
Ziekenhuizen brengen passantentarieven in rekening voor zorg aan niet-verzekerde patiënten of voor behandelingen die buiten het zorgverzekeringsstelsel vallen. De passantentarieven voor vergelijkbare behandelingen blijken sterk te verschillen in het vrije segment, waar ziekenhuizen hun prijzen zelf bepalen. Deze forse prijsvariatie kan voor onverwachte kosten voor patiënten zorgen en roept vragen op of deze tarieven een reële afspiegeling van de kosten vormen.
Van alle behandelingen valt circa 76 procent in het vrije segment. De figuur toont dat het tarief voor vergelijkbare behandelingen in het vrije segment kan oplopen tot meerdere malen het gemiddelde bedrag. Binnen het gereguleerde segment stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) maximumtarieven vast. Hier is de variatie in tarieven voor vergelijkbare behandelingen veel beperkter.
De grote spreiding binnen het vrije segment kan deels verklaard worden door verschillen in kostenstructuren van ziekenhuizen. Ook strategische prijsstelling kan een rol spelen. Omdat ziekenhuizen contractueel met zorgverzekeraars afspreken dat onderhandelde tarieven altijd lager liggen dan de passantentarieven, houden ziekenhuizen hun passantentarieven bewust hoog om hun onderhandelingsruimte te behouden. Daarnaast worden passantentarieven vaak automatisch geïndexeerd, waardoor historische verschillen in stand blijven bij gebrek aan actieve herziening.
Voor patiënten kunnen deze verschillen leiden tot aanzienlijke, onverwachte kosten, afhankelijk van hun ziekenhuiskeuze. Het is van belang dat de tarieven transparanter worden, zodat patiënten goed onderbouwde beslissingen kunnen nemen. Beleidsmakers kunnen daartoe een maximale afwijkingen ten opzichte van NZa-kostprijzen opleggen, of het toegankelijk maken van passantentarieven via een openbare database, zodat patiënten daadwerkelijk vergelijkingsinformatie hebben.
Auteur
Categorieën