Ga direct naar de content

Nederlandse ontslagbescherming kan adoptie van AI vertragen

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: juli 30 2026

Nederland behoort tot de Europese innovatietop, maar nieuwe technologieën worden in bestaande bedrijven langzaam toegepast. Naast gebrek aan kapitaal en marktfragmentatie spelen arbeidsmarktinstituties mogelijk een rol.

In het kort

  • Nederland innoveert sterk, maar de implementatie van technologie in bedrijven blijft achter.
  • Strengere ontslagbescherming hangt internationaal samen met een lagere ­adoptie van AI en vergelijkbare technologie.
  • Flexibele arbeidsmarkten versnellen vooral organisatorisch ingrijpende technologische veranderingen.

Nederland behoort tot de innovatieve voorhoede van Europa. Samen met Zweden en Denemarken zijn we innovatieleiders volgens het Europees Innovatiescoreboard (Europese Commissie, 2026), we beschikken over sterke kennisinstellingen en huisvesten bedrijven die mondiaal technologisch toonaangevend zijn.

Maar innovatie is nog geen adoptie. In beleid en debat worden de termen innovatie en technologieadoptie vaak als synoniemen gebruikt, terwijl de economische literatuur al langer onderscheid maakt tussen technologische innovatie en diffusie (David, 1990). Innovatie draait om het ontwikkelen van nieuwe ideeën en technieken; adoptie om de toepassing ervan binnen bestaande organisaties. Ervaringen uit het verleden leren ook dat nieuwe technologie zelden direct tot hogere productiviteit leidt. De economische literatuur over elektriciteit, ICT en andere zogenoemde general purpose technologies benadrukt dat substantiële productiviteitswinsten vaak pas ontstaan nadat bedrijven hun organisatie en productieprocessen hebben aangepast (Bresnahan en Trajtenberg, 1995).

Juist bij de stap naar adoptie stokt het vaak. Zo benadrukte Wennink (2025) dat Nederland en de rest van Europa weliswaar goed zijn in het ontwikkelen van technologie, maar moeite hebben met het opschalen en toepassen ervan in bestaande bedrijven. Innovatie bereikt te langzaam de productievloer.

De verklaring voor de beperkte diffusie wordt vaak gezocht in gebrek aan risico­kapitaal, marktfragmentatie of regeldruk. Minder aandacht krijgt de rol van arbeidsmarktinstituties, terwijl juist die mede bepalen hoe kostbaar technologische verandering voor bedrijven is. Nieuwe technologie vergt tenslotte vaak organisatorische aanpassingen en herschikking van taken.

Het belang van diffusie geldt in het bijzonder voor kunstmatige intelligentie (AI). Hoewel de macro-economische productiviteitseffecten van AI nog onzeker zijn en de toepassingsmogelijkheden van AI verschillen tussen sectoren en beroepen, laten microstudies al aanzienlijke efficiëntiewinsten in specifieke toepassingen zien (Brynjolfsson et al., 2025). In Nederland maakt vooralsnog echter slechts ongeveer dertien procent van de bedrijven gebruik van AI-technologieën, terwijl dat percentage in andere Europese landen hoger ligt (figuur 1). Die verschillen tussen landen zijn opvallend, omdat toegang tot technologie en kennis het patroon nauwelijks kan verklaren. Dat maakt de vraag relevant welke factoren de brede diffusie van AI binnen bestaande organisaties kan beïnvloeden.

Figuur 1: Aandeel bedrijven dat aangeeft AI-technologieën te gebruiken
Een staafdiagram toont het percentage van verschillende categorieën waarbij Den het hoogste percentage heeft en Ita het laagste, met Ned in het midden gemarkeerd in oranje.

Beschrijving gegenereerd door AI
Bron: Europese Commissie (2025b) | ESB

Recent wezen Baarsma en Santolim (2026; in dit ­nummer) erop dat AI-adoptie samenhangt met de mate van arbeidsmarktconcurrentie die werknemers ervaren. Terwijl hun analyse vooral de prikkels aan werknemerszijde benadrukt, analyseer ik in dit artikel de rol van ontslagbescherming en reorganisatiekosten bij technologieadoptie door bedrijven. De ontslagbescherming is relevant omdat de invoering van AI vaak herverdeling van taken, omscholing van personeel en organisatorische aanpassingen vereist, waardoor ontslag- en reorganisatiekosten een rol kunnen spelen bij adoptiebeslissingen van bedrijven. Voor de analyse gebruik ik een Flash Eurobarometer uit 2025 en combineer ik deze met OESO-indicatoren voor ontslagbescherming. De data bestrijken bijna vijftienduizend bedrijven in Europa en daarbuiten, en bevatten gedetailleerde informatie over de adoptie van AI en andere geavanceerde technologieën.

AI en ontslagbescherming

In landen met strengere regels rond collectief ontslag adopteren bedrijven significant minder vaak AI en andere technologieën die organisatorische aanpassing vereisen, zo tonen de data (tabel 1). Deze samenhang blijft overeind wanneer wordt gecontroleerd voor verschillen in productiviteit, sectorstructuur, bedrijfsomvang, exportoriëntatie en de door bedrijven ervaren beschikbaarheid van personeel met de juiste vaardigheden (Canton, 2026).

De relatie blijkt bovendien selectief: voor meer modulaire technologieën, zoals cloud computing of Internet of Things, is ze zwak of afwezig. Dat wijst erop dat vooral technologieën die taken herverdelen en organisatiestructuren veranderen, gevoelig zijn voor arbeidsmarktinstituties. Mogelijk komt dit doordat organisatorisch ingrijpende technologieën, zoals AI, verschillen van meer modulaire digitale technologieën omdat zij vaak substantiële aanpassingen van werkprocessen, taakverdeling en organisatiestructuur vereisen. Voor meer modulaire technologieën zijn die aanpassingen beperkter, omdat zij doorgaans kunnen worden ingevoerd zonder ingrijpende veranderingen in personeelsinzet of organisatie. Reorganisatie- en ontslagkosten spelen daardoor een veel kleinere rol.

Verschillen tussen bedrijven

Naarmate bedrijven groter worden, lopen de internationale verschillen in AI-adoptie sterker uiteen. In landen met minder stringente ontslagbescherming neemt AI-adoptie sterker toe met bedrijfsomvang dan in landen waar reorganisaties kostbaarder zijn (Canton, 2026). Dat patroon is consistent met het idee dat organisatorische aanpassingskosten vooral zwaar wegen voor grote organisaties met omvangrijke bestaande personeelsbestanden. Bij kleine en middelgrote bedrijven zijn de verschillen tussen landen aanzienlijk kleiner. Institutionele fricties lijken daarmee vooral relevant voor grote bestaande bedrijven, waar brede diffusie van AI potentieel de grootste productiviteitseffecten kan hebben.

Figuur 2 illustreert dat de kosten van herstructurering sterk uiteenlopen tussen landen. Gemeten in gemiddelde jaarlijkse loonkosten per bij de reorganisatie betrokken werknemer bedragen deze kosten in Nederland circa 2,6 jaarsalarissen. In Zuid-Europese landen liggen de kosten veel hoger dan in Noord-Europa en Angelsaksische economieën. Nederland bevindt zich in de middenmoot, maar de kosten zijn nog steeds aanzienlijk.

Figuur 2: Verschillen in kosten van herstructurering tussen landen
Het staafdiagram toont het gemiddelde aantal jaarsalarissen per werknemer in verschillende landen waarbij Spanje het hoogste en Zweden het laagste aantal heeft.

Beschrijving gegenereerd door AI
Data: Coatanlem en Coste (2025); Canton (2026) | ESB

Dat juist grote bedrijven terughoudender lijken bij AI-adoptie is op het eerste gezicht opvallend. Juist zij beschikken doorgaans over kapitaal, kennis en schaalvoordelen. Een mogelijke verklaring ligt in de aard van AI-implementatie.

AI invoeren betekent zelden alleen nieuwe software installeren. De technologie vraagt vaak om aanpassing van werkprocessen, herschikking van taken, omscholing van personeel en soms reorganisatie. In organisaties met veel werknemers kunnen die aanpassingskosten aanzienlijk oplopen, zeker wanneer reorganisaties juridisch complex of kostbaar zijn. Dat kan ertoe leiden dat juist grote bestaande bedrijven terughoudender zijn met organisatorisch ingrijpende technologieën.

Kleine en jonge bedrijven hebben daar vaak minder last van, omdat zij minder bestaande structuren hoeven aan te passen. Nieuwe technologie kan daardoor eenvoudiger worden geïntegreerd. Het is niet gek dat verschillen in AI-adoptie tussen landen vooral zichtbaar zijn bij grotere bedrijven.

Dat start-ups en snelgroeiende bedrijven minder gehinderd worden door strikte ontslagbescherming is positief, maar onvoldoende om de productiviteit van de economie als geheel te verhogen, omdat bestaande middelgrote en grote bedrijven het grootste deel van de werkgelegenheid en toegevoegde waarde vertegenwoordigen. Brede productiviteitsgroei vereist daarom diffusie naar bestaande organisaties. Als arbeidsmarktinstituties die diffusie afremmen, ontstaat een duale economie met een kleine technologische voorhoede en een grote groep achterblijvers.

Flexicurity als verklarende schakel

De spanning tussen arbeidsbescherming en technologieadoptie is geen natuurwet. Landen met relatief lage reorganisatiekosten, zoals Denemarken en in mindere mate Zweden, adopteren vaker technologieën die organisatorische aanpassing vereisen (figuur 2). Deze landen combineren relatief soepele arbeidsmarktaanpassing met uitgebreide sociale zekerheid en actief arbeidsmarktbeleid.

Economisch gezien verschuift zo’n flexicurity-systeem een deel van de risico’s van technologische verandering van individuele bedrijven naar de samenleving als geheel. Dat verlaagt de verwachte kosten van reorganisatie en kan technologieadoptie aantrekkelijker maken, terwijl werknemers vertrouwen behouden in het systeem.

Nederland bevindt zich institutioneel in een tussenpositie. Het ontslagrecht is minder rigide dan in sommige Zuid-Europese landen, maar duidelijk strenger dan in Angelsaksische economieën. Tegelijkertijd is de sociale zekerheid relatief goed ontwikkeld.

Het feit dat de bescherming gekoppeld is aan de specifieke baan, kan echter de snelheid beperken waarmee AI binnen bestaande organisaties wordt ingevoerd omdat het de reorganisatiekosten voor grote werkgevers verhoogt. Bescherming die is gekoppeld aan het individu, via werkzekerheid en mobiliteit, kan aanpassing juist vergemakkelijken.

Conclusie

De samenhang tussen arbeidsmarktinstituties en technologieadoptie maakt duidelijk dat productiviteitsgroei niet uitsluitend een kwestie is van innovatiebeleid. De manier waarop samenlevingen omgaan met werkzekerheid en reorganisatiekosten beïnvloedt in belangrijke mate of nieuwe technologieën daadwerkelijk worden toegepast.

Nederland is sterk in technologische ontwikkeling, maar de brede organisatorische doorwerking van nieuwe technologie verloopt vaak trager. Het lijkt erop dat arbeidsmarktinstituties die sterker in de richting van flexicurity zijn vormgegeven, de adoptie van AI kunnen vergemakkelijken. Daarmee kan flexicurity worden gezien als een institutioneel kader dat beter aansluit bij brede productiviteitsgroei, zonder afbreuk te hoeven doen aan de sociale bescherming.

Getty Images

Literatuur

Baarsma, B. en R. Ribas Santolim (2026) Meer AI-adoptie als werknemers concurrentie op arbeidsmarkt ervaren. ESB, 111(4858), 322-323.

Bresnahan, T.F. en M. Trajtenberg (1995) General purpose technologies: ‘Engines of growth’? Journal of Econometrics, 65(1), 83–108.

Brynjolfsson, E., D. Li en L. Raymond (2025) Generative AI at work. The Quarterly Journal of Economics, 140(2), 889–942.

Canton, E. (2026) Employment protection, adjustment costs, and technology adoption. DG R&I Working Paper, Europese Commissie.

Coatanlem, Y. en O. Coste (2025) Cost of failure, disruptive innovation and targeted flexicurity: More evidence supporting targeted reforms. Institute for European Policymaking, Università Bocconi, Working Paper, november.

David, P.A. (1990) The dynamo and the computer: An historical perspective on the modern productivity paradox. The American Economic Review, 80(2), 355–361.

Europese Commissie (2025) Startups, scaleups and entrepreneurship. Flash Eurobarometer 559. Europese Commissie, Rapport. Te vinden op europa.eu.

Europese Commissie (2026) European Innovation Scoreboard 2026. Europese Commissie. Te vinden op research-and-innovation.ec.europa.eu.

Wennink (2025) De route naar toekomstige welvaart: Een sterk Nederland in een relevant Europa. Rapport Wennink, december.

Auteur

  • Erik Canton

    Plaatsvervangend hoofdeconoom bij het directoraat-generaal Onderzoek en Innovatie van de Europese Commissie

Plaats een reactie