Nederland speelt een belangrijke rol in de wereldwijde chipindustrie. Deze industrie is niet alleen economisch van belang, maar ook cruciaal voor de veiligheid en strategische autonomie van Europa. De hogere defensiegelden zouden daarom gebruikt moeten worden om deze industrie verder uit te bouwen.
In het kort
- In Nederland worden machines gemaakt die essentieel zijn voor de fabricage van microchips.
- Voor meer controle op de keten, zou Europa haar chipindustrie moeten verbreden naar chipontwerp en softwareontwikkeling.
- Het bredere gedeelte van de nieuwe NAVO-norm leent zich bij uitstek voor dual-use-R&D en investeringen in de chipindustrie.
De Nederlandse economie is diep vervlochten met de wereldwijde chipindustrie (kader 1). Bedrijven als ASMI, ASML, Besi, Nexperia en NXP vervullen cruciale rollen in toeleveringsketens die zich uitstrekken van Europa tot Azië en de VS. De elektronische-componentenindustrie (inclusief halfgeleiders, exclusief materialen en machines) was in 2023 wereldwijd goed voor 755 miljard euro (ECS SRIA, 2025). Hoewel dat slechts 1,2 procent van de totale elektronicawaardeketen vormt, is deze industrie van enorm belang voor de economie en maatschappij. Chips zijn immers essentieel voor alle digitale producten en diensten.
Kader 1: De Nederlandse chipsector in vogelvlucht
Nederlandse bedrijven zijn sterk vertegenwoordigd in de wereldwijde toeleveringsketen van de chipproductie, met name als producenten van machines die essentieel zijn voor de fabricage van chips (Heijn, 2025; Tweede Kamer, 2025). Dit is vooral te danken aan de erkenning, sinds de jaren vijftig, van het belang van micro-elektronica bij Philips (Van Gerven en Raaijmakers, 2016).
De halfgeleiderindustrie is mede vanuit Nederland wereldwijd uitgegroeid, met toeleveringsketens in Zuidoost-Azië, China, Singapore, de VS, Nederland en elders in Europa. Toch is de productie van halfgeleiders in Nederland nooit als een strategische sector beschouwd. Dit in tegenstelling tot die in de Verenigde Staten, die zich vanwege nationale veiligheidsbelangen in de jaren tachtig zorgen maakten over Japanse werelddominantie in de productie van chips en deze dan ook als strategisch bestempelden. Daarom werd in 1987 het SEMATECH-consortium opgericht, een publiek-private samenwerking tussen het Amerikaanse Ministerie van Defensie en de halfgeleiderindustrie, met als doel de Amerikaanse concurrentiepositie te herstellen (National Academies of Sciences, Engineering, and Medicine, 2024). Het Nederlandse industriebeleid, en met name het latere technologiebeleid van eind jaren tachtig, richtte zich op een veel bredere waaier van sectoren (WRR, 1991).
Wat micro-elektronica betreft lag de focus van beleid in de eerste plaats op autonome chipproductie in Nederland, inclusief de hiervoor benodigde machine-industrie vanuit Philips. Overheidsondersteuning werd uitgebreid met nieuwe onderzoeksprogramma’s voor Europese samenwerking: de kaderprogramma’s vanaf 1984 en Eureka vanaf 1985. Daarnaast werd het publieke onderzoek in Nederland versterkt met instituten als DIMES in Delft, MESA+ in Twente. In 2005 werd het Holst Centre opgericht als een gezamenlijk instituut van imec en TNO en gevestigd op de High Tech Campus Eindhoven. In Brainport is voorts Eindhoven University of Technology al vijftig jaar actief in het halfgeleideronderzoek.
Gaandeweg was Philips ook begonnen chips te fabriceren in andere delen van de wereld en samen te werken met andere bedrijven. Ook werd de productie deels uitbesteed, onder andere naar TSMC (Taiwan Semiconductor Manufacturing Company), in 1987 mede door Philips opgericht en nu de grootste chipfabrikant ter wereld. In 2006 werd de halfgeleiderdivisie van Philips verzelfstandigd onder de naam NXP.
ASM (Advanced Semiconductor Materials, in 1964 opgericht door Arthur del Prado) werd in 1981 de eerste Nederlandse onderneming met een beursnotering op de Nasdaq. De Nederlandse overheid speelde bij deze beursgang geen rol, maar hierdoor kwam ASM wel in beeld. Zo werd ASML uiteindelijk met steun van het Ministerie van Economische Zaken in 1984 opgezet als een joint venture van Philips en ASM. Momenteel is ASML wereldwijd de grootste leverancier van machines voor de halfgeleiderindustrie, vooral dankzij activiteiten op het gebied van lithografie als technologie om kleine structuren te maken.
Uit de verkoop van de ASM-divisie Fico aan Berliner Elektro (Semiconductor Industry) in 1993 ontstond Besi; het levert productiemachines voor de halfgeleiderindustrie. ASM werd voortaan ASM International (ASMI), gespecialiseerd in oppervlaktebewerkingstechnologieën zoals depositie, ionenimplantatie, epitaxie en de laatste jaren atomaire-laagdepositie.
Tegenwoordig vindt de meeste chipproductie plaats in Azië, terwijl het chipontwerp en de software vooral uit de VS komen. Europese fabrikanten zoals NXP, Infineon en STMicroelectronics, en ook het uit NXP voortgekomen en in Nijmegen gevestigde Nexperia, produceren vooral de minder geavanceerde, technologisch ‘rijpere’ chips die het meest geëigend zijn voor de fabricage-industrie, voornamelijk voor de automobielsector. Wat betreft de chipproductie lijkt de constatering van Draghi (2024) dat Europa vastzit in een middle technology-valkuil dus terecht.
Vanwege het belang van chips, beoogt de Europese Chipverordening (‘Chips Act’) het aandeel van Europa in de wereldwijde productie van halfgeleiders te verhogen van minder dan tien procent in 2023 naar twintig procent in 2030 (Europese Commissie, 2023).
De door Trump uitgelokte handelsoorlog en de toegenomen geopolitieke druk op internationale handelsketens van de afgelopen maanden vergroten nog eens de noodzaak van industriebeleid: zelfstandige chipproductie wordt steeds meer van strategisch belang.
Toch acht de Europese Rekenkamer het streefdoel voor 2030 inmiddels buiten bereik (ECA, 2025). In dit artikel betogen we dat de stijgende defensiegelden voor Nederland en de rest van Europa een nieuwe kans bieden om de hele chipproductieketen, inclusief de dual-use-R&D-mogelijkheden, te versterken.
Geopolitieke kansen in een verhard klimaat
Autonome Europese chipproductie is door de recente (geopolitieke) ontwikkelingen nog urgenter geworden. De coronapandemie legde pijnlijk bloot hoe kwetsbaar de sterk geglobaliseerde en complexe toeleveringsketen voor halfgeleiders is. Wereldwijde chiptekorten vanaf eind 2020 leidden tot langdurige productiestops in sectoren als de auto-industrie (Miller et al., 2021), waar moderne voertuigen duizenden chips bevatten. Tegelijkertijd nam de vraag naar chips explosief toe door digitalisering, thuiswerken en innovaties zoals kunstmatige intelligentie. De oorlog in Oekraïne, spanningen rond Taiwan en exportbeperkingen richting China versterken het besef dat Europa minder afhankelijk moet worden van buitenlandse leveranciers. Strategische autonomie in chipproductie is daarmee cruciaal geworden voor zowel de (economische) veiligheid als de technologische soevereiniteit van Europa.
Via Europees beleid kan de wereldwijde sleutelrol van het Nederlandse bedrijfsleven in onderdelen van de chipproductie worden uitgebouwd. Nederland speelt niet voor niks een hoofdrol in de Semicon Coalition (Rijksoverheid, 2025a). Nog meer dan nu dienen Nederlandse beleidsinitiatieven gekoppeld te worden aan participatie in en steun vanuit lopende Europese onderzoeksprogramma’s en het vervolg daarop, zoals de Chips Joint Undertaking (Europese Unie, 2023a), het Eureka-cluster Xecs op het gebied van elektronische componenten en systemen (MinEZ, 2025a) en IPCEI ME/CT als een ‘Important Project of Common European Interest’ op het gebied van micro-elektronica en communicatietechnologieën (MinEZ, 2023).
Om strategische autonomie te versterken, zijn er niet zozeer publieke investeringen nodig in de bestaande sterktes van de Nederlandse industrie, maar is er aandacht nodig voor de fundamentele zwaktes van Nederland en Europa in het wereldwijde chip-ecosysteem, zoals de positie in softwareontwikkeling en kritieke onderdelen van de toeleveringsketen.
De door de regering-Trump uitgelokte handelsoorlog en de toegenomen geopolitieke druk op internationale handelsketens bieden paradoxaal genoeg kansen om de Nederlandse en Europese chipindustrie te versterken door softwareontwikkeling en chipontwerp te stimuleren. Daarvoor is een breder industriebeleid nodig dan wat destijds binnen het kader van de Chips Act voorgesteld werd, vandaar ook de behoefte aan een ‘Chips Act 2.0’, zoals op initiatief van Bart Groothuis (2025) bepleit in een brief van 54 Europarlementariërs aan uitvoerend vicepresident Henna Virkkunen van de Europese Commissie. Ongetwijfeld zal dit omvangrijke extra financiële overheidsondersteuning vergen.
Defensie als vliegwiel voor vernieuwing
De benodigde publieke gelden voor het uitbouwen van de Europese chipindustrie kunnen gevonden worden door aansluiting te zoeken met andere prioritaire beleidsdomeinen, zoals defensie. Hier zijn mogelijke synergiën en complementariteiten. Chips zijn klassieke ‘dual-use’-producten; ze zijn van kritiek belang voor militaire én civiele doeleinden. De afgelopen dertig jaar – na de Koude Oorlog – was de focus in Europa hoofdzakelijk gericht op commerciële toepassingen van chips. Vandaag de dag zijn chips echter van strategisch belang voor zowel de veiligheid als het concurrentievermogen van Nederland en Europa, en past overheidsondersteuning voor deze strategische sector dan ook goed bij de nieuwe prioritering van overheidsondersteuning voor defensie.
Op de top in Den Haag hebben de NAVO-bondgenoten zich ertoe verbonden om uiterlijk in 2035 jaarlijks vijf procent van het bbp te investeren in kernbehoeften op defensiegebied en andere defensie- en veiligheidsgerelateerde uitgaven (NAVO, 2025). Daarbinnen zal tot 1,5 procent van het bruto binnenlands product per jaar worden besteed aan onder meer de bescherming van kritieke infrastructuur, de verdediging van netwerken, het waarborgen van civiele paraatheid en veerkracht, het ontsluiten van innovatie en het versterken van de defensie-industriebasis. Dit bredere gedeelte van de nieuwe NAVO-norm biedt uitgelezen mogelijkheden voor het bekostigen van dual-use-R&D en investeringen in de chipindustrie. Geavanceerde autonome chipproductie is immers van vitaal belang om technologische soevereiniteit te behouden, de betrouwbaarheid van militaire systemen te garanderen en de nationale veiligheid te beschermen tegen externe dreigingen.
Geïntegreerd defensie- en innovatiebeleid
Bij het integreren van defensie en innovatiebeleid kan het Amerikaanse DARPA (Defense Advanced Research Projects Agency) als voorbeeld dienen. DARPA is een agentschap van het Amerikaanse Ministerie van Defensie dat verantwoordelijk is voor de ontwikkeling van militaire technologie. Het staat bekend om zijn unieke werkwijze, waarin het risicovolle, baanbrekende onderzoeksprojecten financiert die zowel civiele als militaire toepassingen stimuleren. Algemeen wordt erkend dat deze organisatie met succes heeft bijgedragen aan tal van belangrijke technologische doorbraken, onder andere in de halfgeleidertechnologie, door te investeren in projecten met een hoge mate van onzekerheid en potentieel disruptieve innovaties (The Economist, 2021; Steeman et al., 2025).
De huidige innovatieprogramma’s, zoals het Europese kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, zijn, zo benadrukt Draghi (2024), onvoldoende gericht op disruptieve innovatie. Het belangrijkste instrument van de EU ter ondersteuning van radicaal nieuwe technologieën – het Pathfinder-instrument van de Europese Innovatieraad (EIC) – is weliswaar ten dele geïnspireerd op de DARPA-aanpak, maar mag enkel gebruikt worden voor civiele toepassingen en heeft voor 2025 een budget van slechts 262 miljoen euro, vergeleken met de jaarlijkse 4,1 miljard dollar voor DARPA. Het wordt bovendien meestal geleid door EU-ambtenaren in plaats van door topwetenschappers en innovatie-experts.
Voortbouwend op Draghi’s aanbevelingen wil de Europese Commissie (2025a) de EIC in het volgende kaderprogramma (2028-2034) sterk uitbreiden en nog meer richten op disruptieve innovatie, met
DARPA-achtige processen en gefaseerde financiering voor risicovolle projecten. Voorts wil de Europese Commissie (2025b) de EIC-projecten ook openstellen voor dual-use en defensietoepassingen, deels al in het huidige kaderprogramma Het eveneens op DARPA geïnspireerde Duitse innovatieagentschap SPRIND krijgt er mogelijk ook een defensiepoot bij (Matthews, 2025).
Deze ontwikkelingen sluiten aan bij het Witboek over Europese Defensie en Readiness 2030 (Rearm Europe), waarin gepleit wordt om defensie te transformeren door middel van disruptieve innovatie (Europese Commissie, 2025c). Chips worden hierin expliciet genoemd als kritieke componenten waarvoor met EU-steun een diversificatie van toeleveringsbronnen moet worden gewaarborgd.
Op Nederlands niveau worden er ook stappen ondernomen om innovatie- en defensiebeleid te integreren. In het advies Kennisoffensief voor defensie heeft de AWTI (2024) aanbevolen om het voormalige RVO-instrument Small Business Innovation Research (SBIR) door te ontwikkelen tot Strategic Defence Innovation Research (SDIR). Deze aanbeveling is overgenomen door het Ministerie van Defensie, dat inmiddels al verschillende SDIR-challenges heeft gelanceerd (Holland High Tech, 2025). Met de nieuwe SDIR ondersteunt het Ministerie van Defensie het mkb, start-ups en scale-ups bij de ontwikkeling van nieuwe technologieën. Daarnaast heeft Defensie een Security Fund opgezet dat ondernemers financieel ondersteunt bij het ontwikkelen van zowel civiel als militair te gebruiken innovaties (MinDef, 2025a). Dit fonds biedt startkapitaal voor start-ups, scale-ups en het mkb die in de innovatiebehoefte van Defensie voorzien.
De recente Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie 2025-2029 (MinDef, 2025b) noemt micro-elektronica en halfgeleidertechnologieën als ‘Defensie-toepasbare sleuteltechnologieën en -methodologieën’. Vanuit deze strategie draagt het Ministerie van Defensie dan ook bij aan de bouw van een Nederlandse proefproductielijn voor fotonische chips in Eindhoven en Enschede, samen met de Chips Joint Undertaking en het Ministerie van Economische Zaken (Rijksoverheid, 2025b).
Voorts verkent het kabinet een Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI), naar voorbeeld van DARPA en SPRIND, om met challenge-based programma’s risicovolle technologische ontwikkelingen te versnellen, ook op defensiegebied (MinEZ, 2025b).
Trump als troef
Het strategisch industriebeleid op het gebied van chipproductie kan zowel in Nederland als in Europa dankzij Trump een nieuwe beleidstoekomst tegemoet zien: een geïntegreerd innovatie- en defensiebeleid geïnspireerd door de succesvolle aanpak van DARPA en mede gefinancierd uit het bredere gedeelte van de nieuwe NAVO-norm. Door te leren van DARPA’s risicovolle en dual-use-benadering kunnen Nederland en de rest van Europa hun huidige instrumenten voor onderzoek en innovatie niet alleen verbeteren maar ook verbreden van toekomstbestendig concurrentievermogen tot robuust defensiebeleid.

Literatuur
AWTI (2024) Kennisoffensief voor defensie: Onderzoek en innovatie voor een veilig Nederland. Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie, Advies, augustus.
Draghi, M. (2024) The future of European competitiveness. Europese Commissie Rapport, september. Te vinden op commission.europa.eu.
ECA (2025) Microchips: EU loopt achter in de wereldwijde race. Europese Rekenkamer Nieuwsbericht, 28 april.
ECS SRIA (2025) Electronic components and systems strategic research and innovation agenda. Te vinden op ecssria.eu.
Europese Commissie (2023) Europese Chipsverordening. Europese Commissie, 25 juli. Te vinden op www.consilium.europa.eu
Europese Commissie (2025a) Horizon Europe 2028-2034: twice bigger, simpler, faster and more impactful. Nieuwsbericht, 16 juli.
Europese Commissie (2025b) European Commission proposes regulation to incentivise defence-related investments in the EU budget. Nieuwsbericht, 22 april.
Europese Commissie (2025c) De Commissie onthult het Witboek over Europese defensie en het plan ReArm Europe/Readiness 2030. Nieuwsbericht, 19 maart.
Europese Unie (2023) Chips Joint Undertaking. Te vinden op
european-union.europa.eu.
Gerven, P. van, en R. Raaijmakers (2016) Philips Natlab: Kraamkamer van ASML, NXP en de cd. Nijmegen: Techwatch.
Groothuis, B. (2025) Open brief aan Eurocommissaris Virkkunen vanuit Europese creatieve industrie, 29 april. Te vinden op www.mediafederatie.nl.
Heijn, J. (2025) Dit zijn de grootste chipbedrijven van Nederland. Hollands Welvaren, 13 juni. Te vinden op hollandswelvaren.press.
Holland High Tech (2025) Defensie SDIR Challenges. Holland High Tech
Nieuwsbericht, 21 maart.
Matthews, D. (2025) How Germany’s innovation agency wants to set up a military offshoot. Science|Business Nieuwsbericht, 15 april.
Miller, J., D. Keohane en K. Inagaki (2021) Car manufacturing hit by global semiconductor shortage. Financial Times, 8 januari.
MinDef (2025a) Staatssecretaris opent fonds voor innovatieve bedrijven. Ministerie van Defensie Nieuwsbericht, 2 april.
MinDef (2025b) Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie 2025–2029. Ministerie van Defensie Beleidsnota, 4 april.
MinEZ (2023) De Nederlandse inzet voor een sterk halfgeleiderecosysteem in geopolitiek uitdagende tijden. Kamerbrief DGBI / 43421416.
MinEZ (2025a) Eureka clusters. Ministerie van Economische Zaken. Te vinden op www.bedrijvenbeleidinbeeld.nl.
MinEZ (2025b) Investeren in een weerbare en toekomstbestendige economie: het 3%-R&D-actieplan. Kamerbrief DGBI-I&K / 99497318.
National Academies of Sciences, Engineering, and Medicine (2024) Strategies to enable assured access to semiconductors for the Department of Defense. Washington, DC: The National Academies Press.
NAVO (2025) The Hague Summit Declaration. NATO Persbericht, 25 juni.
Rijksoverheid (2025a) Europese landen starten samenwerking versterken halfgeleiderindustrie. Rijksoverheid Nieuwsbericht, 12 maart.
Rijksoverheid (2025b) Bouw Nederlandse proefproductielijn fotonische chips nog dit jaar van start. Rijksoverheid Nieuwsbericht, 11 juni.
Steeman, J., O. Peiffer-Smadja en J. Ravet (2025) A comparative analysis of public R&I funding in the EU, US, and China. R&I paper series, working paper 2025/05.
The Economist (2021) A growing number of governments hope to clone America’s DARPA. The Economist, 3 juni.
Tweede Kamer (2025) Industriebeleid achter de chips: Over de zoektocht naar beleid in een nieuwe geopolitieke wereld. Kamerstuk, 3 juni.
WRR (1991) Technologie en overheid. Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid Rapport, 39.
Auteurs
Categorieën