
Ongeveer een op de zes werkenden in Nederland heeft een hoofdbaan als zelfstandige, waarvan het merendeel als zzp’er. Vanwege zorgen over schijnzelfstandigheid (waarbij iemand formeel als zelfstandige werkt, maar feitelijk als werknemer functioneert) voert de overheid vanaf 2025 een strengere handhavingslijn. Sindsdien daalt het aantal zelfstandigen.
Op basis van de Enquête Beroepsbevolking (EBB) rapporteert het CBS een daling van 86.000 zelfstandigen tussen het laatste kwartaal van 2024 en 2025. Helaas maken de EBB-tabellen geen uitsplitsing van de mobiliteit van zelfstandigen mogelijk, maar uit macroreeksen weten we dat de ruime meerderheid van de zelfstandigen zzp’ers betreft en dat de dynamiek vooral wordt gestimuleerd door ontwikkelingen in het aantal zzp’ers. Dit suggereert dat strengere handhaving effect sorteert, in die zin dat bedrijven terughoudender zijn met het inhuren van zzp’ers.
De EBB maakt het mogelijk om per kwartaal de huidige positie van werkenden te vergelijken met hun positie een kwartaal eerder, zie figuur. In het eerste kwartaal van 2025 had 4,2 procent van de zelfstandigen uit het laatste kwartaal van 2024 een werknemersbaan, 0,6 procent was werkloos en 2,9 procent was niet langer actief op de arbeidsmarkt. De overige 94 procent werkte nog steeds als zelfstandige. Niet verrassend is dat in dit eerste kwartaal van 2025 – het moment waarop het handhavingsmoratorium werd beëindigd – de uitstroom naar werknemersbanen hoger lag dan in eerdere jaren. De uitstroom naar werkloosheid bleef juist beperkt. Wel zien we ook dat de uitstroom naar inactiviteit iets opliep, maar niet zo sterk als naar een werknemersbaan.
Verder blijkt uit de EBB dat de meeste voormalig zelfstandigen, zo’n 80 procent, een werknemersbaan vonden met een flexibel contract. Dit percentage is vergelijkbaar met dat in andere jaren.
Auteur
Categorieën