Het is zeer ongemakkelijk dat oliebedrijven flinke winsten behalen door de hoge benzineprijzen, maar er valt merkwaardig genoeg weinig aan te doen. Remedies, zoals een overwinstbelasting of prijsregulering, hebben echter meer nadelen dan voordelen.
We betalen nu ruim vijftig cent per liter meer dan voor de geopolitieke crises in de Golf en Oekraïne. Dit geld verdwijnt rechtstreeks in de zakken van de oliebedrijven, die miljardenwinsten scoren. Dat heeft alles met schaarste te maken. De winst komst niet door eigen verdiensten, maar door een extern ontstane extreme schaarste. En anders dan bij boeren die het ene jaar een betere oogst hebben dan het andere, is de behaalde winst ook asymmetrisch: zolang de vraag in Noordwest-Europa structureel hoog blijft en het aanbod stokt, blijft de winst hoog, terwijl de bedrijven in gewone tijden doorgaans ook zwarte cijfers schrijven.
Een situatie waarbij een bedrijf alleen maar de handen moet uitsteken om de manna uit de hemel op te vangen en burgers daarvan het slachtoffer zijn, is ongewenst. Een markt functioneert alleen goed als ondernemerschap beloond wordt, niet als bedrijven zonder iets te doen profiteren ten koste van burgers. Toch is het lastig iets te doen tegen de overwinsten.
Mededingingsautoriteiten staan met lege handen
Als markten niet goed functioneren en er maatschappelijke schade ontstaat, kijkt men automatisch naar de mededingingsautoriteiten. Die zijn immers opgericht om markten goed te laten werken voor burgers en bedrijven. Dit lijkt een schoolvoorbeeld van een niet goed functionerende markt, dus de Autoriteit Consument & Markt (ACM) zal in Nederland voor aan de rij staan om in te grijpen.
Helaas werkt de wet niet zo. Om in te grijpen moet het gedrag van een bedrijf strafbaar zijn. Bijvoorbeeld als het bedrijf zijn concurrenten op oneigenlijke wijze op achterstand zet of kartelafspraken over hoge prijzen maken, komt de ACM in actie. Maar tegen door schaarste ontstane overwinsten is op basis van de mededingingswet eenvoudigweg niets te doen.
Nu heeft de ACM nog andere bevoegdheden, namelijk het reguleren van de elektriciteitsmarkt en het beschermen van consumenten via het Consumentenrecht. Maar ook op basis van die wetten valt er niets te doen. Regulering van de elektriciteitsmarkt gaat over de distributienetwerken niet over de benzinemarkt. En de Consumentenwet gaat vooral over het misleiden van consumenten, wat hier niet aan de orde is.
Ook geen goede wetgevende opties
Er zijn ook andere manieren waarop de overheid zou kunnen ingrijpen. Zo heeft het Verenigd Koninkrijk in coronatijd besloten een windfall tax in te voeren. Dat lijkt logisch en is populair onder Kamerleden, maar stuit op allerlei praktische bezwaren. Zo kunnen multinationals vaak goochelen door boekhoudkundig winsten verschuiven naar landen zonder zo’n belasting, waardoor de opbrengst voor de Nederlandse schatkist veel lager uitvalt dan begroot. Zelfs het veelgeprezen Belgische model is gevaarlijk. Het Belgische systeem stelt de maximale detailhandelsbrandstofprijzen vast op basis van geraffineerde olieprijzen, accijnzen en een vaste maximale distributiemarge. Die maximumprijzen worden periodiek aangepast. Hoewel het in theorie consumenten beschermt tegen excessen, is er een serieus risico op stilzwijgende afstemming waarbij pomphouders simpelweg allemaal op het wettelijke plafond gaan zitten.
Capaciteitsuitbreiding kost tijd
Als we de overwinsten van oliebedrijven effectief willen aanpakken, kunnen we tot slot de schaarste wegnemen. De bottleneck in de keten zit bij de verwerking ervan: Noordwest-Europa kampt met een tekort aan moderne raffinaderijcapaciteit die complexe ruwe olie kan omzetten in diesel en benzine. Omdat de vraag gelijk blijft en het aanbod aan lokale verwerking vastloopt, schieten de marges van oliebedrijven door het dak. Capaciteitsuitbreiding van de raffinaderijen zal op middellange termijn zeker helpen, maar op korte termijn zet het geen zoden aan de dijk. Bovendien, als de schaarste wegvalt zitten we met overcapaciteit van tegen die tijd ongetwijfeld verouderde technologie.
Conclusie en implicaties
Hoe frustrerend het ook is, er valt op korte termijn weinig te doen aan de overwinsten van oliebedrijven. Het reguleren van prijzen of winsten remt aanbod- en vraagprikkels, terwijl die prikkels doorgaans de meest efficiënte manier vormen om prijsschokken op te lossen. De beste oplossing is om zo snel mogelijk van fossiele brandstof af te komen, dan lost het probleem zich vanzelf op. En daar helpen de hoge prijzen in ieder geval bij. Dat dit mechanisme om autogebruik te ontmoedigen en mensen richting elektrisch te duwen via het spekken van oliebedrijven loopt, zullen we maar moeten slikken. Als specifieke groepen in de tussentijd in betalingsproblemen komen dan is gericht sociaal beleid aan de orde.
Auteur
Categorieën