Ga direct naar de content

Ceteris paribus

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: augustus 26 2015

ESB Ceteris paribus
508Jaargang 100 (4716) 27 augustus 2015
Ceteris paribus
Bart Hobijn
Bart Hobijn is hoogleraar aan de Arizona State
University in de Verenigde Staten.
Waar werkt u op dit moment aan?
Het meeste van mijn recente onderzoek heeft betrekking op loongroei
en productiviteitsontwikkelingen in de Verenigde Staten. Gedurende
de recessie van 2008–2010 was de loongroei verbazing wekkend hoog ,
gegeven het feit dat de werkloosheid met meer dan vijf procentpunten
steeg. Echter, in de vijf jaar sinds het einde van de recessie is de loon –
groei in de VS rond twee procent per jaar blijven steken, hoewel er
recentelijk wat versterking in te zien is. Mijn onderzoek richt zich op
twee zaken. Ten eerste, wat zijn de factoren die op korte termijn de
loongroei beïnvloed hebben gedurende en na de recessie? Ten tweede,
is er sprake van neerwaartse druk op de langetermijnloongroei?
Wat zijn uw bevindingen?
Een van de redenen dat gedurende de recessie de lonen niet meer
daalden, is dat de meeste werkgevers lonen liever niet verlagen
vanwege de negatieve invloed die dit heeft op de moraal en
productiviteit van werknemers. Dus, de diepe recessie resulteerde in een
recordaantal werknemers wier loon gelijk bleef en een niveau van
lonen dat hoger was dan wanneer lonen zich flexibel hadden
aangepast. Dit verhoogde loonniveau wordt nu langzaam afgebouwd
door middel van productiviteitsgroei en inflatie. Dit wordt ook wel ‘de
olie in de tandwielen van de arbeidsmarkt’ genoemd. Er is echter maar heel
weinig smering op dit moment, aangezien zowel productiviteitsgroei
als de inflatie laag is. Op de lange termijn is de loongroei gelijk aan
de som van de arbeidsproductiviteit, veranderingen in het aandeel van
arbeid in het nationaal inkomen en inflatie. Het arbeidsaandeel in de
VS is aanzienlijk gedaald sinds het midden van de jaren tachtig , en
met name gedurende de laatste vijftien jaar. In ander onderzoek laat ik
zien dat dit met name komt door een daling van het arbeidsaandeel in
sectoren waar er een toename is van internationale concurrentie.
Op dit moment kijk ik hoe de verschuiving van arbeidsintensieve activiteiten van geïndustrialiseerde landen naar lagelonenlanden de
wereldproductiviteit beïnvloedt.
Wat kan de beleidsmaker leren uit uw onderzoek?
Na een lange en diepe recessie kan loongroei lang laag blijven wanneer
bedrijven loonsverhogingen uitstellen om zo te compenseren voor niet
gerealiseerde loonsverlagingen gedurende de recessie. Gedurende zo’n
periode is loongroei maar een zeer beperkte maatstaf voor de sterkte
van de arbeidsmarkt. De gemiddelde loongroei in de VS is echter al
laag sinds 2001 en er zijn belangrijke langetermijnontwikkelingen
die daaraan bijdragen. Globalisatie is er daar een van. Daarbij komt
de lage trendproductiviteitsgroei van de afgelopen twaalf jaar. Wat de

redenen zijn voor de lage trendgroei is de belangrijkste open vraag voor
economische beleidsonderzoekers op dit moment.
HET WOORD AAN…
UIT DE OUDE ESB-DOOS
VAN AFGEKEURD KOMT UITGEWERKT?
Om de uitstoot van mensen met een geringe
produktiviteit uit het produktieproces
tegen te gaan, moeten werk gevers
veel directer met de kosten van hun
handel wijze worden gecon fronteerd. Dan
worden ze gedwongen een afweging te maken
tussen een hoge arbeids produktiviteit die gepaard gaat met hoge
kosten voor ziekte- en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen enerzijds
en een lagere arbeidsproduktiviteit gecombineerd met lagere kosten
anderzijds. Financiele prikkels gericht op werknemers verhinderen
dat zij zich tevreden stellen met een WAO-uitkering. Het moet
werkgevers en werknemers duidelijk worden dat het om economi-
sche en sociale redenen onaanvaardbaar is minder produktieven
buiten spel te zetten. De nu voorgenomen maatregelen zullen echter
niet verhinderen dat de komende jaren nog eens meer dan 100.000
mensen worden afgekeurd.
Ernste, D.E. (1990) Afgekeurd. ESB, 75(3759), 485.

Auteur