Van Veggel et al. pleiten terecht voor meer aandacht van economen voor de Nederlandse beleidsreactie op de stijging van de zeespiegel. Maar de kennis start niet op nul: er zijn de laatste jaren al de nodige economische analyses verricht.
Door klimaatverandering staat Nederland voor fundamentele keuzes over hoe om te gaan met een zeespiegelstijging van tot wel vijf meter tot 2200. Van Veggel et al. (2026) betogen recent in ESB dat meer economische analyses van groot belang zijn om tijdig keuzes te maken tussen verschillende denkrichtingen over hoe om te gaan met zeespiegelstijging. Zij pleiten daarom voor een prominentere rol van economen in het uitzetten van een langetermijnkoers en onderscheiden drie gebieden waarop economische analyse onmisbaar is bij het afwegen van adaptatiestrategieën: agglomeratievoordelen, financiële stabiliteit en verdelingseffecten.
Wij onderschrijven de oproep van Van Veggel et al. om de gevolgen van zeespiegelstijging nadrukkelijker vanuit economisch perspectief te analyseren. Juist bij keuzes met grote maatschappelijke gevolgen en een zeer lange tijdshorizon zijn economische afwegingen onmisbaar.
Studies zijn al beschikbaar
Tegelijkertijd hoeft het debat over economische aspecten van omgaan met zeespiegelstijging niet vanaf nul te beginnen. Zo zijn in de laatste fase van het Kennisprogramma Zeespiegelstijging van onze hand meerdere financieel-economische studies verschenen naar de kosten en effecten van verschillende langetermijndenkrichtingen (Kind et al., 2025; 2026).
De analyses laten zien dat de maatschappelijke kosten van grootschalig Meebewegen – de denkrichting waarbij land wordt teruggeven aan water en economische activiteit meebeweegt met de stijgende zeespiegel – vele malen hoger uitvallen dan die van de andere denkrichtingen. De benodigde investeringen in nieuwe woningen, infrastructuur en economische activiteiten wegen naar verwachting niet op tegen de besparingen op waterveiligheidsmaatregelen en de afname van overstromingsrisico’s.
Daarnaast blijkt dat de publieke uitgaven voor waterveiligheid binnen de andere denkrichtingen (Beschermen, Zeewaarts en Meegroeien) grofweg in dezelfde orde van grootte liggen als de uitgaven die nu al via het Deltaprogramma worden gedaan. Vanuit betaalbaarheid lijken die opties daarmee goed uitvoerbaar. Wel verschillen de effecten van die denkrichtingen onderling sterk tussen sectoren zoals landbouw, scheepvaart, natuur en drinkwatervoorziening.
Vervolgvragen
Deze economische analyses betekenen niet dat er al voldoende kennis voorhanden is. Allereerst moet ook gekeken worden naar de kosten en effecten bij een minder extreem scenario van zeespiegelstijging. Daarnaast is er nog veel te winnen door slimme combinaties van maatregelen uit de verschillende denkrichtingen te onderzoeken en door beter te bepalen wanneer maatregelen het meest doelmatig zijn. Ook dwingen de economische analyses tot een concrete invulling van het lock-in-risico: op welk moment wordt afwijken van de huidige koers zo kostbaar dat andere denkrichtingen feitelijk buiten beeld raken? Tot slot verdienen de verdelingseffecten meer aandacht: wie profiteert er van investeringen, wie draagt de kosten en welke sectoren en regio’s worden geraakt? Juist op deze punten kan verdere economische analyse een belangrijke bijdrage leveren aan toekomstige keuzes over de Nederlandse delta.
Literatuur
Kind, J., B. Kolen, J. Leenders en A. Wooning (2025) Over de kosten van ‘Meebewegen’ als antwoord op extreme zeespiegelstijging. HKV/De Waterwerkers/SustEcon, Rapport, 11 november. Te vinden op www.deltaprogramma.nl.
Kind, J., A. Wooning, B. Kolen en J. Leenders (2026) Kosten en effecten van lange termijn denkrichtingen voor extreme zeespiegelstijging. HKV/De Waterwerkers/SustEcon, Rapport, 12 juni. Te vinden op www.deltaprogramma.nl.
Veggel, W. van, B. Rijken, K. van Ginkel et al. (2026) Omgaan met zeespiegelstijging vraagt om brede financieel-economische blik. ESB, 111(4860), 360–363.
Auteurs
Categorieën