Nu bijna 25 jaar geleden werd het rapport van de commissie-Teulings gepresenteerd. Onder de titel Economie moet je doen werd geconcludeerd dat sinds de invoering van de Mammoetwet in 1968 het onderwijsprogramma economie niet significant was gewijzigd terwijl de toepasbaarheid van het kennisgebied in de loop van de decennia was vergroot. Het advies was – onder meer – dat het economieonderwijs algemeen vormend moet zijn en dat het vakgebied praktijkproblemen als ingang kon gebruiken voor het laten beklijven van economische theorieën. De financiële crisis en eurocrisis, en de nasleep daarvan, brachten tien jaar geleden diverse initiatieven om opnieuw het economieonderwijs te vernieuwen, nu ook op alle onderwijsniveaus. In de eerste jaren van deze vernieuwingsgolf ging de discussie over de waarde en noodzaak van een bredere blik op de economie en de onderliggende waarden. Gaandeweg is het gesprek steeds meer verschoven naar de vraag hoe dat in de lespraktijk te realiseren.

Op alle niveaus zijn vernieuwers aan de slag gegaan, zowel in het klaslokaal als op het niveau van curriculum en onderwijsbeleid. Zo werkt het voortgezet onderwijs aan de actualisatie van kerndoelen en examenprogramma’s, is het hoger economisch onderwijs aan de slag gegaan met een omvangrijk vernieuwingsprogramma in het kader van het sectorplan en hebben de economiefaculteiten stappen gezet richting pluriformer en meer maatschappelijk georiënteerd onderwijs. Maar er lopen ook nog tal van gesprekken – over de herwaardering en positionering van het middelbaar beroepsonderwijs, de verhouding tussen theorie en praktijk en de aansluiting daartussen in het hoger economisch onderwijs, en over de vernederlandsing van het academisch onderwijs.
De Goldschmeding Foundation viert dit jaar haar tienjarig jubileum. In haar bestaan heeft het vele vernieuwingsinitiatieven in het economie- en businessonderwijs mede mogelijk gemaakt. Daarom is wat ons betreft dit moment van reflectie cruciaal. Na meer dan een decennium van debat en vernieuwing is het tijd om het net op te halen: wat hebben de verschillende initiatieven opgeleverd? Wat werkt wel, en wat niet? Hoe is het onderwijs de afgelopen tien jaar veranderd, en wat kan er nog beter? En hoe verhouden de verschillende onderwijsniveaus zich eigenlijk tot elkaar?

Als foundation zetten we ons in voor een wereld waarin we meer naar elkaar omkijken, zodat iedereen tot zijn recht komt. We geloven in een economie die menswaardigheid centraal stelt – waarin het welzijn en belang van álle stakeholders zijn verankerd in het economisch denken en doen van mensen en organisaties. Die missie realiseren we door concrete handreikingen voor menswaardige organisaties te ontwikkelen. En ook door menswaardig gedachtegoed te borgen in het business- en economieonderwijs. Onderwijs vormt immers de leiders van morgen. Het gedachtegoed en de kennis die studenten meekrijgen, bepalen hoe zij later deelnemen aan de economie. Vanuit deze menswaardige visie ontwikkelen studenten het besef dat economische keuzes altijd maatschappelijke gevolgen hebben. Ze leren dat zij met hun werk en manier van samenwerken kunnen bijdragen aan de bloei van onze samenleving.
Met dit ESB-dossier willen wij de inzichten, dilemma’s en kansen van deze beweging in beeld brengen. Wat vraagt het om menswaardigheid in het economisch denken te verankeren? Hoe kunnen docenten, ontwikkelaars en bestuurders elkaar versterken in die ambitie? Het herijken van het business- en economieonderwijs is in onze visie geen academische exercitie, maar een maatschappelijke opgave. We hopen dat dit dossier bijdraagt aan een gedeelde beweging die de samenleving laat bloeien.
Auteurs
Categorieën