Ga direct naar de content

Input/output

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: april 26 2016

.

292Jaargang 101 (4733) 28 april 2016
Input // output
Risico delen
Met een verzekering kan een groep mensen
het risico van bijvoorbeeld diefstal of schade
delen in plaats van dit individueel zelf te dra –
gen. Een punt van discussie is in hoeverre de
premies aangepast moeten worden aan het
risiconiveau. Dienen bijvoorbeeld mensen die
roken een hogere gezondheidspremie te beta –
len? Cettolin en Tausch onderzochten in het
laboratorium in hoeverre mensen bereid zijn om risico te delen, gege –
ven de hoeveelheid risico die ze zelf kozen. De helft van de participan –
ten kon kiezen voor een loterij met een laag of hoog risico, terwijl de
andere helft willekeurig een loterij kreeg toegewezen. Hierna moesten alle participanten kiezen of ze wel of niet be

reid waren om hun risico met een ander te de –
len. Uit het experiment blijkt dat participan –
ten die voor een laag risico kozen, hun risico
eerder delen met participanten die ook voor
een loterij met een laag risico kozen. Wanneer
de loterijen willekeurig werden toegewezen,
is er geen relatie tussen hoeveelheid risico en
bereidheid tot risico delen. Individuen zijn
volgens de auteurs minder bereid om risico te delen met iemand met
een hoog risico wanneer degene daar zelf voor heeft gekozen.
Cettolin, E. en F. Tausch (2016) Risk taking and risk sharing. ROA Research Memo-
randum, 018.
Later met pensioen
De vergrijzing wordt een steeds groter probleem.
Wat bepaalt wanneer mensen met pensioen gaan?
Burlon en Vilalta-Bufi onderzoeken de rol van tech –
nische vooruitgang bij de beslissing van ouderen
om eerder met pensioen te gaan. Dit doen ze met
gegevens voor Amerikanen over de periode 1992–
2010. Ze vinden een tweezijdig effect. Wanneer de
technische vooruitgang relatief klein is, blijkt dat
mensen eerder met pensioen gaan. Dit komt door –
dat hun vaardigheden aan waarde verliezen. Maar
wanneer de technische vooruitgang groot is gaan
mensen juist later met pensioen. Dan stimuleren de
gestegen reële lonen mensen om langer door te wer –
ken. Deze resultaten wijzen erop dat ouderen gewil –
liger zijn om bij te blijven leren als de technische
vooruitgang groot is. Ook suggereren ze dat beleid
gericht op training van ouderen effectiever kan zijn
in sectoren waar de technische vooruitgang groot is.
Burlon, L. en M. Vilalta-Bufi (2016) A new look at technical
progress and early retirement. IZA Journal of Labor Policy,
5(5).
Reële opties
Komende decennia is er een grote
opgave voor de vervanging en
renovatie van infrastructuur in
Nederland. Van der Pol et al. on-
derzoeken aan de hand van ver-
schillende casestudies hoe dit
praktisch het beste kan worden
aangepakt. De vraag is wat de op-
timale investeringsstrategie is bij
dergelijke projecten. Ze beargu-
menteren dat reële optieanalyse
kan dienen als aanvulling op de
maatschappelijke kosten-baten-
analyse (MKBA), waarbij rekening
wordt gehouden met de waarde en
de kosten van flexibiliteit van in-
vesteringen. Vanwege het minder
wiskundige karakter is de methode
toegankelijker dan de MKBA’s, die
erg rekenkundig zijn.
Pol, T. van der, F. Bos en P. Zwaneveld
(2016) Reële opties en het waarderen
van flexibiliteit bij infrastructuurprojec-
ten. CPB Achtergronddocument , april.
Plaatsgebonden
Om de economie te stimuleren kan de overheid
kiezen voor plaatsgebonden investeringen. In wes-
terse landen komt dit vooral neer op beleid gericht
op inhaalgroei in weinig productieve regio’s. In op –
komende economieën investeert de overheid juist
vaker in de productiefste gebieden. Met paneldata
over 10.000 bedrijven uit de periode 1998–2009
onderzochten Koster et al. de effecten van plaatsge-
bonden investeringen in China. Met science-parks
poogde de Chinese overheid agglomeratie en inno –
vatie te verhogen om uiteindelijk meer buitenland –
se investeerders aan te trekken. Uit het onderzoek
blijkt dat bedrijven in wetenschapsgebieden gemid –
deld 15 tot 25 procent meer produceren en 10 tot
15 procent hogere lonen aanbieden. Ten slotte is er
volgens de auteurs ook een verstorend effect. Het
hogere arbeidsaanbod in wetenschapsparken sug –
gereert dat het probleem zich enkel heeft verplaatst
vanuit andere gebieden. Het welvaartsverlies hier –
van komt neer op veertig procent van het totale
productie-effect.
Koster, H., F.F. Cheng, M. Gerritse en F. van Oort (2016)
Place-based policies, firm productivity and displacement ef-
fects. Tinbergen Discussion Paper, 21.
Lesgevende promovendi
Uit een vragenlijst onder ruim tweehonderd Nederland-
se promovendi blijkt dat 46 procent hun begeleiding en
scholing bij het geven van onderwijs gemiddeld een 5,4
geven. Met name de begeleiding tijdens het geven van
onderwijs zelf zou onvoldoende zijn. Ook geven zeven van de tien promovendi aan dat ze te veel tijd besteden aan
onderwijs
taken ten opzichte van wat er in het contract
staat vermeld.
Theeuwes, S., T. Wassenaar, C. Gaasterland en E. Schmidt (2016)
De promovendus als docent. Interstedelijk studenten overleg, april.
5,4
ESB Input / output

293Jaargang 101 (4733) 28 april 2016
Panama
De Panama Papers zetten belastingontwijking door
multinationals via belastingparadijzen weer volop in
de schijnwerpers. Deze ontwijking leidt bij veel over-
heden tot lagere belastinginkomsten. Als antwoord
hierop roept de OESO op tot het introduceren en
versterken van Controlled Foreign Company (CFC)
-regelgeving. Deze belast inkomsten bij buitenlandse
dochtervennootschappen volledig bij de moeder –
maatschappij, die ze bij haar belastbare winst moet
optellen. Haufler et al. onderzoeken wanneer CFC-
wetgeving onderdeel uitmaakt van de optimale be –
lastingsmix. Het blijkt dat dit het geval is wanneer
CFC-wetgeving leidt tot verschillende effectieve
belastingstarieven voor binnenlandse bedrijven, bin –
nenlandse multinationals, en buitenlandse multi-
nationals. Steeds meer overheden voeren dergelijke
regelgeving in. Uit recent empirisch onderzoek blijkt
dat het gedrag van multinationals gevoelig is voor
veranderingen in de CFC-wetgeving.
Haufler, A., M. Mohammed en D. Schindler (2016) Optimal
policies against profit schifting: the role of controlled-for-
eign-company rules. CESifo Working Paper, 5850.
Sluiting kolencentrales
Als de vijf kolencentrales in Nederland in 2020 slui-
ten, levert dit 4,7 miljard aan welvaartswinst op. Dit
suggereert onderzoek van Buunk et al . waarin ze de
kosten en baten van een sluiting berekenden. De
sluiting kost voor de consument en de producent
gezamenlijk vijf miljard euro. Terwijl consumenten
betalen voor een hogere elektriciteitsprijs, lopen de
producenten toekomstige winst mis. Daartegen –
over staat dat de uitstoot van met name CO
2 een
maatschappelijk baat oplevert van bijna tien miljard
euro. Het onderzoek houdt geen rekening met de
kosten van de ontmanteling van de kolencentrales.
Volgens de auteurs hebben deze kosten slechts een
beperkte invloed.
Buunk, E., B. Hof en B. Tieben (2016) Sluiting kolencentrale.
SEO Onderzoeksrapport , 18.
Boycot
Consumenten kunnen immoreel
gedrag zoals milieuvervuiling en
boekhoudfraude afstraffen mid-
dels een boycot. Kanniainen ver-
klaart dit mechanisme met een
theoretisch model. Voor een bedrijf
is immoreel gedrag alleen aantrek-
kelijk wanneer alle andere bedrij-
ven hetzelfde doen. Zo niet, dan
loopt de klant over naar het bedrijf
dat zich wel moreel gedraagt. Om-
dat bedrijven niet onderling kun-
nen samenwerken, dwingt deze
dreiging daarom moreel gedrag
af. Als de consument niet meedoet
met de boycot en meelift, kan het
bedrijf alsnog kiezen voor immo-
reel gedrag. Hetzelfde geldt wan-
neer het bedrijf een noodzakelijk
goed produceert.
Kanniainen, V. (2016) Making the world
a better place. CESifo Working Paper,
5842.
Betekenis
Kosfeld et al. onderzochten in een
veldexperiment hoe de effectiviteit
van een type beloning afhangt van
de betekenis die studenten hech-
ten aan het werk. Ze huurden ruim
vierhonderd Chinese studenten in
om data te ordenen. De ene helft
kreeg te horen dat de data belang-
rijk zijn voor onderzoek terwijl de
andere helft hoorde dat de data
waarschijnlijk nooit gebruikt zullen
worden. Bij vermeend betekenisvol
werk werkten de studenten harder.
Financiële prikkels verdringen de
intrinsieke motivatie niet , maar
erkenning blijkt minder effectief
wanneer het werk al betekenisvol
is. Dit suggereert dat erkenning en
betekenisvol werk op dezelfde ma-
nier motiveren.
Kosfeld, M., S. Neckermann en X. Yang
(2016) The effect of financial and recog-
nition incentives across work contexts.
CEPR Discussion Paper , 11221.
Kostenoptimale reductie
Ook Nederland moet een steentje bijdragen aan
de strijd tegen klimaatverandering. Er kunnen ver –
schillende maatregelen genomen worden om een
vergaande CO
2-emissiereductie te bewerkstelligen.
Het PBL heeft onderzocht welke maatregelen het
kosteneffectiefst zijn. Het blijkt dat er grote kos-
teneffectiviteitsverschillen zijn tussen verschillende
technologieën. Bij de set van geanalyseerde beleids-
maatregelen valt op dat er gelijktijdig goedkope op –
ties zijn waarvoor nog geen beleid bestaat en dure
opties waarvoor dat wel het geval is. In de industrie
en transport blijft bijvoorbeeld goedkoop poten –
tieel liggen, terwijl in de gebouwde omgeving het
kostenpeil van bestaand beleid al veel hoger ligt. De
auteurs verklaren de onbenutte goedkope opties uit
praktische barrières en het ontbreken van een inter –
nationaal gecoördineerd beleid.
Daniëls, B. en R. Koelemeijer (2016) Kostenefficiëntie van
beleidsmaatregelen ter vermindering van broeikasgasemis-
sies. PBL publicatie, 1748.
Deflatie
De inflatie is in veel
landen sinds mid –
den 2014 maar net
positief of zelfs ne –
gatief geweest. Hoe
groot de kans op
deflatie op de lange
termijn is, blijkt las-
tig te voorspellen.
Galati et al. onder –
zochten in hoeverre
het voorspelde deflatierisico is veranderd over de
tijd, en wat dit betekent voor de geloofwaardig –
heid van de ECB. De auteurs hebben gekeken of de
langetermijn-inflatieverwachtingen van de markt
onstabieler zijn geworden. Dit doen ze door te
onderzoeken of het deflatierisico op de lange ter –
mijn beïnvloed wordt door schommelingen in de
olieprijs en deflatierisico’s op de korte termijn. Dit
deden zij aan de hand van inschattingen van het
deflatierisico van marktdeelnemers. Uit de resulta –
ten blijkt dat verwachtingen omtrent de inflatie in
de eurozone ietwat onstabieler geworden zijn. Dit
vermindert de geloofwaardigheid van de ECB licht.
Galati, G., Z. Giorgi en R. Moessner et al. (2016) Deflation risk
in the euro area and central bank credibility. DNB Working
Paper, 509.
Taal en rekenen
Niet 1,3 miljoen maar 2,5 miljoen Nederlanders hebben
moeite met taal en/of rekenen. Dit blijkt uit het onder-
zoek van De Algemene Rekenkamer waarin ze , in tegen-
stelling tot het ministerie van onderwijs, ook de 65-plus-
sers meenemen in hun berekening. Het ministerie tracht met cursussen de laaggeletterdheid en laaggecijferdheid
te verlagen, maar in de praktijk blijkt dat ouderen vaak
niet deelnemen.
Algemene rekenkamer (2016)
Aanpak van laaggeletterdheid. Rap-
port, april.
2,5
miljoen Nederlanders
Input / output ESB

Auteur