Ga direct naar de content

Maak waarde natuur zichtbaar in beleidsafwegingen

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: juni 30 2026

Omdat de waarde van natuur niet direct zichtbaar is, legt zij het in besluitvorming snel af tegen economische belangen. Er zijn echter steeds meer instrumenten die de waarde van natuur in beeld brengen. Het wordt tijd om deze instrumenten ook te gebruiken in beleid en besluitvorming.

In het kort

  • De gestelde doelen voor natuur en milieu blijven vaak nog ver buiten bereik, met economische kosten tot gevolg.
  • De economische gebruikswaarde van natuur bedraagt minstens 11,5 miljard euro, vergelijkbaar met de landbouwsector.
  • Zolang de waarde van natuur buiten beeld blijft, gaat dit ten koste van onze welvaart.

Natuur heeft waarde voor de mens. De natuur levert bijvoorbeeld van nature schoon drinkwater. Maar door toenemende vervuiling van het water, onder andere door de landbouw, kost het extra geld om het water te zuiveren tot drinkwater (De Groene, 2026; in dit dossier). Was deze waarde van de natuur eerder in beeld geweest, dan zou de beleidsafweging mogelijk anders hebben uitgepakt en er minder vervuiling zijn ontstaan.

De waarde van natuur wordt vaak niet (h)erkend, waardoor de natuur het in beleids- en besluitvorming makkelijk aflegt tegen bijvoorbeeld zichtbare economische belangen. Zo is het Europese milieubeleid de laatste tijd afgeschaald onder het mom van het verbeteren van het verdienvermogen: vorig jaar is de duurzaamheidswetgeving voor bedrijven afgezwakt (­Environmental Omnibus), stelt de Food and Feed Safety Omnibus van afgelopen december voor om de toelatingsprocedures voor chemische stoffen en bestrijdingsmiddelen te vergemakkelijken en is aangekondigd dat de Vogel- en Habitatrichtlijnen in 2026 zullen worden onderworpen aan een stresstest, waarmee ook hier afzwakking op de loer ligt. Ook nationaal wordt milieu­beleid makkelijk ondergeschikt gemaakt aan meer zichtbare (bedrijfs)economische belangen. Voorbeelden zijn het huidige stikstof- en waterkwaliteitsbeleid, waar de opgaven al langere tijd helder zijn maar effectief beleid uitblijft onder druk van bedrijvenlobby’s (Erisman, 2026; Reinhard et al. 2026; beide in dit dossier).

Dat de waarde van natuur beleidsmatig onderbelicht blijft, is niet zonder gevolgen: de natuur in Nederland staat onder zware druk (tabel 1). Dit komt onder andere door milieuvervuiling, klimaatverandering en de versnippering van natuurgebieden. De overheid heeft doelen gesteld ter verbetering van natuur en ­milieu, maar deze zijn vaak nog ver buiten bereik. Zo lijkt met het huidige tempo het doel voor het inrichten van nieuwe natuur voor eind 2027 onhaalbaar, is het zeer onwaarschijnlijk dat het doel voor waterkwaliteit in 2027 wordt waargemaakt, is de kans dat het klimaatdoel in 2030 wordt gehaald minder dan vijf procent en is het doel voor stikstofdepositie in 2025 gemist. De luchtkwaliteit voldoet weliswaar aan de Europese norm (die per 2030 zal worden bijgesteld naar tien 10 microgram per kubieke meter), maar aan de WHO-norm van vijf microgram per kubieke meter wordt vrijwel nergens in Nederland voldaan.

Inmiddels is er een scala aan indicatoren en methoden beschikbaar om de waarde van natuur beter zichtbaar te maken in beleids- en besluitvorming, zo laat ik in dit artikel zien. Het is hoog tijd dat deze mogelijkheden worden benut en beleidsmakers en besluitvormers worden gevoed met (analyses van) natuurwaardes.

Drie soorten waarden van natuur

Er zijn veel verschillende manieren waarop de natuur van waarde is voor mensen. Vraag hen hoe en waarom (specifieke) natuur van betekenis is voor hen, en ze geven allerlei argumenten gebaseerd op kwaliteiten die ze in die natuur zien. Deze argumenten worden ook wel ‘waarden van natuur’ genoemd. Bij die argumenten zien we drie verschillende typen onderbouwingen: intrinsieke, instrumentele en relationele waarden (Pereira et al., 2020).

Als eerste heeft natuur waarde in zichzelf, los van haar relatie met de mens. Dit is de intrinsieke en niet-gebruikswaarde van natuur. Deze waarde is geworteld in de overtuiging dat we als samenleving natuur respecteren en willen beschermen omwille van zichzelf en haar voortbestaan. De tweede waarde van natuur is de gebruikswaarde voor de maatschappij. Deze instrumentele waarde gaat over hoe wij als mens en maatschappij de natuur gebruiken. De derde waarde van natuur is de relationele waarde, die gaat over de verbondenheid van mensen met natuur en landschap (PBL, 2024).

Deze drie waarden zijn vaak met elkaar verweven (PBL, 2024). Zo kan bijvoorbeeld de waarde die iemand hecht aan het wandelen in een bos gebaseerd zijn op het recreëren in de natuur (instrumentele of gebruikswaarde) in combinatie met verbondenheid met dit specifieke bos (relationele waarde). Ook kunnen waarden op gespannen voet met elkaar staan. Zo kan iemand waarde hechten aan uitgestrekte weilanden met raaigras (relationele waarde), terwijl dit type eensoortig grasland weinig biodiversiteitswaarde bezit (intrinsieke of niet-gebruikswaarde).

Instrumentarium voor natuurwaardering

Er is een breed scala aan indicatoren en methoden beschikbaar om een gewicht te geven aan de drie waarden van natuur voor de samenleving als geheel. Deze maatschappelijke waarden kunnen beschreven worden op zowel biofysische als monetaire wijze.

Instrumentele waarde van natuur

De instrumentele waarde van natuur bestaat uit de directe en indirecte gebruikswaarde van biodiversiteit en ecosystemen. Biodiversiteit is niet alleen de verscheidenheid aan soorten planten en dieren maar ook de diversiteit aan genen en variatie aan ecosystemen. Ecosystemen zijn natuurlijke systemen die bestaan uit interacties tussen planten, dieren en micro-organismen (zoals de schimmels en bacteriën), die in wisselwerking staan met hun niet-levende omgeving, zoals voedingstoffen en water. Typische Nederlandse, natuurlijke ecosystemen zijn bossen, duinen, graslanden, heide en moerassen.

De instrumentele waarde kan gekwantificeerd worden door middel van ecosysteemdiensten: de producten en diensten van ecosystemen die worden gebruikt door de samenleving. Er zijn drie categorieën ecosysteemdiensten te onderscheiden: ten eerste productiediensten, zoals de productie van voedsel, drinkwater en hout; ten tweede regulerende diensten, zoals koolstofvastlegging, bestuiving en waterzuivering; en ten derde culturele diensten, zoals natuurrecreatie en natuurlijk erfgoed (figuur 1). Ecosysteemdiensten zijn verwant aan het natuurlijk kapitaal: dit is de voorraad aan natuurlijke hulpbronnen (zoals planten, dieren, lucht, water, bodem en mineralen) die samen ecosysteemdiensten – en daarmee welvaart – aan mens en maatschappij leveren (VN, 2024).

Figuur 1: Voorbeelden van ecosysteemdiensten

bew0030_001s_ahoc21
Bron: PBL (2016) | ESB

De waarde van ecosysteemdiensten kan biofysisch gekwantificeerd worden met behulp van monitoringsdata, kaartmateriaal en modellen. Daarmee kunnen diensten wor­den weergegeven in biofysische eenheden, zoals de hoeveelheid opgeslagen tonnen CO2-equivalenten door koolstofvastlegging of het vermeden verlies aan gewasopbrengst door natuurlijke bestuiving en plaag­bestrijding. Biofysisch kwantificeren van een dienst is ook de eerste stap om de waarde van zo’n dienst monetair (in geld) in te kunnen schatten.

Ecosysteemdiensten kunnen monetair geschat worden met verschillende waarderingsmethoden, waarbij geldt dat niet elke methode geschikt is voor elke dienst (Schild et al., 2018a). Marktprijzen worden vaak gebruikt voor diensten die op de markt worden verhandeld, zoals voedsel- en houtproductie en koolstofvastlegging. Wanneer er geen markt is voor een product of dienst, zijn er methoden om (het aandeel in) de marktprijs indirect af te leiden of om met behulp van aannames een hypothetische markt te creëren. Zo kan met de productie-functiemethode of factorkostenmethode berekend worden in hoeverre plaagbestrijding, bestuiving of bodemvruchtbaarheid bijdraagt aan de marktprijs van landbouwproducten.

De monetaire waarde van ecosysteemdiensten wordt ook vaak geschat aan de hand van kosten die erdoor vermeden worden (avoided cost) of kosten die ontstaan als de diensten wegvallen (replacement of restoration costs). Zo wordt het reguleren van overstromingen vaak geschat door middel van de kosten die voorkomen kunnen worden (avoided cost), en kustbescherming door de kosten van het vervangen van natuurlijke bescherming door de duinen door een artificiële zeewering (replacement cost). Maar de op kosten gebaseerde methoden geven niet altijd een even goed beeld van de betalingsbereidheid van mensen voor het verminderen van daadwerkelijk geleden schade, omdat de betalingsbereidheid hoger of lager kan uitvallen dan de kosten van preventie of herstel (CPB en PBL, 2013).

De reiskostenmethode (travel cost), het hedonisch prijsmodel en de stated preference-methode worden over het algemeen gezien als betere schatters van de monetaire waarde van ecosysteemdiensten, omdat ze wel gebaseerd zijn op de betalingsbereidheid van mensen. De reiskostenmethode wordt specifiek gebruikt om de waarde van recreatie en toerisme te schatten door bijvoorbeeld de kosten te nemen die worden gemaakt om te reizen naar een specifiek natuurgebied. Het hedonisch prijsmodel schat de waarde van een natuurrijke leefomgeving aan de hand van de meerwaarde van huizenprijzen vanwege de nabijheid van natuur. De reis­kostenmethode en het hedonisch prijsmodel gaan daarbij uit van kosten die daadwerkelijk gemaakt zijn. De stated preference-methode gaat uit van hypothetische betalingsbereidheid, door mensen te vragen wat zij zouden willen betalen voor specifieke ecosysteemdiensten.

Tot slot is er nog de benefit transfer-methode. In plaats van een nieuwe waarderingsstudie uit te voeren, wordt hierbij de monetaire waarde van ecosysteemdiensten overgenomen uit een of meerdere vergelijkbare, eerder uitgevoerde studies. Zulke studies zijn bijvoorbeeld te vinden in de Ecosystem services valuation database (FSD, 2025). Indien mogelijk, wordt de overgenomen waarde daarbij aangepast aan verschillen in de studiecontext. Benefit transfer kan in principe worden toegepast voor de waardering van elke ecosysteemdienst, maar gaat gepaard met grote onzekerheden omdat het lastig is om waardes goed aan te passen aan de karakteristieken van de studiecontext, zoals de kwaliteit van het ecosysteem die de dienst levert en de sociaaleconomische omstandigheden van de gebruikers van de dienst.

Overigens blijken de gevonden monetaire waardes voor ecosysteemdiensten vaak sterk samen te hangen met het type waarderingsmethode dat is gebruikt (Schild et al., 2018b). Het is goed om hier rekenschap van te geven door bijvoorbeeld de mate van onzekerheid van de waardebepaling mee te schatten en te presenteren in de uitkomsten.

De instrumentele waarde van natuur wordt voor Nederland samengebracht in de Natuurlijkkapitaal­rekeningen van het CBS (2026b). Daarbij wordt er gerapporteerd over het areaal (kwantiteit) en conditie (kwaliteit) van ecosystemen, ecosysteemdiensten (biofysisch en monetair) en ecosysteemkapitaal (monetair). Kaartmateriaal over natuurlijk kapitaal van onder andere het CBS staat in de Atlas Natuurlijk Kapitaal (RIVM, 2026). De stand van zaken omtrent natuurlijk kapitaal wordt jaarlijks ook in beeld gebracht in de Monitor Brede Welvaart (CBS, 2026a).

Terwijl de Natuurlijkkapitaalrekeningen achteraf een beeld geven van de jaarlijkse bijdrage van natuur aan de economie, kan ook de ontwikkeling van het natuurlijk kapitaal in de toekomst inzichtelijk worden gemaakt. Op nationale schaal kan dat bijvoorbeeld met het Natuurlijkkapitaalmodel (De Knegt et al., 2022), dat biofysisch schat hoe ecosysteemdiensten onder verschillende (beleids)scenario’s veranderen. Op regionale en lokale schaal kan de Natuurwaardeverkenner de verwachte effecten van beleid op de levering van ecosysteemdiensten biofysisch en monetair in beeld brengen (Liekens, 2026).

Intrinsieke waarde van natuur

De intrinsieke waarde van natuur kan worden bepaald op basis van de kwaliteit en kwantiteit van biodiver­siteit en ecosystemen. Het oppervlak van typen natuur in Nederland, de soorten die binnen een gebied voorkomen (soortenrijkdom) of in welke aantallen per soort (abundantie) zijn maten voor de kwantiteit. De kwaliteit kan bijvoorbeeld worden vastgesteld door middel van het oppervlak natuur van ‘goede’ ecologische kwaliteit of het aantal soorten dat met uit­sterven wordt bedreigd (CLO, 2024).

Hoe de intrinsieke waarde van natuur beïnvloed wordt door beleid kan bijvoorbeeld ingeschat worden met het Model for Nature Policy. Dit is een biofy­sisch model dat berekent of er voldoende aaneengeslo­ten gebieden van goede kwaliteit aanwezig zijn, zodat planten- en diersoorten die in het natuurbeleid worden beschermd, potentieel duurzaam kunnen voorkomen (Van Aar et al., 2026).

Een geaggregeerde maat die het mogelijk maakt om veranderingen in de biodiversiteit meetbaar te maken is beschikbaar in de vorm van de ‘natuurpunten’-methodiek (Kruitwagen et al., 2019). Natuurpunten worden berekend op basis van de kwantiteit en kwaliteit van natuur in combinatie met een weegfactor voor zeldzaamheid van het type natuur. Op deze manier geven natuurpunten een maat voor de relatieve natuurwinst van maatregelen, die in een maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) naast de economische effectiviteit meegewogen kan worden. Natuurpunten worden echter niet monetair gewaardeerd, waardoor ze in een MKBA alleen naast het monetaire saldo gepresenteerd kunnen worden.

De intrinsieke waarde van natuur kan ook monetair worden geschat. Met de stated preference-methode wordt mensen gevraagd naar hun betalingsbereidheid (willingness-to-pay) voor het bestaan van specifieke soorten, ecosystemen of landschappen.

Monetaire schattingen kennen wel enige mate van onzekerheid, omdat hypothetische kosten worden geschat, en geen daadwerkelijke uitgaven. Bovendien is het de vraag of de intrinsieke waarde van biodiversiteit in dit type schatting voldoende tot zijn recht komt, omdat de waarde van het voortbestaan van soorten en ecosystemen lastig te vangen is in geld. Het is immers vaak niet duidelijk welke consequenties het uitsterven van soorten of het instorten van ecosystemen zal hebben.

Toch bieden monetaire waardeschattingen ook duidelijke voordelen: in tegenstelling tot natuurpunten kunnen ze direct worden meegenomen in MKBA’s. Ook maken ze het mogelijk om verlies aan biodiversiteit mee te nemen in de milieuprijzen, waarmee de waarde van schade aan gezondheid en natuur door emissies naar water, bodem en lucht wordt geschat (CE Delft, 2025). Wel is het van belang dat monetaire waardering van de intrinsieke waarde van natuur slechts een middel is om natuur mee te kunnen wegen in de besluitvorming. Vanwege de onzekerheden in de waardeschattingen moeten de waardes niet worden gebruikt als eigenstandige sturingseenheden.

Relationele waarde van natuur

De kennis over relationele waarden, tot slot, is nog volop in ontwikkeling. Deze waarde gaat over de verbondenheid van mensen met natuur en is bij uitstek plaatsafhankelijk, subjectief en onvervangbaar: elk individu kan een ander specifiek soort plant, dier, natuurgebied of landschap als waardevol beschouwen.

Toch laat onderzoek zien dat er wel degelijk bepaalde landschappen en natuurgebieden uitspringen als hotspots die door veel mensen worden gewaardeerd (Davis et al., 2016). De kust, de Veluwe en Zuid-Limburg blijken bijvoorbeeld geliefde plekken in Nederland. Relationele waarde van natuur kent daarbij diverse aspecten, variërend van verwantschap en verbondenheid met natuur tot zorg voor natuur (Buijs et al., 2025). Voorbeelden van indicatoren die dat meten, zijn de mate van betrokkenheid bij de omgeving, gehechtheid aan of waardering van een landschap, streekidentiteit, ervaren verbondenheid en levenskwaliteit.

Toepassing in beleid en besluitvorming

Met bestaande methoden valt de waarde van natuur steeds beter in beeld te brengen. Zo schat het CBS (2026b) de waarde van natuur in 2023 in Nederland op 11,5 miljard euro. Deze waarde voor de totale jaarlijkse economische gebruikswaarde van natuur (ook wel: het bruto natuurproduct; Van Alphen et al., 2025) wordt geschat op basis van de Natuurlijkkapitaalrekeningen en is vergelijkbaar met de wijze waarop het bruto binnenlands product wordt vastgesteld. Hoewel dit een onderschatting is – omdat het CBS nog niet alle ecosysteemdiensten die waardevol zijn voor de maatschappij meeneemt (CBS, 2025) – blijkt hier bijvoorbeeld al uit dat de waarde van natuur vergelijkbaar is met de toegevoegde waarde van de landbouwsector à 13,9 miljard euro (MinLVVN, 2025). Bovendien is de verwachting dat de waarde van natuur zal toenemen, omdat de toekomstige vraag naar natuur groter zal worden door bevolkingsgroei en toenemende rijkdom, terwijl het aanbod van natuur eerder schaarser zal worden door toenemend ruimtegebruik (Drupp et al., 2024).

De maatschappelijke schade door milieuvervuiling wordt ook steeds zichtbaarder. De schade aan natuur en gezondheid is in 2022 toegenomen tot 46 miljard euro per jaar (PBL, 2025). Alleen al de schade aan natuur en gezondheid door stikstofuitstoot bedraagt 16,5 miljard euro per jaar. Beide waardes zijn geschat op basis van de milieuprijzen (CE Delft, 2025) en zijn allebei nog een onderschatting van de schade aan natuur, omdat met deze methodiek de instrumentele en relationele waarden van natuur buiten beschouwing worden gelaten.

Ook is de waarde van natuur meegenomen in enkele MKBA’s. Zo wordt de waarde van ecosysteemdiensten meegewogen in een verkenning van de maatschappelijke kosteneffectiviteit van drukdrainage in de Alblasserwaard (RIVM, 2022).

Toch komt het nog vaak genoeg voor dat de natuur enkel als PM-post (pro memorie) wordt genoemd (Schrijver en Van der Heide, 2018), hoewel de Werk­wijzer natuur – een handleiding voor het meenemen van natuureffecten in MKBA’s – expliciet noemt dat dit niet de voorkeur heeft (Arcadis en CE Delft, 2018). Dit niet-meewegen van de waarde van natuur is risicovol, omdat het kan leiden tot niet goed onderbouwde besluiten.

Het is hoog tijd om het beschikbare instrumentarium voor natuurwaardering meer te benutten in beleidsafwegingen. Analyses van natuurwaardes helpen daarbij. Een concreet aanknopingspunt is de reflectie brede welvaart op beleidsvoornemens uit de Miljoenennota: door gebruik te maken van het Natuurlijkkapitaalmodel en de Natuurlijkkapitaalrekeningen kunnen effecten op natuurwaardes systematisch inzichtelijk gemaakt worden.

Tot besluit

Zolang de waarde van natuur buiten beeld blijft in beleids- en besluitvorming, leveren we ongemerkt in op onze welvaart. Onderzoek dat natuurwaardes zichtbaar maakt, helpt de waarde van natuur in beeld te brengen, al blijven het schattingen. Uiteindelijk gaat het om de bewustwording dat ook de natuur bijdraagt aan de welvaart. Wordt dat besef niet verankerd in beleid, dan betalen we daar de prijs voor.

Literatuur

Aar, M.C.A van, R. Pouwels, A. van Hinsberg et al. (2026) Model for Nature Policy (MNP): Wat is het en wat kun je ermee? WOT Natuur & Milieu, WOT-special 20.

Alphen, M. van, J.R. van Berkel, S. Schenau et al. (2025) Gebruikswaarde ecosysteemdiensten in Nederland: Toepassing van GEP in besluitvorming. WUR en CBS, Policy Brief, 2025-139.

Arcadis en CE Delft (2018) Werkwijzer natuur: Maatschappelijke kosten-baten analyses. Arcadis en CE Delft, 15 oktober.

Buijs, A.E., S. Dressel, J.B. Jacobsen et al. (2025) The ‘Plural Values of Nature’ scale: An integrated psychometric scale to measure instrumental, intrinsic and relational values. Biorxiv Preprint, 13 oktober.

CBS (2025) De gebruikswaarde van natuur in Nederland. CBS Publicatie, 20 februari.

CBS (2026a) Monitor Brede welvaart en SDG’s 2025. CBS.

CBS (2026b) Natuurlijk kapitaalrekeningen. CBS, 27 juni.

CE Delft (2025) Handboek Milieuprijzen 2023: Methodische onderbouwing van kengetallen gebruikt voor waardering van emissies en milieu-impacts. CE Delft, Rapport, 23.220175.034.

CLO (2024) Overzicht indicatoren natuur en biodiversiteit. Compendium voor de Leefomgeving, 21 mei.

CPB en PBL (2013) Algemene leidraad voor maatschappelijke kosten-batenanalyse. CPB / PBL Publicatie, 6 december.

Davis, N., M. Daams, A. van Hinsberg en F. Sijtsma. (2016) How deep is your love – of nature? A psychological and spatial analysis of the depth of feelings towards Dutch nature areas. Applied Geography, 77, 38–48.

Drupp, M.A., M.C. Hänsel, E. Fenichel en M. Freeman (2024) Accounting for the increasing benefits from scarce ecosystems. ­Science, 383(6687), 1062–1064.

Erisman, J.W. (2026) Waarom de stikstofcrisis maar niet opgelost wordt. ESB, te verschijnen.

FSD (2025) Ecosystem Services Valuation Database. Foundation for Sustainable Development. Te vinden op fsd.nl.

Groene, H. de (2026) Afnemende kwaliteit waterbronnen verhoogt kosten drinkwater. ESB, te verschijnen.

Knegt, B. de, L. Biersteker, M. van Eupen et al. (2022) Natural capital model. WOT Natuur & Milieu, december.

Kruitwagen, S., P. van Egmond en F Dietz (2019) Natuurpunten maken bijdrage van natuur aan welvaart inzichtelijker. ESB, 104 (4772S), 46–49.

Liekens, I., N. Smeets, J. Staes et al. (2026) Waardering van ecosysteemdiensten: een up to date handleiding. Versie 2026, studie uitgevoerd in opdracht van Departement Omgeving.

MinLVVN (2025) De staat van landbouw, visserij, voedsel en natuur: Cijfers en feiten over landbouw, visserij, voedsel en natuur. Wageningen Social & Economic Research, Rapport, 2025-123.

PBL (2016) Natuurlijk kapitaal: naar waarde geschat. PBL Publicatie, 19 mei.

PBL (2024) Naar een breder gedragen natuurbeleid in Nederland. PBL Rapport, 10 april.

PBL (2025) Actualisering monetaire milieuschade: Een verkenning naar de welvaartsverliezen door milieuvervuiling in Nederland in 2022. PBL Rapport, 19 juni.

Pereira, L.M., K.K. Davies, E. den Belder et al. (2020) Developing multiscale and integrative nature–people scenarios using the Nature Futures Framework. People and Nature, 2(4),1172–1195.

Reinhard, S., R. van der Veeren en V. Linderhof (2026) Rol van economie in kwart eeuw implementatie van de Kaderrichtlijn Water in Nederland. ESB, te verschijnen.

RIVM (2022) Ruimtelijke MKBA Alblasserwaard-Vijfheerenlanden: Waar is toepassing van drukdrainage maatschappelijk gezien rendabel? RIVM-rapport, 2022-0090.

RIVM (2026) Atlas Natuurlijk Kapitaal. RIVM en Ministerie IenW.

Schild, J.E.M., J.E. Vermaat, R.S. de Groot et al. (2018a) A global meta-analysis on the monetary valuation of dryland ecosystem services: The role of socio-economic, environmental and methodological indicators. Ecosystem Services, 32(A): 78–89.

Schild, J.E.M., J.E. Vermaat en P.M. van Bodegom (2018b) Differential effects of valuation method and ecosystem type on the monetary valuation of dryland ecosystem services: A quantitative analysis. Journal of Arid Environments, 159, 11–21.

Schrijver, R. en M. van der Heide (2018) De waarde van maatschappelijke kosten-batenanalyses voor natuur en landschap. Vakblad natuur bos landschap, juni, 3–6.

VN (2024) System of environmental-economic accounting – Ecosystem accounting. United Nations, Statistical Paper Series F, 124. Te vinden op www.imf.org

Auteur

  • Johanna Schild

    Senior onderzoeker bij het Planbureau voor de Leefomgeving

Categorieën

Plaats een reactie