Ga direct naar de content

Met klimaatobligaties committeren politici zich aan klimaatdoelen

Geplaatst als type:
Gepubliceerd om: februari 12 2026

Klimaatverandering is een van de grootste uitdagingen van onze tijd, met wereldwijd ingrijpende gevolgen voor ecosystemen, economieën en samenlevingen. Politici hebben in steeds wisselende coalities moeite om zich langdurig aan klimaatbeleid te committeren. Klimaatobligaties helpen hen via de tucht van de markt om zich aan de gestelde doelen te houden.

In het kort

  • Een klimaatobligatie is een lening waarvan de rente wordt bepaald door de nationale emissiereductie.
  • Geloofwaardig klimaatbeleid resulteert in lagere financieringskosten voor een overheid die dergelijke instrumenten uitgeeft.
  • Met klimaatobligaties ontstaat er een begrotingsprikkel om te blijven sturen op de gestelde klimaatdoelen.

Sinds het Akkoord van Parijs in 2015 staat het terugdringen van broeikasgassen hoog op de overheidsagenda. Toch hebben overheden vaak moeite om blijvende vooruitgang te boeken. Dat komt mede omdat overheden verschillende prioriteiten afwegen, waarvan klimaat er slechts één is. Bij een wisseling van de regering verdwijnen delen van het eerder gevoerde klimaatbeleid geregeld naar de achtergrond. Zo waarschuwde het Planbureau voor de Leefomgeving vorig jaar dat het Nederlandse klimaatdoel voor 2030 weer uit zicht is verdwenen, mede door geschrapt beleid (PBL, 2024).

Die weerbarstige praktijk is niet nieuw. Klimaatbeleid kwam de afgelopen decennia slechts schoksgewijs vooruit tijdens de zeldzame ‘windows of opportunity’ waarin belangrijke stappen konden worden gezet (Van Zanden, 2022). Daarbuiten stokt de voorgang snel, en blijven klimaatdoelen kwetsbaar voor conflicterende kortetermijnbelangen, wisselende voorkeuren en opkomende andere belangrijke vraagstukken, zoals veiligheid en geopolitieke spanningen.

De wisselende klimaatambities zijn overigens niet per se het gevolg van veranderende voorkeuren in de bevolking. Zo vond een meerderheid vorig jaar dat het kabinet Schoof, onder wiens hoede het doel voor 2030 uit zicht verdween, te weinig deed voor het klimaat (De Kluizenaar et al., 2025).

Het probleem is dat klimaatbeleid een hardnekkige asymmetrie kent: het kost veel politieke energie om nieuwe maatregelen in te voeren, maar het stopzetten of zelfs terugdraaien ervan is vaak verrassend eenvoudig.

Er is dus behoefte aan een mechanisme dat politici stimuleert om klimaatbeleid voort te zetten en uit te bouwen als dit nodig is in plaats van het beleid terzijde te schuiven wanneer andere beleidsambities zich aandienen. In dit artikel presenteren we een mechanisme dat precies die symmetrie afdwingt via de tucht van de markt: de klimaatobligatie. Zo’n obligatie koppelt een deel van de financieringskosten van de overheid aan klimaatvariabelen. Hierdoor wordt het lastiger om beleid geruisloos af te breken zonder een geloofwaardig alternatief te presenteren. Een kabinet dat klimaatobligaties gekoppeld aan broeikasgasemissies uitgeeft, committeert zich financieel aan een consistent reductiepad: bij tegenvallende reductie van broeikasgasemissies loopt de coupon op die obligaties op, bij beter dan verwachte reducties daalt de coupon (Broeders et al., 2025). Zo creëren klimaatobligaties een vorm van tijdsconsistentie in het klimaatbeleid en vergroten ze de geloofwaardigheid van langetermijndoelstellingen.

Vormgeving van klimaatobligaties

Klimaatobligaties kunnen worden gekoppeld aan twee soorten indicatoren. De eerste soort betreft variabelen die klimaatverandering veroorzaken, zoals broeikasgasemissies. Bij de uitgifte stelt de emittent een referentiepad vast voor emissiereducties, bijvoorbeeld in lijn met de doelstellingen van het Akkoord van Parijs uit 2015. Afwijkingen van dit pad bepalen de hoogte van de uitbetalingen op de obligatie: de coupon of de nominale waarde gaat omhoog als de uitstoot van broeikasgassen hoger uitkomt, of omlaag als de uitstoot van broeikasgassen lager uitkomt. De koppeling van klimaatobligaties aan emissiereducties is aantrekkelijk voor landen, inclusief kleine landen, die met beleid direct invloed kunnen uitoefenen op hun emissies. Een koppeling aan broeikasgasemissies heeft daarnaast als voordeel dat deze op korte termijn correleren met de economische cyclus. Als de economische activiteit afneemt, dalen de emissies en daarmee ook de rentelasten op de staatsschuld.

Een alternatief is om klimaatobligaties te koppelen aan de actuele afwijking van de temperatuur ten opzichte van het historische gemiddelde. Hoewel overheden de temperatuur op korte termijn minder direct beïnvloeden, houden temperatuurafwijkingen nauwer verband met klimaatschade. Deze benadering is daarom vooral relevant voor grotere landen of blokken van landen, die naar verwachting meer invloed hebben op de mondiale temperatuurontwikkeling.

De efficiëntiewinst van klimaatobligaties

Klimaatobligaties dwingen niet enkel politiek tot consistent beleid, ze bieden ook economisch voordelen. Klimaatobligaties kunnen de welvaart verhogen door in te spelen op de ongelijke blootstelling aan klimaatverandering tussen verschillende actoren in de economie. Mensen en bedrijven in potentiële overstromingsgebieden lopen een groter risico en maken meer kosten om zich tegen overstromingen te beschermen dan degenen die minder aan dit risico zijn blootgesteld. Deze ongelijke blootstelling creëert mogelijkheden voor risicodeling: tegen een marktconforme vergoeding zullen actoren die minder zijn blootgesteld, bereid zijn om een deel van het risico over te nemen van hen die zijn blootgesteld.

Hoewel die ruil in theorie direct kan plaatsvinden, is het in de praktijk om drie redenen efficiënter om dit via de overheidsbalans te organiseren door klimaatobligaties uit te geven.

Onverzekerde klimaatschade

Klimaatobligaties dragen, ten eerste, op macro-economisch niveau bij aan het verkleinen van de klimaatschade die onverzekerd blijft. Klimaatverandering leidt naar verwachting tot meer extreme weersomstandigheden (EEA, 2025), wat hoge economische kosten veroorzaakt. Momenteel is slechts 35 procent van de economische klimaatschade in de EU verzekerd, met neerwaartse uitschieters van slechts vijf procent in sommige landen. Dat de zorgen hierover actueel zijn, blijkt uit een voorstel van de ECB en EIOPA (2024) voor een Europese aanpak van de dekking van klimaatschades via een vrijwillige publiek-private herverzekeringsregeling en een verplicht EU-fonds voor rampenfinanciering.

Klimaatobligaties bieden beleggers de mogelijkheid om de financiële consequenties van hun blootstelling aan klimaatrisico’s te verminderen, door deze over te dragen aan de uitgevers van de instrumenten, namelijk overheden. Overheden fungeren in de praktijk vaak al als een ‘verzekeraar in laatste instantie’, door rampsteun en impliciete garanties. Klimaatobligaties maken deze rol expliciet. Bovendien vergroten ze de mogelijkheden voor professionele marktpartijen zoals (her)verzekeraars om zogenaamde chronische, langetermijnklimaatrisico’s af te dekken. Klimaatobligaties zijn in die zin een aanvulling op catastrofe-obligaties die juist inspelen op acute klimaatschokken, zoals natuurrampen.

Inschatting klimaatrisico’s

Klimaatobligaties maken, ten tweede, de marktverwachting zichtbaar over de kans dat klimaatrisico’s zich zullen materialiseren. Vraag en aanbod bepalen namelijk de prijs van klimaatobligaties en weerspiegelen daarmee de actuele inschatting van beleggers over de toekomstige ontwikkeling van de onderliggende klimaatvariabele (price discovery). Net zoals de prijs van inflatie-obligaties een reflectie vormt van verwachtingen omtrent toekomstige inflatie en inflatierisicopremies, is het met klimaatobligaties mogelijk om de verwachting van klimaatmaatregelen en -variabelen en bijbehorende risico’s te berekenen.

In Broeders et al. (2025) leiden we analytisch af dat de prijs van klimaatobligaties bestaat uit twee componenten. De prijs bestaat  uit de huidige contante waarde van de verwachte uitbetaling, oftewel de verwachte waarde van de klimaatvariabele. Daarnaast omvat de prijs van klimaatobligaties de contante waarde van een risicocomponent, gebaseerd op de covariantie tussen de obligatie-uitbetaling en de klimaatvariabele. Deze component weerspiegelt de marktverwachting van klimaatrisico, oftewel de risicopremie die gepaard gaan met de markconsistente verwachting van de klimaatvariabele.

Aangezien klimaatobligaties gericht zijn op langetermijnrisico’s, is het aan te bevelen de uitgifte ervan te structureren over verschillende looptijden, oplopend tot dertig jaar. Dit stelt markten in staat om een termijnstructuur voor klimaatrisico’s vast te stellen.

Tijdsconsistent beleid

Klimaatobligaties bieden overheden, tot slot, een begrotingsprikkel om klimaatverandering met effectief en consistent langetermijnbeleid aan te pakken. Als dit beleid succesvol is in het mitigeren van klimaatverandering, leidt het tot gunstigere financieringslasten voor de overheid. Ook profiteren overheden als (onverwachte) technologische doorbraken emissies verminderen, en doelen worden gehaald (kader 1).

Kader 1: De invloed van klimaatbeleid op emissies en het effectief rendement op klimaatobligaties

Om te laten zien hoe klimaatbeleid de prijs van klimaatobligaties beïnvloedt, stellen we een model op waarin de overheid van een land obligaties uitgeeft met een rente die afhangt van de mate waarin ze succesvol is om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Concreet is de couponrente van deze obligaties gekoppeld aan het verschil tussen de werkelijke en de geplande emissiereductie. Bij de uitgifte van obligaties spelen daarnaast actuele financiële variabelen, zoals de geldende marktrente en de kredietwaardigheid van de overheid, een rol.

 

Als een land meer uitstoot dan gepland, stijgt de rente; als het beter presteert dan verwacht, daalt de rente. Dit creëert een directe financiële prikkel voor beleidsmakers om klimaatdoelen te halen.

 

De daadwerkelijke uitstoot is onzeker en wordt beïnvloed door de conjunctuur én door klimaatbeleid. De rente op klimaatobligaties weerspiegelt dus zowel het toeval, bijvoorbeeld door economische schokken, als het gevoerde beleid.

 

We leiden de verwachte rentetermijnstructuur af aan de hand van een stochastisch rentemodel in de geest van Vasicek (1977). Hierbij gaan we uit van een reductieplan volgens internationale afspraken, waarbij de geplande jaarlijkse reductie is vastgesteld op 7 procent. De coupon die door de klimaatobligatie uitgekeerd wordt, wordt continu aangepast op basis van de afwijkingen van de werkelijke (stochastische) emissies ten opzichte van het deterministische reductiepad. Beleggers hebben verwachtingen over het gemiddelde en de variantie van de werkelijke uitstoot in de loop der tijd, waardoor het mogelijk is om klimaatobligaties met verschillende looptijden te waarderen.

 

Figuur 1 toont hoe de rentetermijnstructuur van klimaatobligaties eruitziet voor twee verschillende scenario’s. In het ene scenario verwacht de markt een succesvol beleid waarbij de werkelijke uitstoot sneller daalt dan het referentiepad (met 8 procent), in het andere scenario een achterblijvend klimaatbeleid met een uitstoot die minder snel daalt (met 6 procent). In het eerste scenario beloont de markt het land met lage rentes voor lange looptijden. In het tweede geval zien we juist een hogere rente op de klimaatobligaties, omdat het land zijn klimaatdoelen onvoldoende haalt. Klimaatobligaties zorgen zo voor een financiële koppeling tussen klimaatprestaties en financieringskosten van overheden. Ze versterken de geloofwaardigheid van klimaatbeleid en geven bovendien beleggers transparantie over klimaatgerelateerde risico’s.

Voordelen voor overheden en marktpartijen

Klimaatobligaties zijn vooral aantrekkelijk voor landen met een relatief hoge uitstoot, omdat ze een potentieel grote invloed hebben op het aanpakken van de klimaatverandering. De vraag is welke prikkels overheden met relatief weinig invloed op het aanpakken van klimaatverandering hebben om klimaatobligaties uit te geven. Zij riskeren immers hogere rentebetalingen in scenario’s waarin de klimaatverandering zich ongunstig ontwikkelt, zonder dat ze daar veel aan kunnen doen.

Toch zijn er ook voor overheden met een relatief lage uitstoot argumenten om klimaatobligaties uit te geven. Ten eerste kunnen overheden van kleine landen klimaatobligaties uitgeven die gebaseerd zijn op de lokale broeikasgasemissies. Het voordeel hiervan is dat deze emissies meer direct te beïnvloeden zijn met lokaal beleid.

Ten tweede is er ook voor deze overheden de mogelijkheid om hun leenkosten te verlagen omdat investeerders bereid zijn een lager verwacht rendement te accepteren in ruil voor de bescherming die klimaatobligaties bieden. Het verschil tussen de leenkosten van standaardobligaties en klimaatobligaties hangt af van de geloofwaardigheid van het klimaatbeleid, de marktvraag voor deze obligaties, en de perceptie van risico.

Ten derde zijn klimaatobligaties gekoppeld aan langzaam veranderende klimaatindicatoren, waardoor ze niet direct leiden tot een schoksgewijze hogere financiële last na extreme klimaatgebeurtenissen.

Ten vierde overheden die klimaatobligaties uitgeven hun vastberadenheid om klimaatverandering aan te pakken. Deze obligaties fungeren als een signaal van langetermijncommitment, wat vertrouwen wekt bij consumenten en bedrijven. De koppeling van financiële prikkels aan meetbare resultaten, zoals een daling in de concentratie van broeikasgassen, maakt de effectiviteit van beleid zichtbaar en meetbaar. Bovendien stimuleren klimaatobligaties overheden om verantwoording af te leggen en transparant te zijn over hun klimaatprestaties.

Voor beleggers bieden klimaatobligaties, tot slot, een unieke propositie in een wereld waarin klimaatrisico’s steeds prominenter worden. Ze bieden niet alleen in enige mate bescherming tegen de economische impact van klimaatverandering op de lange termijn, maar genereren ook een financieel rendement dat samenhangt met duurzaamheidsprestaties. Dit maakt deze obligaties aantrekkelijk voor ESG-georiënteerde beleggers die hun portefeuille willen afstemmen op langetermijndoelen voor duurzaamheid.

Beprijzing van klimaatobligaties

Het succes van klimaatobligaties is afhankelijk van de mate waarin zij klimaatrisico’s goed beprijzen. Naarmate de markt zich ontwikkelt, is het mogelijk om met nieuwe technologieën en datamodellen de beprijzing van klimaatobligaties te verfijnen. Geavanceerde voorspellingsmodellen en gedetailleerde klimaatdata zullen daarom een cruciale rol spelen bij het nauwkeuriger inschatten van risico’s en rendementen. Dat vergt nauwkeurige en transparante onderliggende klimaatindicatoren. Om geloofwaardigheid te waarborgen en internationale uitgifte en handel – en daarmee marktliquiditeit – te faciliteren, is het daarom gewenst deze indicatoren internationaal te standaardiseren.

Verschil met andere duurzame financiering

Klimaatobligaties verschillen van andere instrumenten in de markt voor duurzame financiering. In tegenstelling tot bijvoorbeeld groene obligaties hoeft het geld dat met de uitgifte van klimaatobligaties binnenkomt niet per se te worden aangewend voor groene investeringen, al ligt dat uiteraard wel voor de hand. Verder vindt de aanpassing van de coupon of nominale waarde van de klimaatobligatie met een regelmatige frequentie plaats en niet alleen bij het raken van een specifiek triggerpunt, zoals bij catastrofe-obligaties.

Klimaatobligaties verschillen ook van de transitie-obligaties die recent in de literatuur zijn voorgesteld (Erlandsson, 2024). Bij transitie-obligaties is de hoogte van de coupon gekoppeld aan de prestaties van de overheid ten opzichte van zelfopgelegde verduurzamingsdoelstellingen. De hoogte van een opwaartse couponaanpassing indien de doelstellingen niet worden gehaald, is hierbij vooraf vastgelegd. In dat opzicht lijken transitie-obligaties op ‘sustainability-linked bonds’, die eveneens een stapsgewijze verhogingsclausule bevatten. Klimaatobligaties daarentegen zijn ‘neutraler’ van opzet: de couponaanpassing is afhankelijk van de gerealiseerde waarde van de klimaatvariabele en kan zowel omhoog als omlaag gaan. Bovendien kunnen klimaatobligaties worden gebaseerd op bredere klimaatindicatoren, zoals temperatuurafwijkingen, in plaats van uitsluitend op emissies.

Klimaatobligaties zijn ook anders dan de Climate Contingent Convertible Bonds (CloCo’s) van Cormack en Macrina (2024). Dit zijn financiële instrumenten waarmee overheden de resterende waarde van een obligatie, afhankelijk van de voortgang van klimaatbeleid, kunnen omzetten in andere financiële activa, zoals aandelen van een sovereign wealth fund. CloCo’s kunnen door landen worden gebruikt om klimaattransities te versnellen, schulden te verminderen en investeringen in klimaatmaatregelen te stimuleren via een sovereign wealth fund.

Tot slot

Klimaatbeleid is in de praktijk veelal asymmetrisch gebleken: invoeren kost veel moeite, stopzetten gaat makkelijk. Klimaatobligaties kunnen helpen om deze asymmetrie te mitigeren en zo tijdsconsistent klimaatbeleid te stimuleren en klimaatrisico’s te verminderen. Tegelijkertijd bieden klimaatobligaties beleggers een effectieve manier om langetermijnklimaatrisico’s af te dekken.

Klimaatobligaties lijken het tij tegen te hebben nu de VS zijn klimaatambities laat varen en zich onder meer heeft teruggetrokken uit het Network for Greening the Financial System. Tegelijkertijd zijn ook verschillende grote Europese en Amerikaanse financiële instellingen vertrokken uit internationale klimaatallianties. Toch is het waarschijnlijk dat klimaatrisico’s op den duur weer een meer prominente rol krijgen op financiële markten. De klimaatwetenschap toont immers dat klimaatverandering blijft voortschrijden, waarbij sommige kritieke kantelpunten al bereikt zijn of zelfs overschreden (Ripple et al., 2021). Uitstel van de transitie verergert namelijk niet alleen transitierisico’s maar ook fysieke klimaatrisico’s. Dat zal ook financiële consequenties hebben. Het is dus nuttig om nu de basis te leggen voor klimaatobligaties.

Getty Images

Literatuur

Broeders, D., D. Dimitrov en N. Verhoeven (2025) Climate-linked bonds. ECB Working Paper, 2025/3011.

Cormack, C. en A. Macrina (2024) Sovereign climate-contingent convertible bond (S-CloCo). SSRN working paper, 17 september.

ECB en EIOPA (2024) Towards a European system for natural catastrophe risk management., ECB en EIOPA Publicatie, december.

EEA (2025) Economic losses from weather- and climate-related extremes in Europe. EEA Publicatie, 14 oktober. Te vinden op www.eea.europa.eu.

Erlandsson, U.G. (2024) Transition linkers. SSRN working paper.

Kluizenaar, Y. de, G. ten Berge, en J. Iedema (2025) Klimaat en samenleving: Burgerperspectieven. Sociaal en Cultureel Planbureau, april.

PBL (2024) Klimaat- en Energieverkenning 2024. Planbureau voor de Leefomgeving. Rapport, 24 oktober.

Ripple, W.J., C. Wolf, T.M. Newsome et al. (2021) World scientists’ warning of a climate emergency 2021. BioScience, 71(9), 894–898.

Vasicek, O. (1977) An equilibrium characterization of the term structure. Journal of Financial Economics, 5(2), 177–188.

Zanden, J. L. van (2022) Klimaatbeleid faalt vanwege de politieke economie in Nederland. ESB, 107(4814), 440–443.

Auteurs

  • Dirk Broeders

    Hoogleraar aan de Universiteit Maastricht en senior lead financial risk expert bij de Europese Centrale Bank

  • Daniel Dimitrov

    Financieel econoom bij De Nederlandsche Bank

  • Niek Verhoeven

    Senior econoom bij De Nederlandsche Bank

Plaats een reactie