Ga direct naar de content

Maatschappelijk geëngageerde econoom van cruciaal belang in deze geopolitiek turbulente tijd

Geplaatst als type:
Gepubliceerd om: februari 6 2026

Nu de VS een eigen koers vaart, zal Europa op eigen geopolitieke benen moeten gaan staan. Kennis van economie en bedrijfskunde is daarbij van cruciaal belang, zo bleek tijdens het vierde Impact Forum Economie en Bedrijfskunde. Maatschappelijk geëngageerde economen kunnen het verschil maken.

Binnen Economie & Bedrijfskunde is er nog wel eens neergekeken op de dialoog met de praktijk.  “Where is the distinguished economist when we need him?” schreef bijvoorbeeld David Kennedy, hoogleraar economische geschiedenis aan Stanford University, bijna twee decennia geleden in de New York Times. Zijn vraag vormde de laatste regel van zijn boekbespreking van Paul Krugmans The Conscience of a Liberal, uit 2006. Nobelprijswinnaar Krugman had daarin op basis van theoretische inzichten stevig stelling genomen tegen de binnenlandse economische politiek van die tijd. Maar een academisch topeconoom die mee gaat roepen met politici ondergraaft zijn eigen geloofwaardigheid en draagt alleen maar bij aan de polarisatie, vond de conservatieve Kennedy. Zo’n geleerde moest zich concentreren op zijn wetenschappelijke activiteiten.

Lang werd die opvatting breed gedeeld in de sector, mede ten behoeve van de wetenschappelijke statuur van het onderzoek, ook in Nederland. Maar op het Impact Forum op 2 december 2025 in Amersfoort overheerst duidelijk het omgekeerde gevoel. Na het welkomstwoord door Peter Verhoef, decaan van de economische faculteit aan de RUG en voorzitter van het Decanenoverleg Economie en Bedrijfskunde, leek de centrale vraag op het forum: “Where are the engaged economists when we need them?”.

Geëngageerde economen nodig

De drie plenaire sprekers benadrukten het belang van maatschappelijke geëngageerde economen vanuit verschillende perspectieven. Mirjam van Praag betoogde dat een academische loopbaan in economie en bedrijfskunde nu nog teveel afhangt van publicaties in internationale wetenschappelijke tijdschriften, terwijl samenwerken met de praktijk en maatschappelijke impact juist te weinig worden beloond. Voor de betreffende wetenschappers en de discipline zelf is dat op den duur slecht. En de beperkte focus op de eigen tijdschriften maakt economen en bedrijfskundigen ook oninteressant voor collega-wetenschappers, terwijl veel grote problemen juist wetenschappelijke samenwerking vereisen.

Vooral voor vrouwelijke wetenschappers in E&B pakt de competitie aan de hand van eenzijdige criteria negatief uit, volgens Van Praag. Het is heel zorgelijk dat het percentage vrouwelijke hoogleraren in Economie & Bedrijfskunde het laagste is van alle academische disciplines en dat vergt actie.

Ze drong erop aan dat het vakgebied Economie en Bedrijfskunde haar beoordelingssysteem herziet. Gelukkig zijn faculteiten al bezig om in het kader van het landelijke project “Erkennen en Waarderen” de beoordeling van wetenschappers te verbreden.

Sandra Phlippen adviseerde wetenschappers zich meer te richten op de Nederlandse praktijk. Veel onderzoek in internationale tijdschriften is gebaseerd op data over Amerikaanse bedrijven en dat is niet zomaar te vertalen naar de Nederlandse situatie. Er wordt wel belangwekkend onderzoek gedaan op relevante thema’s, zoals duurzaamheid en gelijkheid, maar dat is onvoldoende zichtbaar in de Nederlandse praktijk. Wetenschappers zouden daarom meer moeite moeten doen om hun resultaten in een toegankelijke vorm te verspreiden via Nederlandtalige vaktijdschriften, zoals ESB. In tegenstelling tot tijdschriften als Econometrica of American Economic Review wordt ESB namelijk wel gelezen door mensen in de praktijk en ook gebruikt als input voor nieuw beleid.

Dat ESB breed gelezen wordt, kon ook Michiel Muller bevestigen, serial entrepreneur, CEO van Picnic en enthousiast ESB-abonnee. Hij drong erop aan dat wetenschappers in dergelijke tijdschriften hun beschouwingen al zouden delen voordat alles met vrijwel absolute zekerheid kon worden vastgesteld. Als men op dat laatste blijft wachten, zou de bijdrage van economen beperkt blijven tot conclusies als “Als de zon schijnt zitten de terrassen vol”. Economen hebben volgens hem veel meer te bieden dan academisch rigoureuze analyses die maatschappelijke open deuren bevestigen. Hij drukte de aanwezige wetenschappers daarom op het hart om goed in de gaten te houden met welke uitdagingen ondernemers en beleidsmakers worden geconfronteerd en daarop in te spelen met analyses die inzicht en handvatten bieden.

Inzicht in weerbaarheid nodig

De maatschappelijke uitdaging die op het forum centraal stond was het belang van economische weerbaarheid. De urgentie daarvan blijkt ook uit recente ESB-artikelen en de door ESB op 1 december 2025 bij de SER georganiseerde discussiebijeenkomst over de weerbare economie.

Die uitdaging heeft nu topprioriteit in de beleidspraktijk. Zo vertelde Muller dat hij kortgeleden voor zijn bedrijf naar een weerbaarheidstraining was geweest op uitnodiging van het ministerie van Defensie. Want wat doet een bedrijf als Picnic als er 72 uur geen Internet is? Of als reservisten in het bedrijf opeens worden gemobiliseerd? Met welke ‘choke points’ moet het rekening houden in een internationale economische confrontatie en hoe zou Nederland dan kunnen reageren?

Ook in het vervolg van het Impactforum terug stond het toegenomen belang van weerbaarheid centraal.

Het meest duidelijk was dat bij de deelsessie over solide instituties. Catherine de Vries lichtte daar toe dat we veel van onze welvaart sinds de Tweede Wereldoorlog danken aan een stabiele internationale institutionele structuur en de voorspelbaarheid die daaruit voortvloeit. Maar die naoorlogse stabiliteit is razendsnel aan het veranderen . Joost Stienen, executive vicepresident van ASML, benadrukte het belang van coherent Europees beleid voor zijn bedrijf: alleen door de Europese fragmentatie en inconsistentie in regelgeving te beperken, kan zijn bedrijf technologisch leider blijven.

Ook in de sessie over toekomstbestendige digitalisering speelde weerbaarheid een rol. Dion Bongaerts, hoogleraar Financiële Technologie aan de EUR, legde uit wat de kracht van AI kan zijn maar ook wat er nodig is om de risico’s ervan in te dammen. Peter Jacobs, CEO van ING Nederland, benadrukte het belang van  digitale soevereiniteit van (Europese) bedrijven: als een bedrijf (en de overheid) geen zelfstandige slagkracht kan ontwikkelen op IT-gebied, wordt het snel afhankelijk van generieke tools en apps van Big Tech. Hoe onderscheid je je dan nog als financiële instelling en hoe kwetsbaar worden je vitale bedrijfsprocessen voor geopolitieke problemen? Het intern ontwikkelen van IT-applicaties wordt steeds meer een kerncompetentie in de financiële wereld, terwijl de arbeidsmarkt voor IT-experts krap is. De uitdaging is om de balans te houden tussen autonomie en creativiteit van medewerkers enerzijds en aansluiting met de organisatiedoelen anderzijds. 

Bij de deelsessie over duurzaamheid was de aandacht voor weerbaarheid minder expliciet, maar speelden de internationale ontwikkelingen op de achtergrond ook een rol. Mede door de ontwikkelingen in de VS is duurzaamheid meer in een politiek daglicht komen te staan. Hoe stimuleer je consumenten en producenten dan toch richting duurzaam gedrag? Bart Bronnenberg, hoogleraar marketing aan de Universiteit van Tilburg, besprak de rol van marketingkennis daarbij. Martijn Versteegh, programmadirecteur duurzaamheid bij Albert Heijn, lichtte toe hoe dat bedrijf probeert duurzame consumptie te bevorderen en daarbij rekening moet houden met de maatschappelijke polarisatie en negatieve reacties van bepaalde consumenten.

Tot slot

De nieuwe nadruk op weerbaarheid dwingt economen om een aantal lang gekoesterde aannames over de internationale status quo en de geopolitiek te heroverwegen, zoals het streven naar efficiency, de voordelen van internationale samenwerking en de hieruit resulterende maximalisatie van winst. De wereldwijde onzekerheid die is ontstaan dwingt tot een aangepaste logica, die geldt van het midden- en kleinbedrijf tot de landsverdediging.

Door weerbaarheid in te calculeren wordt de economische doelfunctie complexer. En zal bijvoorbeeld meer voorraad moeten worden aangehouden dan normaal, een extra aanvoerlijn moeten worden georganiseerd voor de leveringszekerheid en er moeten alternatieve leveranciers en financiers worden gezocht voor grondstoffen en (digitale) diensten.  Bovendien, wordt het opeens zeer relevant om meer te produceren en te organiseren binnen Nederland of in ieder geval binnen de EU, ook al kan dat ergens anders in de wereld in principe beter en goedkoper. Kortom, het adagium wordt: zorgen voor meer reserves en meer redundantie. Dat is dus juist niet just in time en juist niet lean, maar wel robuuster en in de huidige tijd realistischer.

De consequenties van het toegenomen belang van weerbaarheid waren iedereen duidelijk: “Dat kost geld”. Dat laat zien hoe centraal economische en bedrijfskundige expertise komt te staan in heroverwegingen als gevolg van de veranderde wereldorde. De kennis van economie en bedrijfskunde is alleen nog maar relevanter geworden.

Auteurs

Categorieën

Plaats een reactie