Bedrijven investeren steeds meer in immateriële activa en minder in materiële, waardoor ze minder leunen op externe financiering. Dit kan de doorwerking van monetair beleid via bedrijven verzwakken.
In het kort
- Immateriële investeringen reageren zwakker op renteveranderingen en zijn minder geschikt als onderpand voor leningen.
- Verdieping van Europese kapitaalmarkten biedt alternatieve financiering en mitigeert de effecten op monetaire transmissie.
Terwijl investeringen in materiële activa sinds 2007 zijn verzwakt, zijn investeringen in immateriële activa met ongeveer 85 procent toegenomen (figuur 1). Immateriële activa – zoals software, databanken en onderzoek – vormen in de afgelopen vijftien jaar de belangrijkste bron van investeringsgroei in het eurogebied. Bedrijven verwachten ook dat toekomstige investeringsgroei vooral uit immateriële activa zullen bestaan (ECB, 2025).

De Europese toename in immateriële investeringen sluit aan bij mondiale trends: sinds de financiële crisis zijn uitgaven aan immateriële activa meer dan drie keer zo snel gegroeid als uitgaven aan materiële activa (WIPO, 2025). Wel blijft het eurogebied achter bij de VS, waar bedrijven een nog groter deel van hun investeringen besteden aan innovatie-gerelateerde immateriële activa (Andersson et al., 2025).
In dit artikel analyseren we hoe de verschuiving in het type investeringen doorwerkt in de transmissie van monetair beleid.
Minder externe financiering
De verschuiving naar immateriële activa verandert de financieringsstructuur van bedrijven. Er is een negatieve samenhang tussen het aandeel immateriële investeringen in software (een belangrijke categorie in immateriële investeringen) en het gebruik van externe financiering (figuur 2). Bedrijven in het eurogebied met veel immateriële investeringen financieren zich vaker met interne middelen. Dit sluit aan bij de ontwikkeling in de VS, waar bedrijven met veel immateriële investeringen vaker te maken hebben met strengere kredietvoorwaarden, meer gebruikmaken van interne financiering en minder liquide middelen aanhouden (Dell’Ariccia et al., 2021; Falato et al., 2022; David en Gourio, 2023; He, 2025).

Ook is er een afzwakkende relatie tussen bankkrediet en investeringen, vooral die in immateriële activa. Terwijl kredietgroei en investeringen in het verleden sterk samenhingen, is dit verband sinds 2020 afgezwakt. Analyse op basis van landengegevens voor het eurogebied laat zien dat een groter aandeel immateriële investeringen samenhangt met lagere kredietgroei in de daaropvolgende jaren. Op landniveau leidt een stijging van één procent in de verhouding van immateriële tot totale investeringen na twee jaar tot een daling van ongeveer 0,5 procentpunt in de groei van bankleningen.
Zwakkere reactie op monetair beleid
Immateriële investeringen lijken minder gevoelig te zijn voor veranderingen in de rente dan materiële investeringen. Na een monetaire verkrapping dalen materiële investeringen duidelijk sterker dan immateriële investeringen (figuur 3). Terwijl materiële investeringen in de eerste vier kwartalen met ongeveer twee procent dalen, is de reactie van immateriële investeringen aanzienlijk zwakker en neemt deze sneller af.

De zwakkere reactie van immateriële investeringen op renteveranderingen hangt waarschijnlijk samen met de lagere afhankelijkheid van externe financiering. Wanneer bedrijven hier minder afhankelijk van zijn, hebben veranderingen in financieringskosten minder invloed op hun investeringsbeslissingen. Dit is in lijn met de bevindingen in de VS (David en Gourio, 2023; Döttling en Ratnovski, 2023).
Twee mechanismen spelen een belangrijke rol. Ten eerste zijn immateriële activa minder geschikt als onderpand, wat het bankkredietkanaal dempt. Ten tweede zorgt de hogere afschrijvingssnelheid van immateriële activa ervoor dat de kapitaalkosten minder gevoelig zijn voor renteveranderingen (Crouzet en Eberly, 2019).
Implicaties voor monetair beleid
De groeiende rol van immateriële investeringen kan de effectiviteit van monetair beleid richting bedrijven verminderen. Als een groter deel van de economie minder rentegevoelig is, verloopt de transmissie via een smaller kanaal. Dat kan het er, kortom, op neerkomen dat er grotere renteaanpassingen nodig zijn om hetzelfde effect te bereiken als voorheen.
Een eventuele verdere ontwikkeling van de Europese kapitaalmarkten kan de beperktere transmissie van het monetaire beleid als gevolg van de toename van immateriële activa deels mitigeren. Kapitaalmarkten bieden immaterieel-intensieve bedrijven alternatieve financieringsbronnen, met als gevolg dat ze via waarderingen en risicopremies gevoelig blijven voor monetair beleid.

Literatuur
Andersson, M., V. Jarvis, G. Le Breton en R. Morris (2025) The outlook for euro area business investment – findings from an ECB survey of large firms. ECB Economic Bulletin, 4/2025. Te vinden op www.ecb.europa.eu.
Crouzet, N. en J.C. Eberly (2018) Understanding weak capital investment: the role of market concentration and intangibles. NBER Working Paper, 25869.
David, J. en F. Gourio (2023) The rise of intangible investment and the transmission of monetary policy. Chicago Fed Letter, 482.
Dell’Ariccia, G., D. Kadyrzhanova, C. Minoiu en L. Ratnovski (2021) Bank lending in the knowledge economy. The Review of Financial Studies, 34(10), 5036–5076.
Döttling, R. en L. Ratnovski (2023) Monetary policy and intangible investment. Journal of Monetary Economics, 134, 53–72.
ECB (2025) Economic Bulletin, 4/2025. Europese Centrale Bank. Te vinden op www.ecb.europa.eu.
Falato, A., D. Kadyrzhanova, J. Sim en R. Steri (2022) Rising intangible capital, shrinking debt capacity, and the U.S. corporate savings glut. The Journal of Finance, 77(5), 2799–2852.
He, B. (2025) Financing intangibles. University of Chicago Booth School of Business Working Paper, november.
WIPO (2025) World intangible investment highlights 2025: Better data for better policy. World Intellectual Property Organization.
Auteurs
Categorieën