Bij de vormgeving van het handelsbeleid gaat het vaak om afruilen: maken we de samenleving weerbaar, blijven we onze principes trouw of worden we rijk? Maar wie inzet op een beter economisch systeem, ziet vooral synergie.
Recent riep topambtenaar Michiel Sweers van het Ministerie van Buitenlandse Zaken in ESB economen op om mee te denken over de afruil tussen drie doelen van het handelsbeleid: welvaart, weerbaarheid en waarden (Sweers, 2026). In een wereld met geopolitieke spanningen en fragmenterende handelsrelaties wordt die afweging volgens hem steeds belangrijker.
Die oproep is terecht. Maar achter de discussie over de drie W’s ligt een diepere vraag: waarom staan deze doelen eigenlijk steeds vaker op gespannen voet met elkaar? Als we die vraag beantwoorden, worden de oplossingen fundamenteler en waarschijnlijk effectiever. Veel van die spanningen ontstaan niet door internationale handel op zichzelf, maar door de manier waarop het economische systeem is ingericht.
Economische macht en verborgen impact
Sweers zegt dat Nederland waarden als democratie, rechtsstaat en mensenrechten beschermt. Juist daar ontstaat spanning door de manier waarop de economie georganiseerd is.
De economische macht van grote bedrijven in de wereldhandel neemt toe; de vrije markt is minder vrij dan vaak wordt aangenomen. Die macht vertaalt zich ook politiek, via een intensieve lobby, aandeelhoudersstructuren en financiële afhankelijkheden. Op het wereldtoneel hebben rijke landen bovendien meer invloed dan arme (Oxfam, 2026).
Multinationals hebben in internationale handel vaak verregaande bescherming. Handels- en investeringsverdragen bevatten bijvoorbeeld investeringsbescherming (ISDS), waardoor bedrijven staten kunnen aanklagen wanneer beleid hun winstverwachtingen aantast. Tegelijkertijd staan leveranciers in mondiale ketens juist onder sterke prijsdruk en kunnen bedrijven via internationale constructies belasting ontwijken. Ook kunnen multinationals door vrij kapitaalverkeer landen onder druk zetten om hun belastingklimaat aan te passen (Hickel, 2018; Schenderling, 2025).
Zo ontstaat een systeem waarin grote economische spelers veel invloed hebben, terwijl de gevolgen van productie voor mensen en ecosystemen vaak buiten beeld blijven. Degenen die de gevolgen van economische beslissingen ondervinden, hebben doorgaans geen invloed op die beslissingen.
De economische realiteit wijkt daarmee af van de waarden die landen zeggen te verdedigen. Als deze waarden serieus worden genomen, ligt een andere inrichting van de economie voor de hand.
Verborgen kosten en verborgen krimp
Deze economische realiteit is ook te vertalen in kosten. Externaliteiten zijn een bekend verschijnsel: een deel van de economische activiteiten veroorzaakt kosten en schades die niet in prijzen of nationale rekeningen worden verwerkt.
Voorbeelden zijn klimaatverandering, verlies van biodiversiteit en gezondheidsschade door vervuiling. Ook onderbetaling van arbeid in mondiale ketens en kapitaalstromen uit armere landen blijven grotendeels buiten beeld van het bruto binnenlands product en kostenstructuren (Hickel et al., 2022; Claassen et al., 2024).
Wanneer zulke kosten structureel worden doorgeschoven naar andere regio’s of naar de toekomst, lijkt economische groei groter dan deze in werkelijkheid is. Uit berekeningen van verschillende onderzoekers, waaronder Costanza (2020) en UNEP (2023), blijkt dat wanneer deze kosten worden meegerekend het beeld van economische groei aanzienlijk verandert.
Projecties van klimaatverandering en biodiversiteitsverlies laten zien dat deze kosten in de toekomst aanzienlijk kunnen oplopen (Kotz et al., 2024). Wanneer ecosystemen verslechteren of grondstoffen schaarser worden, kan dat de economische productie direct raken.
Welvaart die afhankelijk is van het uitstellen of verplaatsen van externaliteiten is daardoor minder stabiel dan hij lijkt.
Afhankelijkheden in mondiale ketens
Sweers wijst terecht op afhankelijkheden in internationale ketens. Exportbeperkingen op kritieke grondstoffen laten zien hoe geopolitieke spanningen snel economische gevolgen kunnen hebben.
De kwetsbaarheid van zulke ketens heeft ook een structurele oorzaak. Mondiale productienetwerken zijn vaak georganiseerd rond kostenminimalisatie en schaalvoordelen. Daardoor worden productie en grondstoffenwinning sterk geconcentreerd in specifieke regio’s. Dat maakt economieën efficiënt, maar ook gevoelig voor verstoringen. De gevolgen van politieke conflicten, handelsmaatregelen of natuurrampen kunnen zich snel door hele ketens verspreiden.
Daarnaast ondermijnen economische activiteiten op grote schaal het ecologische fundament waarop de economie rust. Onderzoek van onder meer het Stockholm Resilience Centre (Rockström et al., 2023) en het IPCC (2023) laat zien dat deze druk op ecosystemen ook economische stabiliteit op lange termijn kan beïnvloeden.
Weerbaarheid gaat daarom niet alleen over strategische voorraden of industriebeleid, maar ook over de manier waarop waardeketens zelf zijn ingericht.
De sleutel ligt bij economische macht
Wanneer waarden, welvaart en weerbaarheid afzonderlijk worden bekeken, lijkt er vaak sprake van een moeilijke afruil. Veel van die spanningen komen echter voort uit dezelfde institutionele kenmerken van het economische systeem, in het bijzonder de concentratie van economische macht in de overlap tussen grote bedrijven, investeerders en overheden.
Ik introduceer de trias economica, een institutioneel principe dat deze machtsconcentratie probeert te doorbreken en economische besluitvorming te verbreden (Porcelijn, 2026). Daardoor kan ook de dynamiek tussen de drie W’s veranderen.
Een eerste stap is het democratiseren van economische besluitvorming. Wanneer werknemers, ketenpartners, gemeenschappen, natuurbeschermers en andere belanghebbenden structureel betrokken zijn bij economische keuzes, verschuift de focus van kortetermijnrendement naar langetermijnwaarde.
Een tweede stap is het zichtbaar maken van verborgen kosten. Instrumenten zoals true pricing in de waardeketen of aan de Europese grens kunnen milieuschade en sociale kosten in prijzen verwerken. Daardoor verschuift economische activiteit richting duurzamere productie en ontstaat een stabielere basis voor welvaart op langere termijn.
Een derde stap ligt in de organisatie van productieketens. Meer zeggenschap van stakeholders kan samenwerking binnen waardeketens versterken en de circulaire economie dichterbij brengen. Dat vergroot ook de weerbaarheid, omdat circulaire en meer regionale ketens binnen de EU afhankelijkheden van minder stabiele regio’s kunnen verkleinen.
Wanneer deze veranderingen samenkomen, verandert ook de verhouding tussen de drie W’s. Dan worden weerbaarheid, waarden en welvaart niet langer doelen die tegen elkaar moeten worden afgewogen, maar uitkomsten van hetzelfde economische ontwerp. In zo’n economie versterken waarden, welvaart en weerbaarheid elkaar, in plaats van met elkaar te concurreren.
Literatuur
Claassen, R., D. Schoenmaker en W. Schramade (2024) Ruim twee derde bedrijfswinsten is ten koste van mens en milieu. ESB, 109(4838), 468–471.
Costanza, R. (2020) Valuing natural capital and ecosystem services toward the goals of efficiency, fairness, and sustainability. Ecosystem Services, 43, 101096.
Hickel, J. (2018) The divide: A brief guide to global inequality and its solutions. Londen: Penguin.
Hickel, J., C. Dorninger, H. Wieland en I. Suwandi (2022) Imperialist appropriation in the world economy: Drain from the global South through unequal exchange, 1990–2015. Global Environmental Change, 73, 102467.
IPCC (2023) AR6 Synthesis Report: Climate Change 2023. Intergovernmental Panel on Climate Change, Rapport. Te vinden op www.ipcc.ch.
Kotz, M., A. Levermann en L. Wenz (2024) The economic commitment of climate change. Nature, 628, 551–557. [dit artikel is ingetrokken en dus niet betrouwbaar].
Oxfam (2026) Resisting the rule of the rich: Defending freedom against billionaire power. Oxfam Policy Paper, 19 januari.
Porcelijn, B. (2026) De trias economica: Economie zonder verborgen impact. Amsterdam: Volt.
Rockström, J., J. Gupta, D. Qin et al. (2023) Safe and just Earth system boundaries. Nature, 619, 102–111.
Schenderling, P. (2025) Continent van de kwaliteit: Hoe Europa een eigen economische koers kan varen. Leiden: Bot Uitgevers.
Sweers, M. (2026) Gezocht, inzichten voor de weerbare economie. ESB, Te vinden op esb.nu.
UNEP (2023) Inclusive Wealth Report 2023: Measuring sustainability and equity. UNEP Rapport, 23 september.
Categorieën