Ga direct naar de content

Hoe maken we Nederland minder afhankelijk van de big tech

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: november 26 2025

Europa heeft de afgelopen jaren een reeks nieuwe wetten aangenomen om de macht van de big tech te bedwingen. Hoe effectief zijn deze wetten en wat kan Nederland doen om overheidsorganisaties, bedrijven en burgers minder afhankelijk te maken?

In het kort

  • Eerdere versterking van de samenwerking binnen het Nederlandse Samenwerkingsplatform Digitale Toezichthouders is wenselijk om versnippering in de handhaving van Europese wetgeving tegen te gaan.
  • Om burgers een evenwichtiger beeld te geven van het beoogde effect van wetgeving, zouden de Rijksoverheid, toezichthouders en consumentenorganisaties actiever moeten communiceren over de onderliggende langetermijndoelen.
  • Daarnaast is het van belang dat de overheid de ontwikkeling van alternatieven stimuleert, waarbij digitale onafhankelijkheid niet ondergeschikt mag raken aan kortetermijnvoordelen zoals gebruiksgemak.

Over de Preadviezen

Al sinds halverwege de 19e eeuw publiceert economenvereniging KVS de Preadviezen, een artikelbundel waarin experts vanuit verschillende invalshoeken een specifiek onderwerp bespreken.

 

Thema van de Preadviezen 2025 is Openheid in tijden van geopolitieke fragmentatie en de redactie is in handen van Ralph de Haas, Marcel Timmer en Bob Rijkers. Bekijk hier de overzichtspagina van de Preadviezen 2025.

De big tech (een kleine groep zeer grote en invloedrijke technologiebedrijven, zoals Alphabet, Meta, Apple, Amazon en Microsoft) is niet meer weg te denken uit ons leven – van het opzoeken van informatie tot het communiceren met vrienden en familie, en het boeken van een hotel of taxi. Dagelijks gebruiken we digitale diensten die ons veelal door Amerikaanse en Chinese techbedrijven worden aangeboden. De opkomst van de big tech heeft tot nieuwe innovaties geleid en onze economie efficiënter gemaakt, maar ook risico’s blootgelegd. Techbedrijven zijn erop uit onze aandacht zo lang mogelijk vast te houden en zo veel mogelijk gegevens over ons profiel en gedrag te verzamelen, om die te gelde te maken door gerichte advertenties, met verslavingen van consumenten aan sociale media en mentale gezondheidsklachten van vooral tienermeisjes tot gevolg (Braghieri et al., 2022; Kosola et al., 2024). Door het enorme bereik van de bigtechbedrijven en kenmerken als netwerkeffecten en schaalvoordelen hebben zakelijke klanten en platformwerkers vaak geen andere keuze dan akkoord te gaan met eenzijdig opgelegde voorwaarden die hun afhankelijke positie soms uitbuiten.

Inmiddels worden ook de geopolitieke effecten van de positie van techbedrijven steeds duidelijker, van de uitlatingen van machtige Amerikaanse techbazen over de Europese politiek tot het vermeende gebruik van TikTok door buitenlandse actoren om verkiezingsuitslagen in Roemenië te beïnvloeden (Europese Commissie, 2024). In Nederland heeft De Jonge Akademie zorgen geuit over de toenemende afhankelijkheid van universiteiten en hbo’s van techbedrijven voor onderzoek en onderwijs (De Jonge Akademie, 2025). Ook waarschuwde de Autoriteit Financiële Markten dat de positie van een kleine groep machtige techbedrijven de financiële stabiliteit kan bedreigen als cruciale IT-systemen uitvallen (AFM, 2025).

De vraag is in hoeverre de wetten die Europa de afgelopen jaren heeft aangenomen, erin slagen om zulke ongewenste effecten tegen te gaan en welke stappen Nederland kan nemen om digitaal onafhankelijker te worden van de big tech. Het ontwikkelen van alternatieven is daarbij cruciaal om overheidsorganisaties, bedrijven en burgers meer keuzemogelijkheden te geven en hun gebondenheid aan een paar grote spelers te doorbreken.

Macht van de big tech over markten, individuen
en de samenleving

De macht van techbedrijven uit zich op verschillende manieren. Om de invloed van de big tech in kaart te brengen kan een driedeling gemaakt worden tussen diens macht over markten, over individuen en over de samenleving, die elk een eigen aanpak vereisen (Graef en Bostoen, 2025).

De macht over markten verwijst naar de invloed van de bigtechbedrijven op concurrentie en innovatie die voortkomt uit hun schaalvoordelen en netwerkeffecten, en kan leiden tot machtsposities, toetredingsbarrières voor nieuwkomers en verminderde innovatieprikkels. De Europese Commissie is opgetreden tegen spelers als Google, Amazon, Apple en Meta vanwege zorgen over misbruik van hun economische machtspositie onder het Europese mededingingsrecht. Zo nam de Commissie actie tegen de voorkeurspositie die Google de eigen prijsvergelijkingsdienst Google Shopping in de algemene zoekresultaten gaf, bood Amazon toezeggingen om tegemoet te komen aan de mededingingsbezwaren van de Commissie over het gebruik door Amazon van transactiegegevens van de verkopers op diens marktplaats, en trad de Commissie op tegen het koppelen door Meta van Facebook Marketplace aan diens sociale netwerk Facebook. Ook ondernam zowel de Europese Commissie als de Nederlandse Autoriteit Consument & Markt actie tegen Apple vanwege het opleggen van onredelijke voorwaarden aan, respectievelijk, aanbieders van muziekstreaming en dating apps.

Als aanvulling op de Europese mededingingsregels geldt sinds 2023 de Digitale Marktenwet voor aanbieders van zogenaamde kernplatformdiensten die door de Commissie aangewezen zijn als poortwachters, wat het geval is voor de big tech in bepaalde markten. De Digitale Marktenwet heeft als doel te zorgen voor betwistbare en eerlijke markten in de digitale sector. Om dit doel te bereiken moeten poortwachters voldoen aan de verplichtingen die vastgesteld zijn in de wet, zonder dat eerst het bestaan van mededingingsbeperkende effecten aangetoond hoeft te worden, zoals het geval is bij misbruikzaken onder het mededingingsrecht. Hoewel de Digitale Marktenwet op korte termijn al heeft geleid tot successen, bijvoorbeeld door het voor consumenten mogelijk te maken om te kiezen tussen webbrowsers, zoekmachines en app stores, zijn er ook poortwachters waarvan de inspanningen om aan de regels te voldoen door de Commissie als ontoereikend werden geacht. Zo kreeg Meta in april 2025 een boete opgelegd omdat het volgens de Commissie gebruikers geen vrijwillige keuze liet binnen het ‘pay-or-consent-model’, waarbinnen gebruikers tot november 2024 enkel konden kiezen tussen enerzijds het geven van toestemming voor het gebruiken van persoonsgegevens voor gepersonaliseerde advertenties en anderzijds het betalen van een vergoeding om deze gegevens niet te gebruiken voor advertenties.

Naast de manieren waarop de big tech de markten probeert te beheersen, heeft deze ook macht over individuen, waaronder consumenten, zakelijke klanten en werknemers. Ook al bieden de consumenten- en gegevensbeschermingsregels consumenten bescherming tegen manipulatieve of misleidende praktijken, zoals het aanbieden van voorgeselecteerde keuzes en het uitbuiten van persoonlijke kwetsbaarheden, blijft handhaving lastig omdat overtredingen per geval vastgesteld en bewezen moeten worden. Om zakelijke klanten, zoals bijvoorbeeld verkopers op e-commerce-platforms, te beschermen, verplicht de Platform-to-Business Verordening platforms tot het geven van transparantie in hun algemene voorwaarden, waaronder over de belangrijkste parameters die ze gebruiken bij het bepalen van de rangschikking van goederen en diensten. Omdat zakelijke klanten vaak geen alternatief hebben, bieden transparantievereisten op zichzelf echter geen oplossing in het geval van machtige techbedrijven.

Verder is er steeds meer aandacht voor de positie van platformwerkers, waaronder chauffeurs van rittendiensten en voedselbezorgers. Platformwerkers worden vaak door platforms als zelfstandigen in plaats van als werknemers aangemerkt waardoor ze niet over arbeidsrechtelijke en sociale bescherming beschikken, ook al worden ze door platforms wel vaak onderworpen aan vergelijkbare voorschriften als werknemers. De Platformwerkrichtlijn uit 2024 pakt de misclassificatie van platformwerkers aan door indicatoren vast te leggen waaronder een wettelijk vermoeden geldt dat ze werknemer in plaats van zelfstandige zijn. De komende jaren zal moeten blijken in hoeverre de arbeidsvoorwaarden van platformwerkers daadwerkelijk verbeteren onder de Platformwerkrichtlijn, aangezien lidstaten niet bereid waren om geharmoniseerde Europese definities te accepteren en dus nationale interpretaties van de indicatoren blijven hanteren.

Waar het bestaande regelgevend kader nog het minste grip op heeft, is de macht van de big tech over de samenleving. Deze vorm van controle door de big tech betreft zowel zijn invloed op politiek en opinievorming – waaronder risico’s van manipulatie van informatie en verkiezingen – als zijn toenemende rol in sectoren zoals zorg en onderwijs, waar voorheen publieke actoren de overhand hadden (Sharon, 2021). De Digitale Dienstenwet legt zeer grote onlineplatforms en zoekmachines weliswaar verplichtingen op om systeemrisico’s te beoordelen en te beperken – waaronder negatieve effecten op de burgerdialoog, verkiezingsprocessen, de openbare veiligheid, de volksgezondheid, de bescherming van minderjarigen en het lichamelijke en geestelijke welzijn van individuen – maar deze wet ziet niet toe op de bredere aanwezigheid van de big tech in steeds meer aspecten van ons dagelijks leven. Kaders voor grondrechten, zoals het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, zijn van toepassing en garanderen een minimumniveau van bescherming, onder meer voor toegang tot onderwijs, gezondheidszorg en andere diensten van algemeen belang. Deze rechten zijn echter ruim geformuleerd en bieden daardoor geen toegesneden bescherming die eenvoudig kan worden ingeroepen om de specifieke uitdagingen aan te pakken die ontstaan wanneer techbedrijven hun invloed uitbreiden naar nieuwe domeinen, en ze essentiële maatschappelijke diensten commercialiseren. Zo vertrouwen ziekenhuizen op Amazon Web Services, Google Cloud en Microsoft Azure voor het hosten van medische dossiers en analysetools, zijn digitale leerplatforms van Apple, Google en Microsoft wijdverbreid in het onderwijs, en spelen betaalsystemen van Apple, Google en Amazon een groeiende rol bij dagelijkse transacties.

Afstemming en samenwerking bij handhaving

De driedeling in macht over markten, individuen en samenleving laat zien hoe veelomvattend de invloed van de big tech is. Hoewel het bestaande Europese wetgevingskader op alle drie de onderdelen belangrijke bescherming biedt, blijft er op elk punt ruimte voor verbetering om de effectiviteit van de geboden bescherming en de handhaving ervan te vergroten. Gezien de onderlinge verwevenheid van de zorgen rond de positie van de big tech, is het de vraag of de huidige aanpak – waarbij iedere wet zich met eigen definities, regels en handhavingsmechanismen slechts op een deelaspect richt – volstaat of dat een meer integrale benadering vereist is. Versnippering kan ertoe leiden dat toezichthouders naar elkaar wijzen en geen van elk een bepaald onderwerp oppakt of zich juist richt op dezelfde onderwerpen, zoals bijvoorbeeld het geval was bij Meta’s ‘pay-or-consent-model’ waarover naast de Commissie ook gegevensbeschermings- en consumentenautoriteiten zich uitspraken (D’Amico et al., 2024). Als reactie op het rapport van Draghi (2024) liet de Commissie in haar ‘EU-kompas voor concurrentievermogen’ al weten de Europese regelgevende kaders te willen vereenvoudigen om versnippering aan te pakken (Europese Commissie, 2025). Zolang een meer integrale benadering nog ontbreekt, is voor een effectieve implementatie en handhaving van de bestaande, versnipperde regelgeving in ieder geval goede coördinatie en samenwerking tussen de bevoegde toezichthouders noodzakelijk – ook op nationaal niveau.

Een belangrijk initiatief in Nederland is het Samenwerkingsplatform Digitale Toezichthouders dat de Autoriteit Consument & Markt, de Autoriteit Financiële Markten, de Autoriteit Persoonsgegevens en het Commissariaat voor de Media samenbrengt om kennis uit te wisselen en toezichtactiviteiten op elkaar af te stemmen, gezien de overlap in de toe te passen regels. Naast een Kamer voor algemeen overleg bestaat er inmiddels een Digital Services Act-Kamer en een Algoritme & AI-Kamer waar ook andere toezichthouders bij zijn betrokken om het toezicht op onlineplatforms en kunstmatige intelligentie af te stemmen. Hoewel het Samenwerkingsplatform gezamenlijke uitgangspunten heeft geformuleerd over effectieve online informatieverstrekking en online kindermarketing, en gezamenlijk onderzoek doet naar transparantie bij influencers (ACM, 2023), blijft de inzet binnen het Samenwerkingsplatform tot nu toe beperkt tot het opstellen van zulke – desalniettemin zeer waardevolle – achtergronddocumenten. Door het initiatief uit te breiden naar meer formele samenwerkingsvormen, zouden Nederlandse toezichthouders hun capaciteit beter kunnen inzetten en daarmee ook een voorbeeld vormen voor het onderling afstemmen van handhaving van Europese wetgeving in het algemeen. Denk bijvoorbeeld aan het gezamenlijk vaststellen van prioriteiten in gevallen waar toezichtstaken overlappen of het inschakelen van elkaars expertise bij lopende onderzoeken waarin eigen kennis ontoereikend is. Voor het uitwisselen van informatie hebben toezichthouders wel een grondslag nodig in de wet of een ministeriële regeling.

Burgers informeren over de doelen van wetgeving

Ondanks het belang van effectieve handhaving wordt het succes van de geldende regels niet alleen bepaald door het opleggen van boetes door toezichthouders of het winnen van rechtszaken van de big tech. Een factor die minstens net zo belangrijk is, maar tot nu toe onderbelicht blijft in beleidsdiscussies, is het draagvlak van de wetten onder gebruikers. Dit is vooral relevant, gezien de pogingen die de big tech steeds vaker in het publieke debat doet om gebruikers ervan te overtuigen dat de Europese wetten innovatie remmen en diensten onveilig maken. Zo zegt Meta dat de Europese wetten zullen leiden tot klantonvriendelijke apps en de Europese economie zullen schaden (Meta, 2024). Apple beweert dat ze door de Europese wetten hun iPhone- en iPad-gebruikers niet meer goed kunnen beschermen tegen virussen, hackers of spionagesoftware. Bij het verschijnen van een eerste porno-app op de iPhone stelde Apple zelfs dat Europa de veiligheid van gebruikers op het spel zet (Reuters, 2025).

Het klopt dat de Europese wetten veranderingen vereisen in bepaalde functionaliteiten. Zo is een gevolg van de Digitale Marktenwet dat Google Maps niet meer bovenaan de zoekresultaten van Google staat als naar een locatie wordt gegoogled. Om de relevante kaart te openen moeten gebruikers naar de website van Google Maps gaan, wat meer tijd en moeite kost dan we gewend zijn. Het verdient aanbeveling om aan burgers uit te leggen dat deze veranderingen bedoeld zijn om meer ruimte te geven aan nieuwkomers en om onze keuzevrijheid te beschermen. Anders is het risico dat gebruikers zich tegen wetgeving keren, terwijl die juist hun belangen dient en ons minder afhankelijk probeert te maken van een handjevol techbedrijven.

Het vaststellen van overtredingen en het opleggen van boetes is daarom niet voldoende om de wetten succesvol te maken. Om ervoor te zorgen dat burgers begrijpen wat er op het spel staat, is het ook belangrijk dat de Rijksoverheid, toezichthouders en consumentenorganisaties als de Consumentenbond burgers proactief informeren over het beoogde effect van wetgeving. Goed geïnformeerde burgers kunnen de communicatie van de big tech beter doorzien en bewust kiezen voor alternatieven wanneer zij dat willen. Campagnes via traditionele en digitale media kunnen worden ingezet om burgers bewust te maken van hun rechten en om uit te leggen dat mogelijk klein ongemak op korte termijn nodig is om een belangrijker doel op lange termijn te bereiken. Dit verhaal horen we tot nu toe nog maar weinig, met het risico dat burgers een beperkt en eenzijdig beeld krijgen van de wetten.

Stimuleren en opzetten van alternatieven

Naast het effectief handhaven en het uitleggen van de langetermijndoelen van de wetten aan burgers, is ook aandacht nodig voor het stimuleren en opzetten van alternatieven. Voor Nederlandse bedrijven, overheidsorganisaties en publieke sectoren als de zorg en het onderwijs zijn de diensten van techbedrijven aantrekkelijk, omdat ze gebruiksvriendelijk zijn en een geïntegreerd aanbod van functionaliteiten bieden. Ondanks het gebruiksgemak is er steeds meer bewustwording van de risico’s. Zo heeft de Tweede Kamer in juni 2025 een oproep gedaan aan het kabinet om te zorgen dat een deel van de cloud die gebruikt wordt door de Nederlandse overheid in Nederlands of Europees beheer komt. Er is echter meer nodig om Nederland digitaal onafhankelijker te maken en ervoor te zorgen dat overheidsorganisaties, bedrijven en burgers meer keuzevrijheid en controle over digitale infrastructuur en diensten hebben.

Het Rathenau Instituut heeft opgeroepen om digitale autonomie als zelfstandige factor mee te nemen bij inkoopbeslissingen in aanbestedingsprocedures, om niet alleen naar gebruiksgemak op korte termijn te kijken maar ook naar mogelijke overstapkosten in de vorm van het overbrengen van gegevens naar een andere aanbieder bij het einde van een contract, en om in te zetten op open standaarden en interoperabiliteit (Rathenau Instituut, 2025).

Ook verdienen initiatieven die alternatieven voor de big tech ontwikkelen steun. Een voorbeeld is PubHubs, een Nederlands netwerk dat is gebaseerd op waarden als veiligheid, privacy en onafhankelijkheid, en dat publieke organisaties – zoals scholen, bibliotheken, ziekenhuizen en lokale overheden – een alternatief biedt voor communicatie en samenwerking buiten de bestaande bigtechdiensten om.

De Nederlandse Digitaliseringsstrategie, gepresenteerd in juli 2025, kondigt beleid aan waarmee de Rijksoverheid, provincies, gemeenten, waterschappen en publieke dienstverleners samenwerken aan het vergroten van de digitale autonomie om in het digitale domein zelfstandige keuzes te kunnen maken zonder afhankelijk te zijn van een beperkt aantal externe partijen (Rijksoverheid, 2025). Het is van belang om dit beleid op korte termijn uit te werken en zo een voorbeeld te stellen voor de Nederlandse samenleving als geheel, waarbij ook het creëren van draagvlak onder burgers niet vergeten dient worden.

Conclusies en aanbevelingen

De invloed van techbedrijven strekt zich uit over uiteenlopende terreinen, gestimuleerd door schaalvoordelen, netwerkeffecten en het bereik van hun diensten dat nog steeds blijft groeien. Het Europese regelgevingskader richt zich op de macht die de big tech uitoefent over zowel markten en individuen als de samenleving, en biedt belangrijke bescherming tegen ongewenste effecten. Naast het betwistbaar maken en houden van markten om toetreding van nieuwkomers te bevorderen, is het voor de democratische veerkracht cruciaal dat bestaande machtsstructuren worden doorbroken en dat er voor overheidsorganisaties, bedrijven en burgers keuzemogelijkheden zijn. Deze bijdrage heeft daarbij een aantal aandachtspunten genoemd.

Op dit moment zorgt het naast elkaar bestaan van verschillende wetten voor versnippering en roept het vragen op over wie verantwoordelijk is voor de handhaving van overlappende regels. Door het Samenwerkingsplatform Digitale Toezichthouders uit te breiden met formele samenwerkingsmechanismen – zoals gezamenlijke vaststelling van prioriteiten en het systematisch betrekken van elkaars expertise in onderzoeken – kan Nederland binnen Europa een voorbeeldrol vervullen. Daarnaast is het van belang burgers proactief te informeren over de doelstellingen van de wetten om te voorkomen dat hun beeld uitsluitend wordt gevormd door de communicatie van de big tech, en burgers bewust te maken van alternatieven. Ook blijft het ontwikkelen en stimuleren van alternatieven essentieel, waarbij digitale onafhankelijkheid als een zelfstandige waarde moet worden erkend en niet ondergeschikt mag blijven aan gebruiksgemak op korte termijn. Hoewel Europa op beide vlakken een rol kan vervullen, ligt de verantwoordelijkheid nadrukkelijk ook bij Nederland zelf.

Zoals de invloed van de big tech vele dimensies kent, moet ook de inzet van de Nederlandse overheid veelzijdig zijn om onze afhankelijkheid te verminderen en om in de komende jaren langzaam maar zeker digitale autonomie op te bouwen.

Het onderzoek voor deze bijdrage is uitgevoerd in de context van het INCA Horizon Europe-project, gefinancierd door de Europese Unie onder G.A. NO 101061653.

Literatuur

ACM (2023) Toezichthouders van SDT breiden samenwerking in digitaal toezicht uit. Autoriteit Consument & Markt, Nieuwbericht, 24 maart.

Braghieri, L., R. Levy en A. Makarin (2022) Social media and mental health. The American Economic Review, 112(11), 3660–3693.

D’Amico, A., D. Pelekis, C. Teixeira Santos en B. Duivenvoorde (2024) Meta’s Pay-or-Okay Model: An analysis under EU Data Protection, Consumer and Competition Law. Technology and Regulation, 2024, 254–272.

De Jonge Akademie (2025) Onder Controle: Een manifest voor een verantwoorde digitale toekomst in het hoger onderwijs. De Jonge Akademie, Rapport, 30 juni. Te vinden op www.knaw.nl.

Draghi, M. (2024) The future of European competitiveness. Europese Commissie Rapport, september. Te vinden op commission.europa.eu.

Europese Commissie (2024) Commission opens formal proceedings against TikTok on election risks under the Digital Services Act. Europese Commissie, Persbericht, 17 december. Te vinden op ec.europa.eu.

Europese Commissie (2025) Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s: Het EU-kompas voor concurrentievermogen, COM/2025/30 final. Te vinden via open.overheid.nl.

Graef, I. en F. Bostoen (2025) A typology of platform power and its regulation. Information, Communication & Society, 3 juni, 1–15. Te vinden op www.tandfonline.com.

Kosola, S., S. Mörö en E. Holopainen (2024) Smartphone use and well-being of adolescent girls: A population-based study. Archives of Disease in Childhood,109(7), 576–581.

Meta (2024) Facebook and Instagram to offer subscription for no ads in Europe. Meta, Bericht, 12 november. Te vinden op about.fb.com.

Rathenau Instituut (2025) Koers zetten richting digitale autonomie: Handelingsopties voor beleidsmakers en inkopers. Rathenau Instituut, Rapport, 9 juli.

Reuters (2025) Apple raises concern over first porn app on iPhone under EU rules. Reuters Nieuwsbericht, 4 februari.

Rijksoverheid (2025) De Nederlandse digitaliseringsstrategie: Samen versnellen. Rijksoverheid, Rapport, juni. Sharon, T. (2021) Blind-sided by privacy? Digital contact tracing, the Apple/Google API and big tech’s newfound role as global health policy makers. Ethics and Information Technology, 23(Suppl 1), 45–57.

Auteur

  • Inge Graef

    Universitair hoofddocent aan Tilburg University

Categorieën

Plaats een reactie