Ga direct naar de content

Geopolitiek confronteert Europa met afhankelijkheden

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: december 18 2025

Ruim 200 jaar na Adam Smith en David Ricardo leunt de Nederlandse en Europese welvaart onverminderd op hun principes van vrijhandel en specialisatie: maak waar je goed in bent, koop de rest goedkoop in. De protectionistische agenda van de Verenigde Staten daagt dat welvaartsmodel dit jaar uit met onnavolgbare importtarieven. Europa hoeft zich niet te conformeren aan dit eenentwintigste-eeuwse mercantilisme, maar de veranderende wereldorde dwingt ons wel om buitenlandse afhankelijkheden kritisch te herzien.

Die afhankelijkheid van internationale handel wordt nog wel eens onderschat. In onze handelsrelatie met de Verenigde Staten is het bijvoorbeeld makkelijk om te vergeten dat Nederland ook halffabricaten en productiemiddelen exporteert naar derde landen, die na verwerking alsnog de oceaan oversteken. ­Robin Konietzny, Tom Notten, Leen Prenen en Khee Fung Wong ­vinden dat die indirecte export 1,8 procent vertegenwoordigt van ons bruto binnenlands product. Opgeteld bij wat we verdienen aan directe uitvoer naar de VS is ons inkomen voor 4,7 procent afhankelijk van de Amerikaanse afzetmarkt. In een uitbreiding van die analyse tonen Dimosthenis Sampson, Bart Los, Mark Thissen en Xianjia Ye dat die afhankelijkheid het grootst is in ­industriële, vaak armere, regio’s in Europa en Nederland.

Vergeldingen

Gegeven die diepgewortelde afhankelijkheid is Nederland, maar ook de rest van de Europese Unie, behoorlijk kwetsbaar voor de grillen van onze trans-Atlantische handelspartner. De vraag is dan hoe we in Europa het best omgaan met dat onvoorspelbare Amerikaanse handelsbeleid. Als we terug willen slaan met ­eigen importheffingen, moeten we dat volgens Pedro Romão en Nienke Oomes vooral gecoördineerd doen met andere handelspartners van de VS. Op die manier verliest de VS toegang tot meerdere afzetmarkten tegelijk, en dat dwingt zelfs Uncle Sam op de knieën.

Toch zouden we met zo’n gecoördineerde vergelding niet meer dan een pyrrusoverwinning boeken. Ten eerste omdat importheffingen de invoer van buitenlandse goederen duurder maken, en zo de reële lonen drukken. Loe Franssen en Marcel van den Berg herinneren ons in deze ESB aan de inflatoire gevolgen van een vorige reeks vergeldingsmaatregelen in 2018.

En ten tweede omdat importheffingen de efficiëntie van internationale markten – en daarmee ons welvaartsmodel – ondermijnen. Dat illustreren Olga Ivanova, Kristian Bakker en Sacha den Nijs met een scenariostudie die de structuur van de Nederlandse economie schetst in een door importheffingen sterk gedeglobaliseerde wereld. In die wereld zet Nederland zijn schaarse productiefactoren opnieuw in voor de industriële productie van goederen die vanwege hoge tariefmuren niet langer goedkoop ingevoerd kunnen worden, terwijl de kennisintensieve dienstensector waarin we een comparatief voordeel genieten aan relevantie verliest. Infantiel ogend mercantilisme bestrijden met blinde vergeldingen lijkt dus niet aan te raden.

Aandacht voor afhankelijkheden

Wel vergroot de Amerikaanse opstelling de noodzaak voor ­Europa om opnieuw na te denken over zijn buitenlandse afhankelijkheden – een onderwerp dat al op de agenda stond vanwege onze afhankelijkheid van Rusland voor energie en de dreigende technologische afhankelijkheid van China. Platte ­importheffingen zijn daar echter niet het eerste en meest ­geschikte instrument voor, stellen Konstantin Sommer en ­Gerdien Meijerink, omdat ze de achterliggende afhankelijkheden niet structureel verminderen. We kunnen beter inzetten op een interessant ­investeringsklimaat voor sleutelsectoren, ­zoals groene technologieën en digitale infrastructuur. Daarnaast kunnen we afhankelijkheden van specifieke partners (zoals de VS) afbouwen door onze handelsstromen te verbreden en nieuwe partnerschappen en handelsakkoorden te sluiten.

Gerichte heffingen kunnen hoogstens onderdeel uitmaken van die bredere gereedschapskist, bijvoorbeeld als instrument om een gelijk speelveld te waarborgen. Dat doet de EU bijvoorbeeld al om de invoer van staatsgesubsidieerde elektrische auto’s uit China aan banden te leggen. Ron Stoop toont in zijn artikel dat die heffingen de investeringsbeslissingen van Chinese auto­producenten beïnvloeden.

Nieuwe wereldorde

Wederzijdse afhankelijkheden vormden ooit het fundament van internationale veiligheid en welvaart, maar worden vandaag ­ingezet voor geopolitieke doeleinden. Die hernieuwde protectionistische reflex vraagt om een Europees antwoord, maar laten we achttiende-eeuwse kwalen bestrijden met eenentwintigste-eeuwse recepten.

Auteur

Plaats een reactie