Ga direct naar de content

‘Kind met smartphone is ook een economisch vraagstuk’

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: december 18 2025

De Stichting Smartphonevrij Opgroeien pleit ervoor om kinderen pas vanaf 14 jaar een eigen smartphone te geven en vanaf 16 jaar toegang tot sociale media. We spraken Ruud Sneep, econoom en medeoprichter van de stichting.

Ruud Sneep is medeoprichter van Stichting
Smartphonevrij Opgroeien

Wat is het probleem?

“Er zijn duidelijke risico’s voor de fysieke en mentale gezondheid van het kind, zoals vorig jaar ook in ESB te lezen was [Badir et al., 2024]. En dat zorgt tevens voor allerlei maatschappelijke kosten. Zo leidt schermtijd tot een hoger BMI, zowel omdat kinderen minder door tijdsverdringing minder bewegen, als omdat er via het scherm ook gerichte reclame voor ongezond eten binnenkomt. Ook is er een negatieve relatie met bijziendheid. Een groot deel van de jeugd is inmiddels bijziend en dat brengt economische kosten met zich mee: meer brillen, leerproblemen wanneer iemand nog geen bril heeft, en op de lange termijn een kleinere vijver aan mensen met perfect zicht voor beroepen zoals piloten of speciale eenheden. De smartphone is dus niet alleen een opvoedvraagstuk, maar ook een maatschappelijk en economisch vraagstuk.”

Je bent opgeleid als econoom en begonnen aan een proefschrift, wat bracht je ertoe om je in te zetten voor een smartphonevrije jeugd?

“Toen mijn zoontje werd geboren, wees mijn vrouw me op het boek Screen damage van Desmurget [2022], waarna ik me verder in het onderwerp verdiepte. Ik was verbaasd dat Nederlandse kinderen van negen tot twaalf maanden gemiddeld 1,5 uur schermtijd per dag krijgen, terwijl de richtlijn tot twee jaar nul minuten aangeeft. Rond die tijd ontstond in het Verenigd Koninkrijk de beweging voor smartphonevrij opgroeien. Ik had net mijn bedrijf verkocht en raakte in contact met gelijkgestemden in Nederland. Uiteindelijk is daaruit de stichting ontstaan die ouders ondersteunt. Sindsdien heb ik me hier volledig op gericht, waardoor mijn promotie op een lager pitje is komen te staan.”

Komt je economische achtergrond van pas?

“Ja, met een economische achtergrond kijk je zo anders tegen het geheel aan dan bijvoorbeeld een pedagoog. Als econoom kijk je bijvoorbeeld snel naar de data. Zo schrok ik van een onderzoek uit 2020 [Orben en Przybylski, 2020], waaruit blijkt dat op doordeweekse dagen elk uur schermtijd zo’n negen minuten minder slaap betekent. Veel mensen zeggen dan: wat zijn nou negen minuten? Maar als je dan elders in de studie ziet dat kinderen gemiddeld vijf tot zes uur per dag op hun smartphone kijken, is dat snel zo’n 45 minuten minder slaap. En als econoom denk je bijvoorbeeld ook aan de opportuniteitskosten.”

Jullie proberen een andere smartphonenorm te bewerkstelligen.

“Het is eigenlijk een coördinatieprobleem: het is voor ouders bijna niet te doen om géén smartphone te geven als alle andere kinderen er wel een hebben. Denk aan klasgroepsapps of uitnodigingen voor activiteiten waar je kind dan buiten valt. De enige manier om uit dat evenwicht te komen, is collectieve actie. En als de norm verschuift, gaan ouders misschien ook nadenken over schermtijd van de allerjongsten.

Heb je een tip voor het verminderen van schermgebruik?

“Het is belangrijk om kinderen het goede voorbeeld te geven en uit te leggen wat je doet op je scherm. Stel duidelijke huisregels op, bijvoorbeeld geen telefoon op tafel tijdens het eten, of de telefoon niet meenemen naar de slaapkamer. Wie toch bereikbaar wil zijn in noodgevallen, kan overwegen een huistelefoon te gebruiken. Door gewoontes aan te passen, merk je dat een smartphone niet overal en altijd aanwezig hoeft te zijn.”

Auteur

Categorieën

Plaats een reactie