In het kader van onze strategische afhankelijkheid wordt veelal naar sectoren en goederen gekeken. Een sector- en productbenadering is echter blind voor technologische ontwikkelingen, en daarmee ontoereikend voor toekomstgericht strategisch beleid.
In het kort
- Een volledig beeld van geopolitieke macht behoeft focus op technologieën die de economie van de toekomst vormgeven.
- Industrie- en innovatiebeleid moet focussen op de bedrijven die strategische producten en technologieën ontwikkelen.
- Efficiënt industrie- en innovatiebeleid vereist scherpe keuzes, excelleren in alle sectoren en technologieën is niet realistisch.
De economische positie van landen is in toenemende mate verweven geraakt met hun geopolitieke machtspositie (Gaastra, 2026). Globalisering heeft geleid tot het ontstaan van asymmetrische afhankelijkheden in economische activiteiten, de zogenoemde control points (TNO, 2024). Staten maken steeds vaker gebruik van deze afhankelijkheden als strategisch drukmiddel (Farrell en Newman, 2019; Clayton et al., 2023). Tegen die achtergrond is ook binnen de Nederlandse politiek recent meer aandacht ontstaan voor het expliciet hanteren van een control point-benadering gericht op het verminderen van afhankelijkheden en het versterken van strategische autonomie (Semicon Coalition, 2025; Tweede Kamer, 2026). Ook het rapport van Draghi (2024) wijst op de noodzaak voor Nederland en Europa om zelfstandig te handelen in domeinen die als ‘strategisch’ worden beschouwd.
Centraal in die onafhankelijkheidsoefening staan de vragen welke vitale of strategische activiteiten als control points kunnen worden aangemerkt, welke afhankelijkheden eenzijdig of kwetsbaar zijn, en hoe beleid hiermee om dient te gaan (TNO, 2024).
Mehlbaum en Heerma van Voss (2026) beargumenteren dat sectorinzichten en -beleid te weinig houvast bieden om strategische afhankelijkheden aan te pakken. In plaats daarvan is het zinvoller om juist op goederenniveau, ofwel productniveau, te kijken omdat afhankelijkheden daar zich concreter uiten en ook meetbaarder zijn.
Maar hoewel een focus op goederen meer precisie biedt dan op sectoren, blijft het in essentie een momentopname van bestaande markt- en handelsstructuren. Goederencategorieën zijn immers vaak gebaseerd op bestaande productindelingen, zoals het geharmoniseerd systeem dat wordt gebruikt voor douanetarieven en handelsstatistiek. Belangrijke afhankelijkheden vinden echter hun oorsprong in technologische ontwikkelingen die de economische structuren van de toekomst vormgeven. In dit artikel betogen wij dat sector- en productbenaderingen daarom moeten worden aangevuld met een expliciete focus op technologieën en op de bedrijven die deze technologieën omzetten in strategische-waardeproposities en daarmee control points in waardeketens vormen. Alleen door deze benaderingen te combineren ontstaat een vollediger beeld van kwetsbaarheden en kunnen beleidsinterventies gerichter en effectiever worden vormgegeven.
Technologiebenadering
Opkomende technologieën zoals quantumcomputing illustreren de tekortkomingen van een sector- of productbenadering. Ten eerste kennen deze technologieën (nog) geen afgebakende markten of duidelijke productgroepen, maar ontwikkelen ze zich via onderzoek, prototypes en kennisnetwerken die pas op termijn tot verhandelbare goederen en diensten leiden (EPO en OESO, 2025).
Daarnaast onderschat een goederenbenadering sleuteltechnologieën die werken over meerdere productgroepen en sectoren. Kunstmatige intelligentie (AI) is hierbij een tekenend voorbeeld. AI manifesteert zich niet als één product, maar als een brede technologie die uiteenlopende toepassingen mogelijk maakt: van het ontwerpen van eiwitten, tot autonoom rijden, precisielandbouw of besluitvorming in publieke diensten. Deze diversiteit aan toepassingen laat zien dat strategische afhankelijkheden rond AI niet volledig zichtbaar worden in afzonderlijke productcategorieën, maar pas scherp worden wanneer de onderliggende technologie centraal staat.
Dat een technologische focus beleidsmatig relevant kan zijn, blijkt ook uit de dual-use-lijst van de EU. Hierin worden goederen niet geclassificeerd op basis van gehele productgroepen maar op specifieke technische en functionele kenmerken ter beheersing van veiligheidsrisico’s.
Een technologiegerichte benadering verschuift de analyse van waar goederen vandaag worden geproduceerd en verhandeld, naar waar de onderliggende technologische doorbraken tot stand komen en wie daar zeggenschap over heeft. Ze richt zich op kennis, eigendomsrechten, standaarden en infrastructuur die onderliggend zijn aan een breed scala aan markttoepassingen. Dit biedt inzicht in kennisafhankelijkheden, zoals de concentratie van uniek en potentieel baanbrekend fundamenteel onderzoek binnen kennisinstellingen, de rol van bedrijven in het vertalen van deze kennis naar markttoepassingen, en de samenwerkingsnetwerken die technologische ontwikkeling sturen.
Bedrijfsbenadering
Afhankelijkheden worden weliswaar zichtbaar in strategische producten en technologieën, maar worden gevormd door de keuzes van actoren over welke kennis zij ontwikkelen, waar zij produceren en met wie zij daarin samenwerken en handelen. Deze afhankelijkheden kunnen daarom niet los worden beschouwd van de actoren, en in het bijzonder de bedrijven die kennis vertalen naar product-marktcombinaties en de economische waarde hiervan vangen.
Een nadere blik op afhankelijkheden laat zien dat de kwetsbaarheden zich in toenemende mate concentreren rond een beperkt aantal spelers. In de cloudmarkt draait de afhankelijkheidsdiscussie met name om de dominante positie van drie Amerikaanse hyperscalers: Amazon, Google en Microsoft (TNO, 2025). En in de halfgeleiderketen betreffen strategische afhankelijkheden specifiek de unieke posities van bijvoorbeeld ASML in EUV-lithografie, TSMC in chipproductie en Nvidia in GPU’s (TNO, 2024).
Om gericht beleid te voeren, is dus ook een expliciete bedrijvenfocus nodig die zichtbaar maakt waar concentratie en zeggenschap zich daadwerkelijk bevinden, en waar beleid effectief kan aangrijpen om control points te verwerven en/of offensief in te zetten (Swets en Van Wanrooij, 2026; Tweede Kamer, 2026).
Scherpe keuzes nodig
Een technologie- en bedrijfsbenadering van strategische afhankelijkheden pleit voor gerichte interventies vanuit industriebeleid voor specifieke technologieën en bedrijven. Dat vereist allereerst inzicht in de risicovolle afhankelijkheden waaraan Nederland en de EU blootstaan. Op basis daarvan kan beleid zich vervolgens richten op verschillende handelingsopties: het accepteren van afhankelijkheden en het verstevigen van deze relaties, het diversifiëren van toeleveranciers, het ontwikkelen van alternatieven of substituten, of het inzetten van ‘eigen’ control points en institutionele drukpunten om tegenwicht te bieden (DenkWerk, 2026).
Gerichte interventies impliceren ook scherpe keuzes: het is niet realistisch om in alle sectoren of technologieën te excelleren, noch om volledig zelfvoorzienend te zijn. Dit vraagt om een verschuiving van generiek topsectorenbeleid naar een meer strategische focus op markten en waardeketens, zoals verleden jaar door het Ministerie van Economische Zaken is ingezet (Tweede Kamer, 2025a). In de praktijk kan dit betekenen dat beleid zich richt op het versterken van kritieke schakels in prioritaire waardeketens. Dit kan bijvoorbeeld via gerichte investeringen in productie- en opschalingscapaciteit, vestigingsbeleid gericht op het aantrekken van strategische bedrijven, of publieke co-investeringen en staatsdeelname in ondernemingen (zoals de Amerikaanse overheid in 2025 bij Intel deed).
Voor innovatiebeleid pleit een technologie- en bedrijfsbenadering voor een sterkere nadruk op de toekomst. Dat begint bij inzicht in opkomende (sleutel-)technologieën en zich ontwikkelende waardeketens waarin zich potentiële afhankelijkheden en control points kunnen vormen, en waar Nederland en de EU deze zelf kunnen opbouwen. De Nationale Technologiestrategie en bijbehorende actieagenda’s bieden hiervoor een belangrijk vertrekpunt, doordat zij richting geven aan prioriteiten in onderzoek, ontwikkeling en toepassing (Rijksoverheid, 2024; KIA Sleuteltechnologieën, 2026).
Het versterken van generieke randvoorwaarden van het innovatiesysteem – van kennisinfrastructuur en testfaciliteiten tot regelgeving, talent en kapitaal – blijft daarbij essentieel, zoals het drieprocents-R&D-actieplan en het rapport-Wennink beogen (Tweede Kamer, 2025b; Wennink, 2025).
Tegelijkertijd is generiek beleid op zichzelf niet voldoende om toekomstige control points te creëren. Dat vraagt ook om specifieker innovatiebeleid, bijvoorbeeld door prioriteit te geven aan specifieke (toepassingen van) sleuteltechnologieën, of door actieve marktcreatie, zoals publieke inkoop als launching customer of het ontwikkelen van standaarden en regelgeving die nieuwe markten mogelijk maken.
Industrie- en innovatiebeleid gericht op control points raakt onvermijdelijk aan de klassieke spanning rond overheidsfalen: hoe kan de overheid invloedrijke technologische en economische activiteiten stimuleren zonder gevestigde partijen of weinig kansrijke activiteiten te bevoordelen? Tegelijkertijd leidt het vermijden van gerichte beleidskeuzes er juist toe dat strategische kansen onbenut blijven en andere landen de control points van de toekomst naar zich toetrekken.
Gericht beleid betekent niet dat overheden nationale kampioenen moeten aanwijzen; sterke posities kunnen ook ontstaan door het verbreden en integreren van markten, waardoor bedrijven op Europese schaal kunnen opschalen (De Bijl, 2026). Het doel is dus om omstandigheden te creëren waarin Europese kampioenen kunnen ontstaan die strategische posities in waardeketens innemen.
Gegeven de ambitie om de geopolitieke en economische weerbaarheid te vergroten, vereist toekomstgericht industrie- en innovatiebeleid expliciete keuzes: in welke domeinen willen Nederland en Europa economische invloed uitoefenen – en via welke producten, technologieën en bedrijvigheid moet die invloed vorm krijgen?

Literatuur
Bijl, P. de (2026) Blog Paul de Bijl: Zonder concurrentie geen kampioenen. ACM Publicatie, 5 maart.
Clayton, C., M. Maggiori en J. Schreger (2023) A framework for geoeconomics. NBER Working Paper, 31852.
DenkWerk (2026) Markt en macht: Speler of speelveld in de hegemonie strijd. Denkwerk Rapport, januari.
Draghi, M. (2024) The future of European competitiveness: A competitiveness strategy for Europe. Europese Commissie Rapport, september. Te vinden op commission.europa.eu.
EPO en OESO (2025) Mapping the global quantum ecosystem: A comprehensive analysis based on innovation, firm, investment, skills, trade and policy data. OECD Rapport, 17 december.
Farrell, H. en A.L. Newman (2019) Weaponized interdependence: How global economic networks shape state coercion. International Security, 44(1), 42–79.
Gaastra, S. (2026) Nieuwjaarsartikel: Geopolitieke macht heeft economische waarde. ESB, 111(4853), 6–9.
KIA Sleuteltechnologieën (2026) Actieagenda’s voor de Nationale Technologiestrategie. KIA ST Publicatie, 26 januari.
Mehlblaum, C. en B. Heerma van Voss (2026) Kijk voor strategische afhankelijkheden naar goederen, niet sectoren. ESB, te verschijnen.
Rijksoverheid (2024) De Nationale Technologiestrategie. Min EZK, januari.
Semicon Coalition (2025) Declaration of the Semicon Coalition calling for a revised EU Chips Act in order to strengthen and revitalize Europe’s position in the global semiconductor industry. Semicon Coalition Declaration, 29 september. Te vinden op www.semi.org (European Semiconductor Industry Endorses Semicon …).
Swets, F. en S. van Wanrooij (2026) Het opbouwen van control points. Blog op esb.nu, 20 februari.
TNO (2024) Grip op control points: Een verkenning van de literatuur. TNO Rapport, 2024 R11817.
TNO (2025) Van containers tot de cloud: Hoe control points in chokepoints kunnen uitmonden. TNO Insight Paper, september.
Tweede Kamer (2025a) Industriebeleid met focus. Kamerbrief, 29826, nr. 277
Tweede Kamer (2025b) Investeren in een weerbare en toekomstbestendige economie: het 3%-R&D-actieplan. Kamerbrief, 33009, nr. 165.
Tweede Kamer (2026) Motie van het lid Don Ceder c.s. over het verwerven van control points expliciet onderdeel maken van het (geo-)economisch beleid. Kamerstuk, 21501-20, nr. 2367.
Wennink, P. (2025) De route naar toekomstige welvaart: Een sterk Nederland in een relevant Europa. Rapport Wennink, december.
Auteurs
Categorieën