Voor bedrijfsvoering, het faciliteren van toekomstige groei en investeringen hebben ondernemers in het midden- en kleinbedrijf behoefte aan financiering. Ondernemers met een buiten-Europese herkomst zijn echter minder vaak succesvol in het verkrijgen van financiering dan ondernemers met een nabijere herkomst. Waar ontstaat dit verschil door?
In het kort
- Ondernemers met een buiten-Europese herkomst haken vaker af bij het zich oriënteren op financieringsmogelijkheden.
- Buiten-Europese ondernemers doen vervolgens wel vaker een financieringsaanvraag.
- Verschillen in het succes van een financieringsaanvraag komt voornamelijk door de bedrijfsstructuur en de financiële positie.
In Nederland ervaren ondernemers met een buiten-Europese herkomst obstakels bij het verkrijgen van financiering. Zo geven zij aan dat hun aanvraag vaker door de bank afgewezen wordt en dat ze vaker aangewezen zijn op alternatieve, duurdere vormen van financiering (FD, 2023). Recent bleek dat mensen met een migratieachtergrond bovengemiddeld vaak discriminatie ervaren in het contact met banken (KPMG, 2024). Hierdoor laat Nederland mogelijk extra bedrijvigheid liggen.
In de Verenigde Staten zijn veel onderzoeken gedaan naar groeperingen die vanwege afkomst een verschil in succes bij financieringsaanvragen ondervinden (Blanchflower et al., 2003; Fairlie et al., 2020; Howell et al., 2021). Zo hebben ondernemingen geleid door mensen met een Afro-Amerikaanse herkomst een grotere kans op een afwijzing van een financieringsaanvraag. Daarnaast doen ze minder vaak een financieringsaanvraag en halen ze minder financiering op als ze een financieringsaanvraag doen, ook als er rekening gehouden wordt met verschillen in bedrijfskenmerken. In het Verenigd Koninkrijk zijn vergelijkbare resultaten gevonden voor ondernemers met een andere etnische afkomst (Extend Ventures, 2020).
Nederland heeft zich als doel gesteld om te streven naar inclusief ondernemerschap en het wegnemen van belemmeringen, en daarvoor is het van belang om te weten hoe de feitelijke situatie ervoor staat. Tot op heden ontbreken echter Nederlandse cijfers hierover.
In dit artikel analyseren wij het financieren van ondernemerschap door te kijken naar de wijze waarop bedrijven externe financiering aan kunnen trekken, zoals via bancair krediet, crowdfunding, direct lending, factoring, kredietunies, leasing, de mkb-beurs en private equity (CBS, 2025). We bestuderen in hoeverre het proces van externe bedrijfsfinanciering aantrekken verschilt bij ondernemers met een buiten-Europese herkomst ten opzichte van ondernemers met een Nederlandse herkomst.
Methodologie en data
We maken gebruik van enquêtedata van de Financieringsmonitor, die het Centraal Bureau voor de Statistiek vanaf 2018 jaarlijks uitvoert (CBS, 2025). Deze monitor verschaft inzicht in de mate waarin het midden- en kleinbedrijf (mkb) behoefte heeft aan externe financiering voor zijn bedrijfsvoering en hoe succesvol die zoektocht naar externe financiering is.
We voegen zeven edities van de Financieringsmonitor samen: 2018 tot en met 2024. Dit levert een totale populatie op van 29.726 ondernemingen. Daarvan kan van 12.967 stuks de ondernemer worden vastgesteld; die ondernemingen vormen de uiteindelijke onderzoekspopulatie. De gebruikte cijfers wijken daarmee deels af van de Financieringsmonitor, waarin gemiddeld 19 procent van de ondernemingen een financieringsbehoefte heeft ten opzichte van ongeveer 23 procent in dit onderzoek.
Ondernemers worden op basis van hun herkomst onderscheiden naar drie verschillende groepen: Nederland, Europa (excl. NL) en buiten-Europa (CBS, 2022). In het geval van meerdere ondernemers per onderneming wordt het herkomstland (kader 1) van de ondernemers genomen die een meerderheid vormen binnen de onderneming.
Kader 1: Definitie herkomstland
De herkomst van personen die in het buitenland zijn geboren, wordt bepaald door hun eigen geboorteland. Bij personen die in Nederland geboren zijn, wordt de herkomst bepaald door het geboorteland van de ouders. Wanneer beide ouders in het buitenland zijn geboren, is het geboorteland van de moeder leidend in het bepalen van de herkomst. Wanneer de moeder in Nederland is geboren of het geboorteland van de moeder onbekend is, dan wordt het geboorteland van de vader gebruikt.
In de onderzoekspopulatie had 84 procent een meerderheid aan ondernemers met Nederland als herkomstgroep, zes procent een meerderheid aan ondernemers met een herkomstgroep binnen Europa (excl. Nederland) en tien procent een meerderheid aan ondernemers met een herkomstgroep buiten Europa.
Nederlandse ondernemers vaker gefinancierd

Het aandeel ondernemers dat behoefte had aan financiering was voor alle groepen vergelijkbaar en lag tussen de 21 en 24 procent. Verderop in het proces van externe bedrijfsfinanciering ontstaan echter verschillen (figuur 2). Van de groep met een financieringsbehoefte oriënteerden ondernemers met een buiten-Europese herkomst zich minder vaak, deden ze minder vaak een financieringsaanvraag en waren ze bovendien minder succesvol in hun aanvraag dan degene met een Nederlandse herkomst. Driekwart van de ondernemers met een buiten-Europese herkomst was succesvol in externe financiering aanvragen, tegenover 88 procent van de ondernemers met een Nederlandse herkomst.

Ondernemers met een Europese herkomst (excl. NL) oriënteerden zich even vaak als ondernemers met een Nederlandse herkomst, maar deden 8 procentpunt minder vaak een financieringsaanvraag. Daarna zien we dat ondernemers met een Europese herkomst (excl. NL) ongeveer even vaak succesvol waren in hun aanvraag als ondernemers met een Nederlandse herkomst.
Van de groep ondernemers met een Nederlandse herkomst, die een financieringsbehoefte heeft, verkrijgt uiteindelijk 51 procent financiering. Dit is afkomstig uit het deel van de ondernemers met behoefte aan financiering dat zich oriënteert of al op de hoogte is van de mogelijkheden (86 + 3 procent), vervolgens een aanvraag doet (68 procent) en daarin (deels) succesvol is (88 procent). Het resultaat van deze drie stappen is: 89 × 68 × 88 = 53 procent van de bedrijven met een financieringsbehoefte. Dezelfde berekening voor ondernemers met een Europese herkomst (excl. NL) resulteert in 44 procent kans op een succesvolle financiering. Voor ondernemers met een buiten-Europese herkomst is de kans het laagst: 39 procent.
Verschil verklaard door bedrijfskenmerken
We corrigeren vervolgens elke stap van de financieringsaanvraag voor persoonlijke en ondernemingskenmerken van ondernemers met verschillende herkomstgroepen door middel van logistische regressiemodellen. Uit de Financieringsmonitor komt bijvoorbeeld naar voren dat vrouwen minder succesvol zijn dan mannen in het aanvragen van financiering en zij ook minder vaak aanvragen doen (CBS, 2021). De gecorrigeerde kans per onderdeel ten opzichte van Nederlandse ondernemers met een financieringsbehoefte wordt getoond in tabel 1.

De resultaten laten zien dat er voor de financieringsbehoefte en het uiteindelijk succesvol aanvragen van externe bedrijfsfinanciering geen significant verschil is tussen Nederlandse ondernemers en de buiten-Europese herkomstgroep. Oftewel, de verschillen worden niet veroorzaakt door de herkomstgroep van ondernemers, maar door kenmerken gerelateerd aan de bedrijfsstructuur en financiële positie van de onderneming. Bij de Europese herkomstgroep zien we hierdoor zelfs helemaal geen statistische verschillen ten opzichte van Nederlandse ondernemers.
Als de herkomstgroep buiten-Europees is, is de kans dat de ondernemer zich oriënteert op verschillende financieringsmogelijkheden significant lager dan bij ondernemers met een Nederlandse herkomst. Verrassend is dat buiten-Europese ondernemers vervolgens wel een hogere kans hebben om een financieringsaanvraag te doen, zowel hoger dan ondernemers van Nederlandse als die van Europese herkomst. Deze verschillen blijven bestaan, ondanks correctie voor de verschillen in het geslacht van de ondernemer, de bedrijfsstructuur en financiële positie van de onderneming. Uitgedrukt in percentages hebben ondernemers met een buiten-Europese herkomst negen procent minder kans om zich te oriënteren dan ondernemers met een Nederlandse herkomst. Tegelijkertijd hebben ondernemers met een buiten-Europese herkomst tien procent meer kans om een financieringsaanvraag te doen dan ondernemers met een Nederlandse herkomst.
De hogere kans op een financieringsaanvraag voor ondernemers met een buiten-Europese herkomst is niet in lijn met eerdere bevindingen in de literatuur (Blanchflower et al., 2003; Fairlie et al., 2020; Howell et al., 2021). Hier zijn een aantal mogelijke verklaringen voor. Ondernemers met een buiten-Europese herkomst weten beter de weg te vinden naar niet-bancaire financiering (Howell et al., 2021). Daarnaast kijken ondernemers met deze herkomst mogelijk kritischer bij een financieringsbehoefte naar hun slagingskansen dan ondernemers met een Nederlandse herkomst. Hierdoor oriënteren zij zich minder, maar de ondernemers die zich wel oriënteren doen relatief vaker een financieringsaanvraag.
Conclusie
Ondernemers met een buiten-Europese herkomst zijn minder succesvol in het verkrijgen van financiering. Dit wordt voornamelijk verklaard door specifieke bedrijfskenmerken en niet door de herkomst van de ondernemers. Ondernemingen in onze populatie van buiten-Europese ondernemers zijn gemiddeld jonger en presteren minder goed op het gebied van omzet, solvabiliteit en liquiditeit vergeleken met bedrijven van ondernemers met een Nederlandse herkomst. En jongere ondernemingen en ondernemingen met een zwakkere financiële prestatie zijn doorgaans minder succesvol in het verkrijgen van financiering (Fairlie et al., 2020; CBS, 2025).
Daarnaast observeren we een aantal kenmerken niet, terwijl deze ook een rol kunnen spelen in het proces van bedrijfsfinanciering voor ondernemers. Zo ontbreekt een set aan kenmerken gerelateerd aan kredietwaardigheid. Deze set aan kenmerken wordt wel meegenomen in de literatuur over de situatie in de Verenigde Staten. Uit Blanchflower et al. (2003) blijkt dat ondernemers met een buitenlandse herkomst minder kredietwaardig zijn, wat verschillen tussen de herkomst van ondernemers zou kunnen verkleinen. Om bedrijvigheid niet te laten liggen bij ondernemers met verschillende herkomstachtergronden zal de toegang tot financiering dus in de gaten gehouden moeten worden.

Literatuur
Blanchflower, D.G., P.B. Levine en D.J. Zimmerman (2003) Discrimination in the small-business credit market. The Review of Economics and Statistics, 85(4), 930–943.
CBS (2021) Financieringsmonitor 2021. CBS Aanvullende Statistische Diensten.
CBS (2022) Nieuwe indeling bevolking naar herkomst. CBS Statistische Trends.
CBS (2025) Financieringsmonitor 2024. CBS Aanvullende Statistische Diensten.
Extend Ventures (2020) Diversity beyond gender. Extend Ventures, Rapport.
Fairlie, R.W., A. Robb en D.T. Robinson (2020) Black and white: Access to capital among minority-owned startups. NBER Working Paper, 28154.
FD (2023) Financiering vaak lastig voor ondernemers van kleur: ‘Banken staan niet voor ons in de rij’. Het Financieele Dagblad, 20 april.
Howell, S., T. Kuchler, D. Snitkof et al. (2021) Racial disparities in access to small business credit: Evidence from the paycheck protection program. CEPR Discussion Paper, DP16623.
KPMG (2024) Onderzoek naar ervaren discriminatie van burgers bij de dienstverlening door banken en betaalinstellingen. KPMG Rapport, 19 april. Te vinden op www.rijksoverheid.nl.
Auteurs
Categorieën