Ga direct naar de content

Masterscripties vormen brug tussen economisch onderwijs en maatschappij

Geplaatst als type:
Gepubliceerd om: december 15 2025

De Nederlandse faculteiten economie en bedrijfskunde zoeken naar manieren om hun maatschappelijke relevantie aan te tonen en te vergroten. Een systematische analyse van ruim tienduizend universitaire masterscripties onthult welke economische vraagstukken een nieuwe generatie bezighouden en hoe dat kansen biedt voor faculteiten om hun maatschappelijke impact te vergroten.

In het kort

  • De Nederlandse faculteiten economie en bedrijfskunde produceren jaarlijks gezamenlijk circa 10.000 masterscripties.
  • Masterscripties creëren direct maatschappelijke impact en fungeren als radarsysteem voor onderwijsvernieuwing.
  • Masterscripties behandelen vaak nieuwe onderwerpen in de economie die pas later mainstream worden.

Het Decanenberaad Economie en Bedrijfskunde, dat alle Nederlandse economiefaculteiten vertegenwoordigt, streeft ernaar de maatschappelijke effecten van de (bedrijfs)economische discipline beter over het voetlicht te krijgen en verder uit te bouwen (DEB, 2023).

Masterscripties vormen een belangrijk kanaal waarlangs universiteiten maatschappelijk impact genereren. Ze documenteren maanden van onderzoekwerk en verbinden veelal economische theorie met praktische vraagstukken. Lange tijd werden deze eindwerken vooral gezien als individuele prestaties: beoordeeld, gearchiveerd, vergeten. Maar de tienduizenden afstudeerwerken documenteren niet alleen wat studenten leren, maar ook waar een nieuwe generatie economen zich mee bezig wil houden. Ze vormen zo een collectieve kennisbron voor de prioriteiten binnen de economische wetenschap.

Maar waar gaan deze scripties over? In dit artikel analyseren we de inhoud van de masterscripties van de Rotterdam School of Management van 2009 tot en met 2024. Dat doen we aan de hand van Llama 3.3 (open-weights), een large language-model van Meta, geïmplementeerd binnen de gesloten onderzoeksomgeving van het Google Vertex AI platform, waar onderzoeksdata niet worden opgeslagen of gebruikt voor modeltraining. . Zie voor meer informatie sdgmetrics.com.

Brugfunctie scripties

Een masterscriptie is volgens de accreditatiestandaarden van de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO, 2025) een wetenschappelijk eindwerk waarin studenten zelfstandig onderzoek verrichten naar actuele vraagstukken. Het eindwerk vormt een substantieel onderdeel van masteropleidingen en representeert de culminatie van de academische ontwikkeling.

Het Nederlandse universitaire economieonderwijs levert jaarlijks duizenden afgestudeerden af die de economie van morgen vormgeven (tabel 1). In de periode 2016–2023 reikte het Nederlandse universitaire stelsel in totaal 401.196 masterdiploma’s uit, met een groei van 30,2 procent (van 43.317 naar 56.400 diploma’s per jaar). Binnen dit totaal vormden de economische masteropleidingen een substantieel segment van gemiddeld 20,1 procent, goed voor 80.630 diploma’s over de gehele periode. Het aandeel van deze economische diploma’s groeide met 23,1 procent, van 8.916 in 2016 naar 10.978 in 2023.

In feite vervullen masterscripties een dubbele brugfunctie. Ten eerste verbinden ze de universiteit met organisaties die met concrete vraagstukken worstelen. Veel van de economische scripties ontstaan in samenwerking met externe organisaties, zoals bedrijven, overheden en ngo’s. Voor bedrijven functioneren scripties als risicovrij innovatielaboratorium. Voor organisaties zonder innovatiebudget vormt dit vaak een efficiënte toegang tot academisch onderzoek. De collectieve waarde van deze externe brug is aanzienlijk: jaarlijks ontstaan er zo vele casestudy’s en oplossingsrichtingen voor actuele economische vraagstukken.

Ten tweede fungeren de scripties als radarsysteem dat signaleert waar de discipline in beweging is en waar het curriculum mogelijk achterloopt bij de vragen van studenten en samenleving. Deze radarfunctie is cruciaal voor innovatie van het curriculum en kwaliteitsborging. De rest van de curricula van de opleidingen van economie en bedrijfskunde zijn via strikte NVAO-accreditatie­standaarden op opleidingsniveau sterk gereguleerd; eindwerken bieden de beste mogelijkheid om nieuwe onderwerpen op te pakken en zo te laten zien waar curricula toe zijn aan vernieuwing.

Inhoud scripties

Een manier waarop de maatschappelijke relevantie van scripties geanalyseerd kan worden, is door te kijken op welke wijze ze raken aan maatschappelijke thema’s. Een voor de hand liggende benchmark vormen daarbij de duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s) van de Verenigde Naties. De mate waarin de economische scripties raken aan de SDG’s verschilt sterk (tabel 2): scripties zijn relatief vaak gerelateerd aan Industrie, innovatie en infrastructuur (SDG 9), maar nauwelijks aan Schoon water en sanitair (SDG 6).

Kijken we niet alleen naar de zeventien doelen, maar naar de onderliggende 169 SDG-targets, dan zien we een opvallende concentratie rond drie SDG-targets die bijna de helft (49,5 procent) van alle SDG-observaties vertegenwoordigen: target 8.3 (23,4 procent): Ondernemerschap, innovatie en mkb-ontwikkeling; target 9.5 (13,4 procent): Wetenschappelijk onderzoek en technologische capaciteit; en target 9.1 (12,7 procent): Duurzame infrastructuurontwikkeling. Bijna een kwart van alle SDG-gerelateerde observaties richt zich dus op het stimuleren van innovatie, het creëren van werkgelegenheid en het ondersteunen van mkb-ontwikkeling. Kijken we naar de ontwikkeling over de tijd, dan zien we fascinerende patronen. Zo is het aandeel scripties over circulaire economie (binnen SDG 12: Verantwoorde consumptie en productie) sinds 2015 verviervoudigd.

Meer in het algemeen zien we dat traditionele financiële thema’s weliswaar belangrijk blijven, maar steeds vaker een duurzaamheidsdimensie krijgen. Zo zijn thema’s als ESG-investeren, klimaatrisico’s in pensioenfondsen en groene obligaties – die tien jaar geleden nauwelijks voorkwamen – nu gemeengoed.

Studenten, die hun scriptie veelal schrijven in nauwe samenwerking met bedrijven en organisaties, signaleren uitdagingen vaak jaren voordat deze mainstream worden. Zo begon de groei in scripties over duurzaamheidsrapportage ruim voor de Europese richtlijn hierover werd ingevoerd. Studenten worstelden al met vragen over materialiteit, stakeholder-engagement, en de integratie van financiële en niet-financiële informatie in de tijd dat jaarlijkse MVO-rapportages nog gemeengoed waren. Hetzelfde patroon zien we bij technologische innovaties: scripties over AI begonnen bijvoorbeeld al flink in aantal toe te nemen, ruim voordat  het taalmodel van ChatGPT publiek beschikbaar werd en de scripties verkenden al vroeg de ethische en organisatorische implicaties van AI.

En we zien ook methodologische verschuivingen. Machinelearning-technieken, het gebruik van alternatieve databronnen, en interdisciplinaire benaderingen die bijvoorbeeld psychologie, ecologie en economie verbinden worden steeds gebruikelijker.

De analyse van de RSM-scripties laat zien hoe nieuwe thema’s zich ontwikkelen: eerst sporadisch in enkele experimentele scripties, vervolgens groeiend naar kritische massa, en uiteindelijk stabiliserend als gevestigd onderzoeksmethode om op maatschappelijke behoeften antwoorden te vinden.

Collectieve impact

De kracht van tienduizend jaarlijkse scripties ligt in hun collectieve potentieel. Momenteel functioneert elke scriptie als individueel project. Maar door scripties systematisch te analyseren en de inzichten te gebruiken voor curriculumvernieuwing, kunnen de economiefaculteiten actief bijdragen aan het vormgeven van een economie die werkt voor mens en planeet. De masterscripties tonen bovendien aan dat de economische wetenschap zich al middenin de samenleving bevindt.

Een waarschuwing is echter ook op z’n plaats. In de huidige tijd van bezuinigingen en de daaruit voortvloeiende verhoging van de efficiënctiedruk bestaat het risico dat de strategische waarde van scripties wordt verminderd. Als scripties meer worden gezien als ­bottleneck voor de efficiëntie van de studieflow, als verhogers van de werkdruk van wetenschappelijk personeel en de scriptie wordt vervangen door meer routinematige eindwerken – verliezen we de fundamentele betekenis van de scriptie als bruggen naar maatschappelijke impact en als radarsysteem voor vernieuwing. Afschaffing van scripties kan uiteindelijk leiden tot verwijdering van wetenschap en economie, waar verbondenheid en co-creatie van kennis juist het gemeenschappelijk belang zou moeten zijn.

Om het maatschappelijke effect van de scripties overeind te houden en uit te bouwen, zouden de economiefaculteiten, al dan niet gezamenlijk, prioritaire maatschappelijke thema’s ten behoeve van de scriptiestudenten kunnen benoemen. Dat kan voor studenten richtinggevend zijn. De Remagine Awards die de DEB sinds vorig jaar samen met de Goldschmeding Foundation jaarlijks uitreikt (remagine-award.nl), zenden richting afstudeerders en scriptiebegeleiders al een nuttig signaal en het aangeven van thema’s kan hen verder helpen om de maatschappelijke impact in de scripties centraal te zetten.

Dit artikel is mede mogelijk gemaakt door Anna de Waard-Leung (EUR), Nick Jelicic (EUR) en Max Boiten (Dialogic)

Getty Images

Literatuur

DEB (2023) The challenges of transition/De uitdagingen van transitie. Economie en bedrijfskunde: wetenschap voor duurzame welvaart. 

Decanen Sector Economie en Bedrijfskunde, september. Te vinden op zenodo.org/records/10019977.

NVAO (2025) Beoordelingskader accreditatiestelsel hoger onderwijs Nederland. Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie.

Auteurs

Plaats een reactie