Ga direct naar de content

Innovatiebeleid moet meer oog hebben voor private R&D

Geplaatst als type:
Gepubliceerd om: december 23 2025

Om grote maatschappelijke uitdagingen het hoofd te bieden, is grootschalige innovatie noodzakelijk. Dit besef daalt langzaam in maar de private R&D komt nog niet van de grond. Hoe kan dit beter?

In het kort

  • De Nederlandse private R&D-uitgaven als percentage van het bruto binnenlands product zijn al jaren nauwelijks gestegen.
  • Hoewel ASML steeds meer in R&D investeert, dalen de investeringen in de basisindustrie.
  • Om private R&D aan te jagen, kan de overheid inzetten op het versterken van het speelveld, op digitalisering en AI.

Nederland staat voor grote maatschappelijke uitdagingen, zoals verduurzaming, de vergrijzing en het weerbaarder worden in een nieuw geo­politiek tijdperk. Om deze uitdagingen het hoofd te bieden, is grootschalige innovatie noodzakelijk. Alleen zo kunnen we de innovatiekloof met de Verenigde Staten dichten en de Europese economie concurrerend houden (Draghi, 2024). Het recente rapport Wennink (2025) bevestig dit andermaal.

In Nederland lijkt het besef in te dalen dat er meer geïnvesteerd moet worden. Zo heeft minister Karremans (Tweede Kamer, 2025) een actieplan gepresenteerd met als doel dat er in 2030 drie procent van het bruto binnenlands product (bbp) R&D wordt geïnvesteerd. Om dit doel te bereiken stelt Karremans negen acties voor, zoals onder meer het verkennen van een DARPA-achtige organisatie, het mobiliseren van institutioneel kapitaal, het beter benutten van kennis en het vergroten van de beschikbaarheid van talent.

De door Karremans voorgestelde acties zijn waardevol, maar het is niet helder of ze de drieprocentsdoelstelling dichterbij kunnen brengen. Dat is zeker de vraag omdat door het schrappen van het Groeifonds en de verdere bezuinigingen op onderzoek door het kabinet-Schoof de zoektocht naar voldoende innovatiebudget steeds lastiger wordt.

Om het doel te halen, lijkt er een flinke budgettaire slag nodig. Om vanaf 2026 toe te groeien naar jaarlijks drie procent van het bbp in 2030, is volgens TNO (2025) in de volgende kabinetsperiode 2026–2029 cumulatief elf miljard euro aan additionele directe publieke financiering nodig. De private sector zal in deze periode 26,7 miljard extra moeten investeren.

In de brief van de minister wordt wel gekeken naar wat er in omvang nodig is om de publieke financieringsdoelstelling te halen, maar is er geen aandacht voor de ontwikkeling van en trends in de private R&D. Dat is opmerkelijk, omdat daar de grootste uitgaven aan R&D worden gedaan (CBS, 2025) en daar ook het grootste deel van de groei naar drie procent vandaan zal moeten komen.

In dit artikel zetten we de ontwikkelingen en trends in de private R&D-investeringen uiteen en presenteren we beleidslijnen waarmee dergelijke investeringen zouden kunnen worden gestimuleerd.

Private R&D in Nederland

De private R&D-uitgaven als percentage van het bbp zijn de afgelopen tien jaar nauwelijks gestegen (CBS, 2025). Ook binnen sectoren zijn er weinig ontwikkelingen: de R&D-intensiteit van de handel (0,08 procent), specialistische zakelijke diensten (0,26 procent) en ICT (0,21 procent) veranderde de laatste tien jaar niet of nauwelijks. Alleen in de industrie is een lichte stijging waarneembaar: van 0,71 naar 0,75 procent van het bbp in de periode 2013–2022; daarmee is de industrie inmiddels goed voor ruim de helft van de private R&D-investeringen.

De beperkte stijging van industrie-R&D is vrijwel volledig toe te schrijven aan ASML. Het aandeel van dit bedrijf in de totale private R&D-investeringen verdubbelde van circa tien procent in 2013 naar bijna twintig procent in 2022 (eigen berekening op basis van CBS (2025) en Technisch Weekblad (2014; 2024)). In de afgelopen tien jaar is de R&D van de machine- en elektrotechnische industrie, waar ASML onder valt, dan ook sterk gestegen (figuur 1). Omdat de totale private R&D-uitgaven nagenoeg gelijk bleven, betekent dit dat de R&D-investeringen in andere sectoren zijn afgenomen. Er is dan ook daling in de R&D-uitgaven in de overige sectoren van de industrie zichtbaar (figuur 1).

Een mogelijke verklaring voor het wegzakken van de R&D in de basisindustrie, is het ongelijke speelveld dat met name na 2020 is ontstaan, waar deze industrie mee te maken heeft. Zo zijn, na aftrek van kostencompenserende maatregelen door overheden, Nederlandse bedrijven ruim veertig euro meer aan energiekosten per kilowattuur kwijt dan hun Duitse concurrenten en ruim 3,5 zoveel als vergelijkbare Franse bedrijven (E-Bridge, 2025). Omdat juist die basisindustrie energie-intensief is, zorgt dit voor een concurrentienadeel wat zich vertaalt in lagere afzet en lagere winsten, wat zich weer vertaalt in minder gelden die vrijgemaakt kunnen worden voor R&D. Met name in de chemie zijn opvallende verschillen waarneembaar in de R&D-intensiteit van Europese landen (Frankrijk 12 procent, Duitsland 9,1 procent en Nederland 5,3 procent). Naast de energiekosten zijn er bovendien ook andere unilaterale Nederlandse beleidsinitiatieven, zoals extra CO2-kosten bovenop de Europese prijzen, die een nadeel geven voor onze basisindustrie (Strategy&, 2024).

Voor een sector als de farmacie geldt verder dat andere landen stevig inzetten op hun innovatiekracht. België, Zwitserland en de VS investeren vele miljarden in R&D, versnellen markttoegang en creëren nationale strategieën om biotech, geneesmiddelen en medtech te laten groeien. Dit ontbreekt in Nederland, waardoor ook hier een concurrentienadeel ontstaat (KPMG, 2025).

Zo bezien lijkt een debat over innovatie ook een debat over de toekomst van de industrie, waarbij R&D niet los gezien kan worden van industriebeleid: slagen we er niet in het tij te keren, dan is het aannemelijk dat de private R&D-investeringen in deze subsectoren nog verder zullen afnemen.

Elders groei in digitale technologie

Hoewel de private R&D in Nederland zo goed als stagneert, groeit die wereldwijd juist sterk (WIPO, 2024). Dit komt met name door de opkomst van digitale technologieën, met in het bijzonder AI. Zo is de ICT-software-industrie wereldwijd, na de bouwsector, de snelst groeiende R&D-sector van de afgelopen tien jaar geweest, met een gemiddelde jaarlijkse R&D-groei van 11,1 procent. De ICT-hardware groeide gemiddeld met 5,0 procent per jaar gegroeid (Europese Commissie, 2024).

Europa is echter niet meegegaan met de investeringen op het digitale terrein. Bedrijven uit de EU investeren slechts 7 procent van de totale R&D in software en internetbedrijven, tegenover 15 procent in China en 71 procent in de VS (Draghi, 2024). Voor hardware en elektronische apparatuur doet de EU 12 procent van de totale R&D, China 19 en de VS 40 procent. Daar waar de echte R&D-groei zit, heeft Europa inclusief Nederland dus nog te weinig positie.

Ook kansen voor Nederland

Toch zitten in die digitale sector wel kansen. De sector is voor Nederland nu al goed voor vijf procent van het bbp en groeit met dubbele cijfers. Als we nú de juiste keuzes maken, zal deze sector in 2050 de traditionele industrie in economische betekenis voorbij kunnen streven (Maes, 2024). Digitale bedrijven zijn schaalbaar, innovatief en trekken internationaal talent aan. De leiders van vandaag – Booking, Adyen, Mollie, bol – bewijzen dat succes van Nederlandse bodem mogelijk is. We beschikken over een bloeiend ecosysteem: van digital natives tot een sterke start­up­community, en sterke digitale infrastructuur, gevoed door toptalent en kennisinstellingen. Dit maakt Nederlandeen natuurlijke kandidaat om de digitale hub van Europa te worden.

Rol digitalisering en AI in R&D

Naast de digitale sector zelf spelen digitalisering en AI ook nog op twee andere manieren een rol in R&D. In de eer­ste plaats zijn er indicaties dat AI­adoptie ook verantwoor­delijk is voor een toename in R&D­investeringen. Zo laat BCG (2025) bijvoorbeeld, weliswaar op basis van casestu­dy’s, zien dat bedrijven die AI gebruiken in hun business­model, ook meer investeren in technologie. Een AI­delta­plan, gericht op adoptie van AI, kan dus ook wel eens een belangrijke sleutel zijn in het verhogen van private R&D­inspanningen. Hoewel niet zeker is te zeggen hoe deze rela­tie precies loopt (leidt het ene nou meer tot het andere, of andersom) lijkt de Nederlandse achterstand in de adoptie van AI vanuit dit oogpunt in ieder geval geen goed nieuws (OESO, 2024).

De OESO verwacht bovendien dat de impact van generatieve AI stevig zal zijn in de diensten (OESO, 2025). Het is dus van groot belang om daar nu in te zetten op AI­toepassingen – en dit zijn nu juist ook sectoren die relatief weinig aan R&D doen. De dienstensector als kans voor meer private R&D ontbreekt nu nog geheel in de brief van minister Karremans.

In de tweede plaats kan de stormachtige opkomst van generatieve AI ook het innovatieproces versnellen. Al in 2018 wees het CPB (2018) op de stevige invloed van digitale technologie op het R&D-proces zelf. Daardoor neemt de data-intensiteit toe, wordt afstand minder relevant voor R&D-samenwerking en is kennis toegankelijker. AI fungeert nu bovendien als een ‘invention of a method of invention’: een technologie die niet alleen producten en processen verbetert, maar ook het innovatieproces zelf versnelt (OESO, 2024). Van het genereren van nieuwe ideeën in onderzoek tot het ontwikkelen van geneesmiddelen via digital twins, verandert generatieve AI de manier waarop we kennis creëren en toepassen. Dit gebeurt en dit alles met een snelheid en schaal die ongeëvenaard zijn in de geschiedenis van technologische ontwikkeling. Zo kan generatieve AI de productiviteit van het innovatieproces zelf verhogen, zoals recent onderzoek uit de VS en China – twee innovatiekoplopers volgens Draghi – suggereert (Babina et al., 2024; Feng et al., 2025).

Deze versnelling van het innovatieproces door generatieve AI is ook een kans voor Nederland. Onze innovatiemotor loopt namelijk zeer behoorlijk, ondanks bescheiden investeringsniveaus in onderzoek en innovatie: zowel de kwaliteit van onze wetenschap als de output van de innovatie-investeringen van onze bedrijven (bijvoorbeeld in termen van patenten) is uitstekend (WIPO, 2025). Met AI is daar dus verder winst in te halen.

Conclusies

Het innovatiebeleid kent een sterke focus op het verhogen van investeringen in R&D. Dat is begrijpelijk omdat innovatie hard nodig is, maar al jaren nauwelijks stijgt. Het is juist daarom een gemiste kans dat er nauwelijks gekeken wordt naar trends in waar R&D voornamelijk plaatsvindt: in de relevante private sectoren.

Het lijkt zaak om met gericht industriebeleid de private R&D in deze (en andere) sectoren aan te jagen. Dat vraagt om integraal industriebeleid met instrumenten die rijker zijn dan de drieprocentsbrief van de minister. Zo is het aannemelijk dat de economische consequenties van een ongelijk speelveld bij bijvoorbeeld energie ook doorwerken in de R&D-cijfers.

Ook zou het beleid, als andere aanvullende pijler, verder moeten inzetten op digitaliseringsbeleid en AI. Te denken valt aan het positioneren van de digitale techbedrijven van ons land als strategische sector en een ambitieus AI-­deltaplan voor toepassing van AI in onze economie.

Het voordeel is dat de beide dimensies, het industriebeleid en de digitalisering, ook een directe verantwoordelijkheid zijn van het ministerie. Zo zou, bij een stevig Ministerie van EZ, de zo nodige regie in het industriebeleid toch vormgegeven kunnen worden (Back, 2025). Onze analyse laat zien dat innovatiebeleid om meer gaat dan geld. De aanbevelingen sluiten dan ook goed aan bij de aanbevelingen in het recente rapport Wennink (2025).

Getty Images.

Literatuur

Babina, T., A. Fedyk, A. He en J. Hodson (2024) Artificial intelligence, firm growth, and product innovation. Journal of Financial Economics, 151, 103745.

Back, N. (2025) Strategisch industriebeleid vereist regie. Blog op esb.nu, 7 oktober.

BCG (2025) AI-first companies win the future. Boston Consulting Group, juni. Te vinden op media-publication.bcg.com.

CBS (2025) ICT, kennis en economie. CBS Longread.

CPB (2018) Digitalisering R&D. CPB Policy Brief, 2018/13.

Draghi, M. (2024) The future of European competitiveness. Europese Commissie Rapport, september. Te vinden op commission.europa.eu.

E-Bridge (2025) Electricity cost assessment for industrial consumers. E-Bridge Rapport, 1 augustus.

Europese Commissie (2024) The 2024 EU Industrial R&D Investment Scoreboard. European Commission, 18 december. Te vinden op iri.jrc.ec.europa.eu.

Feng, L., J. Hu, M. Huang et al. (2025) From algorithms to invention: AI’s impact on corporate innovation output and efficiency. The Quarterly Review of Economics and Finance, 104, 102042.

KPMG (2025) De toekomst voor de sector life sciences in Nederland. KPMG Publicatie, 27 augustus. Te vinden op vereniginginnovatievegeneesmiddelen.nl.

Maes, A. (2024) De digitale economie als vierde economische sector. ESB, 109(4832), 180–181.

OESO (2024) Netherlands | Countries | OECD Going Digital Toolkit, 2024.

OESO (2025) Is generative AI a general-purpose technology? Implications for productivity and policy. OECD Artificial Intelligence Papers, 40.

Strategy& (2024) De Sociaaleconomische impact van 6 sectoren binnen de basisindustrie. Strategy& Rapport, 17 februari. Te vinden op www.fme.nl.

Technisch Weekblad (2014) Top 30 R&D: ASML stoot Philips van de troon. Technisch Weekblad, 11 april.

Technisch Weekblad (2024) TW lanceert de R&D Top 30 van 2024: een unieke blik op innovatie in Nederland. Technisch Weekblad Nieuwsbericht, 6 december. Te vinden op tw.nl.

TNO (2025) De Nederlandse R&D kloof groeit. TNO Public Rapport, 2025 R11255/A. Te vinden op www.rijksoverheid.nl.

Tweede Kamer (2025) Investeren in een weerbare en toekomstbestendige economie: het 3%-R&D-actieplan. Kamerbrief Ministerie van Economische Zaken, DGBI-I&K / 99497318.

Rapport Wennink (2025) De route naar toekomstige welvaart: Een sterk Nederland in een relevant Europa. Te vinden op rapportwennink.nl.

WIPO (2024) End of year edition – Against all odds, global R&D has grown close to USD 3 trillion in 2023. World Intellectual Property Organization, Statistiek, 18 december.

WIPO (2025) Netherlands (Kingdom of the) ranking in the Global Innovation Index 2025. World Intellectual Property Organization, Statistiek.

Auteurs

Categorieën

Plaats een reactie