Recent verklaarden 117 economen in een blog op esb.nu dat ondersteuning door het Rijk van verduurzaming van Tata Steel Nederland (TSN) geen goed idee was. Op hun argumenten is echter het een en ander af te dingen. Gezien de huidige situatie van de Europese industrie mogen we blij zijn dat er nog een Indiaas staalbedrijf in Nederland wil investeren.
In het kort
- Dat andere Europese landen een betere positie op de elektriciteitsmarkt hebben, is niet evident.
- De kansen voor groen staal liggen elders in Europa, waaronder in Zweden, niet voor het oprapen.
- Het vergroenen van TSN lijkt met oog op de gezondheid van omwonenden en Europese strategische autonomie geen gek plan.
In een blog op esb.nu ontraadden 117 economen de rijksoverheid om twee miljard te investeren in de verduurzaming van TSN (Beetsma et al., 2026). Zo zou de businesscase ontbreken, want schone staalproductie in Nederland zou duurder zijn dan bijvoorbeeld in Spanje of Zweden. Na de maatwerksubsidie aan Tata Steel Nederland (TSN) zouden nog vele honderden miljoenen extra nodig zijn. De aanwezigheid van TSN zou geen wezenlijk verschil maken voor de Nederlandse hoogwaardige maakindustrie omdat maar elf procent van de productie bestemd is voor Nederland. Maatwerkafspraken verstoren de markt en zijn staatssteunrechtelijk kwetsbaar. Omscholing van het personeel is goedkoper. De gezondheid van omwonenden is onvoldoende geborgd. Een slimmer alternatief zou zijn om groen staal Europees aan te besteden. De Nederlandse overheid kan de economie sterker maken door af te zien van steun aan TSN en de beschikbare middelen doelmatiger aan te wenden, stellen ze.
Op die argumenten valt het nodige af te dingen, laat ik in dit artikel zien. Er valt bovendien best wat te zeggen voor het vergroenen van de staalfabriek.
Spaanse energiepositie niet per se beter
Ontbreekt de businesscase omdat staalproductie in Nederland duurder is dan elders? Jazeker, deze is goedkoper in China, waar met staatssubsidies de productiecapaciteit enorm is en tot voor kort toenam (World Steel Association, 2025). En in de Verenigde Staten is de elektriciteitsprijs voor de energie-intensieve industrie de helft van die in de Europese Unie (IEA, 2026). Maar met het oog op de Europese strategische autonomie kijken de auteurs vooral naar elders in Europa, waarbij ze de kostenverschillen met Spanje en Zweden specifiek noemen.
Dat Spanje een betere uitgangspositie heeft dan Nederland is echter niet evident. Het aandeel zon en wind in de energievoorziening neemt er sinds 2019 snel toe (in Nederland overigens nog meer; Ember, 2025). Vooral zonne-energie is er relatief goedkoop. De Centrale Bank van Spanje berekende dat als het aandeel zon en wind in de periode 2019–2024 niet was toegenomen, de groothandelsprijs veertig procent hoger zou zijn geweest. Maar soms waait het niet en schijnt de zon niet, en daardoor hebben gascentrales in Spanje een onevenredige invloed op de groothandelsprijs – meer dan hun aandeel in de brandstofmix (Gasparella, 2023).
AFRY (2025) verwacht dat de Spaanse groothandelsprijs de komende tien tot vijftien jaar naar het Europese gemiddelde zal kruipen. Daarbij speelt een rol dat Spanje formeel heeft besloten dat vier kerncentrales in 2027–2030 dichtgaan. Een andere factor daarbij is de toenemende interconnectie (meer elektriciteitsverbindingen tussen landen), waar ook nog eens slimmer gebruik van wordt gemaakt: deze verbindingen bevorderen dat de prijzen tussen die landen dichter bij elkaar komen te liggen (IEA, 2026).
En dat is nog niet het hele verhaal. De prijs die de industrie betaalt, wordt in steeds grotere mate ook door netkosten (zowel uitbreiding als kwaliteitsbeheersing), belastingen en andere heffingen bepaald. En wat dit betreft gaat het in Spanje dramatisch slecht. De kosten voor het zorgen voor goede netkwaliteit bedroegen medio vorig jaar de helft van de groothandelsprijs. Er wordt minder dan de helft van het Europese gemiddelde in uitbreiding van netten geïnvesteerd (Ember, 2025). De Spaanse overheid bereidt weliswaar een forse uitbreiding voor, maar ook die moet betaald worden en kan dus terugkomen in de netkosten.
Kansen groen staal elders niet beter
In Zweden zijn de prijsverwachtingen inderdaad wel laag en stabiel. De groothandelsprijs voor elektriciteit is vooral in het noorden van Zweden lager dan die in Nederland. Het IEA (2026) verwacht dat dit vooralsnog zo blijft, en een bureau als AFRY (2025) raamt dat dit de komende tien jaar zo zal blijven.
Toch zegt de verwachte elektriciteitsprijs niet alles. De gehele Zweedse staalproductie is minder dan die van TSN (Eurofer, 2025). In Zweden is er sprake van twee grote investeerders: het SSAB (deels bezit van de Finse en Zweedse overheid), deels in combinatie met de mijnbouwer LKAB (geheel van de Zweedse overheid), en het nieuwe bedrijf Stegra. De grootste investering (door SSAB) is vertraagd vanwege een tekortschietend elektriciteitsnet. Stegra heeft een belangrijk vernieuwend project met groene waterstof, maar moet de financiering nog rond krijgen, vooral door kostenoverschrijdingen (Reuters, 2026).
Ook elders in Europa liggen de kansen voor groen staal niet voor het oprapen. Dat zien we als we kijken naar de voortgang van de projecten waarin in Europa in groen staal wordt geïnvesteerd. Dan valt vooral op hoe deze afgeschaald, uitgesteld of stopgezet worden – in alle landen die ertoe doen: van de 38 projecten met groene staal die dit voorjaar bekend waren, zijn er 21 vertraagd of is de uitvoering onzeker, zijn er 2 definitief stopgezet en hebben 15 de status dat ze doorgaan – waaronder die van TSN (Eurometal, 2026).
De projecten die nu worden uitgevoerd, zijn belangrijk en vernieuwend, maar in verhouding tot die van TSN van geringere productiecapaciteit. In Spanje zijn er twee projecten. Het ene, van Hydnum Steel, loopt volgens plan, omdat het gekoppeld is aan proefprojecten met groene waterstof. Het andere, van ArcelorMittal, is sterk afgeschaald. In Duitsland zijn toegezegde subsidies teruggegeven, omdat projecten niet doorgaan. In Frankrijk heeft ArcelorMittal het verduurzamingsproject in omvang teruggebracht. Van de projecten die in Europa nog gepland staan, is die van TSN het grootste.
Dat veel projecten zijn vertraagd, heeft meerdere redenen. Een belangrijke is de sterk tegenvallende kostendaling van groene waterstof. Een andere is de tegenvallende bereidheid van afnemers om iets meer te betalen voor groen staal. Brancheorganisatie Eurofer moest concluderen dat groen staal voorlopig een nichemarkt zal blijven (Eurometal, 2026). Zolang er geen verplichtend overheidsbeleid zal zijn, zal de businesscase voor groen staal overal moeilijk zijn – niet alleen in Nederland.
Ook andere factoren van belang
Groenestaalproductie komt dus niet makkelijk van de grond, en zeker niet op nieuwe locaties. Bij het beoordelen van de concurrentiepositie wordt vaak te snel verondersteld dat het relatief makkelijk is ‘nieuwe industrie’ op te bouwen – makkelijker dan de bestaande te vergroenen (SIL, 2025). In werkelijkheid opereert een industrie in een complexe omgeving van locatie, kapitaalgoederen, toevoer van materialen, afname van producten, cultuur en institutionele context. SIL (2025) stelt dat de vergroening van een industrie altijd een combinatie zal zijn van afbouw, ombouw en nieuwbouw, waarbij het zwaartepunt eerder zal liggen bij ombouw van bestaande kapitaalgoederen dan volledige nieuwbouw elders.
Een interessant voorbeeld is Voestalpine in Oostenrijk. De vergroeningsprojecten hier behoren tot de weinige in Europa die zonder vertraging, en met relatief geringe subsidie, doorgaan (Eurometal, 2026). Dit, terwijl de elektriciteitsprijs in Oostenrijk, ondanks het grote aandeel waterkracht, hoger is dan in Duitsland omdat deze in grote mate door het relatief dure gas en sterke interconnectie wordt bepaald. De waarschijnlijke oorzaken van het Oostenrijkse succes zijn de technologische kracht van het land, de goede wisselwerking met kenniscentra en de uitstekende afzetmarkt – factoren die allicht ook in Nederland spelen.
Europese aanbesteding niet reëel
Terecht merken de 117 economen op dat steun voor de vergroening van de staalsector idealiter Europees opgepakt zou worden. Maar in die ideale wereld leven we helaas nog niet. Ze merken immers ook op dat er juist een wedloop gaande is, nu Duitsland voornemens is de groothandelsprijs naar vijf cent per kilowattuur te brengen – veel lager dan de Nederlandse. Weliswaar is de verwachting dat het aantal grote bedrijven dat gebruik zal maken van de lage Duitse groothandelsprijs beperkt zal zijn omdat deze niet gecombineerd mag worden met de tegemoetkoming van de indirecte kosten voor aankoop van CO2-emissierechten in het ETS – die bedrijven meer oplevert (IEA, 2026). Ook de Nederlandse regering is voornemens deze in stand te houden. Maar die lage Duitse prijs is potentieel zo bedreigend voor het level playing field dat de Oostenrijkse regering zich gedwongen heeft gezien hetzelfde te doen (Republik Österreich, 2026). Wat dat betreft zijn de subsidievoornemens van de Nederlandse regering hier eerder voorzichtig. Hoe meer Europese afstemming, des te beter, maar voordat we voor ondersteuning een Europese tender zullen hebben, zijn we vele jaren verder.
TSN wel verbonden in Europa
De auteurs stellen verder dat TSN voor de Nederlandse industrie niet zo belangrijk is, omdat bijna negentig procent van de afzet naar het buitenland gaat. Twee derde van de productie van TSN gaat echter wel naar de rest van Europa (EZK, 2026). Elders wordt terecht gesteld dat we dit soort vragen Europees moeten bezien. Laten we het belang van TSN dan hier niet opeens enkel voor alleen Nederland beoordelen.
Snelste weg naar betere gezondheid
De auteurs stellen wel terecht dat de verbetering van de gezondheid van omwonenden in de Joint Letter of Intent nog onvoldoende is geborgd. Inderdaad moet hier in een definitieve maatwerkafspraak meer aandacht aan worden gegeven. Zeshonderd miljoen van de maximaal twee miljard subsidie wordt hier immers aan besteed. De Adviescommissie Maatwerkafspraken Verduurzaming Industrie – waarvan ik lid ben – heeft niet voor niets geadviseerd dat er in een definitief contract nog meer aandacht besteed moet worden aan de borging van de belangen van omwonenden dan nu is gedaan (AMVI, 2025). Dan gaat het om zaken als snellere stopzetting van de meest vervuilende processen, investeringen, onafhankelijker meting van emissies en meer controle daarop.
Tegelijkertijd geldt dat als er geen subsidie komt, de gezondheidssituatie waarschijnlijk minder snel zal verbeteren: door regelgeving is die wel te beïnvloeden, maar bij de maatwerkafspraken worden de bedrijfsprocessen in de kern aangepast, wat waarschijnlijk sneller resultaat oplevert.
Nakomende subsidies
Tot slot, dat er later nog honderden miljoenen bij zouden moeten, had een van de ondertekenaars eerder al in ESB opgemerkt (Schellekens en Wilde-Ramsing, 2026). In een reactie onder dat artikel heeft het Ministerie van (toen) Klimaat en Groene Groei daarop geantwoord. De kern daarvan was dat elk bedrijf op elk moment een beroep mag doen op generieke ondersteuning. Maar als er eenmaal een definitief contract met TSN is, is de specifieke kous voor het ministerie daarmee af.
Tot besluit
Kortom, ik ben maar een enkele econoom, maar meen toch dat Nederland zich in zijn handen mag knijpen dat een Indiaas bedrijf als Tata Steel vertrouwen heeft in investeringen in Nederland, gezien hoe moeilijk de Europese projecten voor groen staal van de grond komen.
De definitieve maatwerkafspraak is nog niet gemaakt. Dat daarbij goed naar de businesscase gekeken moet worden is evident. De Rijksoverheid heeft daar in de Joint Letter of Intent ook aandacht aan besteed, en zal dat allicht nog steeds doen: veel punten waren tijdens het afsluiten van de Joint Letter of Intent immers nog niet afgerond. Enerzijds is het Carbon Border Adjustment Mechanism, dat importeurs van onder andere staalproducten laat betalen als deze afkomstig zijn uit landen met een hogere koolstofintensiteit, nu werkelijk ingevoerd. Ook is de Europese Commissie voornemens een heffing van vijftig procent op import van staalproducten boven een drempelwaarde in te voeren. Anderzijds zijn de toegenomen onzekerheid over de Europese emissiehandel voor de grote industrie en elektriciteitsproductie, en de onrust op de mondiale gasmarkt, niet behulpzaam voor de businesscase.
Belangrijk voor Nederland lijkt me dat met de maatwerkafspraak een substantiële reductie van broeikasgasemissies wordt bereikt tegen een prijs die lager is dan momenteel met generieke subsidies wordt gerealiseerd (AMVI, 2025). De eenheden zijn niet precies hetzelfde, maar indicatief is dat een ton koolstofreductie bij TSN in de ordegrootte van 28 euro kost, terwijl dit via de SDE++ in de industrie het dubbele of een veelvoud daarvan bedraagt (PBL, 2026).
We hebben gezien dat grote industriële bedrijven nauwelijks nog geïnteresseerd zijn om in Nederland te verduurzamen. Laten we blij zijn dat er een Indiaas bedrijf is dat dat nog wel van plan is. Laten we de Rijksoverheid sterkte toewensen in het maken van een goede afspraak. En laten we hopen dat het bedrijf daarna in staat zal zijn de license to operate terug te winnen, die ze bij omwonenden en toezichthouders zijn kwijt geraakt.

Literatuur
AFRY (2025) Dutch industry can remain competitive as European wholesale electricity prices converge in the long run. AFRY, 4 september. Te vinden op www.fme.nl.
AMVI (2025) Advies concept Joint Letter of Intent met Tata Steel Nederland en Tata Steel Limited. AMVI Advies,17 september. Te vinden op www.rijksoverheid.nl.
Beetsma, R., A. Boot, K. Maas et al. (2026) Voorgesteld steunpakket voor Tata Steel Nederland inefficiënt en risicovol. Blog op esb.nu, 11 maart.
Ember (2025) Decoupled: how Spain cut the link between gas and power prices using renewables. Ember, Rapport, 2 oktober.
Eurofer (2025) European Steel in Figures 2025. Eurofer, 19 juni.
Eurometal (2026) Global green steel markets in 2026: regulation, costs and regional divergence. Eurometal, 7 januari.
EZK (2024) Beantwoording feitelijke vragen Tata Steel Nederland. Kamerbrief, 24 mei 2024. Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.
Gasparella, A., D. Koolen en A. Zucker (2023) The merit order and price setting dynamics in European electricity markets. European Commission Science for Policy Brief, JRC 134300. Te vinden op publications.jrc.ec.europa.eu.
IEA (2026) Electricity 2026: Analysis and forecast to 2030. International Energy Agency, 8 februari.
PBL (2026) Advies Basisbedragen SDE++ 2026. PBL Rapport, 13 februari.
Republik Österreich (2026) Industriestrategie Österreich 2035. Bundesministerium für Innovation, Mobilität und Infrastruktur, 16 januari. Te vinden op www.bmimi.gv.at.
Reuters (2026) Sweden’s Stegra seeks to raise over $2.3 billion, daily DI reports. Reuters Nieuwsbericht, 11 maart.
Schellekens, B. en J. Wilde-Ramsing (2026) Tata-deal trekt overheid in subsidiefuik van honderden miljoenen per jaar. ESB, 111(4853), 30–33.
SIL (2025) Hulp bij systeempijn: Uitdagingen voor de transformatie van de Nederlandse basisindustrie, en vier stoutmoedige ideeën. Rapport, te vinden op sustainableindustrylab.nl.
World Steel Association (2025) World steel in figures. Te vinden op worldsteel.org.
Auteur
Categorieën
1 reactie
Een staalfabriek bouwen in Noord-Zweden?
Toen er uit de Groningse bodem geen olie maar slechts gas kwam, was de teleurstelling groot. Het leek toen dat men er economisch maar het beste van kon maken door er een elektriciteitscentrale en een aluminiumsmelter neer te zetten. Tien jaar later bleek dit nogal kortzichtig te zijn en was er decennia lang economische spijt dat Aldel gegarandeerd tegen een lage prijs stroom geleverd kreeg.
Net zo kortzichtig is het om nu in het noorden van Zweden naast een waterkrachtcentrale waterstof en vervolgens daaruit staal te gaan maken. Over tien jaar zal het economisch slimmer blijken om waterstof te maken bij een overschot aan wind en zon, en om de waterenergie te bewaren voor zon- en windarme dagen. Al kan dat op korte termijn kan dat economisch slechter uit maar investeren is iets voor de toekomst.