Ga direct naar de content

Geloofwaardige geo-economie heeft oog voor klimaat en natuur

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: april 14 2026

In de huidige geopolitieke discussie dreigen klimaat en ecologie naar de marge te  worden gedrukt. Maar als we klimaatverandering negeren, raken we de grip op onze toekomst alleen maar verder kwijt. De Europese geo-economische discussie moet klimaatverandering integraal meewegen.

De beeldspraak rolde bij Buitenhof (2026) over tafel. Volgens Beatrice de Graaf, hoogleraar geschiedenis van internationale betrekkingen, moesten we landen zien als biljartballen. De drie grootste ballen zijn op dit moment China, Rusland en de Verenigde Staten. Europa en India waren belangrijk maar toch van tweede garnituur. In een vervolgstuk in NRC beargumenteerde De Graaf (2026) dat Europa en India – tegen wil en dank – grotere biljartballen moeten worden zodat ze hun invloed in kunnen zetten voor waarden als zelfbeschikking en mensenrechten. Met het idee dat we mondiale politiek naar ‘analogie met een set biljartballen’ kunnen begrijpen, echode De Graaf de klassieke politieke theorie van Wolfers (1951), waarin natiestaten worden gezien als de enige relevante actoren.

In de jaren vijftig was zo’n politieke analyse wellicht nog te verdedigen. Het feit dat landen, met hun stijgende CO2-uitstoot, de grond onder zichzelf vandaan sloegen, was toen alleen bekend bij een kleine kring natuurwetenschappers. Anno 2026 kom je daar echter niet meer mee weg. Geologen discussiëren nog of het einde van een opmerkelijk stabiele klimaatperiode van tienduizend jaar – het holoceen – waarin beschavingen opkwamen en instortten en natiestaten de dominante politieke eenheid werden, al in aardlagen zichtbaar is (Voosen, 2024). Voor ecologen en klimaatwetenschappers is het glashelder dat we al een nieuw tijdperk zijn ingegaan – het antropoceen – waarin we niet meer op de stabiliteit uit het holoceen kunnen rekenen (Rockström et al., 2023).

De implicaties van deze discussies lijken echter aan de sociale en geesteswetenschappen voorbij te gaan, zoals ook economen lang onvoldoende oog hebben gehad voor klimaat en ecologie gehad hebben en, waar ze dat wel hadden, het klimaatbeleid geen dienst hebben bewezen (Keen, 2022).

Een sterk staaltje verkokerd denken dat geen enkele wetenschapper zich meer kan veroorloven. Want als we de biljartballen-analogie doortrekken naar de huidige klimaatcrisis, dan moeten we concluderen dat de ondergrond zelf instabiel is geworden. Het laken is niet mooi recht meer maar wordt vervormd door kantelpunten in het klimaatsysteem (Global Tipping Points, 2025). Van de dooi van de permafrost en sneller smeltend landijs en – God verhoede – het stilvallen van oceaanstromen kan een zelfstandige invloed op de beweging van de ballen uitgaan. En omdat we elk jaar meer olie, gas en kolen verbranden, begint zelfs de hele tafel gevaarlijk te kantelen.

Handelsverdragen als pyrrusoverwinning

Geopolitieke analyse die de klimaatverandering negeert, komt tot wereldvreemde conclusies. Zo was het volgens De Graaf heel goed dat Ursula von der Leyen in New Delhi een handelsdeal afsloot: “Die deal met India is in zoverre geniaal dat die laat zien: wij zijn allebei twee grote spelers, we vormen een machtig blok.” En waar de niet verkozen voorzitter van de Europese Commissie een pluim verdiende, kregen democratisch gekozen politici juist een veeg uit de pan want het was “echt onzinnig dat het Europese Parlement het Mercosur-verdrag met Zuid-Amerika weer heeft uitgesteld” (Buitenhof, 2026).

Vanuit het antropoceen zien beide deals er echter heel anders uit. Wellicht dat deze deals de banden tussen de kleinere ballen versterken. Maar ze jagen tegelijkertijd de handel in klimaat-ontwrichtende producten verder aan. En zo kantelt de biljarttafel nog wat verder de verkeerde kant op. Landen in het Mondiale Zuiden dreigen daarbij als eerste weg te glijden omdat ze kwetsbaarder zijn voor de gevolgen van klimaatontwrichting (Huisman et al., 2025) en omdat ze geen financiële steun krijgen van landen die daar het meest verantwoordelijk voor zijn (Hickel, 2020).

Zo brengt India de importtarieven op Europese auto’s flink omlaag en dalen ook de tarieven op machines en chemicaliën geleidelijk. De deal versterkt zo de Duitse auto-industrie, de vijfde grootste gebruiker van ruwe grondstoffen ter wereld met nauwelijks verduurzamingsambities (Keil en Steinberger, 2024), terwijl we onze auto-afhankelijkheid eigenlijk moeten doorbreken (Mattioli et al., 2020). Als dank krijgt India een half miljard euro klimaatsteun, een grijpstuiver voor een land dat door extreme hitte onleefbaar dreigt te worden (Lenton et al., 2023).

Het Mercosur-verdrag vergemakkelijkt eveneens de export van Europese auto’s en moedigt EU-landen daarnaast aan om goedkoper soja (lees: veevoer) en rundvlees te importeren (NOS, 2026). Vanuit de milieubeweging klinkt er dan ook kritiek op het verdrag als potentiële aanjager van handel over langere afstanden, stijgende uitstoot van broeikasgassen en verdere ontbossing van het Amazone-regenwoud (Moussa en Miliani, 2026). De deal gaat bovendien lijnrecht in tegen de meest duurzame strategie die we voorhanden hebben: de omslag naar een grotendeels plantaardig dieet waarmee we ons voedselsysteem tegelijkertijd beter beschermen tegen aanstaande schokken (Sun et al., 2022).

Geopolitiek in het antropoceen

Begrijp me niet verkeerd. Het tempo waarin de internationale rule-based order wordt afgebroken is buitengewoon zorgelijk (en de poging om minder afhankelijk te worden van drie (bijna) autocratische grootmachten is nastrevenswaardig). Maar laten we niet vergeten dat die orde de afgelopen dertig jaar compleet gefaald heeft om de wereldwijde uitstoot naar beneden af te buigen (Stoddard et al., 2021). Een geopolitieke analyse die zich niet losmaakt van het holoceen blijft daardoor blind voor de ontwrichtende krachten die mondiale economische groei losmaakt (Hickel en Kallis, 2020).

Allereerst zouden Europese beleidsmakers zich bij internationale verdragen niet blind moeten staren op andere ballen, maar de gevolgen voor de biljarttafel minstens net zo veel moeten meewegen. Dat betekent in de eerste plaats dat ze weerbaarder worden tegen klimaatobstructie van de gevestigde lobbymacht van de auto-, petrochemische, vlees- en zuivelindustrie (Brulle et al., 2024). Zij proberen hun gevestigde kortetermijnbelangen via dit soort verdragen immers veilig te stellen ten koste van duurzame(re) nieuwkomers.

Ten tweede is het belangrijk om de bestaande economische vraag niet als gegeven te beschouwen (Dablander et al., 2025). Als we vervuilende overproductie en overconsumptie afschalen – vermindering van privéauto’s ten gunste van treingebruik, bijvoorbeeld (Nature, 2025) – daalt de vraag naar energie en grondstoffen, en de ontwrichting die daarmee gepaard gaat.

En als laatste is er naast handelsverdragen ook behoefte aan verdragen die het probleem direct bij de oorsprong aanpakken. Zo kan de EU bijdragen aan een ‘geen nieuw fossiel’-norm (Green et al., 2024) door zich later deze maand – tijdens de conferentie over de afbouw van fossiele brandstoffen, georganiseerd door Colombia en Nederland – te committeren aan een stop op uitbreiding van gas- en oliewinning op Europees grondgebied.

Tot slot

Geopolitieke duiders en economen doen er goed aan om klimaat en ecologie niet opnieuw naar de marge te drukken, juist nu het salonfähig wordt om, onder de noemer ‘geo-economie’, politieke overwegingen in de economische analyse te betrekken (Swets en Van Wanrooij, 2026). Het is essentieel om geopolitiek en geopolitieke analyse het antropoceen in te brengen. Anders rollen we, aldus de Vlaamse klimaatwetenschapper Valerie Trouet, gestaag naar een wereld waarin “al onze energie, onze mentale kracht en ons budget opgaat aan het verwerken van klimaatrampen. Aan het pompen om niet te verzuipen.” (Trouet, 2024)

Literatuur

Brulle, R.J., J.T. Roberts en M.C. Spencer (red.) (2024) Climate obstruction across Europe. Oxford, VK: Oxford University Press.

Buitenhof (2026) Coalitieakkoord; hoe nu verder? Buitenhof Uitzending, 31 januari. Te vinden op www.vpro.nl.

Dablander, F., C. Hickey, M. Sandberg et al. (2025) Embracing sufficiency to accelerate the energy transition. Energy Research & Social Science, 120, 103907.

Global Tipping Points (2025) The Global Tipping Points Report 2025. Rapport te vinden op www.global-tipping-points.org.

Graaf, B. de (2026) Dubbeldenken in de geopolitiek. NRC, 21 januari.

Green, F., O. Bois von Kursk, G. Muttitt en S. Pye (2024) No new fossil fuel projects: The norm we need. Science, 384(6699), 954–957.

Hickel, J. (2020) Quantifying national responsibility for climate breakdown: An equality-based attribution approach for carbon dioxide emissions in excess of the planetary boundary. The Lancet Planetary Health, 4(9), E399-E404.

Hickel, J. en G. Kallis (2020) Is green growth possible? New Political Economy, 25(4), 469–486.

Huisman, J., R. Martyr, R. Rott en J. Smits (2025) Projections of climate change vulnerability along the Shared Socioeconomic Pathways 2020–2100. Scientific Data, 12, 1527.

Keen, S. (2022) The appallingly bad neoclassical economics of climate change. In: B. Gills en J. Morgan (red.), Economics and climate emergency. Abingdon, VK: Routledge, p. 79–107.

Keil, A.K. en J.K. Steinberger (2024) Cars, capitalism and ecological crises: understanding systemic barriers to a sustainability transition in the German car industry. New Political Economy, 29(1), 90–110.

Lenton, T.M., C. Xu, J.F. Abrams et al. (2023) Quantifying the human cost of global warming. Nature Sustainability, 6(10), 1237-1247.

Mattioli, G., C. Roberts, J.K. Steinberger en A. Brown (2020) The political economy of car dependence: A systems of provision approach. Energy Research & Social Science, 66, 101486.

Moussa, N. en A. Miliani (2026) EU-Mercosur agreement: Five key questions about where things stand. Le Monde. Artikel op www.lemonde.fr, 27 februari.

Nature (2025) Make trains great again – for the sake of people and the planet. Nature, 645, 560.

NOS (2026) Meer handel met Zuid-Amerika zal tot een klein beetje extra groei leiden. NOS Nieuws, 17 januari.

Rockström, J., J. Gupta, D. Qin et al. (2023) Safe and just Earth system boundaries. Nature, 619(7968), 102–111.

Stoddard, I., K. Anderson, S. Capstick et al. (2021) Three decades of climate mitigation: why haven’t we bent the global emissions curve? Annual Review of Environment and Resources, 46(1), 653–689.

Sun, Z., L. Scherer, A. Tukker et al. (2022) Dietary change in high-income nations alone can lead to substantial double climate dividend. Nature Food, 3(1), 29–37.

Swets, F. en S. van Wanrooij (2025) Geo-economische macht als collectief goed. Blog op esb.nu, 10 februari.

Trouet, V. (2024) Ik heb het u gezegd en u heeft uw schouders opgehaald. Trek uw plan, het zijn uw kinderen, bescherm ze zelf. De Morgen, 23 november.

Voosen, P. (2026) The Anthropocene is dead. Long live the Anthropocene. Artikel op www.science.org, 5 maart.

Wolfers, A. (1951) The pole of power and the pole of indifference. World Politics, 4(1), 39–63.

Auteur

  • Guus Dix

    Universitair docent aan de Universiteit Twente

Categorieën

Plaats een reactie