Het coalitieakkoord ‘Aan de slag’ van D66, VVD en CDA verklaart eurobonds ongewenst. Dit past in een traditie van nodeloos en vergeefs Nederlands verzet tegen Europese leningen, want de huidige tijd schreeuwt juist om fors meer eurobonds.
In het kort
- Al sinds 1976 leent Europa op de kapitaalmarkt. Onderpand voor deze leningen vormen de afdrachten van de lidstaten.
- Voor de markt zijn EU-obligaties met hoofdelijke en gezamenlijke aansprakelijkheid hetzelfde, voor de Nederlandse politiek niet.
- Eurobonds in voldoende omvang zorgen ervoor dat de financiële sector onafhankelijker kan worden van Amerikaanse grillen.
Als het aan het coalitieakkoord 2026–2030 van D66, VVD en CDA ligt, komen er in de komende regeringsperiode geen eurobonds. Het (Coalitieakkoord, 2026) doceert op Miljoenennota-achtige toon: “Nederland profiteert van een sterke Europese economie en een stabiele Eurozone. Alle Europese lidstaten dienen zich te houden aan de afgesproken grenswaarden van het Stabiliteits- en Groeipact. Lidstaten die dit niet doen, betalen een hogere rente en beschikken over een lagere kredietwaardigheid. Lidstaten zijn primair zelf verantwoordelijk voor hun begroting. Nederland staat daarom niet garant voor de nationale schulden van andere landen (Eurobonds).”
Wel worden onder voorwaarden bepaalde, in het verleden besloten, gezamenlijke Europese leningen getolereerd, namelijk die leningen waarbij met name ten behoeve van grote infrastructurele projecten wordt doorgeleend aan nationale overheden en nutsbedrijven, zogenaamde back-to-back loans: “Nederland staat onder voorwaarde wel constructief tegenover het gebruik van reeds bestaande instrumenten voor gemeenschappelijke investeringen, zoals dat plaatsvindt via de Europese Investeringsbank (EIB), Macro Financiële Bijstand (MFA) en de Oekraïne faciliteit waarbij landen alleen garant staan voor hun eigen kapitaalaandeel (BNI-sleutel). Gezamenlijke defensie-investeringen kunnen worden vormgegeven via het bestaande Europees Defensiefonds en het Europese SAFE-instrument.” (Coalitieakkoord, 2026)
Opvallend en veelzeggend is dat de regeringscoalitie niet ook opschrijft dat zij constructief staat tegen andere EU-leningen die door de financiële markt worden aangeduid als eurobonds. De recente lening van 90 miljard euro voor Oekraïne (Raad van de EU, 2025), de leningen onder de coronaprogramma’s NextGenerationEU (806 miljard) en SURE (100 miljard), en de substantiële vergroting van de balans van de Europese Investeringsbank worden niet genoemd.
Dat de coalitie geen voorstander is van leningoperaties van de EU, zeker als het gaat om leningen-voor-subsidies (circa de helft van NextGenerationEU) past in een traditie van vergeefs, nodeloos, nationaal verzet tegen eurobonds, zo laat ik in dit artikel zien.
Politiek verzet, staande praktijk
Steeds weer wordt Nederland tot de Europese orde geroepen (Knoester et al., 1989). Vorig jaar was dat goed zichtbaar toen de Tweede Kamer de motie Eerdmans (JA21) aannam om Nederland af te laten zien van deelname aan het ReArm Europe-programma van de Europese Commissie voor de herbewapening van Europa en militaire bijstand aan Oekraïne, later genaamd SAFE, omdat in dit programma 150 van de 800 miljard euro gezamenlijk gefinancierd zou worden (Europese Commissie, 2025c; Tweede Kamer, 2025a; 2025b). Dit programma kwam er toch.
Tegenover dit politieke verzet tegen eurobonds staat de huidige praktijk. De EU heeft momenteel circa 650 miljard euro aan eurobonds uitstaan met een gemiddelde looptijd van dertien jaar en circa 30 miljard euro aan korterlopend schuldpapier (Europese Commissie, 2025b). De beleggers in eurobonds zijn typische buy-and-hold-beleggers, zoals (centrale) banken, beleggingsfondsen, en verzekerings- en pensioenfondsen. Emissies zijn doorgaans twintig maal overtekend en ondanks het gebrek aan hoofdelijke aansprakelijkheid van de lidstaten voor eurobonds kennen kredietbeoordelaars aan de EU de hoogst mogelijke status van kredietwaardigheid toe: AAA of Aaa (Moody’s, 2025; Fitch Ratings, 2026).
Ook staat tegenover dit politieke verzet de realiteit van de Europese Meerjarenbegroting 2028–2034 die Nederland naar verwachting tegen wil en dank zal aanvaarden. Onderdeel van deze begroting is de mogelijkheid voor de Commissie om circa 400 miljard te lenen in het kader van het permanente Extraordinary Crisis Response Mechanism (Europese Commissie, 2025a; Financial Times, 2025). Dit is een begrotingsinstrument in het kader van de EU Meerjarenbegroting 2028-2034. Als deze begroting is goedgekeurd heeft de Europese Commissie geen toestemming meer nodig om leningen in bijzondere omstandigheden aan te gaan. Door dit mechanisme zijn eurobonds niet alleen blijvend, maar kunnen zij ook snel worden uitgegeven zonder tussenkomst van de lidstaten of het Europees Parlement.
Het Nederlandse publiek en de politiek maken steevast een onderscheid tussen EU-obligaties met een gezamenlijke aansprakelijkheid van de lidstaten en klassieke eurobonds met gezamenlijke én hoofdelijke aansprakelijkheid. In de praktijk bestaat dit onderscheid helemaal niet: financiële markten behandelen beide soorten obligaties als gelijkwaardig en beschouwen de kans dat voor een lening een hoofdelijke aansprakelijkheid van een lidstaat als Nederland moet worden ingeroepen nul komma nul (‘once-in-many-decades-or-never’). Als iets erg lijkt op een eurobond en werkt als een eurobond dan is het hoogstwaarschijnlijk ook een eurobond.
Eurobonds kennen een lange traditie
Eurobonds, officieel EU-Bonds geheten, bestaan al sinds de oprichting van de voorloper van de Europese Unie, de Europese Economische Gemeenschap (1957–1993). De oorspronkelijke betekenis van de term eurobond verwijst niet naar Europa of de eurozone, maar naar obligaties die worden uitgegeven in een valuta die anders is dan die van het land die de obligatie uitgeeft. De eerste Eurodollar-bond werd uitgegeven in 1963 door het Italiaanse staatsenergiebedrijf ENI, voor 15 miljoen dollar op de Londense markt.
Bij de Europese Unie zijn ze synoniem geworden voor gezamenlijke schulduitgifte van landen. In 1976 plaatste de Europese Commissie voor het eerst een dergelijke lening gericht op de financiering van infrastructuur en industriële projecten in de lidstaten voor 1.890 miljoen Britse pond in huidige waarde. De Europese Commissie zocht voor deze eurobonds ook actief beleggers, zie figuur 1.
Figuur 1: Advertentie voor eurobonds uit 1985

De uitgiftepraktijk berust tegenwoordig op het in de artikelen 122, 311 en 322-323 van het Verdrag over de Werking van de EU neergelegde recht van de Europese Commissie om eurobonds (EU-Bonds) en korterlopend schuldpapier (EU-Bills) uit te geven wanneer zij dit nodig acht. Het enige dat vereist is, is dat de doelstelling of het programma waarvoor de Commissie leent, door de medewetgever (de Raad en het Parlement) is goedgekeurd. Dat gebeurt doorgaans via een specifieke verordening of besluit dat het leningsprogramma opzet – zoals bij het SURE-instrument (voor werkloosheidssteun) of NextGenerationEU (coronaherstelplan) of via goedkeuring in de context van de Europese Meerjarenbegroting en bijbehorende wetgeving. De Europese Commissie heeft niet voor iedere afzonderlijke emissie toestemming nodig. Deze supranationale bevoegdheden om zonder ruggespraak en onmiddellijk alles in het werk te stellen wat nodig is (‘whatever it takes’) om hun mandaat naar behoren uit te voeren (Kolodziejak en Muijzers, 1991) hebben de instellingen gekregen om hun werk te kunnen doen: het beschermen van de gezondheid, veiligheid en welvaart van de Europese burgers, alsook het waarborgen van de interne markt.
Vrees voor eurobonds ongegrond
Het verzet tegen eurobonds in Nederland wordt ingegeven door de vrees voor herverdeling van rijke naar arme EU-lidstaten, voor verlies aan budgettaire discipline in de EU en voor een hogere rente op Europese leningen dan op Nederlandse. Bij nadere beschouwing blijken al deze redenen ongegrond.
Bij leningen-voor-leningen is herverdeling tussen rijke en arme lidstaten niet aan de orde. Daarbij wees Boonstra (2025) er in ESB al op dat het risico op ongewenste herverdeling fors beperkt kan worden door eurobonds slim in te richten.
Eurobonds leiden niet tot verlies van budgettaire discipline omdat geen enkele genomen maatregel en vrijwel geen enkel plan volledige vervanging van nationale schuld door eurobonds voorstaan. Het gaat ofwel om vervanging van de EMU-schuld onder de zestig procent van het bbp (blue bondsvoorstel; Claessens et al., 2012; Delpla en Von Weizsäcker, 2010) of van de EMU-schuld boven de zestig procent van het bbp (red bondsvoorstel; zie kader 1). En los van dat het bij beide voorstellen gaat om back-to-back loans en er dus van volledige schuldmutualisatie geen sprake is, blijven er gewone staatsobligaties op de markt waardoor deze hun disciplinerende rol kunnen vervullen.
Kader 1: Invoering red (euro)bonds
In het red bondsvoorstel wordt alle EMU-schuld van lidstaten boven de zestig procent van bbp via eurobonds geherfinancierd. Dit breidt het aanbod van eurobonds uit met 4.339 miljard (tabel 2), en dat is ongeveer wat er nodig is om een voldoende diepe en liquide obligatiemarkt te scheppen.
Het red (euro)bondsvoorstel werd tijdens de Europese schuldencrisis in 2011 omarmd door de Duitse Sachverständigenrat (Kolodziejak, 1995; Sachverständigenrat, 2011; Weder di Mauro et al., 2011). Kernelement van het voorstel is dat door de gezamenlijke uitgifte niet meer met succes gespeculeerd kan worden tegen individuele lidstaten zoals dat tijdens de eurocrisis gebeurde. Zo kan zonder ingrijpen van de ECB fragmentatie van de Europese kapitaalmarkt voorkomen worden en wordt het voeren van gezamenlijk monetair beleid gemakkelijker.
De gedachte is dat nationale schuld boven de zestig procent voor de lidstaten moeilijk op eigen kracht te financieren is, nu de gemiddelde economische groei fors lager is dan de vijf procent nominaal die het Verdrag van Maastricht veronderstelt (Kolodziejak en Muijzers, 1989). Nota bene: die vijf procent groei ligt via de schuldhoudbaarheidsformule van Domar ten grondslag aan de schuldquote van zestig procent en een financieringstekort van drie procent van het bbp (Domar, 1944; Escolano, 2010; Blanchard, 2019).
Red bonds zijn feitelijk back-to-back loans, zodat er van een schuldherstructurering geen sprake is en er geen schulden van het ene land door het andere worden overgenomen, wat het Europees Verdrag ook verbiedt (Kolodziejak en Muijzers, 1989). En omdat er nog voor zestig procent van het bbp nationale staatsobligaties uitstaan, blijft budgettaire discipline en schuldbeheersing via het marktmechanisme in stand.

Tot slot de rente. Het is een fabeltje dat Nederland door eurobonds benadeeld zou worden omdat de rente op eurobonds noodzakelijkerwijs hoger is dan die op Nederlands schuldpapier. Blom (FD, 2025) stelt terecht dat dat niet het geval hoeft te zijn bij een lagere risicopremie en een hogere liquiditeit door grotere volumes van eurobonds en een wereldwijdere beleggersbasis, bij toenemende schaarste aan veilige euro activa, door het bredere risicoprofiel van eurobonds dan nationale obligaties en doordat eurobonds richting benchmarkstatus bewegen wanneer zij “euro safe assets” worden. Dat de rente op Europese obligaties de afgelopen jaren net hoger lag dan die van Duitse en Nederlandse staatsobligaties (Specker et al., 2026) en net lager dan de Franse betekent daarom niet zoveel.
Geopolitiek vraagt meer eurobonds
Het Nederlandse politieke verzet tegen eurobonds gaat voorbij aan de goede argumenten om te kiezen voor meer eurobonds. Ten eerste verlichten eurobonds de druk op het beleidsinstrumentarium van de Europese Centrale Bank (ECB). Een centrale bank kan interveniëren bij speculatie tegen de munt (Kolodziejak, 2001), maar niet iedere speculatie tegen schuldpapier van een lidstaat verijdelen. Als ze dat wel zou doen, komt de monetaire transmissie in het geding. Liquiditeitspremies en rentespreads weerspiegelen dan niet meer de marktomstandigheden (Kolodziejak en Muijzers, 2017). Eurobonds zorgen ervoor dat niet tegen de schuld van een lidstaat kan worden gespeculeerd, zonder dat de centrale bank hoeft bij te sturen.
Dat minder makkelijk tegen de schuld van een lidstaat kan worden gespeculeerd, ligt ook ten grondslag aan het tweede argument: voor veel lidstaten wordt de schuldenlast dragelijker als die deels via eurobonds met AAA-rating gefinancierd wordt. Tabel 1 toont dat de kredietwaardigheid van een land sterk samenhangt met de kapitaalmarktrente (rente op staatsobligaties met een looptijd van tien jaar).

Ten derde creëren eurobonds een European Safe Asset die de kapitaalmarktunie versterkt. Een grote liquide markt voor European Safe Assets is het fundament van een geïntegreerde kapitaalmarkt, de Europese kapitaalmarktunie waar maar geen schot in komt en die Draghi (2024) zeer terecht aanbeveelt omdat ze de Europese economie verbetert.
Ten vierde verkleinen eurobonds de afhankelijkheid van de Verenigde Staten. Vanwege de geopolitieke onrust, inflatoire handelsbelemmeringen en het onvoorspelbare Amerikaanse beleid (dollarzwakte, onafhankelijkheid Federal Reserve) streven grote Europese financiële marktpartijen zoals het ABP dat na (Clahsen en Noordhuis, 2025). Maar om hun blootstelling aan Amerikaans schuldpapier te verminderen, is een Europees alternatief voor de zeer liquide en diepe Amerikaanse schuldmarkt nodig (De Guindos, 2026). Blanchard en Ubide (2025) stellen dat een schuldmarkt van eurobonds zo’n alternatief kan bieden als ze een minimale omvang van circa 25 procent van het bbp van de EU heeft. Dat is ruim 4.000 miljard euro.
Tot besluit
Op dit moment is de Europese kapitaalmarkt een lappendeken van rentes en kredietwaardigheden. Dat staat op zeer gespannen voet met een interne markt en het monetaire beleid van de ECB, en het maakt lenen voor veel landen onnodig duur. De nieuwe Nederlandse regering van D66, VVD en CDA wil dit zo laten en blijft qua eurobonds op de rem staan. Ze doet dat door verwarring te zaaien en te stellen dat echte eurobonds (EU-obligaties met gezamenlijke en hoofdelijke aansprakelijkheid) niet bestaan. Maar dat is semantiek – eurobonds zijn ouder dan de EU zelf.
Door de geopolitieke onrust raakt het brede publiek er gelukkig steeds meer van overtuigd dat Europese oplossingen verstandig zijn (Europese Commissie, 2025c). Europese financiering van investeringen door leningen passen beter bij grote gemeenschappelijke defensieprojecten, dan deelfinanciering op vijf verschillende kapitaalmarkten met ieder andere rentes en voorwaarden (Europese Commissie, 2025d). Net zo is de vervolmaking van de Europese kapitaalmarkt een must-have in de huidige onzekere geopolitieke situatie. Binnen de economische wetenschap en bij beleid zijn er in Nederland en daarbuiten daarom steeds meer voorstanders van eurobonds (Blanchard en Ubide, 2025; Claessens, 2025; De Boer en Jongsma, 2025; Lagarde, 2025; NL Times, 2025; Stellinga, 2025). Nu alleen de politiek nog. Zij moet de komende jaren van verder verzet tegen eurobonds afzien en deze juist omarmen.
Rectificatie 19 mei 2026: De oorspronkelijk gepubliceerde versie van dit artikel schreef dat Specker et al. (2026) de gemiddelde rente van de eurozone gebruikten in hun analyse, in plaats van de rente op EU-obligaties. Dit is onjuist. Specker et al. hanteren in hun analyse de feitelijke marktrente op EU-obligaties via Bloomberg.

Literatuur
Blanchard, O. (2019) Public debt and low interest rates. The American Economic Review, 109(4), 1197–1229.
Blanchard, O. en Á. Ubide (2025) Now is the time for Eurobonds: A specific proposal. Peterson Institute for International Economics, 30 mei.
Boer M. de, en M. Jongsma (2025) Wel of geen eurobonds: ‘Mijn frustratie is dat de Tweede Kamer niet begrijpt hoe de EU werkt’. Het Financieele Dagblad, 12 maart.
Boonstra, W. (2025) Eurobonds zijn nodig voor de kapitaalmarktunie en leiden niet per se tot extra schulden. ESB, 5 maart 2025.
Claessens, S. (2025) Financiële integratie in de eurozone: waarom het belangrijk is en wat we moeten doen. In: R. de Haas, M. Timmer en B. Rijkers (red.), Openheid in tijden van geopolitieke fragmentatie: Preadviezen 2025. Amsterdam: Koninklijke Vereniging voor de Staathuishoudkunde, p. 32–42.
Claessens, S., A. Mody en S. Vallée (2012) Paths to Eurobonds. IMF Working Paper, WP/12/172.
Clahsen, A. en M. Noordhuis (2026) Pensioenfonds ABP verkoopt miljarden aan Amerikaanse staatsleningen. Het Financieele Dagblad, 23 januari.
Coalitieakkoord (2026) Aan de slag: Bouwen aan een beter Nederland. Coalitieakkoord van D66, VVD en CDA, 30 januari.
De Guindos, L. (2026) Monetary policy and financial stability in the euro area. Speech at the 16th edition of the Spain Investors Day. 14 januari, Madrid.
De Tijd (2026) Goudkoorts piekt: prijs voor het eerst boven 5.000 dollar. De Tijd, 26 januari.
Delpla, J. en J. von Weizsäcker (2010) The Blue Bond Proposal. Policy Brief op www.bruegel.org, 26 augustus.
Domar, E.D. (1944) The ‘burden of debt’ and the national income. The American Economic Review, 34(4), 798–827.
Draghi, M. (2024) The future of European competitiveness. Europese Commissie Rapport, september. Te vinden op commission.europa.eu.
Escolano, J. (2010) A practical guide to public debt dynamics, fiscal sustainability, and cyclical adjustment of budgetary aggregates. IMF Technical Notes and Manuals, januari.
Europese Commissie (2025a) Communication from the Commission to the European Parliament, the European Council, the Council, the European Economic and Social Committee and the Committee of the Regions: A dynamic EU budget for the priorities of the future – The Multiannual Financial Framework 2028–2034. COM/2025/570 final.
Europese Commissie (2025b) Report from the Commission to the European Parliament and the Council: Half-yearly report on the implementation of borrowing, debt management and related lending operations pursuant to Article 13 of Commission Implementing Decision C(2023)8010, 1 July 2024 to 31 December 2024. COM/2025/70 final.
Europese Commissie (2025c) Standard Eurobarometer, 104 – herfst 2025. Te vinden op europa.eu.
Europese Commissie (2025d) Press Statement by President von der Leyen on the defence package, 4 maart. Te vinden op ec.europa.eu.
FD (2025) ING-econoom Marieke Blom: ‘Ook Nederland kan goedkoper uit zijn met eurobonds’. Het Financieele Dagblad, 16 juli.
Financial Times (2025) Brussels to seek more joint debt in EU budget plan. Financial Times, 3 juli.
Fitch Ratings (2026) European Union – Rating Action Commentary, Fitch Affirms European Union and Euratom at ‘AAA’; Outlook Stable. 30 januari. Te vinden op fitchratings.com/research.
Knoester, A., A. Kolodziejak en A. Muijzers (1989) Gaandeweg tot de Europese orde geroepen. In: P. De Grauwe, A. Knoester, A. Kolodziejak et al. (red.), De Europese Monetaire Integratie: vier visies. Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid, Rapport V66. Den Haag: Sdu, p. 30–80.
Kolodziejak, A. (1995) Three crucial German investments in European economic integration. In: T. de Kruijf (red.), The future relationship between Germany and the Netherlands. Report of the symposium held on the occasion of the 130th Anniversary of the Royal (Netherlands) Association for Military Science [Koninklijke Vereniging ter Beoefening van de Krijgswetenschap], Den Haag, 18 mei. Den Haag: KVBK, p. 41–46.
Kolodziejak, A.M.M. (2001) Regelmatige interventies noodzaak. ESB, 85(4281), 924–929.
Kolodziejak, A.M.M. en A.P.M. Muijzers (1991) Het Verdrag van Maastricht. ESB, 76(3837), 1209–1213.
Kolodziejak, A. en G. Muijzers (2017) Hoog tijd om de monetaire unie te versterken. ESB, 102(4754S), 15–19.
Lagarde, C. (2025) This is Europe’s ‘global euro’ moment. Financial Times, 17 juni.
Moody’s Ratings (2025) Credit Opinion 7 October 2025, European Union – Aaa stable. Te vinden op commission.europa.eu.
NL Times (2025) DNB president (Klaas Knot) renews call for eurobonds to fund EU. Artikel op nltimes.nl, 23 maart.
Raad van de EU (2025) Europese Raad, 18 december 2025. Oekraïne. Europse Raad, Persmededeling, 19 december. Te vinden op www.consilium.europa.eu.
Sachverständigenrat (2011) Verantwortung für Europa wahrnehmen. Jahresgutachten 2011/12. Sachverständigenrat zur Begutachtung der gesamtwirtschaftlichen Entwicklung.
Specker, I., R. van der Voort en H. van de Burgwal (2026) Rentevoordeel EU-obligaties afgenomen. ESB, 111(4854), 86–87.
Stellinga, M. (2025) Waarom euro-obligaties wel een goed idee zijn. NRC, 3 oktober.
Tweede Kamer (2025a) Handelingen van de Tweede Kamer der Staten Generaal, Verslag van de 60e vergadering, 6 maart. Zoek bij Plenaire verslagen.
Tweede Kamer (2025b) Europse Raad. Motie van het lid Eerdmans over Nederland niet laten deelnemen aan ReArm Europe, 21050-20, nr. 2207.
Weder di Mauro, B., C. Schmidt, L. Feld et al. (2011) A European redemption pact. VoxEU Column, 9 november. Te vinden op cepr.org.
Auteur
Categorieën