Ga direct naar de content

‘Ik wil zelf op de plek zitten waar beslissingen worden genomen’

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: september 22 2025

Nieuwe verkiezingen brengen nieuwe gezichten met zich mee, waaronder een aantal economen. Zo staat ESB-auteur Wimar Bolhuis op plaats 18 van de GroenLinks-PvdA-lijst. We spraken met hem over zijn beweegredenen.

Je trad vaak op als economisch ­duider, ook rond de verkiezingen. Wat motiveert je om zelf actief de politiek in te gaan?

“Ik ben altijd actief geweest in onderzoek en advies, en de afgelopen jaren ben ik me daarnaast steeds meer gaan richten op economische duiding in het politieke debat. Maar op een bepaald moment voelde ik dat ik zelf op de plek wilde zitten waar beslissingen worden genomen, om zo mee te werken aan beter beleid. Die kans lijkt nu te komen.”

Welke thema’s in het publieke debat verdienen volgens jou meer aandacht?

Wimar Bolhuis is kandidaat Tweede Kamerlid.

“Er zijn drie grote economische thema’s: verdienen, verdelen en verduurzamen. Een goede balans zonder een eenzijdige focus is hierbij belangrijk. De thema’s hangen samen. Zo leidt de vermogensongelijkheid tot ongelijke kansen én lagere investeringen, of zoals Tinbergen zei: ‘van verdelen komt de winst’. Bij verduurzaming is de grote vraag: hoe zorgen we dat de economie verduurzaamt en iedereen daarvan profiteert? Ik geloof dat individuele keuzes niet voldoende zijn en dat collectieve regelgeving belangrijk is. Ook het principe van klimaatrechtvaardigheid, waarbij de vervuiler betaalt, moet een vaste plek krijgen in het beleid. Het draait om een goede balans tussen deze drie thema’s, met een progressieve en toekomstgerichte blik.”

Je hebt samen met Flip de Kam en Jasper ­Lukkezen een handboek geschreven over overheidsfinanciën [De Kam et al., 2024]. Wat neem je daaruit mee?

“De basale economische en financiële kennis uit het handboek is nodig voor betere beleidsvorming. Het behandelt vragen over de rol van de overheid en het juiste moment van ingrijpen, evenals verschillende vormen van marktfalen en de kenmerken van goed begrotingsbeleid. Ik vraag me soms echter af of deze economische handvatten wel goed landen in de beleidsdiscussies in de Tweede Kamer. Ik hoop straks een bijdrage te kunnen leveren aan een economisch beter gefundeerd debat.”

In je proefschrift laat je zien dat verkiezings­programma’s zaken beloven aan burgers terwijl het coalitieakkoord juist vaker de belangen van bedrijven dient [Bolhuis, 2018]. Hoe verklaar je deze kloof?

“Het grootste deel van de beloftes uit verkiezingsprogramma’s komt uiteindelijk terug in het coalitieakkoord. Maar er zijn inderdaad systematische verschillen voor burgers en bedrijven. Mogelijk komt dat omdat partijen tijdens de verkiezingen vooral lastenverlichtingen beloven voor de burgers, terwijl ze tijdens de formatie tegen budgettaire grenzen lopen. Een meer politiek-economische verklaring is dat partijen zich tijdens de campagne vooral op burgers richten om stemmen te winnen, terwijl lobbygroepen tijdens de formatie veel invloed hebben.”

Je stelt je verkiesbaar omdat je iets wil betekenen voor de burger. Hoe ga je ervoor zorgen dat de verkiezingsbeloften beter worden nagekomen in de coalitievorming?

“Het begint met het in kaart brengen van wat partijen vooraf hebben beloofd. Gelukkig hebben veel partijen deze keer hun verkiezingsprogramma laten doorrekenen, waardoor de beloftes duidelijker worden. Zo zie je straks ook beter wat wel en wat níét is terug te vinden in het regeer­akkoord. Ook als Kamerlid kan ik er zo op toezien of partijen doen wat ze beloven. De Tweede Kamer moet tenslotte de nieuwe regering en haar plannen steunen.

Literatuur

Bolhuis, W. (2018) Van woord tot akkoord. Een analyse van de partijkeuzes in CPB-doorberekeningen van verkiezingsprogramma’s en regeerakkoorden, 1986-2017. Universiteit Leiden Proefschrift.

Kam, C.A. de, W. Bolhuis en J. Lukkezen (2024) Overheidsfinanciën. Groningen: Noordhoff.

Auteur

Categorieën

Plaats een reactie