Ga direct naar de content

Investeren is een politieke keuze, geen boekhoudkwestie

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: september 15 2026

Het begrotingsbeleid van het ministerie van Financiën werd onlangs gekwalificeerd als ‘middeleeuws boekhouden’ (VN, 2026). Steen des aanstoots is de behandeling van investeringen: in de rijksbegroting wordt geen onderscheid gemaakt tussen uitgaven aan infrastructuur, onderwijs of sociale zekerheid. De gedachte daarbij is dat uitgaven die renderen in de toekomst (zoals een snelweg), niet alleen zouden moeten drukken op de begroting van vandaag. Dat is op zich geen rare gedachte, en voor sommige onderdelen van de overheid doen we dat ook zo. Maar helaas leidt een verdere overgang naar een ander boekhoudstelsel niet automatisch tot beter economisch beleid of extra investeringsruimte. Dat blijft toch echt een kwestie van politieke keuzes.

Meerwaarde baten-lastenstelsel beperkt

Boekhoudkundig gaat de discussie om de waarde van een ‘baten-lastenstelsel’ versus de huidige dominante systematiek van het kasstelsel. Het idee achter het baten-lastenstelsel is helemaal niet verkeerd. Uitgaven aan zaken waar je meer jaren gebruik van kunt maken, breng je ten laste van meerdere jaren met jaarlijkse afschrijvingen. Deze systematiek wordt al binnen de overheid gebruikt, maar voor de meeste uitgaven geldt het kasstelsel. Er is wel eens onderzocht hoe de overheid verder over zou kunnen stappen op een baten-lastenstel (Donders en De Kam, 2025). Daar kwam uit dat de kosten van een overstap fors zijn, maar dat de meerwaarde beperkt is. De reden is simpel: meer dan negentig procent van de rijksbegroting bestaat nu eenmaal uit consumptieve uitgaven en overdrachten (uitkeringen, subsidies, etc.), en daarvoor maakt de manier van boekhouden geen verschil.

Maar ook voor die investeringsuitgaven is een ander boekhoudstelsel helaas geen geldmachine. Anders dan bij een bedrijf levert een investering vaak geen directe baten in de begroting op. Voor onze economische groei en de hieruit voortkomende belastinginkomsten, zijn goede infrastructuur, maar ook onderwijs natuurlijk belangrijk. Maar hogere economische groei leidt voor de overheid ook tot hogere uitgaven aan hogere lonen, en daaraan gekoppelde uitkeringen. Per saldo is het effect voor de begroting beperkt; investeringen ‘die zichzelf terugverdienen’, doen dat vanuit het oogpunt van de schatkist dus vaak niet.

Daar komt bij dat een investering aan een snelweg misschien eenmalig lijkt, maar de overheid doet (gelukkig) heel veel investeringen. Pleidooien voor meer investeringen gaan daarom vaak juist over een structureel hoger investeringsniveau. Dat is verstandig, want één jaartje extra investeren leidt ook nauwelijks tot wezenlijk meer groei. Maar als je ieder jaar weer investeringen doet en die uitsmeert, en ook rekening houdt met het uitsmeren van de investeringen uit het verleden, is het resultaat boekhoudkundig exact hetzelfde als bij het jaarlijks boeken van de uitgaven van dat jaar.

Baten-lastenstelsel heeft ook nadelen

Er is ook nog een pragmatische reden om uit te gaan van een kasstelsel. Als investeringen een aparte behandeling zouden krijgen, wordt het politiek wel erg verleidelijk om in alles een investering te zien en waarderingen en afschrijvingstermijnen op te rekken. Dit hebben we eerder gezien bij het Fonds Economische Structuurversterking. Bij de Europese regels over het bepalen van het overheidstekort zijn daarom strenge regels van kracht. Nederland heeft zich met het oog op de praktijk in sommige andere lidstaten altijd hard gemaakt voor dat soort regels.

Investeren blijft een politieke keuze

Een andere boekhoudstelsel levert dus geen budgettaire ruimte op. En daar wringt de schoen: een euro kan je nu eenmaal maar een keer uitgeven en de Nederlandse overheidsfinanciën bieden weinig ruimte voor extra uitgaven. In de Europese afspraken over tekort, schuld en uitgavenpad kunnen veronderstelde toekomstige baten niet weggestreept worden tegen uitgaven nu. Het begrotingstekort van Nederland ligt dicht bij de Europese grenswaarde, en zal zonder ingrijpen onder invloed van de vergrijzing verder verslechteren. Dat betekent dat we rekeningen niet moeten doorschuiven naar onze kinderen. Zonder geldmachine is een pleidooi voor extra investeringen ook altijd een pleidooi om ofwel de belasting te verhogen of in voorzieningen te snijden, nu of – door het tekort op te laten lopen – in de toekomst. Dat is en blijft een politieke keuze.

Literatuur

Donders, J. en F. de Kam (2025) Invoering van het baten-lastenstelsel bij het Rijk is een lastig traject. ESB, 110(4849), 406-408.

VN (2026) Peter Wennink: begrotingsbeleid kabinet is middeleeuws. Vrij Nederland, 28 augustus.

Auteur

  • Diederik Dicou

    Directeur Begrotingszaken bij het Ministerie van Financiën

Categorieën

Plaats een reactie