Europa moet zijn energie- en klimaatbeleid herzien vanwege Amerikaanse heffingen, negatieve energieschokken door de Oekraïne-oorlog, en achterblijvende productiviteitsgroei. Een nieuwe industriepolitiek is nodig om concurrentievermogen te herstellen en de groene transitie te versnellen.
In het kort
- De schaliegasrevolutie versterkte Amerika’s concurrentiepositie, terwijl de Oekraïne-oorlog de energiekosten in Europa dramatisch verhoogde.
- Het Europese klimaatbeleid staat in schril contrast met het proactieveindustriebeleid van China en Amerika in groene technologieën..
- De EU moet kernenergie omarmen, deadlines verschuiven, en via subsidies en partnerschappen technologische innovatie stimuleren zonder sociale kosten.
Over de Preadviezen
Al sinds halverwege de 19e eeuw publiceert economenvereniging KVS de Preadviezen, een artikelbundel waarin experts vanuit verschillende invalshoeken een specifiek onderwerp bespreken.
Thema van de Preadviezen 2025 is Openheid in tijden van geopolitieke fragmentatie en de redactie is in handen van Ralph de Haas, Marcel Timmer en Bob Rijkers. Bekijk hier de overzichtspagina van de Preadviezen 2025.
De Europese Unie (EU) is, samen met China en vele andere landen, het doelwit geworden van heffingen die door president Trump zijn ingevoerd. Het argument hiervoor is dat de heffingen oneerlijke concurrentie tegengaan. Trump noemt concurrentie ‘oneerlijk’ als landen meer goederen aan de VS verkopen dan dat ze van de VS kopen. De heffingen brengen voor de wereldhandel gevaren met zich mee, te midden van een groeiende bezorgdheid over het concurrentievermogen van de EU. De nieuwe heffingen leiden tot hogere kosten en economische fragmentatie, wat de inflatie aanwakkert en de buitenlandse investeringen doet dalen. Om deze recente ontwikkelingen in een historisch perspectief te plaatsen, moet worden opgemerkt dat de economieën van de EU al zijn getroffen door ongunstige energieschokken, in combinatie met een gebrekkig groen beleid en een achterblijvende productiviteitsgroei, waardoor het concurrentievermogen is aangetast. De EU zal dan ook snel actie moeten ondernemen en haar mix van energie- en groene beleidsmaatregelen moeten herzien.
Het debat over het concurrentievermogen van de EU woedt al langer. Het veelbesproken rapport van Draghi (2024) schetst een somber maar realistisch beeld van de positie van de EU ten opzichte van de twee andere grote economische blokken: de VS en China. Een belangrijke reden waarom het concurrentievermogen van de EU de afgelopen decennia is verslechterd, is de stijging van de relatieve energiekosten voor Europese huishoudens en producenten. Deze stijging is het gevolg van twee energieschokken: de schaliegasrevolutie in de VS, die in dat land heeft geleid tot een sterke daling van de energieprijzen, en de gevolgen van de oorlog in Oekraïne – waaronder de gestagneerde Europese vraag naar Russisch gas die heeft geleid tot hogere energieprijzen in Europa. Beide schokken hebben het concurrentievermogen van de EU ten opzichte van andere economische blokken ernstig ondermijnd. Daar komt nog eens bij dat de kloof tussen het klimaat- en energiebeleid van de Europese Unie enerzijds en dat van de twee andere blokken anderzijds steeds groter wordt. Hoewel de in 2020 aangenomen Europese Green Deal ambitieus is op klimaatgebied, staat deze in schril contrast met het industriebeleid van China en de VS, die proactief hebben getracht hun concurrentiepositie in energie-intensieve sectoren te versterken. Het is inmiddels de vraag wat er van deze Deal overblijft vanwege de geopolitieke onrust en opkomst van het populisme.
De opzet van dit artikel is als volgt. We bespreken eerst twee negatieve energieschokken en vervolgen met de constatering dat het beleidskader voor groene energie gebrekkig en verouderd is. We dragen argumenten aan waarom de Europese Green Deal moet worden herzien en komen daarna met een pleidooi voor een nieuw industriebeleid om een versnelde energietransitie te bewerkstelligen. We eindigen met implicaties voor Nederland en conclusies voor het beleid.
Twee negatieve energieschokken
De schalierevolutie in de VS heeft indirecte negatieve gevolgen gehad voor het concurrentievermogen van de EU. Door de combinatie van innovaties op het gebied van hydraulische fracturering en horizontaal boren kon de olie- en aardgasproductie in de VS sinds 2008 aanzienlijk worden opgevoerd. De schalie-innovatie en de verspreiding ervan kwamen in de VS tot stand dankzij het juridische kader voor delfstoffenrechten – ook voor koolwaterstoffen. In tegenstelling tot elders, waaronder de EU, kunnen particulieren of entiteiten in de VS de delfstoffenrechten onder hun eigendom leasen of verkopen. Dit aspect van het Amerikaanse wettelijke kader heeft dus bijgedragen tot het ontstaan van een kloof in termen van de overvloed aan energiebronnen, vergeleken met andere blokken in de wereld, waaronder de EU.
Een belangrijk effect van de overvloed aan energie als gevolg van de schaliegasrevolutie is dat de binnenlandse energieprijzen zijn gedaald, wat op zijn beurt de herindustrialisering van de Amerikaanse economie heeft gestimuleerd. De schalierevolutie heeft op haar beurt het tekort op de lopende rekening van de VS aanzienlijk teruggedrongen, als gevolg van de daling van de energie-invoer. De snelle ontwikkeling heeft investeringen in energie-intensieve bedrijven aangewakkerd en goede banen gecreëerd. Dit nieuwe comparatieve voordeel van de VS ten opzichte van andere blokken heeft de gevolgen van het comparatieve voordeel van China op het gebied van goedkope arbeidskrachten getemperd, maar ook het relatieve concurrentievermogen van de EU verslechterd.
De tweede schok, namelijk de gevolgen van de oorlog in Oekraïne, was een wereldwijde energieschok die de EU onevenredig hard trof. De EU heeft namelijk een reeks sancties en verboden op de invoer van Russische olie en gas opgelegd vanwege de invasie van Oekraïne in 2022. De directe kosten hiervan hebben geleid tot hogere energieprijzen en een zoektocht van de EU naar alternatieve energiebronnen voor de Russische, ook al weet Rusland via zijn schaduwvloot een deel van de sancties te ontlopen. Ook de indirecte kosten zijn aanzienlijk, onder meer in de vorm van prijssubsidies en belastingverlagingen, waardoor de schuldenlast is toegenomen. Misschien nog schadelijker is de beslissing van energie-intensieve bedrijven om zich buiten de EU te vestigen. De totale kosten worden voor Duitsland geraamd op maximaal drie procent van het bbp, maar worden op korte termijn beheersbaar geacht. De economieën van de EU zijn er sindsdien in geslaagd alternatieve energiebronnen voor de Russische leveringen te vinden (bijvoorbeeld vloeibaar aardgas) en de prijzen zijn gestabiliseerd, wellicht ook dankzij sancties tegen Rusland. Door de hoge schuldenlast zien veel Europese landen zich nu genoodzaakt subsidies af te schaffen en belastingen opnieuw in te voeren, wat voor onrust onder de kiezers zorgt. De politieke gevolgen van dergelijke energieschokken mogen niet worden onderschat in een tijd waarin de democratieën in Europa op de proef worden gesteld door populistische bewegingen.
Een gebrekkig beleidskader voor groene energie
Bovenop deze twee energieschokken is er een groeiende kloof ontstaan tussen het energie- en klimaatbeleid van de EU en dat van China en de VS. Zo heeft de in 2020 aangenomen Europese Green Deal, die tot doel heeft om in 2050 klimaatneutraliteit te bereiken, weinig gedaan om de harde realiteit aan te pakken waarmee Europese landen als gevolg van deze twee energieschokken worden geconfronteerd. Ondanks de prijzenswaardige klimaatambities van de Europese Green Deal staat deze in schril contrast met de proactieve agenda van het industriebeleid van China en de VS om bij nieuwe groene industrieën een leidende rol te spelen.
De Inflation Reduction Act (IRA), een initiatief van president Biden, maakt uitgebreid gebruik van belastingvoordelen om investeringen in schone energie in eigen land te stimuleren. Dit kan worden gezien als een reactie op het industriële groene beleid van China, dat het land heeft gemaakt tot een superverwerker van kritieke materialen en producent van zonne-energietechnologieën en andere essentiële apparatuur.
De stimuleringsmaatregelen in de IRA voor een aantal schone technologieën zijn het grootst voor groene waterstof, zonne-energie voor nutsbedrijven, batterijen en opslag voor nutsbedrijven, ondergrondse CO2-opslag (CCS) en energie-efficiëntie in woningen. De totale investeringsuitgaven voor hernieuwbare energie, elektriciteitstransmissie en andere schone technologieën en energie-uitgaven in de IRA bedragen meer dan 1,6 biljoen dollar. Europese leiders hebben hun ongenoegen geuit over de IRA en over het risico dat zij groene investeringen in eigen land mislopen, onder meer van bedrijven met een hoofdkantoor in de EU. De bezorgdheid van de Europese leiders is groot omdat de Europese economie ook is getroffen door de energiecrisis als gevolg van de invasie van Oekraïne. Sindsdien is het standpunt van de VS over klimaatverandering radicaal veranderd. De regering-Trump heeft zich teruggetrokken uit het Akkoord van Parijs, de IRA op losse schroeven gezet, en duizenden milieuambtenaren ontslagen.
Nu de VS een chaotische periode tegemoet gaat, is het hoog tijd om de Europese Green Deal te herzien teneinde de verloren terreinwinst goed te maken. Europa moet een alomvattend beleidsantwoord formuleren op het proactieve industriebeleid dat zowel China als de VS heeft gevoerd. Na jarenlang de plannen die gemaakt werden voor een Europees industriebeleid te hebben afgewezen in het licht van de coronapandemie, de oorlog in Oekraïne en het groene beleid van Biden, lijkt de tijd nu eindelijk rijp. De EU moet het beleid van de VS en China niet kopiëren, maar een innovatief handelsbeleid formuleren dat een hervorming van het internationale subsidiestelsel omvat, door een instrument voor subsidies op EU-niveau te ontwikkelen dat erop gericht is om in een vroeg stadium in actie te komen en de veerkracht van de EU bij verstoringen van de handel te vergroten.
De Europese Green Deal moet worden herzien
Hoewel de EU haar hoge klimaatambities moet handhaven, moet ze haar beleid heroriënteren om het in overeenstemming te brengen met de nieuwe internationale spelregels. In de komende jaren zal de mars naar netto nul-uitstoot worden aangespoord door de technologische wedloop, en niet alleen door binnenlandse belastingen, regelgeving of beperkingen zoals de restricties of regelrechte verboden die voortvloeien uit de invoering van het mechanisme voor koolstofgrenscorrectie (CABM) of ontbossingswetten.
Het grootste deel van de inspanningen moet gaan naar het massaal stimuleren van de ontwikkeling van toekomstige groene technologieën door middel van incentives en subsidies. De EU zou bijvoorbeeld de criteria voor belastingvoordelen voor groene investeringen, waaronder onderzoek en ontwikkeling, kunnen verruimen en versoepelen. Zij moet een gefaseerde aanpak hanteren voor de invoering van de nieuwe milieu- en klimaatnormen. Dat verzacht de kosten van de transitie en voorkomt dat het nogal trage leerproces in de vroege stadia van innovatie wordt verstoord. In de praktijk betekent dit dat de deadlines voor de invoering van normen voor verwarming, vervoer en landherstel met ten minste tien jaar moeten worden opgeschoven, zodat consumenten en bedrijven de kosten voor de aanschaf van nieuwe apparatuur kunnen opvangen en er ruimte ontstaat voor leren en innovatie. Pas wanneer deze schone technologieën voldoende zijn ontwikkeld, moeten zeer strenge milieu- en klimaatnormen worden opgelegd om de invoering van deze nieuwe technologieën te versnellen. Dit betekent dat het stimuleren van groene innovaties absolute prioriteit heeft.
Deze gefaseerde aanpak moet verder verlies aan concurrentievermogen vanwege de hogere energie- en technologiekosten ten opzichte van andere economische blokken helpen voorkomen. In een nieuwe Green Deal moet kernenergie worden erkend als een belangrijke factor in de decarbonisatie (samen met hernieuwbare energiebronnen) en moet het comparatieve voordeel ervan worden benut. Kernenergie biedt een grote basislastcapaciteit, in tegenstelling tot hernieuwbare energie, die intermitterend is en een aanzienlijke en dure opslagcapaciteit vereist. Interessant is dat grote digitale platforms in de VS massaal investeren in particuliere kerncentrales om gemakkelijker toegang te krijgen tot overvloedige en goedkopere energiebronnen die nodig zijn voor de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie. Hoewel traditionele kernreactoren enigszins uit de gratie zijn geraakt, zijn kleine modulaire reactoren niet alleen goedkoper, maar ook veelzijdiger en veiliger. Voor de winning van uranium voor kerntechnologie zal de EU, net als voor hernieuwbare energie met andere kritieke mineralen, sterke partnerschappen in het buitenland moeten onderhouden.
Naast het beschermen en subsidiëren van opkomende industrieën moet de EU het concurrentievermogen van Europese bedrijven wereldwijd bevorderen. Door deze in staat te stellen te groeien en schaalvoordelen te realiseren, kunnen zij beter concurreren op de internationale markt. De Europese Commissie moet ervoor zorgen dat het antitrustbeleid sterke Europese bedrijven niet belemmert om te fuseren wanneer dat gerechtvaardigd is, zonder dat dit ten koste gaat van het welzijn van de consument.
Er is een krachtige impuls nodig om huishoudens en bedrijven te stimuleren om over te stappen van voertuigen met verbrandingsmotoren naar elektrische voertuigen, en van centrale verwarming op kolen en gas naar warmtepompen, en ook om de energie-infrastructuur om te schakelen van kolen, olie en gas naar hernieuwbare energiebronnen. Dit zal het ‘leren door te doen’ in de sector van de hernieuwbare energie vergroten, ervaring opbouwen en de kosten verlagen. Dit leidt dan tot een toename van de vraag naar hernieuwbare energie en groene technologieën zoals elektrische auto’s.
Zodra de economie is omgeschakeld van een vervuilende naar een schone economie, kunnen stimuleringsmaatregelen en subsidies worden afgeschaft. De EU moet ook maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat zij voor de toegang tot kritieke mineralen niet afhankelijk is van China en andere landen. Ze kan dit doen door wederzijds voordelige partnerschappen aan te gaan met landen die rijk zijn aan dergelijke mineralen, zoals Chili, Indonesië en de Democratische Republiek Congo, en door handel en investeringen in deze landen te bevorderen.
Koolstofbelastingen kunnen een aanvullende rol spelen in sectoren en activiteiten die niet aan internationale concurrentie zijn blootgesteld. De EU moet het emissiehandelssysteem in de nabije toekomst beperken tot niet-verhandelde sectoren zoals onroerend goed, lokaal vervoer en openbare diensten om verder verlies aan concurrentievermogen te beperken, zolang er geen internationaal systeem is overeengekomen. Het CABM moet zorgen voor een gelijk speelveld zodat groene innovatie en adaptie van groene infrastructuur en voertuigen niet wordt gehinderd door invoer van goedkope, vuile producten van buiten de EU. Omdat de CBAM slecht kan uitpakken voor ontwikkelingslanden, zouden deze gecompenseerd kunnen worden door ze goedkope groene technologie te leveren.
De verkiezingsoverwinning van president Trump zal de tendens naar een vertraging van de internationale coördinatie, ook zonder de VS, op het gebied van klimaatkwesties versterken. Naarmate de emissiereductiedoelstellingen strenger worden, stijgt de prijs van emissierechten, en dit zal de groene transitie stimuleren.
Ten slotte moet de New Green Deal erop gericht zijn de sociale kosten van de transitie tot een minimum te beperken en de aanvaardbaarheid ervan te vergroten. Huishoudens met een laag inkomen kunnen zich geen hoge koolstof- en energiebelastingen veroorloven of leningen aangaan om een elektrische auto te kopen of een warmtepomp te installeren. Dat simpele feit wordt maar al te vaak over het hoofd gezien, waardoor populisten het klimaatbeleid kunnen afschilderen als een obsessie van de elite. De protesten van de gele hesjes in Frankrijk waren daar een duidelijk voorbeeld van. Meer in het algemeen moeten beleidsmakers vermijden om huishoudens beperkingen op te leggen die weinig voordelen opleveren, terwijl ze belangrijke bevolkingsgroepen, zoals kleine vastgoedeigenaren en boeren, met hoge kosten opzadelen.
Beleid op het gebied van landbouw en renovatie van woningen moet in dit licht worden herzien door compensaties aan te bieden. Zo kunnen huishoudens met een laag inkomen die moeten overschakelen van centrale verwarming op kolen of gas naar warmtepompen, subsidies of leningen nodig hebben om die overstap te maken. De inkomsten uit de emissiehandel kunnen worden gereserveerd om mensen met een lager inkomen te compenseren.
Versnelde energietransitie met behulp van industriebeleid
Afgezien van de specifieke kenmerken van de Green Deal moet het industriebeleid, gezien de schuldsituatie van de EU, verspilling vermijden. Daartoe moet het nieuwe industriebeleid strikt en met de grootst mogelijke transparantie worden gevoerd en niet te veel doelstellingen tegelijkertijd nastreven. Innovatiebeleid moet centraal staan als de EU haar doelstellingen op het gebied van decarbonisatie wil halen, in plaats van de energiekosten te verhogen met extra belastingen en plafonds zonder dat de laagste huishoudens worden gecompenseerd. Dit brengt het risico met zich mee dat kiezers verder worden vervreemd door een erosie van hun koopkracht en dat investeerders worden aangetrokken door andere blokken met een energievriendelijker beleid.
Het punt is dat de energietransitie niet aan de markt kan worden overgelaten. Wellicht lukt het, maar dat duurt veel te lang, met alle onomkeerbare schade van opwarming als gevolg. Dus overheden moeten inspringen om uitstoot van schadelijke stoffen te beprijzen, nieuwe groene technologieën te subsidiëren, en een belangrijke rol te spelen om te zorgen dat het vereiste kapitaal voor de groene transitie er komt.
Als het industriebeleid in geavanceerde economieën mainstream wordt, zal de verhouding tussen het kapitaal en de productie stijgen. De effecten van het industriebeleid op de efficiëntie van investeringen hebben inderdaad onvoldoende aandacht gekregen. Het is niet zeker dat een sterke afwijking van de toewijzing van kapitaal via de markten de productiviteit verbetert, die in die economieën al achteruitgaat. Het risico van een verkeerde allocatie is aanzienlijk. Eerdere pogingen op het gebied van industriebeleid bieden in veel landen weinig reden tot optimisme over het welslagen ervan.
Een verkeerde allocatie van kapitaal heeft nadelige gevolgen voor toekomstige generaties in geavanceerde economieën en voor de huidige generaties in ontwikkelingslanden. Een verkeerde allocatie van schaars kapitaal verslechtert namelijk de netto internationale investeringspositie van geavanceerde economieën en schaadt daarmee toekomstige generaties, die de buitensporige schulden zullen moeten terugbetalen. Voor ontwikkelingslanden zal de noodzaak om hun infrastructuur te verbeteren, onder meer om de toegang van hun bevolking tot elektriciteit te verbeteren en te investeren in menselijk kapitaal, nog groter worden naarmate het kapitaal wereldwijd schaarser wordt. Internationale overdrachten van geavanceerde economieën naar ontwikkelingslanden in de vorm van ontwikkelingshulp dreigen ook te worden verminderd, aangezien de schuldenlast van geavanceerde economieën nieuwe hoogtepunten heeft bereikt. Verschillende traditionele donoren hebben hun hulpverplichtingen al verminderd, wat de mogelijkheden van armere landen om zich in een reeds moeilijke internationale financiële omgeving te redden nog verder zal beperken.
Bovendien neemt door het risico van gestrande activa in verband met de energietransitie de behoefte aan nog meer kapitaalinvesteringen toe, wat tot overgangsrisico’s zal leiden. Dit komt bovenop de gevolgen van de vergrijzing voor de besparingen en de gevolgen van het industriebeleid voor de verkeerde allocatie van investeringen. Dit alles zal de langetermijnrente doen stijgen en de financiering van de energietransitie bemoeilijken. Landen zullen dus moeten kiezen tussen enerzijds het buiten gebruik stellen van natuurlijk kapitaal en infrastructuur in de vorm van olie- en aardgasreserves en de extractieve kapitaalstructuur, en anderzijds het verlenen van toegang tot energie aan hun bevolking door de exploitatie van koolwaterstofbronnen.
Deze spanning tussen een versnelde energietransitie met behulp van industriebeleid en de toenemende schaarste aan kapitaal, onder meer als gevolg van een verkeerde allocatie van kapitaal, doet zich ook voor in geavanceerde economieën, en in mindere mate in opkomende markten met een overschot aan spaargelden. Al met al zal het vinden van het juiste evenwicht tussen structureel beleid en de horizon van de energietransitie en digitalisering bepalend zijn voor de houdbaarheid van de internationale investeringsposities. Er zijn fundamentele afwegingen verbonden aan het industriebeleid, en ongeacht de rechtvaardiging in verband met de bedreigingen van de nieuwe geopolitieke situatie of externe effecten, heeft het ontwijken van deze afwegingen over de hele wereld nadelige gevolgen voor de huidige en toekomstige generaties. Zo moet het vereiste kapitaal op innovatieve wijze worden aangetrokken – liefst niet alleen via hogere belastingen – om voldoende draagvlak te creëren. Zulke nieuwe industriepolitiek kan plaatsvinden via publiek-private partnerships en andere nieuwe financiële instrumenten.
Ten slotte kan de vraag worden gesteld of de invoer van groene technologieën met behulp van invoerheffingen of anderszins moet worden afgeremd. Met andere woorden, voorkómen moet worden dat we voor bijvoorbeeld batterijen en andere groene technologieën met zeldzame aardmetalen afhankelijk zijn van andere mogendheden zoals China. Er bestaat immers een spanningsveld tussen strategische autonomie en de groene transitie. Autonomie pleit ervoor dat Europa probeert voor deze cruciale technologieën zelfstandig te worden.
Implicaties voor Nederland
Het huidige demissionaire kabinet hakt op geen van de belangrijke dossiers knopen door. Geert Wilders is erin geslaagd om hulp aan illegalen strafbaar te stellen terwijl de haat tegen moslims wordt aangewakkerd. Alle politieke aandacht gaat naar dit soort zaken toe, en dus wordt noodzakelijk beleid op echt belangrijke terreinen opzettelijk geblokkeerd en op de lange baan geschoven. Dankzij het protest van de boeren wordt de landbouw nog steeds ontzien en is er geen enkel zicht op een oplossing voor het stikstofdossier. Hierdoor stagneren de huizenbouw en de ontwikkeling van de industrie. De economische groei wordt ook afgeknepen door bezuinigingen op onderzoek en innovatie. Het belastingstelsel is hoognodig aan fundamentele herziening toe, maar niemand heeft de moed. Het kabinet heeft wat betreft het milieubeleid de handdoek in de ring gegooid. Zo wordt bijvoorbeeld de CO2-uitstoot van bedrijven niet meer belast.
Tegelijkertijd zijn er cruciale uitdagingen die om een antwoord vragen. Zo zal de vraag naar energie vanwege de AI-revolutie steeds meer toenemen. Denk ook aan de belangen van de glastuinbouw die momenteel sterk afhankelijk is van gas, of die van een sleutelbedrijf als ASML. De Oekraïne-crisis, het helemaal niet meer kopen van Russisch gas vanaf 2030 (zoals afgesproken in het Europese plan REPower EU), en de sluiting van het Groningse gas (min of meer tegelijkertijd) betekenen dat elders energie gevonden moet worden. Nederland moet dus een dubbele slag maken om ervoor te zorgen dat enerzijds het aanbod van energie stijgt en anderzijds dit aanbod vergroent. Nieuwe bronnen van duurzame energie inclusief kernenergie zullen daarom veiliggesteld moeten worden.
Tata Steel staat op omvallen en stemmen gaan op om het staatssteun te geven voor bijvoorbeeld groene waterstof. Maar is het verstandig steun te geven aan een van de meest vervuilende bedrijven van ons land? Anderen vragen om het bedrijf te vervangen door een datacentrum, maar zo’n centrum verslindt energie en heeft heel veel koelwater nodig. Tata Steel is een van de grootste uitstoters van CO2 (circa acht à negen procent van de totale nationale CO2-uitstoot) en verbruikt meer dan dertig miljard liter water per jaar. Het lijkt daarom beter om Tata Steel te sluiten. Doorgaan of vervangen door een datacentrum leidt tot weinig toegevoegde waarde per eenheid vervuiling of waterverbruik. De concurrentiepositie van een topvervuiler als Chemelot staat ook onder druk vanwege Amerikaanse chemiebedrijven met goedkoop Amerikaans schaliegas.
De Rotterdamse haven heeft een strategische positie voor lng en waterstof, maar de kernvraag is of een nieuw industriebeleid gericht moet zijn op de oude, vervuilende economie met de enorme nadruk op CO2-intensief transport en logistiek of op nieuwe, creatieve groene bedrijfstakken met hoge toegevoegde waarde. Voor de lange termijn is het beter te kiezen voor een proactief onderzoeks- en industriebeleid. Het rapport van Draghi biedt hiervoor vele handvatten. Het Nederlandse klimaatfonds kan samen met projectontwikkelaars bijdragen om duurzame energieprojecten te realiseren.
Beleidsconclusie
De VS werkt internationale handel steeds meer tegen. Dat is funest voor Nederland dat juist baat heeft bij handel. Dit komt bovenop de negatieve energieschokken als gevolg van de oorlog in Oekraïne en de achterblijvende productiviteitsgroei in de EU. De VS heeft daarentegen geprofiteerd van een schaliegasrevolutie. Het groene beleidskader van de EU is achterhaald door de nieuwe geopolitieke situatie, het opkomende industriebeleid in China en elders, en de toenemende begrotingsdruk. De EU moet snel actie ondernemen en haar mix van energie- en groene beleidsmaatregelen herzien. Dit vereist nieuwe EU-brede subsidies voor de vroege ontwikkelingsfase en het vergroten van de veerkracht van de EU bij handelsverstoringen, kernenergie in combinatie met hernieuwbare energie als belangrijke bijdrage aan de decarbonisatie, en koolstofbeprijzing.
Omdat de VS het klimaatbeleid op de schroothoop heeft gedumpt, is het raadzaam voor de EU om aan te sturen op een coalition of the willing waarbij samenwerking buiten de EU in Afrika en Latijns-Amerika wordt gezocht, en in landen als Australië, Nieuw-Zeeland, Canada, Japan en vooral China. Wat betreft Nederland heeft het klimaatbeleid veel schade opgelopen door het afschaffen van beprijzen van emissies en het ontbreken van slagvaardig beleid. Nederland is de internationale spil in de handel van gas en andere goederen, en kan baanbrekend zijn in de ontwikkelingen van nieuwe groene energie. Ons land heeft dus baat bij een ambitieus groen en innovatief beleid.
Dit artikel is een herziene en uitgebreide versie van het artikel ‘Why the EU must reset its green deal – or be left behind’ in Nature, 3 december 2024 van de auteurs en Jean-Pierre Landau.
Literatuur
Draghi, M. (2024) The future of European competitiveness. Europese Commissie Rapport, september. Te vinden op commission.europa.eu.
Auteurs
Categorieën