Ga direct naar de content

Niet elke start-up verdient overheidssteun

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: mei 28 2026

Nederland moet investeren in het toekomstig verdienvermogen om de huidige maatschappelijke uitdagingen – waar­onder de klimaattransitie, vergrijzing en de geopolitieke afhankelijkheid – het hoofd te bieden, betoogt het rapport van Wennink (2025). In het rapport is veel aandacht voor start-ups als de motor van innovatie. Alleen draait die motor niet op volle toeren.

Doorgroei start-ups hapert

Start-ups in Nederland hebben moeite om door te groeien (Wennink, 2025). Killian McCarthy laat in deze ESB zien dat ­Nederland, ondanks de intensieve investeringen in onderzoek en ontwikkeling (OESO, 2024), relatief weinig succesvolle ­ondernemingen baart. ‘Slechts’ tien Nederlandse start-ups schopten het de voorbije tien jaar tot unicorn – een privaat bedrijf dat de mythische waarderingsgrens van 1 miljard dollar overschrijdt.

Terwijl de doorgroei in Nederland hapert, worden Nederlandse start-ups steeds vaker opgekocht door Amerikaanse investeerders, zo laten Barbara Baarsma en Guntars Upis zien. Dat zijn Nederlandse ideeën die Amerikaanse werkgelegenheid ondersteunen, en elders de strategische technologieën van de toekomst gaan ontwikkelen.

Meer brandstof

Om de start-up-motor aan te drijven, pleit Wennink ervoor ­publieke middelen vrij te maken en private investeringen te stimuleren. Het kabinet werkt aan meer durfkapitaal vanuit de pensioenfondsen (Tweede Kamer, 2025) en wil binnen twee jaar een Nationale Investeringsinstelling realiseren (Coalitie­akkoord, 2026) – Laurens Dassen en Kevin Çakim zetten daarvoor de argumenten op een rij.

Het is echter onzeker of louter financiële brandstof daadwerkelijk het verschil zal maken. Ondernemers geven financieringsproblemen zelden aan als belemmering, schrijft Jasper H. van Dijk. Andere obstakels voor Nederlandse groeibedrijven, zoals de gefragmenteerde Europese afzetmarkt, zijn volgens Van Dijk aannemelijker.

Felix Zwart meent dat  overheidsstimuli wel degelijk het verschil kunnen maken. Met een historische analyse toont hij dat overheidskapitaal vaak een noodzakelijk duwtje in de rug van private investeerders was om risicovolle innovatieve projecten te financieren. Tommy Span, Anique ter Braake, Daniëlle den Dulk en Thomas Vrolijk laten zien dat bedrijven die baanbrekende technologieën ontwikkelen, de zogenaamde deeptech-start-ups, ook tegenwoordig veel vaker gebruikmaken van steunmaatregelen.

Gerichte steun

Wil kapitaal een verschil maken, dan is het in ieder geval zaak dat het terecht komt bij de start-ups die een relevante bijdrage beloven aan maatschappelijke transities en toekomstige welvaart: niet elke financieringsbehoefte van starters hoeft ingevuld te worden. Vaak gaat het simpelweg om projecten met een marginaal rendement. Zo tonen Rachid Aguelmous, Jaap Jansen en Lona Verklooijen dat de bovengemiddelde financierings­moeilijkheden van ondernemers met een buiten-Europese herkomst geen marktfalen is, maar het gevolg van ondermaatse bedrijfsprestaties.

Vinzenz Ziesemer en Julia van Rijn komen tot vijf criteria waaraan een doelmatige regeling zou moeten voldoen. Hun paradoxale conclusie is dat slim investeringsbeleid succesvolle investeerders aanmoedigt om hun winsten opnieuw te investeren, maar dat juist die investeerders zich weinig aan overheidsstimulering gelegen laten liggen.

Een weg uit de paradox kan zijn om beleid te richten op het vergroten van de groep succesvolle investeerders. Anne-Sophie Halbertsma breekt daartoe een lans voor het stimuleren van financiële werknemersparticipatie bij groeibedrijven. Dat zorgt ervoor dat het rendement van succesvolle innovaties meer mensen toekomt, en zij op hun beurt kunnen herinvesteren in nieuwe innovatieve projecten.

Hoewel meer brandstof dus een deel van de oplossing kan zijn, zullen beleidsmakers scherp in de gaten moeten houden of de start-up-motor er inderdaad beter van gaat draaien én of dat inderdaad bijdraagt aan ons verdienvermogen en de oplossing van de maatschappelijke uitdagingen. Alleen dan dragen groeibedrijven immers daadwerkelijk bij aan onze toekomstige welvaart.

Literatuur

Coalitieakkoord (2026) Aan de slag: Bouwen aan een beter Nederland. Coalitieakkoord 2026–2030. Te vinden op www.kabinetsformatie2025.nl.

OESO (2024) Main science and technology indicators. OECD Dataset.

Tweede Kamer (2025) Investeren in een weerbare en toekomstbestendige economie: het 3%-R&D-actieplan. Kamerbrief, 33009, nr. 165.

Wennink (2025) De route naar toekomstige welvaart: Een sterk Nederland in een relevant Europa. Rapport Wennink, december.

Auteur

Plaats een reactie