
In de discussie over het oplossen van arbeidstekorten gaat de aandacht vaak uit naar internationale studenten en de kans dat ze in Nederland blijven. Minder zichtbaar is dat ook een niet te verwaarlozen deel van de Nederlandse afgestudeerden na hun studie uit Nederland vertrekt.
Een jaar na afstuderen woont gemiddeld drie procent van de Nederlandse wo-masteralumni niet meer in Nederland. Vijf jaar na afstuderen is dat aandeel zes procent, wat oploopt tot bijna acht procent tien jaar na afstuderen. Met de laatste paar jaar zo’n 35.000 Nederlandse afgestudeerden per afstudeercohort komt dit neer op bijna 2.000 alumni na vijf jaar. Ter vergelijking: dertig procent van de internationale alumni verblijft nog in Nederland na vijf jaar, goed voor ruim 7.000 alumni per cohort.
Uit de figuur blijkt dat het aandeel vertrekkende studenten sterk wisselt per studierichting. Bij wiskunde en natuurwetenschappen is het aandeel vertrekkers het grootst: zeven procent is een jaar na afstuderen vertrokken, na vijf jaar is dat opgelopen tot twaalf procent. Een mogelijke verklaring voor het hoge percentage zijn de aantrekkelijke baankansen in het buitenland. Ook bij de studierichting landbouw, diergeneeskunde en -verzorging is het aandeel relatief hoog, met meer dan negen procent na vijf jaar.
Studierichtingen waarbij een baan veelal een goede kennis van de lokale taal vereist, hebben het laagste aandeel vertrekkende studenten; bij de studierichtingen onderwijs, en gezondheidszorg en welzijn zijn tien jaar na afstuderen respectievelijk drie en vijf procent van de afgestudeerden vertrokken.
Dat jaarlijks honderden Nederlandse afgestudeerden Nederland verlaten, laat zien dat het verminderen van arbeidstekorten niet uitsluitend een kwestie is van het aantrekken van internationale studenten. Het is ook belangrijk om Nederlandse afgestudeerden te behouden.
Auteurs
Categorieën