Naast al de verkiezingsretoriek stonden de algemene politieke beschouwingen ook even in het teken van de buffelboete. GroenLinks-PvdA fractievoorzitter Frans Timmermans stelde naar aanleiding van onze eerdere ESB-publicatie (De Vos en Koopmans, 2025) vragen over de buffelboete en polste of dit niet nog bij dit belastingplan recht gezet zou kunnen worden.
In zijn reactie beaamde minister-president Schoof dat er in sommige gevallen sprake zou kunnen zijn van een lagere arbeidskorting, maar hij dacht dat er veel minder mensen last van zouden hebben dan de 800.000 die wij schatten (De Vos en Koopmans, 2025). Ingrijpen vindt hij dan ook niet nodig: het effect van de lagere heffingskortingen zou als sneeuw voor de zon verdwijnen als ook rekening zou worden gehouden met de loonstijging en ander beleid van het kabinet Schoof. Daarom, is de redenatie van het kabinet, zien de koopkrachtplaatjes er voor elk inkomenskwintiel goed uit.
Deze redenatie klopt alleen niet. Loonstijgingen zorgen voor koopkrachtstijging, maar ze compenseren lagere inkomens niet meer dan hogere inkomens en de compensatie bereikt niet de juiste mensen en is te weinig.
Onvoldoende compensatie
De buffelboete zorgt ervoor dat lagere inkomens netto minder overhouden van hetzelfde brutoloon. Koopkrachtstijging is dan nog steeds mogelijk als het brutoloon genoeg stijgt, maar dat betekent niet dat iemand met een loonstijging niet de dupe is van de buffelboete. Wanneer iemand meer dan 11.000 verdient maar minder dan 26.500 euro betaalt hij of zij in 2026 meer belasting dan met de belastingregels van 2024. Ook al was er een loonstijging. De buffelboete zorgt er dus hoe dan ook voor dat het beleid van het kabinet expliciet mensen met een laag arbeidsinkomen op achterstand zet ten opzichte van mensen met een hoger inkomen.
In theorie zou de buffelboete wel via andere fiscale maatregelen of inkomenssteun gecompenseerd kunnen worden. Schoof wees daar ook op tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen: het kindgebonden budget en de huurtoeslag zouden door het kabinet extra worden verhoogd. Deze compensatie is echter alleen beschikbaar voor huishoudens met kinderen en een sociale huurwoning en zelfs als een huishouden gecompenseerd wordt is deze compensatie bijna nooit voldoende. De huurtoeslag gaat volgens de Miljoenennota met iets minder dan twaalf euro per maand omhoog en het kindgebonden budget met 75 euro per kind per jaar (In de Miljoenennota staat 184 euro, maar dat is ten opzichte van het basispad waarin een verlaging staat van 136 euro; daar komt wel nog indexatie bij). Je wordt dus alleen volledig gecompenseerd als je vier kinderen hebt en in een sociale huurwoning woont. Dit is, gegeven het feit dat relatief veel gedupeerden van de buffelboete minder dan 25 jaar oud zijn, niet heel realistisch.
Koopkrachtplaatjes missen buffelboete
De compensatie voor de buffelboete is in de meeste gevallen dus te beperkt. Dat de buffelboete niet zichtbaar is in de koopkrachtplaatjes van het Centraal Planbureau, komt waarschijnlijk omdat deze te grofmazig is om de buffelboete te zien. De koopkrachtplaatjes worden gemaakt op basis van huishoudens, terwijl de buffelboete neerslaat bij personen. Als één persoon in het huishouden door een lagere arbeidskorting wordt gedupeerd kan dat gecompenseerd worden door een hogere arbeidskorting van iemand anders in hetzelfde huishouden. Op het niveau van de koopkrachtplaatjes is er dan geen vuiltje aan de lucht, maar in het huishouden kan het inkomen flink verschuiven.
Deze compensatie van de buffelboete in het huishouden lijkt relatief vaak plaats te vinden. Zo zijn er in 2026 naar schatting 820.000 mensen met een persoonlijk inkomen uit arbeid tussen de 11.100 en 26.500. Tegelijkertijd zijn er slechts 230.000 huishoudens in dezelfde inkomensklasse. Voor 590.000 ontvangers van de buffelboete geldt dus dat iemand anders in het huishouden ook geld verdient. Deze tweede verdiener is bovendien best vaak iemand met een hoog inkomen. Het komt daarmee zeer vaak voor dat werknemers die zelf een laag arbeidsinkomen hebben in een huishouden wonen dat niet tot de onderkant van de inkomensverdeling behoort (Salverda en Rook, 2022). Hierdoor slaat de buffelboete niet alleen neer in het laagste inkomenskwintiel maar ook bij de hogere inkomenskwintielen.
Je zou kunnen denken dat er geen probleem is als huishoudens met wat schuiven met potjes het lagere nettoloon weten te compenseren. Toch is dit niet zonder gevolgen; de economische onafhankelijkheid van de minder verdienende in het huishouden, vaak een vrouw, daalt hierdoor. Bovendien zijn er negatieve gevolgen voor de arbeidsparticipatie denkbaar. Want bij een lager netto arbeidsinkomen loont het veel minder om als deeltijder te gaan werken.
Conclusie
Een ding staat als een huis. Als je mensen meer belasting laat betalen daalt hun netto-inkomen. Dit is precies wat het kabinet-Schoof door het sleutelen aan de arbeidskorting en de algemene heffingskorting heeft veroorzaakt voor mensen met een relatief laag arbeidsinkomen. Het inkomen van deze groep mensen is dan ook expliciet verlaagd door het kabinet. Dat huishoudens onder aan de streep niet de min in gaan door hogere cao-lonen en door ondersteuning van hun partner doet hier niets aan af.
Literatuur
Salverda, W., en V. Rook (2022) Aantal verdieners in huishouden bepaalt inkomens- én arbeidsmarktpositie. https://esb.nu/aantal-verdieners-in-huishouden-bepaalt-inkomens-en-arbeidsmarktpositie/
Vos, T. de en J.J. Koopmans (2025) Inkomstenbelasting voor lagere inkomens stijgt onder kabinet-Schoof. https://esb.nu/inkomstenbelasting-voor-lagere-inkomens-stijgt-onder-kabinet-schoof/