Ga direct naar de content

Herstel het aanwijzingsrecht!

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: december 2 1998

Herstel het aanwijzingsrecht!
Aute ur(s ):
Arnold, I.J.M. (auteur)
Verb onden aan Universiteit Nijenrode.
Ve rs che ne n in:
ESB, 83e jaargang, nr. 4181, pagina 931, 11 december 1998 (datum)
Rubrie k :
Prikkel
Tre fw oord(e n):
emu

Op papier kunnen monetaire beslissingen maar beter buiten het bereik van politici worden gehouden. Politici komen immers
gemakkelijk in de verleiding om de geldpers te misbruiken voor een korte-termijn economische stimulans. Natuurlijk geeft dat na
verloop van tijd meer inflatie, maar dat is dan een zaak voor hun opvolgers. De theoretisch fraaie oplossing voor dit probleem is om het
monetair beleid over te laten aan een onafhankelijke centrale bank. Met een centrale bank die waakt over prijsstabiliteit, kunnen
politici hun aandacht richten op belangrijkere zaken, zoals structurele economische hervormingen.
De Europese praktijk lijkt echter anders uit te pakken. De EMU is nog niet begonnen of politici beginnen zich al publiekelijk met het
rentebeleid te bemoeien, of laten proefballonnetjes op over wisselkoersafspraken met de dollar en de yen; een maatregel die grote
gevolgen voor het monetair beleid zou hebben. Kortom: de Europese politiek gunt de ECB geen gunstige start.
Als politici wat anders beweren dan de centrale bank, dan is de eenstemmigheid van het economisch beleid verloren. Een dergelijke
openlijke onenigheid tussen gezagsdragers verhoogt de onzekerheid bij het publiek en in de financiële markten. Bovendien zal een
centrale bank zich in dat geval als slagroom gedragen: hoe harder je klopt, hoe stijver ze wordt. Er dreigt dan een te stringent monetair
beleid. Een ander ongewenst effect is, dat politici die met economische tegenwind geconfronteerd worden gemakkelijk de schuld kunnen
schuiven op de ECB. Het gebrek aan medeverantwoordelijkheid geeft politici de ruimte zich vrijblijvend uit te laten over de rente en zich
te distantiëren van het beleid van de ECB. De ECB verwordt zo tot een potentiële zondebok voor economisch falen.
Maar ook op de ECB zelf lijkt de volstrekte onafhankelijkheid een slechte invloed te hebben. Het gebrek aan transparantie van de
besluitvorming wordt regelmatig gehekeld. Zo weigert de ECB de notulen van bestuursvergaderingen vrij te geven, en het stemgedrag
van individuele bestuursleden. Ook de eigen inflatievoorspellingen blijven binnenskamers. Het argument tegen openheid is dat het
tonen van nationale verschillen (in mening, stemgedrag of in inflatievoorspelling) afbreuk doet aan de homogeniteit van het Europese
monetaire beleid. Maar verschillen tussen landen verdwijnen niet door ze geheim te houden. Nationale belangen en sentimenten spelen
een rol in elk Europees besluitvormingsproces. Het is beter om ze in het volle daglicht tegemoet te treden dan in de achterkamertjes van
het ECB hoofdkwartier. Een ander kritisch geluid betreft de tot op heden weinig communicatieve opstelling van bankpresident
Duisenberg. Zo tekende de Financial Times uit zijn mond op dat het politici vrij staat te zeggen wat ze willen, maar “it would be abnormal
if they were listened to”. Benoemde bestuurders hebben echter niet hetzelfde mandaat als gekozen politici. Bovengenoemd citaat getuigt
van weinig respect voor de kiezer.
Met de totale onafhankelijkheid van de ECB is een economisch probleem vervangen door een politiek probleem. Ook over het monetaire
beleid zal immers verantwoording moeten worden afgelegd jegens de bevolking. Openheid over de besluitvorming binnen de ECB en de
bereidheid van de ECB om naar andermans meningen (zelfs die van politici) te luisteren, zijn hiervoor noodzakelijk maar niet voldoende.
Het afleggen van verantwoording impliceert ook de mogelijkheid tot correctie. Dit laatste is niet goed geregeld in het Verdrag van
Maastricht. Alleen via het wisselkoersbeleid hebben politici enige invloed op het monetaire beleid. Dit is een onhandige sluiproute.
De bevoegdheden van politici voor het wisselkoersbeleid kunnen beter worden ingeruild voor een algemeen aanwijzingsrecht, zoals
Nederland dat kende. Dit recht bood de minister van Financiën de mogelijkheid bindende aanwijzingen te geven aan De Nederlandsche
Bank. De Nederlandse regering werd zo veel sterker mede-verantwoordelijk voor het monetaire beleid, dan zij straks in de EMU is.
Zo’n aanwijzingsrecht is zeer effectief in het voorkomen van een openlijke ruzie tussen de regering en de centrale bank. Bij een
meningsverschil heeft de minister eigenlijk maar twee opties: zijn aanwijzingsrecht gebruiken of zijn mond houden. Publiekelijk kritiek
leveren zonder de daad bij het woord te voegen zou ongeloofwaardig zijn. Tegelijkertijd hebben zowel de bankpresident als de minister er
belang bij dat het aanwijzingsrecht niet uitgeoefend wordt. Uitoefening leidt immers tot gezichtverlies voor de bankpresident en tot
vertrouwensverlies in de financiële markten voor de minister, resulterend in een hogere rente op de staatsschuld.
Een Europees aanwijzingsrecht herstelt de medeverantwoordelijkheid van politici voor het monetair beleid en verkleint de kans dat
politici de ECB in het openbaar afvallen. Natuurlijk zal een Europees aanwijzingsrecht voldoende waarborgen tegen een te lichtvaardig
gebruik moeten kennen, bijvoorbeeld door het recht te beperken tot unanieme beslissingen van de Ecofin raad en na instemming van het
Europese parlement. Een goed vormgegeven aanwijzingsrecht werkt als een atoombom. Het is niet de bedoeling dat het ooit wordt
gebruikt, maar het kan een hoop ruzie voorkomen.

Copyright © 1998 – 2003 Economisch Statistische Berichten ( www.economie.nl )

Auteur

  • Ivo Arnold

    Hoogleraar aan de Erasmus Universiteit Rotterdam van het faculteitsbestuur van de Erasmus School of Economics met portefeuille onderwijs.