Het plotselinge overstap van Donald Pols naar Tata Steel raakte een gevoelige snaar. Sommigen zien iemand die niet langer vanaf de zijlijn roept maar bij Tata Steel nu van binnenuit actie gaat ondernemen. Anderen zien juist een kwalijke overstap die de klimaatbeweging schade toebrengt. Hier wordt een eerdere aanjager van (juridische) actie iemand die nu gaat roepen dat het Indiase staalbedrijf koste wat kost voor Nederland behouden moet blijven.
De overstap van Pols past bij een nog altijd goed lopende draaideur tussen vervuilende bedrijven enerzijds en publieke- en maatschappelijke instellingen anderzijds. Maar of hierover nou bewondering of boosheid past, is uiteindelijk niet zo’n relevante vraag. Het diepere probleem van deze overstap is dat er verwarring kan ontstaan over de problematiek rond Tata die Pols zelf eerder aankaartte, met als risico dat de publieke druk op het bedrijf afneemt. Dat past in een breder patroon in de klimaatdiscussie: de aanpak van door burgers en wetenschappers geagendeerde problemen wordt stelselmatig getraineerd.
Agendering versus obstructie
Al jarenlang proberen burgers en wetenschappers proberen van buitenaf positieve verandering teweeg te brengen. Daarbij komen ze vertegenwoordigers van politiek en bedrijfsleven tegen die, comfortabel meedraaiend in het hart van dat systeem, de macht hebben om te bepalen of verandering er komt en, zo ja, hoe deze er uit ziet. De eersten zijn telkens succesvol in het agenderen van een kernprobleem van de klimaatcrisis maar zien hun inzet vervolgens stuklopen op de onwil of obstructie van de laatsten.
Neem het probleem dat gas, olie en kolen kunstmatig goedkoop worden gehouden. Extinction Rebellion wist fossiele subsidies in korte tijd hoog op de agenda te krijgen. Dat schiep meer ruimte voor wetenschappelijke inzichten over de manier waarop “één van de meest extreme inconsistenties in overheidsbeleid ooit” een effectieve aanpak van klimaatverandering ondermijnt. Het kostte meer dan tienduizend arrestaties voordat de overheid moest toegeven dat grootvervuilers geen tweeënhalf of viereneenhalf maar veertig tot zesenveertig miljard aan belastingvoordelen op hun fossiele energierekening kregen. De Nederlandse regering lanceerde vervolgens een internationale coalitie voor het afbouwen van die voordelen en ook op de recente klimaattop in Santa Marta (Colombia) werd daarover uitgebreid gesproken. Het gaat wereldwijd dan ook om anderhalf triljard dollar aan directe steun en zeven triljard als je ook de schadelijk gevolgen voor gezondheid en klimaat van die gesubsidieerde brandstoffen meeweegt.
Of neem het probleem dat er vooralsnog geen einde lijkt te komen aan nieuwe fossiele projecten. In 2020 gaf een brede coalitie van activisten, NGOs en wetenschappers in New York de aftrap voor een non-proliferatieverdrag voor fossiele brandstoffen. ‘Niet uitbreiden’ werd de centrale eis van het Britse Just Stop Oil (2022) en van de Stop Nieuw Fossiel campagne die ik in 2023 mede opzette. Niet veel later beargumenteerden wetenschappers in Science dat een nieuwe maatschappelijke norm tegen de uitbreiding van fossiele winning en infrastructuur een wezenlijke bijdrage kon leveren aan het halen van de klimaatdoelen. De eis om te stoppen met boren kwam centraal te staan in een tweede rechtszaak van Milieudefensie tegen Shell en stond wederom op de agenda in Colombia.
Problemen scherp in beeld
Door succesvol agenderen zien zowel wetenschappers als burgers haarscherp waar het vervolgens vastloopt. Klimaatministers Jetten en Hermans hebben beiden geen enkele fossiele subsidie afgebouwd; onderzoekers zijn teleurgesteld over het gebrek aan vooruitgang van de internationale coalitie; en klimaatminister Van Velthoven kwam van Santa Marta terug met de schamele belofte om landen een email te sturen met de vraag hoeveel fossiele subsidies ze jaarlijks uitkeren. Het huidige kabinet Jetten bestond het zelfs om de dag voor die klimaattop de versnelling van gaswinning uit kleine velden aan te kondigen.
Zo ontstaat een nieuwe helderheid: de aandacht die publicaties, demonstraties en rechtszaken weten te genereren verzandt telkens in een poldermoeras van politieke onwil en industrielobby.
Dat die helderheid nu vertroebeld dreigt te raken maakt Donald Pols’ nieuwe functie bij Tata Steel zo problematisch. Die kan immers tot twijfel leiden over de argumenten die hij vanuit zijn vorige functie in het debat inbracht: klopte dat dan niet? En dan wordt het ook nog eens zijn taak als hoofd public relations om een spin te geven aan maatschappelijke kritiek en wetenschappelijke argumenten waar hij in zijn vorige functie juist goed mee bekend is geraakt.
Zorgen rond Tata
Ondertussen zijn de belangrijkste problemen rond Tata nog onverminderd aan de orde. Om te beginnen ligt er helemaal geen groen staalplan. De eerste proefballon om Tata’s uitstoot af te vangen en op te slaan is nooit echt opgelaten. Vervolgens liftte het bedrijf een tijdje mee op de groene waterstofhype die eerder door de fossiele lobby was aangewakkerd. Waterstof is nu op de lange baan geschoven zodat alleen het plan overblijft om in 2030 van kolen op gas over te stappen. Daarmee zou de Nederlandse gasconsumptie in één klap met vijf procent stijgen terwijl de klimaatwinst van die overstap op zijn best twijfelachtig is en we daarmee nog afhankelijker worden van een nu al manipulatieve Amerikaanse president.
Daarnaast is er gezondheidsschade in de directe omgeving van Tata Steel en rijden er jaarlijks zesentwintigduizend vrachtwagens met giftig afval het terrein af. Het RIVM waarschuwde eerder al voor de gezondheidsrisico’s van deze staalslakken terwijl de Inspectie Leefomgeving en Transport vorig jaar de aangerichte milieuschade in kaart bracht. De lokale weerstand tegen deze risico’s en verontreiniging is inmiddels zo groot dat de regering gemeenten probeert te dwingen om staalslakken te accepteren. Daar komt bij dat de voorgenomen ‘verduurzaming’ van Tata Steel tien tot veertig procent méér afval met zich meebrengt dat vervolgens overal in Nederland moet worden gedumpt.
Ten derde betogen economen dat de voorgenomen subsidie van twee miljard euro slecht besteed belastinggeld is omdat Tata Steel zelfs na ‘verduurzaming’ niet kan concurreren met groen staal van elders. De prijs voor gigantische hoeveelheden hernieuwbare energie die nodig zijn voor groene waterstof liggen hier nu eenmaal hoger dan op plekken met meer zon en wind. De Wetenschappelijke Klimaatraad adviseert dan ook – zonder Tata Steel expliciet te noemen – dat de Nederlandse overheid scherpe keuzes moet maken. We kunnen de energie-intensieve basisindustrie niet in zijn geheel verduurzamen; het is kiezen of verliezen. Het voorspelt weinig goeds dat Donald Pols wetenschappelijke inzichten over het gebrek aan economische levensvatbaarheid wegwuifde nog voordat hij officieel begonnen was.
Tot slot
Met de ophef over zijn overstap dreigen we op een cruciaal moment het oog op de bal te verliezen. In plaats daarvan kijken we gebiologeerd naar de man met de hoed op de middenstip. Is het een held of een verrader? Gaat hem van binnenuit lukken wat hij van buitenaf niet voor elkaar kreeg? Even vergeten we dat er helemaal geen plan voor groen staal ligt; dat de file van vrachtwagens vol giftige staalslakken alleen maar langer wordt; dat een duurzaam staalbedrijf in IJmuiden waarschijnlijk nooit levensvatbaar zal zijn. Met het voortdurende politieke fiasco rondom fossiele subsidies en nieuwe fossiele projecten in het achterhoofd moeten wetenschappers en burgers scherp blijven op de vragen die ze zelf hebben opgeworpen. Vinden onze wetenschappelijke argumenten en onze zorgen over leefomgeving, gezondheid en toekomst nu eindelijk gehoor? Of kan het inlijven van een kopstuk uit de klimaatbeweging straks worden bijgezet als de zoveelste PR-stunt die politieke onwil en economische obstructie moeten maskeren? Wij houden ons hart vast.
Auteur
Categorieën
1 reactie
Mooi artikel, maar helaas alweer binnen dag achterhaald.