De energieprijzen stijgen hard door de recente escalatie in het Midden-Oosten. De energietransitie helpt om dergelijke energieschokken te beperken, maar loopt vertraging op als de rente wordt verhoogd om de inflatie te drukken. Aanpak van de inflatie vergt daarom een rentekorting voor groene investeringen.
In het kort
- De transitie naar hernieuwbare energie vergt initiële investeringen die gevoelig zijn voor renteverhogingen.
- Een lagere rente voor groene projecten versnelt de transitie en vermindert energieafhankelijkheid.
De hogere energieprijzen als gevolg van de situatie in het Midden-Oosten tonen weer hoe afhankelijk Nederland is van fossiele energie-import en dus hoe kwetsbaar voor geopolitieke gebeurtenissen. Van de Nederlandse import van olieproducten komt veertien procent uit het gebied waar Iran nu aanvallen uitvoert (Koster, 2026). Die kwetsbaarheid voor geopolitieke spanningen in regio’s waar Nederland voor zijn energiebevoorrading van afhankelijk is, is niet nieuw. Hoewel de (gas)prijzen nog niet het niveau van na het begin van de oorlog in Oekraïne in 2022 hebben bereikt, lijkt de huidige situatie veel op die toenmalige energiecrisis.
Wanneer de oorlog in het Midden-Oosten aanhoudt, is het aannemelijk dat de energieprijspieken, net als in 2022, leiden tot een hogere inflatie. Een onderzoek van ABN Amro waarschuwt dat een langdurig hoge olieprijs, wanneer deze ook doorwerkt in andere prijzen, de inflatie kan laten oplopen tot boven de zes procent (Altaghlibi en Diviney, 2026). Ook de Nederlandsche Bank waarschuwt inmiddels voor het effect van de oorlog in het Midden-Oosten op inflatie (DNB, 2026).
In het geval van inflatiestijging zal de Europese Centrale Bank waarschijnlijk haar beleidsrente verhogen. Dergelijke renteverhogingen pakken echter de onderliggende oorzaak van de inflatie niet aan, te weten de afhankelijkheid van fossiele energie. De oplossing om het energiesysteem minder afhankelijk te maken van geopolitieke spanningen, is een snellere en grotere investering in de energietransitie.
Vervelend genoeg leidt een hogere rente juist tot een duurdere en tragere energietransitie (Sanders et al., 2025). Een studie van Berenschot, uitgevoerd in opdracht van de NVDE, laat zien dat de renteverhoging met ongeveer drie procentpunt in 2023 een aanzienlijke impact had op de businesscase van projecten voor hernieuwbare energie, en daarmee op de kosten van de energietransitie (Bianchi et al., 2023). De additionele kosten vanwege deze hoge rente zouden in Nederland tot aan 2050 optellen tot meer dan 160 miljard euro. Een hogere rente maakt duurzame beleggingen zo minder aantrekkelijk voor private investeerders en vergroot de behoefte aan publieke subsidies voor de groei van hernieuwbare energie.
Om toekomstige prijsschokken structureel te dempen, pleit ik in dit artikel voor een rentekorting voor investeringen in hernieuwbare energie.
Hernieuwbare energie dempt prijsschokken
Zonne- en windenergie zijn minder gevoelig voor geopolitieke spanningen of plotselinge tekorten op internationale energiemarkten, omdat de afhankelijkheid van het buitenland voor grondstoffen en materialen minder structureel is dan die bij fossiele energie. Na de initiële investering in een groene energieopwekkingsinstallatie is er namelijk geen constante toevoer nodig om te blijven opereren. Wanneer bijvoorbeeld de import van zonnepanelen of essentiële grondstoffen voor de energietransitie tijdelijk zou worden verstoord, blijven bestaande installaties energie produceren en kunnen materialen van oude installaties worden hergebruikt en gerecycled.
De voordelen van een duurzame energiemix zijn nu al zichtbaar in Europa. In Spanje, waar het aandeel hernieuwbare energie in de elektriciteitsmix relatief hoog is, hebben de prijspieken in olie en gas door het conflict in het Midden-Oosten een significant kleiner effect op de elektriciteitsprijzen. Elektriciteitsprijzen worden namelijk bepaald door de marginale productietechnologie. Aardgascentrales zijn doorgaans het duurst en worden alleen ingezet bij een gebrek aan zonne- en windenergie. Het aandeel aardgas in de energiemix bepaalt hierdoor in belangrijke mate de volatiliteit en hoogte van elektriciteitsprijzen. Volgens onderzoek van Ember bepaalde aardgas in Spanje maar 15 procent van de uren de elektriciteitsprijs (het eerste deel van 2026), terwijl dit aandeel in Italië 89 procent van de uren bedroeg (Rosslowe en Petrovich, 2026).
Een recente studie van TNO, uitgevoerd in opdracht van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie, laat zien dat een verduurzaamd energiesysteem met een grote rol voor hernieuwbare bronnen en energiebesparing de economische impact van prijsschokken ook in Nederland aanzienlijk kan dempen (Scheepers en Van der Linden, 2025). De studie onderzoekt de gevolgen van een plotselinge prijsschok: een prijsstijging van fossiele energie met zeventig procent, vergelijkbaar met de stijgende prijzen tijdens de Oekraïnecrisis van 2022. Deze kostenstijging is toegepast op de referentie-energiemix van 2023 en op de toekomstige energiemix (2040 en 2050). Bij een verduurzaamd energiesysteem in 2050 stijgen onze totale energiekosten bij een energieprijsschok nog maar met 30 procent, vergeleken met 63 procent in een business-as-usual-scenario.
Ook Christine Lagarde, de voorzitter van de Europese Centrale Bank, stelt dat investeringen in hernieuwbare energie, infrastructuur en opslag zorgen voor minder volatiele en lagere energieprijzen (Lagarde, 2024). En volgens het Internationaal Energieagentschap zou de gemiddelde energieprijs in 2023 vijftien procent hoger zijn geweest zonder de extra zonne- en windenergie die sinds de Oekraïnecrisis is geïnstalleerd (IEA, 2023).
In de economische literatuur wordt tevens regelmatig een negatief causaal verband gevonden tussen het aandeel hernieuwbaar in het energiesysteem en inflatie (Bednář et al., 2022; Krahé en Heilmann, 2023). Tegelijkertijd stuwt ook klimaatverandering op termijn de inflatie. Zo kunnen temperatuurstijging en extreem weer leiden tot verminderde landbouwproductie met hogere voedselprijzen als gevolg. De Europese Centrale Bank (ECB) waarschuwt dat klimaatverandering kan zorgen voor een hogere inflatie van 0,3 tot 1,2 procentpunt per jaar (Kotz et al., 2023).
Rentekorting op groene investeringen
Het inzetten op de energietransitie is dus een win-winsituatie: het maakt ons minder afhankelijk van het buitenland, beperkt klimaatverandering, én leidt tot stabiele en lagere energieprijzen.
De meeste groene energietechnieken – dit geldt voor infrastructuur, zonnepanelen, windmolens, duurzame warmte en opslag – hebben echter hoge initiële investeringskosten (CAPEX), waardoor investeringen bijzonder gevoelig zijn voor de rentestand van de ECB. Dit staat tegenover de lage operationele kosten (OPEX) waar dit soort projecten van genieten. Wanneer partijen vasthouden aan fossiel energieverbruik hebben ze veelal te maken met het tegenovergestelde profiel, lage CAPEX en hoge OPEX. Door de lagere investeringskosten wordt fossiele energie relatief veel minder beïnvloed door hogere rentes.
Zo ontstaat er een vicieuze cirkel: geopolitieke spanningen leiden tot hogere energieprijzen, wat het belang van energieonafhankelijkheid benadrukt. Hierdoor stijgt de inflatie en daarmee de rente, terwijl deze hogere rente de energietransitie juist vertraagt en de afhankelijkheid van fossiele energie in stand houdt.
Een manier om deze dynamiek te doorbreken, is om een gerichte rentekorting aan te bieden voor duurzame investeringen, in de vorm van groene TLTRO’s (Targeted Longer Term Refinancing Operations). In een systeem met groene TLTRO’s kunnen banken tegen lagere tarieven geld lenen bij de ECB, naarmate ze meer leningen hebben verstrekt voor woningverduurzaming, circulaire bedrijven of hernieuwbare energieprojecten. Dit kan bijvoorbeeld worden gemeten met de zogenoemde Green Asset Ratio. De Europese Taxonomie (Europese Commissie, 2026) biedt tegenwoordig een goed raamwerk om duurzame leningen te definiëren en zorgt voor betrouwbare data, wat eerder nog een mogelijk knelpunt was.
De lagere financieringskosten stimuleren banken om zelf tegen lagere tarieven groene leningen te verstrekken, wat de maatschappelijke opgave van de energietransitie makkelijker en goedkoper maakt. Op die manier kan de Europese Centrale Bank haar negatieve effect van het monetair beleid op de energietransitie neutraliseren (Jourdan et al., 2024). TLTRO’s zijn al eerder gebruikt in de jaren 2010 als gericht instrument om de economie te stimuleren. Omdat een groener energiesysteem op termijn bijdraagt aan een stabiel en lager prijspeil, passen ook groene TLTRO’s bovendien binnen het mandaat van de Europese Centrale Bank. In landen als China en Japan worden al vergelijkbare instrumenten toegepast.
Conclusie
Om toekomstige energieprijsschokken te beperken en macro-economische stabiliteit op de lange termijn te bevorderen, is het essentieel dat energie-afhankelijkheid wordt meegenomen in monetair beleid. Het is immers een belangrijke factor in de inflatieontwikkeling en raakt daarmee aan de kernverantwoordelijkheid van de centrale bank. Het versnellen van de energietransitie is voor Europa en Nederland de beste oplossing om de blootstelling aan fossiele prijsschommelingen te beperken, en instrumenten als groene TLTRO’s bieden een concrete mogelijkheid om de negatieve wisselwerking tussen rente en duurzame investeringen te doorbreken.

Literatuur
Altaghlibi, M. en B. Diviney (2026) Hoe een langdurige verstoring van de LNG-aanvoer gasprijzen en inflatie kan opstuwen. ABN Amro, Publicatie, 5 maart.
Bednář, O., A. Čečrdlová, B. Kadeřábková en P. Řežábek (2022) Energy prices impact on inflationary spiral. Energies, 15(9), 3443.
Bianchi, R., W. Verbeek en T. Bender (2023) Impact of rising interest rates on sustainable projects. Berenschot Marktanalyse, mei. Te vinden op www.nvde.nl.
DNB (2026) Oorlog in het Midden-Oosten: impact op de Nederlandse economie. DNB Nieuwsbericht, 24 maart.
Europese Commissie (2026) EU taxonomy for sustainable activities. EU, 17 maart. Te vinden op finance.ec.europa.eu.
IEA (2023) How much money are European consumers saving thanks to renewables? Renewable Energy Market Update – June 2023. Internationaal Energieagentschap.
Jourdan, S., R. van Tilburg, A. Simić et al. (2024) A green interest rate for the eurozone. Sustainable Finance Lab, Policy Paper, oktober.
Koster, R. (2026) Enorme afhankelijkheid van energie uit de VS zorgt in Nederland voor ongemak. NOS Nieuws, 22 maart.
Kotz, M., F. Kuik, E. Lis en C. Nickel (2023) The impact of global warming on inflation: averages, seasonality and extremes. ECB Working Paper, 2821.
Krahé, M. en F. Heilmann (2023) Fossil fuel to the fire: Energy and inflation in Europe. Dezernat Zukunft, Background Paper, 21 november.
Lagarde, C. (2024) Policymaking in a new risk environment. Speech op de 30th Dubrovnik Economic Conference. 14 juni, Dubrovnik.
Rosslowe, C. en B. Petrovich (2026) Latest energy shock reminds Europe of its risky gas reliance. Ember Publicatie, 13 maart.
Sanders, M., F. Polzin, A. Simić en S. Serebriakova (2025) Monetaire verkrapping leidt tot vertraging in de energietransitie. ESB, 110(4850), 466–468.
Scheepers, M. en M. van der Linden (2025) Weerbaarheid van het energiesysteem tegen een energiecrisis. TNO Publicatie, R11805.
Auteur
Categorieën