraag. Dat maakt de huidige kabinetsformatie geen sinecure: de transitiekeuzes die we nu (niet) maken, zijn in het huidige geopolitieke klimaat bepalend voor de toekomst van onze economie.

Getty Images

Literatuur

Draghi, M. (2024), The future of European competitiveness. A competitiveness strategy for Europe. Europese Commissie Rapport, september. Te vinden op commission.europa.eu.

Frederik, J. (2023) Zelfs optimisten zijn te pessimistisch: schone energie wordt spotgoedkoop. De Correspondent, 9 mei.

Florusse, L. (2023) Herontwerp energiemarkt nu netcapaciteit het schaarse goed wordt. ESB, 108(4818), 74–76.

Gerlagh, R. (2023a) Behoud saldering en zet in op dynamische energie­tarieven. ESB, 108(4822), 282–283.

Gerlagh, R. (2023b) Laten we niet vast blijven zitten in de logica van het huidige energiesysteem. Naschrift op esb.nu, 30 mei.

Gerlagh, R. en M. Schoot Uiterkamp (2024) Zon en wind zorgden voor forse verlaging in elektriciteitskosten. ESB, 109(4838), 472–475.

Hensgens, R., P. Nillessen en Rob Wessels (2023) Energietransitie vergt aanpassing regulering netbeheerders. ESB, 106(4804), 578–581.

IPCC (2023) Climate Change 2023: AR6 Synthesis Report. Intergovernmental Panel on Climate Change.

Kleinknecht, R.H. (2024) Toekomstige welvaart hangt af van onze reactie op huidige schaarsten. Het Financieele Dagblad, 30 oktober.

Mulder, M. en A. Veenstra (2023) Kerncentrale past goed in energiesysteem met veel hernieuwbare bronnen. ESB, 108(4818), 66–69.

Rijksoverheid (2025a) Aanpak netcongestie. Kamerbrief, KGG / 101340766.

Rijksoverheid (2025b) Het Windenergie Infrastructuurplan Noordzee. Kamerbrief, DGKE-DRE / 99614154.

Rijksoverheid (2025c) Schakelen naar de toekomst – IBO Bekostiging Elektriciteitsinfrastructuur.

Rooijers, E. (2025) Slim stroomnet zoals in Scheveningen kan miljarden aan nieuwe kabels besparen. Het Financieele Dagblad, 29 december.

Scheepers, M. en M. van der Linden (2025) Weerbaarheid van het energie­systeem tegen een energiecrisis. TNO Rapport, 2025 R11805.

Schellekens, B. en R. Fernandez (2024) Maak ruimte voor de toekomst en bouw energie-intensieve basisindustrie af. ESB, 109(4837S), 74–79.

Tiekstra, J. (2025) Strijd over grond tussen gemeenten en net­beheerders. Binnenlands Bestuur, 06–2025.

Wennink, P. (2025) De route naar toekomstige welvaart: Een sterk Nederland in een relevant Europa. Rapport Wennink, december.

Weterings, A., J. Bakens, M. Thissen et al. (2023) Tekort aan ­technici voor de energietransitie vergt prioritering in investeringen. ESB, 108(4821), 222–225.

Auteur

Categorieën

Plaats een reactie