In het rapport-Wennink wordt de industrie voorgesteld als motor van economische groei en werkgelegenheid: de sector levert een substantiële bijdrage aan het bruto binnenlands product (bbp), aan export en aan regionale banen (Wennink, 2025). Om de industriële ontwikkeling vlot te trekken, ziet Wennink veel heil in minder regels, in lijn met de vereenvoudigingsagenda op Europees niveau. De impliciete boodschap lijkt daarmee: vertrouw de industrie, geef haar ruimte, beperk de regels – dan volgt de welvaart vanzelf. Die redenering is niet alleen eenzijdig, maar ook riskant.

Welvaart omvat meer dan productie en inkomen. Ook gezondheid, natuurkwaliteit en een goede kwaliteit van de leefomgeving voor toekomstige generaties tellen mee. Wanneer industriële expansie gepaard gaat met extra milieudruk of het uitstellen van noodzakelijke transities, dan kan bbp-groei juist samenvallen met een daling van de welvaart.
Wie de geschiedenis van milieubeleid kent, weet dat vooruitgang zelden het resultaat was van vrijwillige zelfregulering. Het waren emissienormen, waterkwaliteitsregels en Europese productstandaarden die vervuiling terugdrongen en innovatie afdwongen. Regulering corrigeert marktfalen. Ze is geen obstakel voor welvaart, maar een voorwaarde ervoor.
Het is dus de vraag of het gevraagde vertrouwen gerechtvaardigd is. De huidige milieupraktijk geeft weinig aanleiding tot geruststelling. Drie voorbeelden. Het handelen van Chemours, dat leidde tot ernstige PFAS-verontreiniging van bodem en water, toont hoe snel economische prikkels zwaarder wegen dan voorzorg. Ook het doelbewust toevoegen van PFAS door bedrijven die gewasbeschermingsmiddelen produceren, met het resultaat dat PFAS over de Nederlandse bodem wordt verspreid, getuigt niet van terughoudendheid. Ten slotte laten de emissieproblemen rond Tata Steel en de zorgen over gezondheidseffecten voor omwonenden zien dat maatschappelijke verantwoordelijkheid niet vanzelfsprekend vooropstaat. In al deze gevallen worden risico’s en kosten afgewenteld op burgers en toekomstige generaties.
Ook het klimaatdossier biedt weinig vertrouwen. De industrie vroeg jarenlang om een stabiel Europees kader en dat kwam er met het emissiehandelssysteem (ETS). Maar zodra de implicaties concreet worden, klinkt de roep om vertraging. Zo pleit BusinessEurope (2026), de koepelorganisatie van Europese industriebelangenorganisaties, voor heroverweging van het tempo van emissiereducties binnen het ETS, nu duidelijk is dat de investeringen in CO2-reductie achterblijven bij het tempo dat past bij nul emissierechten in 2040. Die lobby voedt de indruk dat de roep om stabiel beleid conditioneel is: zolang het bestaande businessmodellen maar niet fundamenteel raakt.
Dat de industrie niet vanzelf doet wat nodig is, blijkt nu bijvoorbeeld op het gebied van grondstoffen. Vanwege de geopolitieke afhankelijkheid is het van belang om die te recyclen. Maar zelfs producenten van klimaattechnologie – waar Wennink (2025) hoge verwachtingen van heeft – opereren veelal met businessmodellen die uitgaan van een vrijwel onbeperkte beschikbaarheid. Circulair ontwerp van bijvoorbeeld windturbines en zonnepanelen vindt nauwelijks plaats, tenzij regelgeving expliciet tot recycling verplicht (zoals bij autobatterijen; Elzinga et al., 2023).
Vertrouwen is essentieel in een markteconomie, maar laat dat geen blind vertrouwen zijn. De industrie profiteert in Nederland van uitstekende (kennis)infrastructuur, sterke instituties en menselijk kapitaal. De keerzijde van die welvarende en goed geïnformeerde bevolking is een hoge lat voor de licence to operate: de tolerantie voor milieuschade is klein (De Bruyn, 2026). Juist waar de maatschappelijke kosten potentieel groot zijn, is stevige publieke sturing een kwestie van economisch realisme.
Literatuur
Business Europe (2026) Priorities for the EU ETS review. Te vinden op businesseurope.eu.
Bruyn, S. de (2026) Aanpakken van milieuproblemen is economisch zinvol. ESB, te verschijnen.
Elzinga, R., S.O. Negra, M.P. Hekkert (2023) Transitie naar een circulaire autobatterijen keten: Een missie-gedreven innovatie systeem analyse. Rapport, te vinden op circulairekennis.nl.
Wennink, P. (2025) De route naar toekomstige welvaart: Een sterk Nederland in een relevant Europa. Rapport Wennink, december.