Ga direct naar de content

Lager ouderschapsverlof kan verschillen tussen vader en moeder vergroten

Geplaatst als type:
Gepubliceerd om: september 16 2026

De regering wilde besparen op uitkeringen door het maximumdagloon te verlagen. Dit zou ook ouderschapsverlof raken. In hoeverre laten vaders en moeders hun verlofkeuze afhangen van de uitkeringshoogte en wat betekent dit voor de arbeidsmarkt­positie van mannen en vrouwen?

In het kort

  • Een verlaging van het maximumdagloon verlaagt de ouderschapsverlofuitkering vooral voor vaders.
  • Vaders laten hun keuze om betaald ouderschapsverlof op te nemen sterker afhangen van de uitkeringshoogte dan moeders.
  • Verlofopname door vaders hangt samen met een gelijkere verdeling van werk en inkomen binnen huishoudens.

Betaald ouderschapsverlof is een regeling waarmee ouders in het eerste levensjaar van hun kind maximaal negen werkweken verlof kunnen opnemen. Tijdens dit verlof ontvangen zij een uitkering van zeventig procent van hun dagloon, tot maximaal zeventig procent van het wettelijk vastgestelde maximumdagloon. Per 1 juli 2026 is het maximumdagloon 310 euro bruto per dag, wat voor een fulltime baan uitkomt op ongeveer 6.740 euro per maand. De regeling heeft als doel ouders meer tijd te geven voor de zorg voor hun kind en een evenwichtiger verdeling van zorg- en werktaken tussen moeders en vaders te bevorderen (Tweede Kamer, 2020).

In het coalitieakkoord spraken de drie formerende partijen af om het maximumdagloon voor uitkeringen met twintig procent te verlagen. Hoewel de maatregel primair was gericht op uitkeringen voor werkloosheid en arbeidsongeschiktheid, werd daarbij aanvankelijk over het hoofd gezien dat ook uitkeringen voor betaald ouderschapsverlof, aanvullend geboorteverlof en zwangerschaps- en bevallingsverlof zijn gebaseerd op dezelfde dagloonsystematiek (Tweede Kamer, 2026).

De plannen stuitten op kritiek, omdat ze zouden bijdragen aan grotere ongelijkheid tussen vaders en moeders, omdat vaders mogelijk minder verlof op gaan nemen (NOS, 2026). Ook vanuit vakbonden en de Tweede Kamer kwam veel kritiek. Het kabinet besloot daarom de plannen voorlopig in te trekken en zich te beraden op alternatieven.

Tegelijkertijd was het empirische bewijs voor de veronderstelling dat het beperken van het maximumdagloon ten koste gaat van het gebruik van het verlof door vader tot dusver beperkt. Dat gat vullen we in dit artikel, door een eerste inschatting te maken van de effecten van een verlaging van het maximumdagloon voor ouderschapsverlof.

Aanpak

We koppelen CBS-microdata aan de gebruikersregistratie van betaald ouderschapsverlof van UWV. We doen dit voor ouders die tussen augustus 2022 en december 2023 een kind kregen. De onderzoekspopulatie bestaat uit ouders die van negen maanden vóór tot twaalf maanden na de geboorte in de Basisregistratie Personen staan ingeschreven en recht hebben op betaald ouderschapsverlof. Ouders hebben volledig toegang tot deze regeling wanneer zij gedurende het gehele eerste levensjaar van het kind in loondienst zijn.

Voor deze onderzoekspopulatie koppelen we gegevens uit de polisadministratie, waaronder het brutomaandloon, het aantal contracturen en het type dienstverband. Daarnaast koppelen we informatie uit het bedrijvenregister over bedrijfsgrootte en sector, en uit het onderwijsregister over het hoogst behaalde opleidingsniveau.

Resultaten

Vaders maken aanzienlijk minder vaak gebruik van betaald ouderschapsverlof dan moeders. Van de ouders die in 2023 een kind kregen en in loondienst waren, nam 53 procent van de vaders betaald ouderschapsverlof op, tegenover 71 procent van de moeders.

Onze resultaten suggereren dat een lager maximumdagloon de verschillen tussen vaders en moeders nog kunnen versterken. Vaders verdienen immers vaker een inkomen boven het maximumdagloon dan moeders (tabel 1), waardoor het inkomensverlies bij ouderschapsverlof vaak groter is voor vaders dan voor moeders. Wanneer het maximumdagloon met twintig procent zou worden verlaagd, stijgen deze aandelen naar respectievelijk 36 en 24 procent.

Bovendien laten vaders hun keuze om betaald ouderschapsverlof op te nemen sterker afhangen van de hoogte van de uitkering dan moeders (tabel 2). Vaders met een inkomen boven het maximumdagloon hebben een elf procentpunt lagere kans om betaald ouderschapsverlof op te nemen dan vaders met een inkomen tot 130 procent van het minimumloon. Bij moeders bedraagt dit verschil slechts drie procentpunt.

Dit kan erop wijzen dat vaders gevoeliger zijn voor het inkomensverlies dat met verlof gepaard gaat. Een alternatieve verklaring is dat vaders met een hoog inkomen vaker functies hebben waarin het opnemen van ouderschapsverlof minder vanzelfsprekend of moeilijker is.

Andere bevindingen wijzen echter op het belang van de uitkeringshoogte voor vaders. Zo nemen vaders van wie de werkgever de uitkering aanvult tot honderd procent van het loon aanzienlijk vaker betaald ouderschapsverlof op, terwijl een dergelijke aanvulling bij moeders nauwelijks invloed heeft op de verlofopname (tabel 2). Daarnaast noemen vaders ook zelf in een enquête het inkomensverlies vaker dan moeders als reden om géén verlof op te nemen. Moeders die afzien van verlof noemen juist vaker factoren op de werkvloer als belangrijkste reden, zoals werkdruk, de cultuur binnen de organisatie of zorgen over mogelijke gevolgen voor hun loopbaan (Van Kesteren et al., 2026).

Arbeidsmarktuitkomsten

Om de arbeidsmarkteffecten van betaald ouderschapsverlof te bepalen, vergelijken we ouders die verlof opnemen met eenzelfde soort ouders die dat niet doen. Hiervoor combineren we matching met een difference-in-differences-analyse (Sun en Abraham, 2021), naar de aanpak van Adams-Prassl et al. (2024). We matchen gebruikers met niet-gebruikers op baankenmerken (loon, loonontwikkeling, deeltijdfactor en contractvorm vóór de geboorte), achtergrondkenmerken (leeftijd, opleidingsniveau, geboortemaand van het kind en gezinssamenstelling), opname van aanvullend geboorteverlof en de verlofopname van de andere ouder. Vervolgens volgen we beide groepen vanaf de geboorte van het kind en vergelijken we hun ontwikkeling in arbeid en inkomen. Daarbij nemen we fixed effects op voor individu, kalendermaand en het aantal maanden ten opzichte van de geboorte (Van Kesteren et al., 2026). We richten ons op gezinnen met een vader en moeder, omdat we onderzoeken hoe ouderschapsverlof de verdeling van betaald werk en zorg tussen mannen en vrouwen beïnvloedt.

De resultaten wijzen erop dat vooral verlofopname door vaders bijdraagt aan een gelijkere arbeidsmarktpositie van beide ouders (tabel 3). Drie jaar na de geboorte werken vaders die betaald ouderschapsverlof opnamen gemiddeld ongeveer 25 minuten per week (–1,07 procentpunt) minder dan vergelijkbare vaders die geen verlof opnamen. Hun brutomaandloon ligt gemiddeld 81 euro lager. Tegelijkertijd lijkt de arbeidsmarktpositie van moeders juist te verbeteren: wanneer de vader verlof opneemt, ligt het brutomaandloon van de moeder drie jaar later gemiddeld 62 euro hoger en is haar aandeel in het huishoudensinkomen bijna één procentpunt groter. Hoewel de arbeidsmarkteffecten bescheiden zijn, wijzen de resultaten erop dat betaald ouderschapsverlof kan bijdragen aan het doorbreken van traditionele rolpatronen in de verdeling van werk en zorg.

Een alternatieve verklaring is dat deze verschillen niet het gevolg zijn van verlofopname, maar bijvoorbeeld door al bestaande verschillen in voorkeuren voor de verdeling van werk en zorg tussen gebruikers en niet-gebruikers. Dat kunnen we niet volledig uitsluiten. Wel wijzen ook enquêtebevindingen op een bijdrage van ouderschapsverlof aan een gelijkere verdeling van werk en zorg tussen ouders (Van Kesteren et al., 2026). Zo geven ouders in de enquête aan dat verlofopname door vaders – in tegenstelling tot verlofopname van moeders – helpt om werk gelijker te verdelen (Van Kesteren et al., 2026). Daarnaast ervaren werkgevers dat betaald ouderschapsverlof bijdraagt aan gelijkere kansen voor mannen en vrouwen bij werving en promotie. Dat verschillende databronnen tot dezelfde conclusie leiden, vergroot het vertrouwen in deze bevindingen, al moet de precieze omvang van het effect met de nodige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd.

Deze resultaten suggereren dat verlofopname door vaders kan bijdragen aan een evenwichtigere verdeling van betaald werk en zorg binnen gezinnen. Een mogelijke verklaring is dat vaders die vroeg betrokken zijn bij de zorg voor jonge kinderen, ook op langere termijn een groter deel van de zorgtaken blijven vervullen (Tanake en Waldfogel, 2007; Bünning, 2015).

Daarvoor vinden we ook bevestiging in enquête-onderzoek onder prille ouders (Van Kesteren et al., 2026), waaruit blijkt dat huishoudens waarin de vader verlof heeft opgenomen, ook na de verlofperiode een gelijkere verdeling van zorgtaken rapporteren. Daardoor krijgen moeders meer ruimte om hun arbeidsmarktpositie te behouden of verder uit te bouwen.

Voor moeders lijkt de bijdrage van verlofopname minder uitgesproken. Moeders die betaald ouderschapsverlof opnemen, zijn twee jaar later weliswaar vaker werkzaam: hun arbeidsparticipatie ligt ongeveer twee procentpunt hoger dan die van vergelijkbare moeders die geen verlof opnemen (tabel 3). Tegelijkertijd kiezen zij na afloop van het verlof vaker voor een kleinere deeltijdbaan. De hogere arbeidsparticipatie wordt daardoor grotendeels gecompenseerd door een lager aantal gewerkte uren. Per saldo werken zij niet méér uren en verdienen zij ook geen hoger brutomaandloon dan vergelijkbare moeders die geen betaald ouderschapsverlof opnemen.

Conclusie en discussie

Onze resultaten wijzen erop dat een verlaging van het maximumdagloon grotere gevolgen heeft voor de verlofopname van vaders dan voor de verlofopname van moeders. Zij verdienen vaker meer dan het maximumdagloon en worden daardoor ook relatief vaker geraakt door een lagere verlofuitkering. Tegelijkertijd blijkt dat vaders hun beslissing om betaald ouderschapsverlof op te nemen sterker laten afhangen van de hoogte van de uitkering dan moeders. Ook in eerdere artikelen komt het beeld naar voren dat vaders gevoelig zijn voor de uitkeringshoogte (Rossing en Visee, 2022; Van Kesteren et al., 2022; Deng en Van de Kraats, 2026; in dit nummer).

De resultaten suggereren daarom dat een verlaging van het maximumdagloon waarschijnlijk zal leiden tot minder verlofopname door vaders. Dat is relevant, omdat juist verlofopname door vaders lijkt bij te dragen een gelijkere verdeling van werk en zorg binnen het huishouden. Vaders die verlof opnemen, blijven ook op langere termijn iets minder uren werken, terwijl moeders juist meer ruimte lijken te krijgen om hun arbeidsmarktpositie te behouden en verder te ­ontwikkelen.

Andersom kan juist een verhoging van de uitkering vaders stimuleren om meer verlof op te nemen. Dat kan door werkgevers te stimuleren om de uitkering aan te vullen, maar ook door wettelijk een hoger uitkeringspercentage vast te leggen, generiek of specifiek voor lagere inkomensgroepen. Daarbij kan het zinvol zijn om de dagloonsystematiek van de ouderschapsverlofuitkering los te koppelen van andere werknemersverzekeringen, zodat aanpassingen in de regeling geen gevolgen hebben voor bijvoorbeeld de WW of WIA.

Getty Images

Literatuur

Adams-Prassl, A., K. Huttunen, E. Nix en N. Zhang (2024) Violence against women at work. The Quarterly Journal of Economics, 139(2), 937–991.

Bünning, M. (2015). What happens after the ‘daddy months’? European Sociological Review, 31(6), 738–748.

Deng, Z. en C. van de Kraats (2026) Aanvullend geboorteverlof minst gebruikt door lage én hoge inkomens. ESB, 111(4859), ??–??.

Kesteren, J. van, B. van Casteren, C. Veuger et al. (2026) Tijd om te zorgen: Evaluatie van het betaald ouderschapsverlof: bereik, gebruik, effecten en doelmatigheid. SEO Economisch Onderzoek, Publicatie 2026-76.

Kesteren, J. van, I. Klinker en A. Heyma (2022) Vaderschapsverlof verkleint inkomenskloof met moeders niet. ESB, 107(4815), 510–512.

NOS (2026) Kabinetsplannen om ouderschapsverlof te versoberen ‘stap terug voor gendergelijkheid’. NOS Nieuws, 7 maart.

Rossing, H. en H. Visee (2022) Evaluatie WIEG. Regioplan Eindrapport, 1 februari.

Sun, L. en S. Abraham (2021) Estimating dynamic treatment effects in event studies with heterogeneous treatment effects. Journal of Econometrics, 225(2), 175–199.

Tanaka, S. en J. Waldfogel (2007). Effects of parental leave and work hours on fathers’ involvement with their babies: Evidence from the millennium cohort study. Community, Work & Family, 10(4), pp. 409–426.

Tweede Kamer (2020) Wijziging van de Wet arbeid en zorg, de Wet flexibel werken en enige andere wetten … Memorie van Toelichting, 35613, nr. 3.

Tweede kamer (2026) Motie van de leden Ceder en Flach over bevorderen dat de verlaging van het maximumdagloon geen nadelige gevolgen heeft voor ouders. Motie, 36800 XV, nr. 78.

Auteurs

Plaats een reactie