Ga direct naar de content

Gemeentelijke woonlasten blijven in lijn met inflatie en inkomen

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: juni 18 2026

Er is jaarlijks veel aandacht voor de stijging van de gemeentelijke belastingen. De afgelopen vier jaar zijn deze, mede door rijksbeleid richting gemeenten, sterker toegenomen dan in de jaren ervoor. De stijging van de gemeentelijke woonlasten houdt echter gelijke tred met zowel de ontwikkeling van de inflatie (CPI) als het beschikbare inkomen.

Huishoudens betalen jaarlijks onroerendezaakbelasting (ozb), afvalstoffenheffing en rioolheffing aan de gemeente. De figuur maakt inzichtelijk hoe sterk deze gemeentelijke woonlasten sinds 2008 gemiddeld zijn gestegen. De stijging blijkt tussen 2008 en 2018 beperkt te zijn geweest, namelijk gemiddeld 1,1 procent per jaar. Daarna gaat het wel harder: tussen 2018 en 2026 is sprake van een gemiddelde jaarlijkse stijging van gemiddeld 4,0 procent per jaar.

Terwijl de gemeentelijke woonlasten de laatste jaren dus harder stijgen dan voorheen, zijn ook de kosten voor energie en dagelijkse boodschappen fors gestegen, onder meer door de oorlogen in Oekraïne en Iran. Door deze combinatie van stijgende lasten kunnen huishoudens zich af gaan vragen of zij in de toekomst hun gemeentelijke belastingaanslag nog wel kunnen betalen.

In historisch perspectief zijn de huidige woonlasten echter goed te overzien. Gecorrigeerd voor de inflatie zijn de gemeentelijke lasten sinds  2008 gemiddeld met slechts 0,2 procent per jaar gestegen en gecorrigeerd voor het inkomen gemiddeld zelfs met 0,2 procent per jaar gedaald.

De vrees dat gemeentelijke woonlasten dusdanig hoog zijn dat ze voor een groot deel van de huishoudens onbetaalbaar worden, is daarom vooralsnog ongegrond. Dat betekent helaas niet dat huishoudens geen ­financiële problemen kunnen hebben bij het betalen van alle huishoudelijke uitgaven. Het knelpunt ligt dan echter doorgaans niet bij de gemeentelijke belastingen.

Auteurs

Categorieën

Plaats een reactie