
Aanmerkelijkbelanghouders – aandeelhouders die minstens vijf procent van de aandelen van een vennootschap bezitten – hebben in 2024 sterk gereageerd op de invoering van het schijventarief in box 2 door precies de eerste schijf van 67.000 euro op te vullen. Eens te meer blijkt dat aanmerkelijkbelanghouders zeer gevoelig zijn voor fiscale prikkels.
In 2024 is in box 2 van de inkomstenbelasting een schijventarief ingevoerd waarbij de eerste 67.000 euro tegen 24,5 procent wordt belast en het meerdere tegen 33 procent. Voorheen was er een uniform tarief van 26,9 procent. Een doel van deze wijziging was het stimuleren van het jaarlijks uitkeren van dividend en zo het uitstel van belastingheffing over de winstreserves in de bv tegen te gaan.
De figuur toont dat in 2024 het aantal huishoudens met een inkomen in box 2 fors gestegen is ten opzichte van voorgaande jaren. Dit komt door huishoudens die precies 67.000 euro dan wel precies 134.000 euro uitkeerden. In het laatste geval gaat het om fiscale partners die het dividend optimaal verdeeld hebben. Ten opzichte van alle circa 500.000 huishoudens met vermogen in aanmerkelijk belang blijft het aandeel dat dividend uitkeert in box 2 overigens nog wel een minderheid.
De invoering van de maatregel in 2024 zorgde ook in 2023 al voor een opvallende verschuiving. In anticipatie op de maatregel zien we voor 2023, in vergelijking met 2022, een toename van het aantal zeer grote dividenduitkeringen en een daling van het aantal kleinere uitkeringen. In de figuur is er daardoor een omslagpunt bij 530.000 euro.
Het is op dit moment nog niet mogelijk aan te geven of de invoering van het schijventarief ook daadwerkelijk meer belastinginkomsten heeft opgeleverd zoals beoogd. Hiervoor zijn de aangiftegegevens over 2024 bij met name de hogere inkomens nog niet voldoende beschikbaar. Dit wordt volgend jaar door het Ministerie van Financiën geëvalueerd.
Auteur
Categorieën