Ga direct naar de content

Boeken

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: maart 25 2015

.

ESB Boeken
190Jaargang 100 (4706) 26 maart 2015
R
ecent verscheen een boek van
John Micklethwait en Adrian
Wooldridge (M&W ), redac-
teuren bij The Economist , over de rol
van de overheid. Het boek roept op tot
een vierde revolutie, waarbij de produc-
tiviteit van de overheid fors omhoog
gaat, de verzorgingsstaat wordt gekort –
wiekt en democratische instituties zich
meer op de lange termijn richten. Op –
merkelijk is de wijze waarop M&W in
hun historische relaas de conservatieve
omwenteling van Thatcher en Reagan
in de jaren tachtig bestempelen. An –
ders dan vaak wordt aangenomen is de
omvang van de overheid (zeker als we
rekening houden met belastingkortin –
gen) gelijk gebleven en zijn de verschil –
len tussen westerse landen beperkt. Op
dit moment soupeert de Nederlandse
collectieve sector circa de helft van het
bruto binnenlands product (bbp) op.
In de Verenigde Staten is in 2011 de omvang van de collectieve
sector 42 procent bbp, maar als we daar de 8 procent bbp aan
belastingkortingen bij optellen komen we ook uit op de helft.
In het Verenigd Koninkrijk werd door de Iron Lady weliswaar
het nodige geprivatiseerd maar dit had slechts gevolgen voor
de schuldpositie van de overheid. Hoe het ook zij, deze om –
wenteling was niet voldragen. Dus is er volgens hen een vierde
revolutie nodig.
Volgens M&W moet het disfunctioneren van de overheid
nadrukkelijk op de politieke agenda komen. Zo liep het bij
94 procent van alle federale Amerikaanse ICT-projecten mis.
Ook gaan zij in op de aanbestedingsregels die een sta-in-de-
weg vormen voor effectieve concurrentie. Niet alleen is het
nodig dat de overheid beter functioneert, maar ook het all-
you-can-eat-principe van de verzorgingsstaat dient overboord
gezet te worden. Zij laten zich daarbij inspireren door Singa –
pore, waar de collectieve sector slechts zeventien procent bbp
voor zijn rekening neemt. De zorg kent veel privaat geld waar –
door ziekenhuizen in productiviteit de beste Europese de loef
afsteken. Ook kunnen door specialisatie en standaardisatie in
de gezondheidszorg de kosten fors naar beneden gaan zonder
dat de kwaliteit aangetast wordt. Kern van de zaak is dat de
productiviteit van semipublieke dienstverlening aanzienlijk
omhoog kan. Helaas is de praktijk in veel westerse democra –
tieën een andere. Ook de productiviteitprestaties van de Ne –
derlandse overheid zijn beperkt, sectoren daargelaten waar de
budgettaire teugels strak zijn aangehaald (Van Hulst en Blank,
2015). Overigens sparen M&W ook ‘rechtse’ hobby’s zoals
defensie en veiligheid niet. Kritisch zijn zij over het optuigen
van het Amerikaanse veiligheidsapparaat.
Ook geven M&W in één moeite een reactie op het veelbe –
sproken boek Kapitaal in de 21ste eeuw van Thomas Piketty, zonder dit te noemen. Op pagina 218
staat: “In Amerika is de helft van de
rijkste één procent van de bevolking
specialist.” De stijging van het percen

tage-aandeel van het toppercentiel –
waar Piketty veel bladzijden aan wijdt
– moet dus voor een belangrijk deel
verklaard worden door de stijging van
zorguitgaven. Conclusie is dan ook dat
een beleidsreactie om deze stijging een
halt toe te roepen simpelweg gevon –
den kan worden door de salarissen van
medisch specialisten aan banden te
leggen, en niet door een verhoging van
de vermogensbelasting , omdat deze de
inefficiëntie van de overheid onaange –
tast laat.
Overigens realiseren M&W zich maar
al te zeer dat deze vierde revolutie geen
vanzelfsprekendheid zal zijn. Daar –
voor grijpen zij terug op de belangen –
groeptheorie , die verschillen tussen de
economische prestaties van landen verklaart uit het al dan niet
optreden van machtige belangengroepen. De activiteiten van
belangengroepen vormen daarmee naarmate de tijd verstrijkt
een steeds grotere bedreiging voor de economische ontwik –
keling. Tegengif tegen dit mechanisme moet worden gevon –
den in een langetermijnfocus van de instituties. Iets wat de
Amerikaanse founding fathers zich gerealiseerd hebben door
senatoren voor een periode van zes jaar te laten verkiezen en
de Hooggerechtshofleden voor het leven te benoemen. Ook
zouden meer beslissingen uitbesteed moeten worden aan een
onafhankelijke autoriteit buiten de politiek. Interessant is
eveneens hun aanbeveling om meer publieke verantwoorde –
lijkheden op lokaal niveau te beleggen, zoals recent in Neder –
land vormgegeven is in de langdurige ouderenzorg.
Er lijkt methodologisch nog wel wat op dit boek aan te mer –
ken. Vaak is het anekdotisch en bevat het geen systematische
analyse. Ook spreekt het zich soms tegen. Zo wordt er veel –
vuldig gepleit voor prestatie-indicatoren, maar wordt elders
gewezen op de perversiteit. Het is vlot geschreven en moet
vooral gezien worden als een urgente (onderzoeks)agenda
voor iedereen die actief is in het overheidsmanagement en de
openbare financiën. Essentieel is dat het een verbinding legt
naar de politieke economie. Hoe zorgen we ervoor dat de over –
heid beter functioneert, de instituties zich meer op de langere
termijn richten en het beslag van de overheid op de economie
afneemt. Vragen waarop we implementeerbare antwoorden
moeten formuleren, willen we onze welvaart niet verliezen.
LITERATUUR
Hulst, B.L. van, en J.L.T. Blank (2015) Paracetamol voor Baumol. Tijdschrift
voor Openbare Financiën, 47(1), 63–74.
Boeken
Auteur Micklethwait, J. en A. Wooldridge
Titel De vierde revolutie: op zoek
naar de overheid van morgen Uitgever De Bezige Bij
RAYMOND GRADUS
Hoogleraar aan de Vrije Universiteit Amsterdam

Auteur