In Zweden vervullen eerstegeneratiemigranten minder vaak een hogere politieke functie. Voor de helft is dit verschil met een personen geboren in Zweden te wijten aan omstandigheden die enkel gelden voor migranten, zoals taalbarrières of negatieve behandeling door partijen of kiezers. De andere helft wordt verklaard door de beperktere mogelijkheid tot het opbouwen van anciënniteit. Dat tonen Folke en Rickne aan door de migranten te vergelijken met autochtonen die tussen gemeenten verhuizen en daardoor ook beperkt worden door anciënniteit. Dit verschil verdwijnt bij tweedegeneratiemigranten.
Auteur
Categorieën