Ga direct naar de content

Europese soevereiniteit vereist ontwikkeling cloud- en AI-markt

Geplaatst als type:
Gepubliceerd om: juli 23 2026

Nederland is sterk afhankelijk van niet-Europese aanbieders in de cloud- en AI-stack. Deze afhankelijkheid is risicovol en zet het concurrentievermogen onder druk. Hoe kan Nederland meer controle krijgen over zijn digitale infrastructuur?

In het kort

  • Door verschillende marktfalen komen Europese alternatieven voor de cloud- en AI-stack onvoldoende van de grond.
  • Regulering is nodig om marktmacht te reduceren, maar leidt door onzekerheid over de vraag niet tot Europese capaciteitsopbouw.
  • Als launching customer kan de overheid aanbieders van vraag verzekeren, soevereniteit bevorderen en de markt verbeteren.

Cloud- en AI-infrastructuur zijn onmisbaar voor de Nederlandse economie en samenleving. In Nederland is het leeuwendeel van deze infrastructuur afkomstig van een aantal grote, niet-Europese aanbieders. In de rest van Europa is het beeld niet anders. Ruim tachtig procent van de belangrijkste digitale technologieën en diensten in de EU is afkomstig van aanbieders van buiten de EU (CERRE, 2022). Op de Europese cloudmarkt hebben Europese aanbieders ongeveer vijftien procent marktaandeel (Synergy Research Group, 2025).

Deze buitenlandse afhankelijkheid maakt Europa kwetsbaar voor besluiten die elders genomen worden. Dit werd recent opnieuw zichtbaar toen de Amerikaanse overheid het gebruik van AI-modellen Fable 5 en Mythos 5 voor buitenlanders verbood (De Volkskrant, 2026). Wanneer kritieke digitale diensten worden geleverd door partijen die onder buitenlandse jurisdicties vallen, bestaat het risico dat Europa controle over gevoelige data verliest of geconfronteerd wordt met (dreigen met) beperkingen in de dienstverlening.

Nederland wil, net als de rest van de EU, snel meer autonomie (ofwel zelf kunnen kiezen) en soevereiniteit (ofwel zeggenschap en zelfbeschikking) krijgen over kritieke technologieën, data en infrastructuur, en externe afhankelijkheden beperken (FD, 2026; Rijksoverheid, 2026).

Voor dit streven naar technologische autonomie en soevereiniteit zijn Europese alternatieven nodig. De ontwikkeling daarvan blijkt lastig en eerdere pogingen tot meer technologische soevereiniteit zijn gestrand (FD, 2020). Ook nu blijkt dat op de markt, ondanks toenemende interesse van overheden en bedrijven in soevereine digitale infrastructuur (Reuters, 2026), Europese alternatieven niet zomaar ontstaan (NRC, 2026). Actief overheidsbeleid gericht op de ontwikkeling van Europese cloud- en AI-capaciteit kan hier verandering in brengen.

Tegenstanders van actief overheidsbeleid spreken van protectionisme en vrezen dat het streven naar technologische soevereiniteit niet alleen leidt tot hogere prijzen en lagere kwaliteit (Mariniello, 2026), maar ook tot lagere productiviteit door concurrentieverstoring (Financial Times, 2026). Technologische soevereiniteit en concurrentie hoeven echter niet te conflicteren. Bij marktfalen leiden markten niet tot maatschappelijk wenselijke uitkomsten. Dan kan overheidsbeleid de werking van de markt juist verbeteren en de maatschappelijke welvaart vergroten (Piechucka et al., 2024).Dat is op de cloudmarkt het geval. In dit artikel, dat voortbouwt op hoofdstuk 4.2 in ACM (2026), bespreken we hoe marktfalen de ontwikkeling van Europese cloud- en AI-capaciteit in de weg zit, en hoe overheidsbeleid dat kan oplossen.

Waarom Europese alternatieven niet ontstaan

Dat Europese cloud- en AI-capaciteit zich niet vanzelf ontwikkelt, is vanuit economisch perspectief goed te verklaren. Drie vormen van marktfalen houden de status quo in stand: marktmacht, externaliteiten en coördinatieproblemen. Deze problemen versterken elkaar en maken het moeilijk voor Europese aanbieders om voldoende schaal en functionaliteit te bereiken. Er zijn weliswaar meerdere alternatieven op de markt, maar dat betekent nog niet dat afnemers daarnaar overstappen, of dat dat maatschappelijk gezien snel genoeg gaat.

Marktmacht

De cloud- en AI-stack kenmerken zich door schaal- en breedtevoordelen. Bij schaalvoordelen dalen de gemiddelde kosten van een dienst met de omvang, waardoor hyperscalers structureel lagere kosten hebben dan kleinere aanbieders. Hierdoor ontstaat, met name in de cloudmarkt, een winner-takes-most-dynamiek: een kleine groep aanbieders domineert de markt.

Breedtevoordelen – dat zijn voordelen uit het diversificeren en combineren van verschillende diensten – versterken de schaalvoordelen. Afnemers willen meestal niet alleen een losse component, zoals enkel cloudopslag of een AI-model, maar een samenhangend aanbod met naadloos aansluitende onderdelen (­Caffarra, 2026). Bij gebrekkige interoperabiliteit met het aanbod van de hyperscalers vindt concurrentie niet plaats tussen afzonderlijke onderdelen maar tussen ecosystemen. Hierdoor nemen toetreding- en uitbreidingsdrempels toe. Van nieuwe of kleine bestaande aanbieders wordt dan niet verwacht dat zij één enkele schakel kunnen leveren, maar een geïntegreerde keten. Wanneer gevestigde spelers de baas zijn over toegang en technologische standaarden, oefenen zij ook langs deze route marktmacht uit.

Externaliteiten

Individuele ondernemingen en organisaties wegen de maatschappelijke waarde van technologische soevereiniteit doorgaans minder zwaar mee dan maatschappelijk wenselijk is – soevereiniteit is een positieve externaliteit die de markt niet voldoende waardeert (Kooi, 2025). Zij baseren hun keuzes vooral op hun eigen kosten en baten, en laten de gevolgen van afhankelijkheid van de economie en samenleving als geheel buiten beschouwing. Dat kan individueel rationeel zijn, maar leidt maatschappelijk tot te weinig diversificatie en autonomie.

Coördinatieproblemen

Ook spelen er coördinatieproblemen. Voor de ontwikkeling van een Europese digitale infrastructuur zijn omvangrijke investeringen nodig, in chips, datacenters, netwerken, servers, AI-modellen, data en toepassingen. Potentiële aanbieders investeren alleen wanneer zij voldoende vertrouwen hebben dat er vraag op gang komt. Gebruikers stappen pas over wanneer een alternatief beschikbaar is dat kan concurreren met bestaande oplossingen. Een klassiek kip-eiprobleem: aanbieders wachten op vraag, terwijl afnemers wachten op aanbod (De Bijl, 2026).

Het vliegwiel op gang brengen

Europa kent enkele digitale wetten om de marktmacht van grote spelers in te perken. Zo beoogt de Data Act overstappen tussen cloudaanbieders eenvoudiger te maken door dataportabiliteit te bevorderen en overstapkosten, zoals egress fees, terug te dringen. Ook worden er eisen gesteld aan de interoperabiliteit, waardoor ruimte ontstaat voor concurrentie op onderdelen, in plaats van op ecosystemen. Daarnaast gelden op grond van de Digital Markets Act aanvullende regels voor poortwachters in de digitale economie om te voorkomen dat zij hun machtspositie gebruiken om gebruikers aan hun ecosysteem te binden. Momenteel onderzoeken de ACM en de Europese Commissie of de verplichtingen uit deze wet ook voor de grootste aanbieders van clouddiensten moeten gelden (ACM, 2025a).

Dergelijke maatregelen helpen marktmacht te beperken, maar creëren nog geen Europees alternatief. Zolang de vraag onzeker is, worden investeringen in Europese cloud- en AI-capaciteit te risicovol geacht. Tegelijkertijd komt de vraag niet op gang zonder geschikt aanbod. Voor het doorbreken van dit coördinatie­probleem is een partij nodig die het vliegwiel op gang brengt; hier ligt een belangrijke rol voor de overheid, als launching customer. Door een deel van haar eigen vraag te richten op aanbod dat bijdraagt aan technologische soevereiniteit kan ze zekerheid en schaal creëren om investeringen uit te lokken. Overheden hebben vaker een dergelijke rol vervuld – de ontwikkeling van Airbus tot een concurrent voor Boeing is een bekend voorbeeld (OESO, 2024).

Optreden als launching customer kan via publieke aanbestedingen. In het verleden werd bij de inkoop van digitale infrastructuur weinig gewicht toegekend aan technologische soevereiniteit en werden aanbieders vooral beoordeeld op prijs en functionaliteit, waarbij compatibiliteit met reeds van hyperscalers afgenomen diensten vaak belangrijk was. Dat gaf hyperscalers een concurrentievoordeel. Momenteel neemt de Rijksoverheid dan ook meer dan de helft van haar clouddiensten bij zulke hyperscalers af (Algemene Rekenkamer, 2025).

De overheid zou in toekomstige aanbestedingen technologische soevereiniteit als beoordelingscriterium kunnen opnemen. Dit sluit aan bij de wens van het kabinet om inkoopkracht beter te benutten voor maatschappelijke doelstellingen (PIANOo, 2026). Het gericht sturen van de vraag via publieke aanbestedingen is daarmee een instrument om marktfalen te corrigeren en marktontwikkeling te ondersteunen (OESO, 2024). Concreet kunnen overheden zich committeren om, samen met andere overheden in Europa, een deel van de inkoop langs deze weg te beleggen (De Bijl, 2026). Stap voor stap vergroot zo’n strategie van launching ­customer de schaal van vraag én aanbod. In deze strategie verdient de cloudmarkt prioriteit vanwege hardnekkige lock-in en de daaruit voortvloeiende afhankelijkheidsproblematiek (ACM, 2026).

Optreden als launching customer vraagt wel om heldere eisen aan controle, governance, continuïteit en juridische onafhankelijkheid om technologische soevereiniteit te waarborgen. Het Europese cloudsoevereinitetsraamwerk kan helpen om abstracte soevereiniteitsvereisten te vertalen naar concrete en toetsbare vereisten (De Bijl, 2026). Het delen van best practices door het Expertisecentrum Aanbesteden PIANOo kan voorkomen dat overheidsorganisaties steeds het wiel moeten uitvinden (PIANOo, 2026).

Daarnaast is coördinatie binnen en tussen overheden essentieel. Wanneer centrale en decentrale overheden afzonderlijk opereren, blijft de vraag te versnipperd. Europese coördinatie en vraagbundeling zijn nodig om een voldoende omvangrijke afzetmarkt tot stand te brengen.

Publieke vraag hoeft overigens niet de enige bron van schaal te zijn voor de ontwikkeling van Europese cloud- en AI-capaciteit. Ook voor een beperkte groep ondernemingen die in de economie een centrale rol vervullen of een belangrijke nutsfunctie hebben, zoals banken, energienetwerken en zorginstellingen, kan systeemveiligheid aanvullende soevereniteitsverplichtingen rechtvaardigen. Een voorbeeld is de Digital Operational Resilience Act (DORA), die is ingevoerd om digitale afhankelijkheidsrisico’s bij financiële instellingen te beheersen. Sinds de introductie ervan bundelen Europese banken hun krachten om alternatieven te ontwikkelen voor clouddiensten en AI-systemen van buiten de EU (ICT/Magazine, 2026).

Conclusie

Gericht beleid kan bijdragen aan het verminderen van de afhankelijkheid van niet-Europese aanbieders. Het coördineren en bundelen van de vraag van grote partijen, waaronder in ieder geval de overheid, stimuleert de ontwikkeling van Europese alternatieven. Dat kan door bij aanbesteding soevereiniteits­eisen te stellen. Het is niet nodig om vooraf een Europese ‘kampioen’ aan te wijzen. Het concurrentieproces moet soms bijgestuurd worden om maatschappelijke doelen te bereiken – in dit geval technologische soevereiniteit – maar gegeven die randvoorwaarde brengt concurrentie hogere kwaliteit en lagere prijzen. Ook draagt het beleid zo meer bij aan de productiviteitsgroei en innovatie in Europa (OESO, 2024; Aghion et al., 2025; Coyle, 2025; Duso en Peitz, 2026).

Getty Images

Literatuur

ACM (2025a) ACM werkt samen met Europese Commissie aan onderzoek naar clouddiensten. Autoriteit Consument & Markt, Nieuwsbericht, 18 november.

ACM (2025b) Blog Martijn Snoep: Mededingingsautoriteiten hebben rol bij wegnemen drempels voor nieuwe Europese aanbieders. Autoriteit Consument & Markt, Blog, 25 april.

ACM (2026) Staat van de Markt 2026. Autoriteit Consument & Markt, ACM/UIT/657890.

Aghion, P., M. Dewatripont en P. Legros (2025) Competion-friendly industrial policy. Antitrust Chronicle, mei. Te vinden op i3health.eu.

Algemene Rekenkamer (2025) Het Rijk in de cloud. Algemene Rekenkamer, Rapport, 15 januari.

Bijl, P. de (2026) Stap voor stap naar digitale autonomie in de cloud. Speech op de ECP Deelnemersspecial ‘Regie terugpakken in de cloud: van debat naar beslissingskracht’. 9 april, Den Haag.

Caffarra, C. (2026) Tech sovereignty needs demand – to get supply right. The ‘Post-bubble’ blog, 6 februari. Te vinden op cristinacaffarra.blog.

CERRE (2022) Digital industrial policy for Europe. CERRE Rapport, december.

Coyle, D. (2025) The relationship between competition policy and industrial policy in an era of structural change. Intereconomics, 60(4), 205–209.

De Volkskrant (2026) Waarom legt de regering-Trump het nieuwe AI-model van Anthropic aan banden? ‘Dit lijkt beleid van ongekozen techbro’s’. De Volkskrant, 15 juni.

Duso, T. en M. Peitz (2026) Aligning competition policy and industrial policy in the EU. Journal of Industry, Competition and Trade, 26(1), artikel 6.

FD (2020) Hoe cloudproject Gaia-X spartelt in het Europese moeras. Het Financieele Dagblad, 23 november.

FD (2026) Brussel zet zeilen bij uit angst voor technologische dominantie door VS. Het Financieele Dagblad, 3 juni.

Financial Times (2026) Google warns EU against ‘erecting walls’ in tech sovereignty push. Financial Times, 13 februari.

ICT/Magazine (2026) Nederlandse banken willen af van Amerikaanse techgiganten. ICT/Magazine, Nieuwsbericht, 11 februari.

Kooi, O. (2025) Overheid moet voortouw nemen bij organiseren weerbaarheid. ESB, 110(4844), 150–152.

Mariniello, M. (2026) To achieve tech sovereignty, Europe must not mimic its rivals. Blog op www.bruegel.org, 11 juni.

NRC (2026) De EU is een ‘digitale kolonie van de VS’. Deze Italiaanse probeert dat te veranderen, met enig succes. NRC, 30 december.

OESO (2024) Pro-competitive industrial policy. OECD Roundtables on Competition Policy Paper.

PIANOo (2026) Kabinet wil aanbestedingsregels vereenvoudigen en inkoopkracht beter benutten. PIANOo – Expertisecentrum Aanbesteden, Nieuwsbrief, 22 juni.

Piechucka, J., L. Sauri-Romero en B. Smulders (2024) Competition and industrial policies: Complementary action for EU competitiveness. Journal of Competition Law & Economics, 20(4), 384–408.

Reuters (2026) Europe frets about US AI as tech world flocks to France for G7, VivaTech. Reuters Nieuwsbericht, 17 juni.

Rijksoverheid (2026) Aan de slag: Bouwen aan een beter Nederland: Regeerakkoord 2026–2030.

Synergy Research Group (2025) European cloud providers’ local market share now holds steady at 15%. Synergy Research Group, Nieuwsbericht, 24 juli.

Auteurs

Plaats een reactie