Ga direct naar de content

Groei blijft, maar vlakt af

Geplaatst als type:
Gepubliceerd om: december 14 2007

conjunctuur

Groei blijft, maar vlakt af
De Nederlandse economie gaat in 2007 verder waar ze
in 2006 was gebleven: groeien met drie procent. Volgend
jaar loopt de groei naar verwachting terug tot 2,25 procent.
Door de onrust op de internationale financiële markten is de
onzekerheid rond de ramingen groter dan gebruikelijk.

N

Jasper de Jong en
Johan Verbruggen
Wetenschappelijk medewerker en hoofd van de
afdeling Conjunctuur van
het Centraal Planbureau.

762

ESB

a een gematigde economische ontwikkeling eind vorig jaar en begin dit jaar lag
de stijging van het Amerikaanse bbp in
het tweede en derde kwartaal duidelijk
boven de geschatte potentiële groei van 2,75 procent, ondanks een scherpe daling van de investeringen in woningen. In het derde kwartaal namen de
consumptie, de bedrijfsinvesteringen en de uitvoer
flink toe. Naar verwachting zal echter in de komende
kwartalen de economische groei fors terugvallen. De
investeringen in woningen zullen scherper afnemen
als gevolg van de problemen op de hypotheekmarkt
en de stijging van het aantal gedwongen woningverkopen. De consumptietoename zal negatief worden
beïnvloed door de daling van de huizenprijzen, de
aanhoudend hoge olieprijs en de zwakkere werkgelegenheidsontwikkeling. De groei van de bedrijfsinvesteringen loopt naar verwachting terug door minder
gunstige binnenlandse afzetverwachtingen en hogere
kredietkosten. Bij enig herstel in de tweede helft van
het jaar zal de Amerikaanse bbp-groei in 2008 naar
verwachting beperkt blijven tot twee procent.
In het eurogebied trok de economische groei in het
derde kwartaal aan, tot 2,7 procent, na een zwakke
groei in het tweede kwartaal. Bedrijfsinvesteringen
bleven een belangrijke bijdrage leveren aan de boventrendmatige groei, die leidde tot een verdere afname van de werkloosheid. Na het uitbreken van de
kredietcrisis is echter het producentenvertrouwen afgekalfd en de euro stevig geapprecieerd ten opzichte
van de dollar. De tegenwind van de kredietcrisis, de
sterke euro en dure olie zullen leiden tot een afzwakking van de economische groei. Naar verwachting
vermindert deze in het eurogebied van 2,75 procent
in 2007 tot twee procent in 2008. De sterkere euro
dempt de inflatie. Desondanks zal de inflatie in
2008 door de hoge olieprijs en een enigszins toenemende loonstijging uitkomen boven de twee procent.
In de raming voor komend jaar is gerekend met een
olieprijs van 82 dollar per vat Brent.

Financiële markten onrustig
Op de financiële markten is de rust nog niet teruggekeerd, ondanks renteverlagingen door de
Amerikaanse centrale bank en flinke liquiditeitsinjec-

14 december 2007

ties door de ECB. In juli veroorzaakten aanzienlijke
verliezen op Amerikaanse hypotheekleningen onrust.
Schattingen van de verliezen zijn herhaaldelijk opwaarts bijgesteld. Banken zijn sinds eind juli terughoudend bij het lenen aan andere banken vanwege
het daaraan verbonden kredietrisico en omdat zij
mogelijk de middelen binnenkort zelf nodig hebben
om gelieerde investeringsfondsen te financieren.
De geringere risicobereidheid van beleggers leidde
ertoe dat het renteverschil tussen bedrijfs- en overheidsobligaties in november verder is toegenomen.
Beleggers gaven de voorkeur aan overheidsobligaties,
waarvan de rente dan ook daalde. Ook op de aandelen- en valutamarkten hield de onrust aan. De dollar
bereikte in november een nieuw dieptepunt ten opzichte van de euro. De onzekerheid op de financiële
markten blijft groot en het is zeker niet uit te sluiten
dat de onrust tot ver in 2008 zal aanhouden.

De Nederlandse economie
De voorlopige cijfers van het CBS laten voor
het derde kwartaal een economische groei voor
Nederland zien van 4,1 procent. Dit is het hoogste
kwartaalcijfer in meer dan zeven jaar. De voor seizoen en werkdagen gecorrigeerde kwartaal-op-kwartaalgroei bedroeg 1,8 procent, het hoogste cijfer in
ruim tien jaar. Tegen de achtergrond van de sombere
geluiden over de hypotheekcrisis in de Verenigde
Staten en de forse daling van het sentiment onder
Nederlandse consumenten zijn dit verrassende
resultaten. Ook internationaal gezien presteerde de
Nederlandse economie in het derde kwartaal sterk.
Volgens voorlopige cijfers groeide de economie in het
eurogebied met 2,7 procent ten opzichte van hetzelfde kwartaal een jaar eerder.
Naar verwachting groeit de Nederlandse economie
in heel 2007, evenals vorig jaar, met drie procent.
Volgend jaar loopt de groei waarschijnlijk terug tot
2,25 procent. Daarmee komt in termen van groei
een einde aan de periode van hoogconjunctuur. De
groeivertraging wordt veroorzaakt door een geringere
toename van de conjunctuurgevoelige investeringen,
de overheidsbestedingen en de binnenslands geproduceerde uitvoer. De onzekerheid rond de raming is
door de onrust op de internationale financiële markten groter dan gebruikelijk. Enerzijds zijn recente
realisatiecijfers nog verrassend gunstig; anderzijds
is een grotere invloed van de financiële crisis op de
reële economie niet uitgesloten.
Tegenover de gematigde economische ontwikkeling
in de eerste helft van dit jaar stond een forse groeiversnelling in het derde kwartaal. Dit patroon hangt

vooral samen met fluctuaties in de gasproductie.
Vanwege het warme weer bleef de binnen- en buitenlandse afzet van aardgas in het eerste halfjaar achter
bij de afzet in 2006. Hierdoor bedroeg de volumegroei van de bruto toegevoegde waarde in de sector
delfstoffenwinning in het eerste en tweede kwartaal
van 2007 respectievelijk –24 en –14 procent. In het
derde kwartaal was vanwege wat lagere temperaturen dan vorig jaar juist sprake van een productietoename in de delfstoffenwinning van +26 procent.

tabel 1

Kerngegevens voor Nederland, 2005–2008

2005
Relevante wereldhandel

Analyse
De Nederlandse economie draait in 2007 als geheel
op volle toeren. De groei vlakt naar verwachting
volgend jaar weliswaar af, tot 2,25 procent, maar is
daarmee nog steeds licht hoger dan de geschatte
potentiële groei. Dit impliceert dat in 2008 voor het
derde opeenvolgende jaar de spanning in de economie, afgemeten aan de outputgap (zie figuur 1),
oploopt. Een positieve outputgap betekent dat het
volumeniveau van de feitelijke productie boven het
potentiële niveau ligt. Verwacht wordt dat de outputgap dit jaar oploopt tot 1,75 procent, om volgend
jaar zelfs uit te komen op twee procent. Hiermee
bereikt de economie overigens nog niet de recordniveaus van spanning van rond de eeuwwisseling. Uit
figuur 1 volgt dat het leeuwendeel van de spanning
is geconcentreerd op de arbeidsmarkt en slechts in
beperkte mate op de productmarkt.
In zowel 2007 als 2008 levert de uitvoer met 1,25
à 1,5 procentpunt per jaar de grootste bijdrage aan
de economische groei, ondanks de appreciatie van
de euro. Drijvende kracht achter de toename van de
totale uitvoer is de wederuitvoer. Terwijl de binnenslands geproduceerde uitvoer komend jaar naar
verwachting met 2,5 procent groeit, 1,5 procentpunt minder dan dit jaar, blijft de wederuitvoer in
2008 voor het vijfde jaar op rij met meer dan tien
procent toenemen. De geraamde groei ligt volgend
jaar zelfs iets hoger dan dit jaar doordat de groei
van de wereldhandel op peil blijft en de handel in
ICT-producten wereldwijd sterk blijft groeien. ICTproducten hebben een relatief groot aandeel in de
Nederlandse wederuitvoer. De bijdrage van de weder­
uitvoer aan de bbp-groei loopt in 2008 dan ook op.
Stijgende lonen, werkgelegenheid en huizenprijzen
zorgen ervoor dat de particuliere consumptie dit en
komend jaar naar verwachting met twee procent per
jaar toeneemt. Wel is de particuliere consumptie in

54,4

65,2

71

82

Eurokoers (dollar per euro)

1,24

1,26

1,37

1,44

Bruto binnenlands product (bbp)

1,5

3,0

3

2¼

Particuliere consumptie

0,7

Bruto investeringen bedrijven (exclusief
woningen)
Goederenuitvoer (exclusief energie)

1,4

10,0

6,7

8,4

7½

7¼

Consumentenprijsindex (cpi)

Vergelijking met andere instituten
Tabel 2 laat zien dat alle ramingsinstituten en de
Consensus Forecasts verwachten dat de ontwikkeling
van de Nederlandse economie in 2008 wat minder
gunstig zal zijn dan dit jaar. Opvallend is dat het
CPB voor 2007 wat optimistischer lijkt te zijn dan
de meeste instellingen, maar voor 2008 juist wat
pessimistischer. De geraamde terugval van de groei
is groter naarmate de ramingen van recentere datum
zijn, waarbij de laatste inzichten in de gevolgen van
de onrust op de financiële markten zijn verwerkt.

5,4

Olieprijs (Brent, niveau in dollars per vat)

2006
2007
2008
mutaties per jaar in %
7,5
6¼
6

2,7*

2

2

3

5,5

1,7

1,1

1½

2¼
3¼

Contractloon marktsector

0,7

2,0

1¾

Loonsom per werknemer marktsector

1,4

2,4

2¼

4¼

Werkloze beroepsbevolking
(niveau in % beroepsbevolking)
Werkgelegenheid in arbeidsjaren

6,5

5,5

4½

4

-0,3

1,8

2½

1¼

-0,3

EMU-saldo collectieve sector
(niveau in % bbp)

0,6

0,0

0,5

* Gecorrigeerd voor de statistische effecten van de invoering van de Zorgverzekeringswet (ZVW) in 2006.

2008 voor circa een half procentpunt opwaarts vertekend door het omzetten
van de no-claimteruggave in de zorgverzekering in een eigen risico. De recorddaling van het consumentenvertrouwen in september jongstleden heeft zich in
de raming dus slechts in beperkte mate vertaald in een lagere consumptiegroei.
Hierbij speelt mee dat de daling van de koopbereidheid, de component van het
consumentenvertrouwen met de meeste voorspelkracht, veel geringer was en
dat het niveau van het consumentenvertrouwen in historisch opzicht nog altijd
redelijk hoog is. Voorts is in de raming voor 2008 rekening gehouden met een
bescheiden opwaarts anticipatie-effect met betrekking tot de aangekondigde
btw-verhoging per 1 januari 2009. Mede hierdoor daalt de individuele spaarquote volgend jaar met driekwart procentpunt, tot -2,75 procent. Dit betekent
dat ook komend jaar gezinnen meer uitgeven dan aan beschikbaar inkomen binnenkomt, een situatie die zich al sinds 2003 voordoet.
De bedrijfsinvesteringen nemen in de ramingsjaren nog wel toe, maar de
forse groei van tien procent in 2006 wordt naar verwachting niet geëvenaard.
Weliswaar zijn ondernemers positief gestemd en loopt de bezettingsgraad op,
maar daar staat tegenover dat volgend jaar de winstgevendheid afneemt. De
relatief forse terugval in de investeringsgroei in 2007, tot 3,5 procent, heeft
vooral met incidentele factoren te maken, zoals de levering van vliegtuigen. Deze
incidentele factoren hebben volgend jaar naar verwachting juist een positieve
invloed, waardoor de groei van de totale bedrijfsinvesteringen dan oploopt tot
5,5 procent. Indien gecorrigeerd wordt voor incidentele investeringen, is in 2007
juist sprake van een groeiversnelling van de (conjunctuurgevoelige) investeringen
en in 2008 van een groeivertraging. Deze conjunctuurgevoelige investeringen,
die voornamelijk bestaan uit machines, computers en gebouwen, stijgen dit jaar
naar verwachting met 9,5 procent. Komend jaar valt de groei van deze investe-

tabel 2

Economische groei, 2007–2008, mutaties per jaar in procenten1

VS
Japan

IMF
1,9
1,7

EC
1,7
1,9

Eurogebied

2,75

NL
1

2007
2008
CPB DNB OESO CF IMF EC CPB DNB OESO CF
2
2,1 2,2
2,1 1,9 2,1 2
2,3 2
2,3
2
–
1,9
2
2
1,9 1,75 –
1,6
1,8
3

–
3,2

2,6

2,6 2,5 2,6 2

3

2,6 2,6 2,7

–

2,25 2,6

1,9

2

2,1

2,2

2,4

2,2

2,5

2,6

Publicatiedata: CPB, DNB: december 2007; OESO: december 2007; CF (Consensus Forecasts): november
2007; IMF: oktober 2007; EC: oktober 2007

ESB

14 december 2007

763

figuur 1

Geschatte outputgap en arbeidsmarktspanning in Nederland, 1975–2008

ringen scherp terug, tot 1,75 procent, vanwege een minder florissante productieontwikkeling en een geringere winstgevendheid in de marktsector. Juist de
conjunctuurgevoelige investeringen worden voor een relatief groot deel binnenslands geproduceerd en dragen dus relatief veel bij aan het bbp.

Arbeidsmarkt verkrapt
Het aantal vacatures bereikte in het derde kwartaal een recordhoogte, terwijl de
werkloosheid gestaag verder afneemt. Kortom, de spanning op de arbeidsmarkt
loopt steeds verder op en bereikt weer het niveau van rond de eeuwwisseling.
Weliswaar bieden onder invloed van de gunstige conjuncturele omstandigheden
steeds meer mensen zich aan op de arbeidsmarkt, maar de werkgelegenheid
stijgt nog aanzienlijk sneller. Dit is vooral in 2006 en 2007 het geval, zodat in
die jaren het werkloosheidspercentage met maar liefst één procentpunt per jaar
afneemt. De groei van de werkgelegenheid in arbeidsjaren in 2007 van 2,5 procent is de hoogste in negen jaar. Mede onder invloed van een minder gunstige
winstgevendheid valt de werkgelegenheidsgroei komend jaar waarschijnlijk terug
tot 1,25 procent. Gemiddeld genomen bedraagt de werkloosheid in 2008 naar
verwachting vier procent van de beroepsbevolking, oftewel 310 duizend personen. Dat is bijna 1,5 procentpunt onder de geschatte evenwichtswerkloosheid
(zie figuur 2).

De krapte op de arbeidsmarkt komt in 2008 duidelijk in de loonontwikkeling tot uiting. Dit jaar is dat in
mindere mate het geval, doordat een groot deel van
de cao’s voor 2007 al was afgesloten toen de conjuncturele situatie nog wat minder gunstig was. Waar
de verwachte contractloonstijging in de marktsector
in 2007 beperkt blijft tot 1,75 procent, zal deze in
2008 oplopen tot 3,25 procent, met name door de
daling van de werkloosheid. Mede onder invloed van
de toenemende krapte nemen de reële arbeidskosten
volgend jaar toe met 2,75 procent. Dat is weliswaar
bijna één procentpunt meer dan gemiddeld in de
periode 2005–2007, maar vergeleken met eerdere
perioden van krapte niet extreem. Het is echter wel
de vraag of ook in de jaren daarna de stijging van de
arbeidskosten in de hand gehouden kan worden. Dit
is nodig om te voorkomen dat dezelfde situatie ontstaat als in de periode 2002–2004, toen mede als
gevolg van forse stijgingen van de arbeidskosten de
werkloosheid drie jaar achtereen opliep met gemiddeld een vol procentpunt per jaar, tot ruim boven de
evenwichtswerkloosheid.
Ook de oplopende inflatie draagt bij aan een versnelling van de contractloonstijging. Bedroeg de inflatie
in 2006 nog 1,1 procent, voor 2007 en 2008 wordt
deze geraamd op respectievelijk ruim 1,5 en 2,25
procent. Ondanks een duurdere euro, wat onze
invoer van buiten het eurogebied goedkoper maakt,
loopt de inflatie op als gevolg van hogere arbeidskosten per eenheid product en energieprijzen.
Ondanks de gunstige conjunctuur verslechtert het
feitelijke EMU-saldo van 0,6 procent bbp in 2006
tot 0 procent bbp in 2007. Dit wordt vooral veroorzaakt door lagere aardgasbaten, als gevolg van
minder verkopen, en tegenvallers in de collectieve
uitgaven. In 2008 verbetert het EMU-saldo tot
een overschot van 0,5 procent bbp. Deze verbetering is het saldo van toenemende aardgasbaten,
de gunstige conjunctuur, uitgavenverhogingen en
lastenverzwaringen.

Slot
figuur 2

764

Feitelijke werkloosheid en geschatte evenwichtswerkloosheid in
­Nederland, 1975–2008

ESB

14 december 2007

De Nederlandse economie ligt nog steeds goed op
stoom. Het hoge groeicijfer van dit en vorig jaar
zal in 2008 naar verwachting niet worden gehaald.
Vanwege de onrust op de internationale financiële
markten is de onzekerheid rond de ramingen groter
dan gebruikelijk. Het is echter hoogstwaarschijnlijk
dat op korte termijn de spanningen in de economie
verder oplopen, met name op de arbeidsmarkt. Het
is zaak de komende jaren de stijging van de reële
arbeidskosten in de hand te houden, teneinde te
voorkomen dat na verloop van tijd de werkloosheid te
veel boven het evenwichtsniveau uit gaat stijgen.

Auteurs