Ga direct naar de content

NADI is precies wat het missiebeleid nodig heeft

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: september 30 2026

Het rapport van Wennink roept op tot ondersteuning van innovatieve projecten. Het nieuwe kabinet wil daarom het Nederlands Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI) oprichten. Dat biedt nauwelijks erkende maar veelbelovende kansen om het missiegestuurde innovatiebeleid te versterken.

In het kort

  • Het is vooralsnog onduidelijk hoe het NADI-concept precies ingevuld zal worden.
  • NADI kan ervoor zorgen dat R&D zich vertaalt in de concrete toepassingen waar het innovatiebeleid nu vaak in faalt.

Om het Nederlandse verdienvermogen aan te jagen, pleit het rapport van Wennink (2025) voor een nationaal agentschap voor baanbrekende innovatie, in navolging van onder andere het Amerikaanse DARPA en het Duitse SPRIND. Op hoofdlijnen is dat het ondersteunen van wetenschappers en bedrijven (inclusief start-ups) bij het naar de markt brengen van veelbelovende maar relatief risicovolle innovatie die bijdraagt aan het oplossing van maatschappelijke opgaven.

Afgelopen zomer kondigde het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (MinEZK) een verkenning aan naar de mogelijke contouren van een Nederlands Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI) (MinEZK, 2025). Deze verkenning is op 9 februari naar de Tweede Kamer gestuurd (MinEZK, 2026a), waarna in april de bevestiging volgde dat het kabinet een dergelijk agentschap daadwerkelijk gaat oprichten (MinEZK, 2026b). Er wordt zowel gesproken van een Defensie-NADI, voor militaire innovatie, als van een EZK-NADI.

Over de mogelijke doelen en vormgeving van de NADI-variant van EZK is een levendige discussie ontstaan (Bakker en Prins, 2025). Het rapport van Wennink (2025) lijkt vooral te kijken naar de ontwikkeling van geavanceerde technologieën, vroege ontwikkelingsstadia en subsidiering. Daarnaast is er, net als in de recente breed gedragen oproep van een coalitie van publieke en private partijen (Prins et al., 2026), veel oog voor valorisatie en het belang van durfkapitaal.

Een aspect dat pas in de recente Tweede Kamerbrief (MinEZK, 2026b) is aangestipt, is dat NADI in theorie ook heel geschikt is om door te pakken met het reeds ingezette missiegestuurde innovatiebeleid. In de meeste interpretaties van wat NADI kan zijn, vormen concrete maatschappelijke opgaven namelijk het centrale uitgangspunt. Dergelijke opgaven zijn ook leidend bij veel missiebeleid, inclusief de Nederlandse variant, waarbij het doel is om innovatie-investeringen te benutten (en aan te jagen) teneinde positief bij te dragen aan het oplossen van maatschappelijke uitdagingen. In navolging van de Europese Commissie (2018) voeren veel landen zo’n missiegestuurd innovatiebeleid door specifieke opgaven te prioriteren en daar ambitieuze, meetbare doelen voor te formuleren. Een belangrijk vertrekpunt is dat overheidscommitment voor de geprioriteerde doelen marktperspectief creëert, en daarmee dus extra innovatie-inspanningen en -investeringen kan uitlokken (­Mazzucato, 2018).

In dit artikel beschrijf ik welke kansen er liggen om NADI te koppelen aan het missiegestuurde innovatie­beleid, en welke implicaties die hebben voor de nadere uitwerking van het agentschap.

NADI in missiegestuurd innovatiebeleid

Het koppelen van NADI aan missiegestuurd innovatiebeleid kan een typische valkuil van dat type innovatiebeleid voorkomen. Hoewel de momenteel lopende evaluatie en vernieuwing van het Nederlandse missiegestuurde innovatiebeleid nog even op zich laten wachten, zijn er nationaal en internationaal al wel veel aanwijzingen dat het werken met missies allesbehalve een garantie op succes is (Wieser et al., 2025; Mueller et al., 2026). In de praktijk komt het er nog regelmatig op neer dat opgaven simpelweg verworden tot afzonderlijke thema’s waar R&D op aangestuurd wordt. De vertaling van die ontwikkelde kennis naar toepassingen die daadwerkelijk de maatschappelijke opgaven aanpakken, blijft echter vaak beperkt (Janssen, 2020).

In plaats van steun te geven aan afzonderlijke R&D-projecten op basis van meerjarige programmeringen, ontstaat bij NADI de mogelijkheid om middels continu portfoliomanagement opvolging te geven aan een breed palet aan deeloplossingen (vanuit verschillende disciplines en sectoren). Zo is de missie om plasticvrije oceanen te realiseren gebaat bij technologische innovaties uit de mechanische en chemische hoek, alsook bij institutionele innovatie (bijvoorbeeld in de hoek van statiegeld) en sociale innovaties (zoals burgerinitiatieven om zwerfafval te verzamelen). Het continue portfoliomanagement van NADI kan zo helpen om synergieën tussen deeloplossingen te versterken. Bovendien maakt zo’n slagvaardige aanpak het mogelijk om voortdurend te reageren op hindernissen waar oplossingen tegenaan lopen, bijvoorbeeld rondom intellectueel eigendom of betrokkenheid van durfinvesteerders.

Een bijkomende kans is dat NADI met zijn continue betrokkenheid een brug kan slaan tussen de kennisontwikkeling in pre-competitief publiek-privaat onderzoek en de departementen die zich gecommitteerd hebben aan de missiedoelen, zoals de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat, Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Janssen, 2020). De departementen zijn doorgaans minder intrinsiek begaan met kennisontwikkeling, en meer met het toepassen van die kennis in concrete oplossingen. NADI kan de departementen perspectief bieden op de concrete toepassingen van innovatieve projecten, en ze op die manier aansporen om zich mee in te zetten voor de adoptie en verspreiding daarvan. Dit behelst op de eerste plaats het benutten van de significante inkoopmiddelen waar ze over beschikken: wanneer departementen zich opstellen als ­leading of launching customer, vergroot dat zichtbaarheid en vertrouwen richting andere potentiële klanten. Maar ook kan het gaan om de mogelijkheid om, eventueel tijdelijk en/of lokaal, regelgeving op te heffen die het toepassen van demonstreren van oplossingen in de weg staat.

Implicaties voor werkwijze

Op het moment dat er inderdaad een koppeling komt met het missiegestuurde innovatiebeleid, heeft dat implicaties voor hoe NADI te werk zou moeten gaan. Het vergt bijvoorbeeld dat NADI meer doet dan enkel innovatiecompetities financieren, om steeds de beste ideeën te selecteren. Geredeneerd vanuit de maatschappelijke opgave ligt het voor de hand dat NADI oplossingen niet enkel laat concurreren, maar juist ook kijkt naar gezamenlijke behoeften en zelfs wisselwerkingen tussen potentiële oplossingen. Als er mogelijkheden liggen waarbij (deel)oplossingen elkaar versterken, is het zonde wanneer hun ontwikkel- en toepassings­trajecten zo veel mogelijk gescheiden worden gehouden.

Een focus op innovaties met uitzicht op toepassing betekent ook dat het portfolio moet bestaan uit innovaties waar eerste inkoop en gebruik al in het verschiet liggen. Dit is fundamenteel anders dan het model van DARPA-programma’s die hoogwaardige technologieën stimuleerden om gaandeweg te ontdekken waar die tot grootschalige veranderingen konden leiden. Dat DARPA-model is geschikt voor het genereren en verspreiden van innovaties met kennis-spillovers, maar gaat mogelijk voorbij aan andersoortige innovatieve oplossingen die effectiever en kosten-efficiënter kunnen zijn voor het verhelpen van weerbarstige maatschappelijke problemen

Toch hoeft dit niet te betekenen dat het hele portfolio van oplossingen steeds exclusief ten dienste moet staan van de maatschappelijke uitdaging. Het is wel degelijk voor te stellen dat een specifieke uitdaging het startpunt vormt voor het managen van een portfolio van mogelijke oplossingen, maar dat er ook oog blijft voor andere plekken waar toepassingsmogelijkheden liggen. Het verzilveren van dergelijke secundaire toepassingsmogelijkheden, die op voorhand niet voorzien waren, vergroot de kans dat gedane investeringen een goed rendement opleveren. Dat is ongetwijfeld van belang voor de legitimiteit en dus toekomstbestendigheid van NADI, zelfs al zou financieel succes niet het hoofddoel zijn.

Conclusie

Vanwege de verschillen in beelden over wat NADI zou moeten doen, is er een kans dat het nog op te richten agentschap verwordt tot een duizenddingendoekje. NADI is reeds in verband gebracht met R&D- en valorisatie-beleid, maar misschien is NADI wel precies wat het huidige missiegestuurde innovatiebeleid nodig heeft. Er schuilt namelijk veel toegevoegde waarde in een beleidsinstrument dat zich over veel ontwikkelingsfasen heen strekt, inclusief zowel ontwikkeling als toepassing. Vooral de expliciete link met inkoop (en liefst ook aanvullend maatwerkbeleid zoals ontheffingen van regelgeving) is een veelbelovende toevoeging op eerdere pogingen om de aanbodzijde en vraagzijde van innovatie sterker met elkaar te verbinden.

Het is overigens de vraag of het NADI zich überhaupt moet bezighouden met geavanceerd maar nog relatief fundamenteel technologisch onderzoek. Dergelijk onderzoek kán leiden tot disruptie, maar waarschijnlijk is op voorhand niet goed te zeggen waar die disruptie zal plaatsvinden – laat staan dat die inderdaad positief uitpakt voor de maatschappelijke uitdagingen die het vertrekpunt van NADI vormen. Voor R&D en valorisatie rondom sommige technologieën, of ecosystemen, kan het passender zijn om die te laten verlopen via bijvoorbeeld nieuwe openstellingen van het Nationaal Groeifonds of een herziene variant van de PPSi-regeling. Mochten daar op termijn veelbelovende innovaties uitkomen die al meer gestalte krijgen, qua toepassingsmogelijkheden en -voorwaarden, dan zouden die innovaties tegen die tijd (maar dat kan vele jaren duren) wellicht bij NADI in beeld kunnen komen.

Getty Images

Literatuur

Bakker, M. en J. Prins (2025) Nederland moet inzetten op innovaties die voor velen als sprookjes klinken. NRC – Opinie, 20 augustus.

CPB en PBL (2026) Analyse Coalitieakkoord 2026–2030. CPB en PBL, 26 februari.

Europese Commissie (2018) Mission-oriented research & innovation in the European Union: A problem-solving approach to fuel innovation-led growth. Directorate-General for Research and Innovation. Te vinden op op.europa.eu.

Janssen, M. (2020) Post-commencement analysis of the Dutch ‘Mission-oriented Topsector and Innovation Policy’ strategy. Utrecht University, Copernicus Institute of Sustainable Development. Mission-Oriented Innovation Policy Observatory.

Mazzucato, M. (2018) Mission-oriented innovation policies: challenges and opportunities. Industrial and Corporate Change, 27(5), 803–815.

MinEZK (2025) Innovatiebeleid. Misterie van Economische Zaken en Klimaat, 11 juli.

MinEZK (2026a) Bevindingen verkenning naar een Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI). Misterie van Economische Zaken en Klimaat, 9 februari. Te vinden op www.rijksoverheid.nl.

MinEZK (2026b) Beleidsbrief Economische Zaken en Klimaat: een productieve en weerbare economie, het fundament van een sterke samenleving, 24 april. Te vinden op www.rijksoverheid.nl.

Mueller, M., M.P. Schlaile, S. Lang et al. (2026) Making sense of wickedness: Directionality heuristics for challenge-led innovation policy. Research Policy, 55(8), 105513.

Prins, J., B.-A. Chilla, P. Wennink et al. (2026) Belofte van investeerders, onderzoekers, kennisinstellingen en bedrijven voor NADI. Open brief. Te vinden op www.nadi.nl/open-brief.

Wennink (2025) De route naar toekomstige welvaart: Een sterk Nederland in een relevant Europa. Rapport Wennink, december.

Wieser, H., J. Kofler, M. Janssen et al. (2025) How do mission-oriented innovation policies work? A theory of action derived from the EU missions. Science and Public Policy, scaf071.

Auteur

  • Matthijs Janssen

    Universitair docent aan de Universiteit Utrecht en onderzoeker bij Dialogic Innovatie en Interactie

Categorieën

Plaats een reactie