
Ongeveer een kwart van het Nederlandse consumptiemandje wordt geïmporteerd, waardoor de Nederlandse inflatie gevoelig is voor buitenlandse prijsontwikkelingen. Dit blijkt uit een koppeling van inflatiedata (geharmoniseerde consumentenprijsindex, HICP) met handelsdata (FIGARO) voor 2023.
De figuur laat zien welk deel van de totale HICP en van de onderliggende categorieën – diensten, industriële goederen, voedsel en energie – uit het buitenland afkomstig is. De HICP-inflatie is een naar Europese standaard geharmoniseerde statistiek en gebaseerd op het pakket goederen en diensten dat huishoudens in Nederland consumeren – het consumptiemandje.
In totaal bestaat veertien procent van de HICP uit direct geconsumeerde import en tien procent uit import die eerst wordt ingezet in productie. De directe import betreft goederen en diensten die consumenten rechtstreeks aanschaffen in de vorm waarin ze uit het buitenland komen, zonder verdere bewerking in Nederland, zoals bijvoorbeeld kleding en telefoons. De indirecte import betreft goederen en diensten die eerst worden verwerkt in Nederlandse productie voordat deze worden geconsumeerd, zoals bijvoorbeeld machines.
De mate waarin buitenlandse prijsontwikkelingen doorwerken in Nederlandse consumentenprijzen verschilt tussen beide typen import. Prijsveranderingen van directe import werken doorgaans sneller door in de HICP-inflatie dan prijsveranderingen van indirecte import. Dit komt omdat producenten vaak een deel van de importprijsverandering in eerste instantie zelf opvangen voordat ze deze doorberekenen aan consumenten. Bij industriële goederen en energie is het importaandeel het hoogst (circa dertig procent). Diensten hebben het laagste importaandeel (achttien procent).
Auteurs
Categorieën