Ga direct naar de content

‘Nederland kan rond 2000 ­productiever geweest zijn dan de VS’

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: juni 23 2026

Diverse economen, onder wie de Nobelprijswinnaars Krugman en Aghion, raakten de afgelopen weken in discussie over de Europese productiviteitsachterstand ten opzichte van de Verenigde Staten: hoe groot is die achterstand nu echt? Robert Inklaar, hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen en ontwikkelaar van de Penn World Database waaruit de auteurs putten, licht de discussie toe.

Wat is er precies aan de hand?

“De aanleiding voor deze discussie is figuur 1 uit het rapport van Draghi (2024), waaruit blijkt dat Europese landen qua arbeidsproductiviteit na de Tweede Wereldoorlog lange tijd naar het niveau van de Verenigde Staten zijn toegegroeid, maar dat de kloof sinds het midden van de jaren negentig weer groter is geworden. De productiviteitscijfers in die figuur houden rekening met verschillen in koopkracht tussen landen in het jaar 2010.

Robert Inklaar is hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen

Ackerman [2026] liet zien dat het relatieve niveau van arbeidsproductiviteit in Europa vrijwel constant blijft als je de maatstaf jaarlijks corrigeert voor prijsverschillen tussen landen, in plaats van dat je de prijsverschillen in een vast ankerjaar als uitgangspunt neemt, zoals Draghi doet. Je zou verwachten dat beide benaderingen tot vergelijkbare conclusie leiden, maar de data laten iets anders zien en de reden is nog steeds een puzzel [Inklaar, 2026].

Krugman [2026a] trok uit de statistiek van Ackerman de conclusie dat Europa sinds 2000 niet verder is gaan achterlopen op de VS. Aghion en collega’s betoogden dat de achterstand wel degelijk is toegenomen [Aghion et al., 2026]. Zij argumenteren dat de maatstaf met een vast ankerjaar een beter beeld geeft van productiviteit in Europa, wat Krugman [2026b] betwist omdat dat impliceert dat Nederland rond 2000 een hoger productiviteitsniveau had dan de Verenigde Staten.

Duidelijk is echter dat de productiviteitsgroei in Europa sinds de eeuwwisseling lager is dan in Amerika [Inklaar, 2026]. Het is minder relevant wat nou het relatieve niveau was en is.”

Maar Nederland kan rond 2000 dus productiever zijn geweest dan de VS?

“Het zou goed kunnen dat in bepaalde jaren de productiviteit in Nederland hoger lag dan in de VS en sindsdien is teruggevallen. Maar bij het vergelijken van productiviteitsniveaus past enige bescheidenheid. Internationale prijs- en volumevergelijkingen blijven lastig te maken. Bij sommige goederen, zoals een pak rijst, is het nog relatief goed te doen, maar bij veel andere producten wordt het al snel moeilijk. Is ‘kaas’ in Nederland bijvoorbeeld echt vergelijkbaar met die in Frankrijk? En in Nederland zitten landspecifieke producten als stroopwafels in het boodschappenmandje, terwijl die elders niet relevant zijn. Wat het extra lastig maakt, is dat kleine meetverschillen in prijsindices al snel grote effecten hebben op de geschatte productiviteitsniveaus.

Omdat de productiviteitsniveaus dus lastig te vergelijken zijn, kunnen we niet met zekerheid zeggen of Nederland van een min of meer gelijk niveau rond 2000 achterop is geraakt ten opzichte van de VS, of dat Nederland destijds een voorsprong had die het sindsdien heeft ingeleverd.”

In een recent online verschenen ESB-artikel corrigeren Olij et al. de productiviteitscijfers ook voor koopkrachtverschillen: is dat problematisch?

“Nee, want de vraag in dat artikel is anders: niet het verloop door de tijd maar het relatieve niveau op een bepaald moment. Ondanks de meetonzekerheid is een correctie voor koopkracht belangrijk om de productiviteitscijfers internationaal te vergelijken.”

Welke maatstaf is het belangrijkst voor het Nederlands beleid?

“De discussie rond koopkrachtpariteiten is vooral relevant voor internationale vergelijkingen. Voor veel beleid is vooral de productiviteitsgroei in eigen land belangrijk; daarvoor zijn koopkrachtpariteiten niet zo relevant. Het beeld is duidelijk: de productiviteit in Europa – en Nederland – groeit traag en trager dan in de Verenigde Staten. De boodschap blijft dus dat Europa werk moet maken van de productiviteitsgroei.”

Literatuur

Ackerman, S. (2026) Europe’s productivity keeps outpacing the US. Blog op sethackerman.substack.com, 19 februari.

Aghion, P., A. Bergeaud en L. Garicano (2026) The mismeasurement of European productivity (revised). Blog op www.siliconcontinent.com, 31 mei.

Draghi, M. (2024) The future of European competitiveness: A competitiveness strategy for Europe. Europese Commissie Rapport, september. Te vinden op commission.europa.eu.

Krugman, P. (2026a) Europe v America: Who’s really winning? Blog op paulkrugman.substack.com, 25 februari.

Krugman, P. (2026b) Europe versus America: A response to the critics. Blog op paulkrugman.substack.com, 30 mei.

Inklaar, R. (2026) Comparing PPP changes with relative inflation:

Evidence from PWT, Eurostat/BEA, and official PPP statistics, 31 mei. Te vinden op github.com/rcinklaar/pppnote.

Olij, S., N. Adžić en D. van de Linde (2026) Sectorale prijsverschillen vertekenen Nederlandse productiviteitscijfers.ESB, te verschijnen.

Auteur

Categorieën

Plaats een reactie