Ga direct naar de content

Hogere erfbelasting nodig om democratie overeind te houden

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: juni 25 2026

In veel westerse landen groeit de vermogensongelijkheid gestaag (OESO, 2024). Terwijl de inkomensverschillen relatief stabiel blijven, neemt de kloof in vermogen – en met name in geërfd vermogen – toe. Deze ontwikkeling vormt een directe bedreiging voor de democratie. Democratie draait om politieke vrijheden en gelijke invloedsmogelijkheden op de politiek. Dat vergt niet alleen gelijke politieke rechten in formele zin; ze moeten ook een ‘eerlijke waarde’ hebben (Rawls, 1971) .

Lisa Herzog is Hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen

Die eerlijke waarde van poltieke rechten komt door vermogensongelijkheid onder druk te staan.  Geld koopt niet alleen betere advocaten, gezondheidszorg en onderwijs, maar ook politieke invloed via lobby’s, campagne­financiering en media. Zo oefenen miljardairs politieke invloed uit door kranten of tv-programma’s te kopen. Gilens en Page (2014) tonen aan dat in de VS de voorkeuren van de rijkste tien procent aanzienlijk meer gewicht hebben in het beleid dan die van de gemiddelde burger. Soortgelijke patronen zijn ook in andere landen zichtbaar: politiek beleid volgt in hogere mate de preferenties van meer geprivilegieerde mensen (Elsässer en Schäfer, 2023).

Die concentratie van vermogen en invloed is bovendien geen tijdelijk fenomeen. Adam Smith dacht in de achttiende eeuw nog dat in elke rijke familie vroeg of laat iemand het vermogen erft die het zal verspillen. Hij was daarom niet heel bezorgd over het risico dat zich in een markteconomie opnieuw economische klassen vormen, zoals in het feodalisme dat hij bekritiseerde. Maar die zelfcorrigerende werking blijft in de praktijk vaak uit omdat rijke families gebruik maken van juridische instrumenten om hun vermogen op lange termijn te beschermen, waardoor er dynastieën ontstaan (Cooper, 2019).

De structurele ongelijkheid die zich over de generaties heen ontwikkelt, verdwijnt dus niet vanzelf. Dat vraagt om een progressieve erfbelasting, die vooral de grootste vermogens aanpakt en ook het geld belast dat in stichtingen of in het buitenland zit. Ook zou er nagedacht kunnen worden over een bovengrens van geërfd vermogen – alles daarboven kan dan gebruikt worden om een capital grant te financieren voor degenen die niets erven (Atkinson, 2015). Als extreme vermogensconcentratie tegengegaan wordt, doorbreekt dat de cyclus van politieke en economische macht.

Het aanpakken van de vermogensongelijkheid is niet alleen nodig met oog op onze democratie, maar ook wenselijk met het oog op het ideaal van gelijke kansen. Hoe groter de vermogensongelijkheid is, des te moeilijker is het om voor de volgende generatie gelijke kansen te borgen. Neem als voorbeeld de huizenmarkt – die ook bepalend is voor de toegang tot bijvoorbeeld banen, scholen voor kinderen en vrijetijdsactiviteiten. In veel metropolen is het vandaag bijna niet meer mogelijk om een woning alleen door arbeidsinkomen te betalen. Geërfd geld, of schenkingen van de ouders, helpen sommige jonge gezinnen, andere niet.

Succes hangt altijd tot een bepaalde hoogte af van toeval: de familie waarin je geboren wordt, is niet je eigen keuze. Er zullen daarom altijd verschillen zijn, maar hoe groter de afstanden in de vermogensposities van families zijn, hoe groter het aandeel wordt van onverdiend geluk of pech, en des te lastiger wordt het voor het onderwijssysteem van een land om alle jongeren een eerlijke start te geven.

Het aanpakken van de vermogensongelijkheid is ook een kwestie van solidariteit en van de legitimiteit van ons economisch, politiek, en juridisch systeem als geheel. Robeyns (2024) argumenteert dat extreme vermogens niet alleen onrechtvaardig zijn, maar ook een klasse van ‘superrijken’ creëren die zich kunnen onttrekken aan gemeenschappelijke regels, bijvoorbeeld door een enorm hoge CO2-uitstoot die nooit voor een grotere aantal mensen mogelijk zou zijn zonder het klimaat meteen te destabiliseren. Die ongelijkheid kan minder bedeelde mensen het gevoel geven dat zij wel hard moeten werken en zich aan alle regels moeten houden, maar anderen niet. Dit gevoel kan door populistische politici worden uitgebuit met haat tegen ‘de elite’.

Een erfbelasting pakt de structurele ongelijkheid aan. Dat is geen straf voor succes, maar een investering in de democratie. Het beschermt de politieke gelijkheid en bevordert gelijke kansen op de lange termijn.

Literatuur

Atkinson, A.B. (2015) Inequality: What can be done? Cambridge, MA: Harvard University Press.

Cooper, M. (2019) Family values: Between neoliberalism and the new social conservatism. Princeton, NJ: Princeton University Press.

Elsässer, L. en A. Schäfer (2023) Political inequality in rich democracies. Annual Review of Political Science,26, 469–487.

Gilens, M. en B.I. Page (2014) Testing theories of American politics: Elites, interest groups, and average citizens. Perspectives on Politics, 12(3), 564–581.

OESO (2024) Society at a Glance 2024: OECD Social Indicators. OESO Rapport, 20 juni.

Rawls, J. (1971) A theory of justice. Cambridge, MA: Belknap Press.

Robeyns, I. (2024) Limitarianism: The case against extreme wealth. Londen: Penguin.

Auteur

  • Lisa Herzog

    Hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen

Plaats een reactie