In de serie Keuzes voor Nederland analyseren economen in aanloop naar de verkiezingen een urgent maatschappelijk probleem en de keuzes die de politiek moet maken.
Het probleem
De zorg is zelfrijzend bakmeel, het koekoeksjong van de rijksbegrotingen dat de andere eieren uit het nest duwt. Het Centraal Planbureau berekende in 2022 dat zonder wijzigingen in beleid de collectieve zorguitgaven tussen 2025 en 2060 zullen toenemen van elf naar ruim achttien procent van het bruto binnenlands product (CPB, 2022). De grootste stijging vindt plaats in de langdurige zorg.
Toenemende zorgkosten verzwaren de komende jaren de totale financieringsopgave van de overheid, maar voor een deel is dat goed nieuws, want het is ook een teken van welvaart. Rijke landen geven meer uit aan zorg (OESO, 2023) dan arme landen, omdat mensen gezondheid belangrijk vinden (NIQ, 2017) en ze zich de zorguitgaven kunnen permitteren. Het CPB (2022) laat evenwel zien dat de ruimte voor een stijging van uitgaven in de toekomst veel beperkter is dan in het verleden toen de stijging van zorgkosten kon worden opgevangen met de groei van het bbp. Sinds die analyse is daar bovendien een financiële molensteen bijgekomen: als we werkelijk vijf procent aan defensie gaan uitgeven, komen de andere collectieve uitgaven nog verder onder druk te staan.
Oorzaken
De redenen voor de impasse zijn niet nieuw. Het pakket van verzekerde zorg kan altijd uitbereider en de zorg voor de hulpbehoevenden kan altijd intensiever. Vooral omdat de consument de zorg niet zelf betaalt (omdat het via premies en belastingen loopt) en het politiek heel ingewikkeld is om mensen effectieve zorgproducten en -behandelingen te onthouden, is een slecht functionerende rem op zorguitgaven een probleem van alle tijden en in alle welvarende landen.
Toch zijn er redenen om juist nu in de Nederlandse context extra kritisch te kijken naar betaalbaarheid in de zorg. De belangrijkste oorzaak is dat Nederland opvallend meer uitgeeft aan langdurige zorg dan andere welvarende landen, terwijl het aantal ouderen nog relatief laag is (OESO, 2023). Nederland besteedt vooral veel geld aan de alleroudsten, die vaak verpleeghuiszorg nodig hebben.
Trend
Verwacht wordt bovendien dat in de komende jaren de groep hulpbehoevende ouderen snel toeneemt. Tussen nu en 2030 zal de groep tachtigplussers met 27 procent stijgen (CBS, 2025). Tel daarbij op: nieuwe, dure en effectieve behandelingen en geneesmiddelen die de bevolking graag opgenomen ziet in het basispakket en het is duidelijk dat de druk op de budgettaire ruimte door zorguitgaven verder zal toenemen.
Dat de trend een kwetsbaar beeld laat zien, wordt nog eens versterkt door het kabinet-Schoof dat het moeilijk vond om scherpe keuzes te maken op vrijwel alle beleidsterreinen, maar ook in de zorg. Men zag vooral heil in het sluiten van polderakkoorden (zoals het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg, het Integraal Zorgakkoord of het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord), die het karakter hebben van iedereen tevreden houden, terwijl dat niet langer meer kan. Men blijft leven in het verleden, toen gasbaten, relatief weinig ouderen per werkende en een ruime arbeidsmarkt nog bijdroegen aan de verwachtingen waar we nu aan vast zitten.
Alle reden dus voor een nieuw kabinet om vol aan de bak te gaan. Toch maakt geen enkel verkiezingsprogramma de middelen vrij om de zorg per oudere op peil te houden, noch zijn er plannen voor het beperken van de zorg(vraag) – terwijl het toch echt een van beide zal gaan worden.
Klassieke oplossingsrichtingen
Het CPB komt (net als het Ministerie van Financiën) vaak aan met een bekend lijstje aan beleidskeuzes om de trend om te buigen (CPB, 2022):
1. Niet ingrijpen in de zorguitgaven en de collectieve lastendruk op laten lopen.
Deze keuze heeft tot gevolg dat er in de toekomst een groter beroep zal moeten worden gedaan op de inkomenssolidariteit. Stijgende zorguitgaven leiden immers tot hogere premies (in geval van de Zvw) en/of belastingen (in geval van de Wlz en Wmo). Omdat de lagere inkomens deze stijging niet kunnen betalen, zullen de hogere inkomens een steeds groter deel van de zorgkosten voor hun rekening moeten nemen.
Wanneer je besluit om premies te laten dalen en belastingen te laten stijgen, doe je iets aan solidariteit, maar dat is niet gratis; de belastingdruk op werkenden is immers al hoog. Ook zijn belastingen minder zichtbaar dan premies, wat het kostenbewustzijn raakt.
Tot slot, hoe meer de zorg collectief (via belastingen) wordt betaald, en dus onderdeel is van de begrotingsopgave, hoe groter de kans dat er een keer op bezuinigd wordt. De teloorgang van de National Health Service in het Verenigd Koninkrijk laat zien dat dit een weinig lonkend perspectief is.
2. Zorg minder collectief financieren.
Nederland heeft lage eigen betalingen; andere landen maken hierin andere keuzes (CBS, 2022). Het verhogen van eigen betalingen heeft consequenties voor de solidariteit, waar Nederland dus tot dusver juist aan leek te hechten.
3. Inperken van het collectief verzekerde pakket.
Je kan ook de aanspraken beperken, wat leidt tot meer keuzevrijheid voor huishoudens. Alleen zij die dat willen, zullen zich aanvullend verzekeren. Die keuzevrijheid heeft wel een prijs in de vorm van een afname van solidariteit.
4. Uithollen kwaliteit zorg.
Zorg van lagere kwaliteit is goedkoper, maar uiteraard kan dat wel leiden tot ontevredenheid en een slechtere gezondheid.
5. Bezuinigen op andere overheidsuitgaven.
Dit zal uiteraard de stijging van de collectieve lastendruk beperken, maar zal politiek ingewikkeld zijn, vooral in de context van uitdagingen op het gebied van wonen, klimaat en niet te vergeten defensie.
Het onbevredigende van het lijstje van het CPB en het Ministerie van Financiën is dat alle genoemde maatregelen eigenlijk tamelijk vervelend zijn, voor de zorg, voor patiënten of voor andere domeinen. Is dat eigenlijk wel nodig?
No-regret-maatregelen
Het merkwaardige van het bovenstaande is dat er in beleidsdiscussies relatief weinig aandacht is voor maatregelen die veel kernmerken hebben van no-regret, terwijl die er wel degelijk zijn. We noemen er drie:
1. Stille preventie
Canoy (2025) laat zien dat preventie, mits goed vormgegeven, meer oplevert dan eerder gedacht. Niet alleen zijn sterke vereenzaming, verslaving, morbide obesitas, multi-probleemgezinnen en problematische schulden erg duur voor de maatschappij. In veel gevallen cirkelen er bovendien talloze hulpverleners om mensen, zonder al te veel succes te boeken, zoals vaak opgetekend door het Instituut voor Publieke Waarden (Ten Houte de Lange, 2016). De situaties zijn ernstig voor de mensen zelf en bovendien duur voor de samenleving, zonder dat er uitzicht is op snel herstel.
Als je met collectieve preventie de kans kunt verkleinen dat mensen in situaties van geweld, criminaliteit en overlast terechtkomen, is dat al heel snel kosteneffectief. Denk aan zorgzame gemeenschappen waar sociale cohesie floreert (Canoy et al., 2023). Door op deze manier de randcondities te verbeteren waarin mensen collectief met elkaar leven, kan er ook een minder beroep gedaan worden op schaarse arbeidskrachten.
2. Stoppen met niet-passende zorg
In de curatieve zorg zou het thema ‘passende zorg’ veel meer gebaat zijn bij het stoppen van niet-passende zorg dan om initiatieven voor zogeheten passende zorg in het zonnetje te zetten, zoals nu vaak gebeurt. Er is immers heel wat overbehandeling van lichte gevallen (De Koster, 2019). Dan kun je om te beginnen afscheid nemen van een kloek deel van de GGZ en jeugdzorg zonder dat een patiënt daar slechter van wordt.
3. Dingen geen zorg noemen die geen zorg zijn
Talloze activiteiten worden ‘zorg’ genoemd, door professionals uit te voeren en collectief te financieren, terwijl dat helemaal niet nodig is. Denk aan maaltijden, vervoer en andere vormen van sociale ondersteuning (Canoy, 2020). Het is logischer om eerst te bezien wat mensen zelf met hulp van technologie, hun mantelzorgers en bredere sociale netwerk kunnen organiseren, en dan te kijken wat overblijft voor professionals.
Conclusie
Kijken we naar het huidige debat over de zorg, dan vallen een aantal dingen op. Ten eerste de bedenkelijke rol van het CPB en het Ministerie van Financiën. Die moeten eens stoppen met de orthodoxie dat preventie alleen maar geld kost. Er is geen enkel bewijs voor die algemene stelling. Politieke partijen die inzetten op stille preventie moeten daarvoor niet gestraft worden met onterechte slechte rapportcijfers.
Ten tweede, de politiek moet geen polderakkoorden meer sluiten maar zelf scherpe keuzes maken. Er is een merkwaardige coalitie die vooruitgang tegenhoudt, bestaande uit politieke partijen (van links tot rechts), zorgaanbieders en patiënten. Ze leven in een wereld die lang comfortabel is geweest, maar nu al eigenlijk niet meer bestaat – en morgen al helemaal niet.
Er zijn best no-regret-keuzes te maken die welvaartsverhogend zijn, maar mondige patiënten moeten er dan rekening mee houden dat ze vaker zelf aangesproken worden, zorgaanbieders moeten ruimte afstaan aan informele zorg en politieke partijen moeten de kiezer vertellen hoe de zorg wat hen betreft gaat veranderen.
Wij voorspellen dat de toekomst van de zorg op de eerste dag van de onderhandelingen over een regeerakkoord op tafel ligt. Bij voorkeur vertellen politieke partijen nu al welke keuzes ze dan gaan maken.
Literatuur
Canoy, M. (2020) Duw het sociale domein niet de zorg in. Column op www.socialevraagstukken.nl, 11 februari.
Canoy, M. (2025) Stille preventie is kosteneffectief. Column op www.socialevraagstukken.nl, 21 mei.
Canoy, M., J. Smelik en M. Ham (red.) (2023) Zorgzame buurten: Inspirerende initiatieven die het systeem trotseren. Utrecht: Movisie.
CBS (2022) Hoe betalen wij voor de zorg? CPB Publicatie, mei.
CBS (2025) Bevolkingspyramide.
CPB (2022) Zorguitgaven, ons een zorg? CPB Publicatie, oktober.
Houte de Lange, S. ten (2016) Hulpverleners ontkennen het belang van methode-trouw werken. Artikel op www.socialevraagstukken.nl, 17 oktober.
Koster, Y. de (2019) Grip op jeugdzorg is ondoenlijk. Nieuwsbericht op www.binnenlandsbestuur.nl, 21 november.
OESO (2023) Health at a glance 2023. OECD Rapport.
NIQ (2017) Factors that make up the good life. NIQ Infographic, 20 november. Te vinden op nielseniq.com.
Overzicht bijdragen
- Structurele arbeidskrapte vraagt om structurele keuzes – Barbara Baarsma
- Het complexe (inkomsten)belasting- en toeslagenstelsel moet en kan eenvoudiger – Daniël van Vuuren
- Vergrijzing is hanteerbaar, mits we ons erop blijven aanpassen – Harry van Dalen
- Los de stikstofcrisis op met eerdere provinciale gebiedsplannen – Henk Folmer, Jeltje van der Meer
- De internationale afhankelijkheid van Nederland is een chefsache – Heleen Mees
- Huidige fase energietransitie vereist creatief maar voorspelbaar beleid – Reyer Gerlagh
- Groei welvaart begint met bredere verankering in beleid – Rutger Hoekstra
- Maak bestaanszekerheid deze keer wel concreet – Anna Custers
- Dalende leerprestaties nopen tot investeringen in het funderend onderwijs – Inge de Wolf en Tom Rongen
- Volgend kabinet moet de belasting op vermogensinkomsten, vermogen en erfenissen pragmatisch hervormen – Bas Jacobs
- Woningtekort vraagt meer dan “bouwen, bouwen, bouwen” – Nils Kok en Dirk Brounen
- Laat de politieke partijen zich vóór de verkiezingen uitspreken over hun zorgkeuzes – Marcel Canoy en Xander Koolman
- Vergroening industrie
- Ondernemingsklimaat
Cursieve bijdragen nog te verschijnen
Auteurs
Categorieën