Ga direct naar de content

Importheffingen leiden nog niet tot weder­geboorte maakindustrie VS

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: maart 31 2026

Eén jaar geleden kondigde Trump op ‘Liberation Day’ verhoogde importheffingen aan om investeringen, productie en werkgelegenheid naar de VS te krijgen. In hoeverre hebben de importheffingen tot nu geleid tot het versterken van de Amerikaanse maakindustrie?

In het kort

  • Dalende investeringen, bouwuitgaven en werkgelegenheid wijzen op uitblijvende heropleving van de maakindustrie in de VS.
  • Generieke heffingen verhogen vooral de kosten voor Amerikaanse bedrijven zelf, zonder aanbod te vergroten.
  • De Amerikaanse ervaring suggereert dat generieke importheffingen ook voor de EU geen bruikbaar instrument zijn.

“April 2nd, 2025, will forever be remembered as the day American industry was reborn”, verklaarde president Trump bij de aankondiging van een minimumimportheffing van tien procent voor alle handelspartners en aanvullende ‘­reciprocal tariffs’ van elf tot vijftig procent voor 57 specifieke handelspartners (White House, 2025). Volgens president Trump moesten deze importheffingen de binnenlandse industriële basis een krachtige impuls geven.

Sinds ‘Liberation Day’ zijn de Amerikaanse heffingen nog talloze keren aangepast (kader 1), maar de richting is duidelijk: eind december 2025 was de gemiddelde Amerikaanse importheffing verzesvoudigd ten opzichte van begin dat jaar (Federal Reserve Bank of New York, 2026).

Kader 1: Amerikaanse Importheffingen

Ter bescherming van de maakindustrie maakte Trump na Liberation Day vaak gebruik van Section 232 van de Trade Expansion Act uit 1962. Deze bepaling verleent de Amerikaanse president de bevoegdheid om, na onderzoek, importheffingen en andere handelsmaatregelen op te leggen wanneer bepaalde geïmporteerde goederen een bedreiging vormen voor de nationale veiligheid. Van de veertien tot dusver ingestelde Section 232-onderzoeken richten dertien zich op maakproducten, zoals medische apparaten, windturbines en robotica (Council on Foreign Relations, 2025). Concreet leidde dit in 2025 al tot importheffingen op staal en aluminium (25 procent vanaf 4 maart en 50 procent vanaf 4 juni), auto’s en auto-onderdelen (beide 25 procent vanaf respectievelijk 3 april en 3 mei), koper (50 procent vanaf 1 augustus), trucks (25 procent vanaf 1 november). Op 15 januari 2026 stelde de VS daarnaast nog importheffingen van 25 procent in bij specifieke halfgeleiders.

 

Sinds Liberation Day heeft de VS een aanzienlijk aantal handelspartners gedeeltelijk vrijgesteld van importheffingen, zowel binnen het kader van de ‘reciprocal tariffs’ als bij maatregelen die voortvloeien uit Section 232-onderzoeken. Deze volgden grotendeels uit de handelsakkoorden die de VS sindsdien sloot met negentien handelspartners (Council on Foreign Relations, 2026). Uiteindelijk paste de VS in december 2025 (gedeeltelijke) vrijstellingen toe op 1.700 miljard dollar aan import en bleef 1.600 miljard dollar aan import onder de oorspronkelijk aangekondigde importheffingen vallen (Politico, 2025). Desondanks bleef de gemiddelde Amerikaanse importheffing in december 2025 met dertien procent historisch hoog (Federal Reserve Bank of New York, 2025).

Ook na de uitspraak van het Amerikaanse Hooggerechtshof over de onrechtmatigheid van de ‘reciprocal tariffs’ en de invoering van een nieuwe importheffing van 10 procent bleef de gemiddelde importheffing 11,6 procent (Global Trade Alert, 2026b).

Maar het is niet alleen Amerika dat importheffingen instelt: ook andere landen doen dat of dreigen ermee, al dan niet in reactie op Amerikaanse heffingen. Tussen 2024 en 2025 nam het wereldwijde aantal ingestelde importheffingen met (gedeeltelijke) focus op de maakindustrie toe van 135 naar 289 (Global Trade Alert, 2026a). Al is de groei van ingestelde importheffingen met name toe te schrijven aan de VS.

Ook de EU lijkt minder wars te zijn van hogere importheffingen. Zo pleitte EU-handelscommissaris Šefčovič er recent voor om het binnen de Wereldhandelsorganisatie (WTO) eenvoudiger te maken om importheffingen te verhogen (Financial Times, 2026). Daarnaast suggereerde een hooggeplaatste Franse regeringsfunctionaris een algemene Europese invoerheffing van dertig procent op alle Chinese producten (Haut-Commissariat à la Stratégie et au Plan, 2026).

Eerder is in ESB al betoogd dat importheffingen een gebrekkig instrument zijn om de Amerikaanse economie te versterken. Sommer en ­Meijerink (2025) concludeerden op basis van de economische theorie dat importheffingen niet de oplossing zijn voor het versterken van de Amerikaanse economie.

Dit artikel sluit aan op Sommer en Meijerink door niet de theorie, maar de eerste cijfers als toetssteen te nemen. Hoewel de observatieperiode relatief kort is en de impact nog niet volledig is uitgekristalliseerd, kan Europa lessen trekken uit de Amerikaanse beleidsinzet om de binnenlandse maakindustrie te stimuleren en de effectiviteit van importheffingen om die beleidsdoelen te halen.

Amerika’s focus op meer maakindustrie

Trumps ambitie om de Amerikaanse maakindustrie te versterken komt niet uit de lucht vallen, maar bouwt voort op een bredere beleidslijn waarin ook zijn voorganger Biden de re-industrialisatie van de VS tot speerpunt maakte. De VS zag de afgelopen decennia een aanzienlijk deel van zijn industriële productiecapaciteit verdwijnen. Sinds 1980 verdwenen bijna acht miljoen banen in de sector. Momenteel werken slechts 12,6 miljoen mensen in de maakindustrie, wat neerkomt op 7,7 procent van de Amerikaanse werkzame bevolking (Federal Reserve Economic Data, 2026a). Terwijl de Amerikaanse maakindustrie in 2000 nog 25 procent van het wereldwijde marktaandeel had, daalt dit aandeel in 2030 naar verwachting tot 11 procent (UNIDO, 2024). Dit banenverlies maakt deel uit van een bredere wereldwijde trend waarin technologische vooruitgang en hogere productiviteit leiden tot minder directe werkgelegenheid, al hebben concurrenten als de EU en China met respectievelijk 30 miljoen en 120 miljoen werkenden in de sector een veel groter arbeidsbestand in de maakindustrie (Eurostat 2026; ­Global Times, 2024).

Het versterken van de maakindustrie fungeert overigens niet alleen als economisch beleidsdoel, maar vormt ook een kernonderdeel van het nationale veiligheidsbeleid. De VS is voor strategische goederen vaker afhankelijk van buitenlandse toeleveringsketens. De VS is tegenwoordig nog goed voor slechts 0,2 procent van de wereldwijde commerciële scheepsbouw, produceert 10 procent van de mondiale halfgeleiders en is voor twaalf kritieke grondstoffen volledig afhankelijk van het buitenland (Congressional Research Service, 2023; White House, 2026a; 2026b).

Uitblijvende heropleving maakindustrie

Sinds ‘Liberation Day’ blijft een heropleving van de Amerikaanse maakindustrie vooralsnog echter uit. Een belangrijke graadmeter vormt de ontwikkeling van de bouwuitgaven voor nieuwe industriële projecten en het aantal private investeringen in vaste activa (Federal Reserve Economic Data, 2026d; 2026e). Tussen april en december 2025 was in beide gevallen sprake van een dalende trend. De bouwuitgaven (figuur 1) en het aantal private investeringen in vaste activa daalden tussen april en december 2025 respectievelijk met 11,1 en 4,6 procent.

Ook in de ontwikkeling van de werkgelegenheid blijft de ‘renaissance’ onzichtbaar. Tussen april en december 2025 nam het aantal werknemers in de maakindustrie elke maand af. Per saldo verdwenen daardoor 77.000 banen, gelijk aan een afname van 0,6 procent (Federal Reserve Economic Data, 2026a). In dezelfde periode nam het productievolume overigens wel toe, zij het marginaal: met 0,8 procent (Federal Reserve Economic Data, 2026b).

Ten slotte laten conjunctuurindicatoren evenmin tekenen van een opwaartse ontwikkeling zien. Een index gebaseerd op maandelijkse enquêtes onder inkoopmanagers noteerde tussen april en december 2025 onafgebroken krimp, waarbij december 2025 het laagste niveau sinds oktober 2024 bereikte (Institute for Supply Chain Management, 2026).

Uiteraard duurt het even voordat de bouwuitgaven en investeringsuitgaven zich aanpassen na een beleidswijziging. Maar overheidsinterventies kunnen wel degelijk snel effect sorteren: negen maanden na de inwerkingtreding van de Inflation Reduction Act en de CHIPS and Science Act lagen de bouwuitgaven (figuur 1) en het aantal private investeringen respectievelijk 55 en 30 procent hoger. Een dergelijk effect zien we daarentegen niet na invoering van de importheffingen.

Aanpak Trump lijkt te falen

Een eerste verklaring van de uitblijvende heropleving van de Amerikaanse maakindustrie is dat de importheffingen de industrie zelf direct raken. Ongeveer vijftig procent van de Amerikaanse import bestaat namelijk uit halffabricaten: tussenproducten die bedrijven nodig hebben voor de productie van eindgoederen (Jones et al., 2025). Bij andere industrielanden, zoals Duitsland, China en Japan, ligt dit aandeel tussen de vijftien en twintig procent (World Integrated Trade Solution, 2023). De import van deze halffabricaten verdrukt de Amerikaanse maakindustrie dus niet, maar is juist essentieel voor de activiteiten van Amerikaanse bedrijven. Ondanks alle importheffingen importeerde de VS dan ook slechts 3,5 procent minder goederen in vergelijking met het laatste kwartaal van 2024 (figuur 2). Omdat de importheffingen generiek zijn vormgegeven en dus in belangrijke mate ook gelden voor essentiële invoer van halffabricaten, lijken het dus vooral de Amerikaanse bedrijven die de hogere kosten van importheffingen betalen.

Daarnaast stimuleren importheffingen enkel de vraag naar Amerikaanse goederen, maar kan het aanbod in de Amerikaanse maakindustrie niet makkelijk volgen vanwege het arbeidstekort waar de VS mee kampt. In december 2025 stonden er 433.000 vacatures in de maakindustrie open (Federal Reserve Economic Data, 2026c), gelijk aan 3,4 procent van alle werkenden binnen de sector (Federal Reserve Economic Data, 2026a). De sector komt dus moeilijk aan personeel, terwijl de maakindustrie tussen 2024 en 2033 naar schatting 3,8 miljoen extra werknemers nodig heeft – het risico bestaat dat ongeveer de helft van deze vraag onvervuld blijft (Deloitte en ­Manufacturing Institute, 2024).

Met het oog op de arbeidstekorten helpt Trumps strenge migratiebeleid overigens niet. Liefst 3,1 miljoen van de werkenden in de maakindustrie zijn namelijk geboren in het buitenland (United States Census Bureau, 2025). Met name in de halfgeleiderindustrie – een sterk groeiende sleutelindustrie – is de VS zeer afhankelijk van buitenlandse vakkrachten (Hunt en Zwetsloot, 2020; Semiconductor Industry Association en Oxford Economics, 2023; The New York Times, 2024). Niet zonder reden luidde een groep Amerikaanse nationale veiligheidsexperts in 2022 al de noodklok hierover: “America’s efforts to onshore critical supply chains will not succeed unless it also onshores the talent necessary to compete” (Politico, 2022).

Ten slotte zorgt de onvoorspelbaarheid van het Amerikaanse handelsbeleid voor onzekerheid die de investeringsbereidheid remt  (Caldara et al., 2019). Sinds Liberation Day nam de onzekerheid sterk toe: tussen april en december 2025 lag de US Monthly Economic Policy Uncertainty Index gemiddeld 264 procent hoger ten opzichte van diezelfde periode in 2024 (Economic Policy Uncertainty, 2026). Trump wijzigde in hoog tempo de hoogte van de importheffingen, dreigde herhaaldelijk met verdere verhogingen en introduceerde gedeeltelijke uitzonderingen. De tijd tussen aankondiging en inwerkingtreding was daarbij regelmatig minimaal. Zo zat hier slechts één werkdag tussen toen Trump besloot ruim 400 extra producten – gezamenlijk goed voor 210 miljard dollar aan importwaarde in 2024 – onder de importheffingen van vijftig procent op staal en aluminium te laten vallen (Cato Institute, 2025).

Conclusie

Een jaar na Liberation Day geven investerings-, bouw-, conjunctuur- en arbeidsmarktindicatoren geen aanwijzing voor een opleving van de Amerikaanse maakindustrie. Gezien de importstructuur, de arbeidskrapte en de volatiliteit van het handelsbeleid is het onzeker dat voortzetting van het huidige beleid leidt tot de beoogde reindustrialisatie.

De uitblijvende heropleving van de Amerikaanse maakindustrie illustreert de beperkingen van generieke importheffingen. Bovendien vergroten ze diplomatieke spanningen en leveren ze economisch vaak onvoorspelbare uitkomsten op. Ook voor Europa zijn generieke importheffingen een bot en onvoorspelbaar instrument om de concurrentiekracht en exportpositie te versterken.

Getty Images

Literatuur

Bureau of Economic Analysis (2026) U.S. international trade in goods and services December and annual 2025. BEA Persbericht, 19 februari. Te vinden op bea.gov.

Caldara, D., M. Iacoviello, P. Molligo et al. (2019) The economic effects of trade policy uncertainty. International Finance Discussion Paper, 1256. Te vinden op www.federalreserve.gov.

Cato Institute (2025) Tariff ‘inclusion’ process comes with high costs, absurd outcomes, and extra cronyism. Cato Publicatie, 22 augustus.

Congressional Research Service (2023) U.S. commercial shipbuilding in a global context. Publicatie, 15 november.

Council on Foreign Relations (2025) A guide to Trump’s Section 232 tariffs, in maps. Publicatie, 14 november.

Council on Foreign Relations (2026) Tracking Trump’s trade deals. Publicatie, 11 februari.

Deloitte en Manufacturing Institute (2024) Taking charge: Manufacturers support growth with active workforce strategies. Publicatie, 3 april.

Economic Policy Uncertainty (2026) US monthly EPU index (1900–present). Economic Policy Uncertainty. Te vinden op policyuncertainty.com.

Eurostat (2026) Sold production, exports and imports. Eurostat, 25 maart. Te vinden op ec.europa.eu.

Federal Reserve Bank of New York (2026) Who is paying for the 2025 U.S. tariffs? Federal Reserve Bank of New York, Publicatie, 12 februari. Te vinden op libertystreeteconomics.newyorkfed.org.

Federal Reserve Economic Data (2026a) All employees, manufacturing. FRED, 6 maart. Te vinden op fred.stlouisfed.org.

Federal Reserve Economic Data (2026b) Industrial production indexes: Market and industry group. Te vinden op fred.stlouisfed.org.

Federal Reserve Economic Data (2026c) Job openings: Manufacturing. Te vinden op fred.stlouisfed.org.

Federal Reserve Economic Data (2026d) Private fixed investment: Nonresidential: Structures: Manufacturing. Te vinden op fred.stlouisfed.org.

Federal Reserve Economic Data (2026e) Total construction spending: Manufacturing in the United States. Te vinden op fred.stlouisfed.org.

Financial Times (2026) EU seeks to reform WTO ‘most favoured nation’ trade rules. Financial Times, Publicatie, 21 januari.

Global Times (2024) Sustained economic recovery underpins stable employment in China. Global Times, Publicatie, 25 april.

Global Trade Alert (2026a) GTA data center. Te vinden op globaltradealert.org.

Global Trade Alert (2026b) Section 122 in effect: what the US tariff regime looks like now. Te vinden op globaltradealert.org.

Haut-Commissariat à la Stratégie et au Plan (2026) L’industrie européenne face au rouleau compresseur chinois. Rapport, 9 februari. Te vinden op www.strategie-plan.gouv.fr.

Hunt, W. en R. Zwetsloot (2020) The chipmakers: U.S. strengths and priorities in the high-end semiconductor workforce. CSET Publicatie, 5 november. Te vinden op www.semiconductors.org.

Institute for Supply Chain Management (2026) December 2025 ISM® manufacturing PMI® report, 14 januari. Te vinden op www.ismworld.org.

Jones, L., S. Shikher en Y.V. Yotov (2025) Determinants of intermediate goods trade. Economics Working Paper, 2025-12-A. Te vinden op www.usitc.gov.

Politico (2022) National security STEM talent letter. Politico Publicatie, 9 mei.

Politico (2025) Thousands of carve-outs and caveats are weakening Trump’s emergency tariffs. Politico Publicatie, 14 december.

Semiconductor Industry Association en Oxford Economics (2023) Chipping away: Assessing and addressing the labor market gap facing the U.S. semiconductor industry. SIA Rapport, juli. Te vinden op www.semiconductors.org.

Sommer, K. en G. Meijerink (2025) De (on)mogelijke redenering achter Trumps handelsbeleid. ESB, 110(4852), 552–555.

The New York Times (2024) What works in Taiwan doesn’t always in Arizona, a chipmaking giant learns. The New York Times, 9 augustus.

UNIDO (2024) The future of industrialization: Building future-ready industries to turn challenges into sustainable solutions. Te vinden op unido.org.

United States Census Bureau (2025) Foreign-born: 2024 current population survey detailed tables. United States Census Bureau, Publicatie, september.

White House (2025) Regulating imports with a reciprocal tariff to rectify trade practices that contribute to large and persistent annual United States goods trade deficits. The White House, Publicatie, 2 april.

White House (2026a) Adjusting imports of semiconductors, semiconductor manufacturing equipment, and their derivative products into the United States. The White House, Publicatie, 14 januari.

White House (2026b) Adjusting imports of processed critical minerals and their derivative products into the United States. The White House, Publicatie, 14 januari.

World Integrated Trade Solution (2023) Trade statistics by country/region. World Integrated Trade Solution, Statistiek. Te vinden op wits.worldbank.org.

Auteurs

  • Geoffroy Feij

    Belangenbehartiger bij FME

  • Ron Stoop

    Strategisch analist bij het Den Haag Centrum voor Strategische Studies (HCSS)

Categorieën

Plaats een reactie